menu

Bioveiligheidscommissie


Procedure voor het indienen van een studie

Bioveiligheidscommissie

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

AFVALBEWERKING

GEBOUW C

Beschrijving van verzameling en behandeling van het afval (*):

Omdat we kiezen om het virus te inactiveren met een chlooroplossing, moeten we erop toezien dat dit materiaal nooit geautoclaveerd wordt aangezien de chloordampen toxisch zijn.

  • Vast biologisch besmet afval dat geen chloorbehandeling nodig heeft, wordt overgebracht in autoclaafzakken. Deze worden, wanneer vol, gesloten en vervolgens in een stevige container, voorzien van een biohazard symbool, naar het lokaal van de autoclaaf vervoerd. Dit afval wordt vervolgens geïnactiveerd d.m.v. autoclavering.
  • Vloeibaar biologisch besmet materiaal dat geen chloorbehandeling nodig heeft (vb. kweekmedium van cellen die nog niet geïnfecteerd zijn), wordt opgevangen in autoclaveerbare afvalflessen. Deze worden op hun beurt geautoclaveerd.
  • Vloeibaar biologisch besmet materiaal met virus, wordt overnacht geïncubeerd met een chlooroplossing (>1000ppm) en nadien verzameld in een afvalcontainer dat wordt opgehaald door een gespecialiseerde firma (SGC).
  • Herbruikbaar biologisch besmet materiaal (vb. maatbeker) wordt overnacht geïncubeerd met een chlooroplossing (>1000ppm), vervolgens wordt dit materiaal goed uitgespoeld met water en nadien geautoclaveerd. Hierna volgt nog een 6u durende sterilisatie bij 200°C in de broedstoof.
  • Wegwerp biologisch besmet materiaal wordt onmiddellijk chemisch geïnactiveerd door een chlooroplossing (>1000ppm), gevolgd door een overnacht incubatie. Dit wegwerpmateriaal wordt nadien in een wiva-vat verzameld. Deze vaten worden opgehaald door een gespecialiseerde firma (Van Gansewinkel) voor verbranding.

Alle gebruikte chlooroplossingen worden nadien in een afvalcontainer (witte container van 25l) verzameld in lokaal (nr C-A-034 zuren en basen) en wanneer vol, opgehaald door een gespecialiseerde firma (SGC).

De desinfecterende eigenschappen van chloor in water berusten op de oxiderende werking van de vrijkomende atomaire zuurstof en de substitutiereacties van chloor. Chlooroplossingen zijn wijdverspreide desinfectantia. Ze hebben een breed spectrum, en werken snel. Wij gebruiken disochlorine tabletten van Clinifax Verpa in een concentratie van >1000ppm.

De technische informatie over disochlorine chloortabletten kan u hier vinden.

Van chlooroplossingen is gekend dat: virussen, met inbegrip van HIV (en afgeleiden, zoals lentivirale vectoren), door een inwerking gedurende 5 minuten van een 1000 ppm bevattende chlooroplossing geïnactiveerd worden (Sattar and Sprinthorpe, 1991).

Autoclaaftape wordt gebruikt als indicator voor succes van het autoclaveringsproces. Om betrouwbaarheid te kunnen garanderen wordt de autoclaaf periodiek gecontroleerd; deze controle houdt in: dagelijkse registratie van de bereikte temperatuur tijdens het autoclaveringsproces, en elke maand wordt een cultuurtest gedaan waarbij een bacteriële cultuur wordt getest op resterende levende kolonies na autoclaveren. Behandeling met chloordesinfectans wordt uitgevoerd in het L2-lokaal waar de experimenten plaatsvinden (CK14b); ook hier worden materialen verpakt in de daartoe bestemde afvalcontainer, in autoclaafzakken of autoclaveerbare afgesloten flessen voor transport. Het autoclaverings- en sterilisatieproces wordt uitgevoerd in het L1-lokaal C123.

GEBOUW D

Beschrijving van het verzamelen en inactiveren van het biologisch afval.

De GGO’ s worden geïnactiveerd door autoclaveren.

  • Vast biologisch afval wordt in autoclaafzakken opgevangen. Deze worden, indien transport tussen labo’ s vereist is, goed afgesloten en gelabeld met inhoud, datum en naam van de gebruiker. Het autoclaveerproces bestaat uit een cyclus van 30 minuten op 121°C.
  • §  Vloeibaar biologisch afval in glazen cultuurbuizen wordt geheel geautoclaveerd. Voor andere glazen recipiënten, wordt het vloeibare afval verzameld in autoclaafflessen. De autoclaafflessen met vloeibaar afval worden aan de standaardcyclus geautoclaveerd. De gebruikte glazen recipiënten worden behandeld met een alcoholoplossing (ipasept 70 of 2-propanol 70%). Na een inactivatietijd van 1 uur, worden de glazen recipiënten grondig nagespoeld met water en afgewassen.
  • Vloeibaar biologisch afval in wegwerpmateriaal wordt in autoclaafzakken verzameld en aan standaardcyclus geautoclaveerd.

Ipasept 70 is een breed spectrum ontsmettingsmiddel, behalve voor het afdoden van sporen. Deze vormen geen risico voor de organismen van de research. De inactiverende eigenschappen van ipasept 70 omvatten de aantasting van het lipidemembraan. De celinhoud komt vrij en het organisme is onschadelijk. Ipasept 70 wordt enkel gebruikt om een minimale resterende hoeveelheid afval in recipiënten te inactiveren. De inactivatie dmv autoclaveren is het meest efficiënt en het meest milieuvriendelijk voor het afdoden van biologisch afval.

Om de efficiëntie van de autoclaafcyclus na te gaan, wordt er autoclaaftape gebruikt. Maandelijks wordt een indikator test (Sterikon plus bioindikator) gedaan om de inactivatie te kunnen garanderen. Deze indikator test is gebaseerd op een kleurtest op de groei van sporen van Geobacillus stearothermophilus. Voor de autoclaaf (Tuttnauer 3870ELD) wordt jaarlijks een onderhoud en controle voorzien (door VWR) en gelijktijdig vindt de keuring plaats (AIB Vinçotte). Deze autoclaaf voor inactivatie van het biologisch materiaal bevindt zich in het research labo biologie G10.