Economie-Recht - UHasselt

Economie-Recht

 

Economie-Recht: Algemeen

De onderzoeksgroep "Economie-Recht" onderzoekt vanuit de economische en juridische invalshoek allerlei aspecten van het milieu. Essentieel hierbij is dat zij een geïntegreerde analyse nastreeft. Dat houdt niet alleen de wederzijdse integratie in van het economische en het juridische onderzoek, maar ook de integratie met de andere wetenschappelijke disciplines binnen het CMK.
De meeste aandacht gaat uit naar de volgende thema's:

  1. Kosten-batenanalyse van fytoremediatie van bodem en (grond)water (Theo Thewys)
  2. Productie van hernieuwbare energie, o.m. op basis van biomassa (Theo Thewys)
  3. Duurzame milieu-innovatie en valorisatie (Cleantech) (Steven Van Passel)
  4. (Inter)nationaal milieurecht (Annemie Draye / Bernard Vanheusden)
  5. Ontwikkeling van brownfields (Bernard Vanheusen)
  6. Regelgeving inzake bodemgebruik (Annemie Draye / Bernard Vanheusden)

Daarmee samenhangend voorziet de onderzoeksgroep ook in allerlei vormen van dienstverlening. Het gaat hier o.m. om adviesverlening aan de overheid (inzake beleidsvraagstukken) en het bedrijfsleven (inzake concrete milieuvraagstukken), deelname in diverse internationale en nationale expertengroepen, organisatie van en participatie aan (inter)nationale congressen/studiedagen/seminaries, medewerking aan de totstandkoming van beleidsvoorbereidende documenten,…



Economie-Recht: Thema's

Fytoremediatie

Het Europese beleid inzake bodemvervuiling convergeert naar een integratie van milieu-, gezondheids-, ruimtelijke-, en economische aspecten. De financiële kosten blijken van primair belang bij het ontwerpen van een bodemsaneringsproject. In het geval van zeer grote vervuilde oppervlakten, weliswaar gekenmerkt door een matige pollutie, ligt er een opportuniteit voor de (lage kosten) fytoremediatie techniek (sanering met behulp van planten die de vervuiling verhelpen). De implementatie van fytoremediatie heeft behoefte aan een ruime economische en juridische invalshoek.

Een sleutelelement bij het doen ingang vinden, is de economische ‘leefbaarheid’ ervan voor de betrokken actoren, ondersteund door de valorisatie van de geoogste biomassa. De uitdaging ligt dus in het ontwerpen van een economisch haalbare oplossing voor de betrokkenen (bv. landbouwers) en een plan voor beleidsmakers. De onderzoeksgroep focust daarom op de combinatie van saneringsactiviteiten met de teelt van energiegewassen. Om de duur van de sanering, vaak beschouwd als een beperking van fytoremediatie, te overbruggen, trachten we fytoextractie te benaderen als een inkomengenererende activiteit. Kostenrecuperatie is namelijk een plantselectiecriterium dat bijdraagt tot de sociale aanvaarding van fytoextractie.

Hernieuwbare energie

Het opwekken van hernieuwbare energie kent verschillende vormen: windenergie, zonne-energie, waterkracht en conversie van biomassa. Dit laatste is tot nu toe het belangrijkste. Belangrijk hierbij is het onderzoek naar de kostenefficiëntie van de verschillende conversietechnologieën zoals vergisting, co-verbranding, vergassing, pyrolyse. De input van biologen en scheikundigen uit het CMK is hierbij onontbeerlijk.

Milieu-innovatie (Cleantech)

Dit omvat strategische milieuanalyse van "Clean technologies" of "Cleantech". Het concept Cleantech kan omschreven worden als een diverse selectie van producten, diensten en processen die technologieën benutten die het gebruik van onze natuurlijke hulpbronnen optimaliseren en de milieu-impact minimaliseren. De analyse van hernieuwbare energieproductie en CO2-reductie vormen een belangrijk onderdeel van de onderzoeksactiviteiten. Daarnaast wordt er bijzondere aandacht gegeven aan de analyse van duurzame innovatie en valorisatie van Cleantech.

Milieurecht

Zowel het internationaal/Europees als het nationaal/regionaal milieurecht in het algemeen vormen een belangrijk onderzoeksthema. Internationaal en Europeesrechtelijke aspecten die daarbij reeds aan bod gekomen zijn, zijn bijvoorbeeld de implementatie in België, en in het Vlaams Gewest in het bijzonder, van multilaterale leefmilieuverdragen en de omzetting van het participatieluik bij plannen en programma’s van het Verdrag van Aarhus, en de gerelateerde Europese richtlijn, in het Vlaams Gewest. Daarnaast zijn ook verschillende nationale en regionale aspecten onderzocht, zoals de subsidiemogelijkheden inzake leefmilieu.

Brownfields

Brownfields worden gedefinieerd als verlaten of onderbenutte industriële terreinen of sites waar expansie of ontwikkeling wordt bemoeilijkt door de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging. De term komt overgewaaid uit de Verenigde Staten. Intussen is brownfieldontwikkeling ook buiten de VS een hot topic geworden.

Binnen de onderzoeksgroep wordt er hier reeds lange tijd aandacht aan besteed. Brownfields hebben namelijk een actief potentieel voor hergebruik in de ruimste zin. De ontwikkeling ervan kan een antwoord bieden op de groeiende vraag naar industrieterreinen. Tegelijkertijd kan het de druk op de resterende open ruimte doen dalen. De overheid is zich bewust van de problematiek en grijpt sinds enkele jaren in. Zij botst echter op een onaangepaste wetgeving. De verlaten percelen behoren vaak tot onderscheiden eigenaars, wiens identiteit soms niet eens meer te achterhalen is. Bovendien gaat het om vervuilde of mogelijk vervuilde percelen. In veel gevallen is de omvang van de verontreiniging niet bekend en staat de verantwoordelijkheid voor de saneringskosten ter discussie. Daardoor schrikken brownfields heel wat investeerders en projectontwikkelaars af.

In het onderzoek komen aspecten als de bodemsaneringsregelgeving, de ruimtelijke ordening, de economische ontwikkeling en de financiering uitgebreid aan bod.

Regelgeving bodemgebruik

De onderzoeksgroep voert onderzoek omtrent verscheidene aspecten van bodemgebruik en hun onderlinge relatie (bodem en ruimtelijke ordening, monumenten en landschappen, erfgoed,…). Inzake monumenten en landschappen en erfgoed beschikt zij over topexpertise die berust op jarenlange academisch-wetenschappelijke en praktijkervaring.

Een studieopdracht inzake het juridisch statuut van watermolens kaderde zeer goed in dit onderzoeksdomein. Watermolens vormen immers een belangrijk historisch erfgoed langs heel wat Vlaamse waterlopen. De studieopdracht betrof in de eerste plaats de juridische studie van het (nog) bestaan van molen-, stuw- en waterrechten en van de exacte betekenis en waarde van deze rechten. Daarnaast heeft zij het volledige regelgevende kader geanalyseerd, opdat de overheid een geÔntegreerd beleid zou kunnen uitwerken.