menu

Zwangerschapsvergiftiging


LimPrOn

Zwangerschapsvergiftiging

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

MEETRESULTATEN IN PRAKTIJK

De onderzoeken van Dr. Gyselaers zijn de grondlegger geweest van drie betrouwbare meettechnieken die zelfs de mogelijkheid hebben om een onderscheid te maken tussen chronische hypertensie, zwangerschapshypertensie en pre-eclampsie op basis van afwijkingen aan het hart, slagaders en aders (zie onderstaande tabel). Hierdoor kunnen risicopatiënten betrouwbaar van A tot Z opgevolgd worden. Door een recente uitbreiding kunnen de onderzoeken niet alleen in Ziekenhuis Oost-Limburg plaats vinden, maar ook in Universiteit Hasselt. Door het openstellen van deze 2 locaties krijgen patiënten over heel Limburg (of daarbuiten) heel snel de mogelijkheid om zich te laten opmeten en opvolgen. Hieronder leest u onze aanpak.

  Afwijkingen aan het hart? Afwijkingen aan de slagaders? Afwijkingen aan de aders? Bloeddruk stijgt vóór of ná een zwangerschapsduur van 20 weken?
Chronische hypertensie Ja Soms Nee VOOR
Zwangerschapshypertensie Nee Ja Nee NA
Pre-eclampsie Ja Ja Ja NA

Screening

Bijzonder interessant is dat afwijkingen aan hart en bloedvaten reeds vroeg aanwezig zijn en gemeten kunnen worden lang voor er symptomen optreden. Dit gebeurt via een maternale echo van de bloedvaten, een hartmonitor en vochtmonitor. De resultaten van deze metingen worden gebruikt om zwangerschapshypertensies te “voorspellen” op een ogenblik dat alles blijkbaar nog prima in orde lijkt.

Onze studieresultaten tot op heden hebben aangetoond dat bij een zwangerschapsduur van 12 weken:

  • Een hoge bloeddruk diagnostisch is voor chronische hypertensie
  • Afwijkingen van hart en bloedvaten een hoge kans inhouden op het ontwikkelen van zwangerschapshypertensie en pre-eclampsie
  • Een normaal veneus stelsel (=aders) dat abnormaal wordt op 20 weken een hoge kans inhoudt op pre-eclampsie
  • Een laag hartdebiet (=parameter gemeten via impedantie cardiografie) een hoge kans inhoudt op het ontwikkelen van een groeiachterstand bij de baby

Dit betekent dat het uitvoeren van twee opeenvolgende metingen (rond 12 weken en rond 20 weken) van het hart- en bloedvatenstelsel van de zwangere vrouw een goede inschatting kan geven van de kans op het ontwikkelen van bloeddrukproblemen in een later stadium van de zwangerschap. Na de tweede meting op 20 weken worden de zwangere vrouwen ingedeeld in een “hoge risico” of “lage risico” groep. De zwangere vrouwen met verhoogd risico worden geadviseerd om zich nog minstens 1x te laten opmeten rond 30 weken. Tussentijds is opvolging aan te raden via telemonitoring.

Indien u alarmsignalen ondervindt en u bent al verderop in de zwangerschap, kan er alsnog een goede inschatting gegeven worden van uw risico via deze onderzoeken.

Opvolging via telemonitoring

De hoog-risico groep kan verder opgevolgd worden aan de hand van telemonitoring: dit is een systeem waarbij de zwangere mama met hoog risico vanaf 20 weken 3 meettoestelletjes mee naar huis krijgt: een bloeddrukmeter, een weegschaal en een stappenteller. Iedere dag wordt de bloeddruk en het gewicht thuis gemeten. De bloeddrukmeter dient uiteraard om dagelijks een idee te krijgen van de bloeddruk en wanneer deze eventueel zal stijgen. De weegschaal dient als opvolging van het gewicht. Indien de zwangere vrouw last krijgt van ‘oedeem’ (= te veel vocht vasthouden), dan weerspiegelt zich dat in een snelle gewichtsstijging op de weegschaal. Alle meetresultaten worden rechtstreeks via een applicatie op de smartphone naar het ziekenhuis doorgestuurd. Dagelijks kijken vroedvrouwen deze resultaten na en verwittigen de begeleidende arts wanneer de meetwaarden alarmerend worden. Op deze manier kan de situatie nauwgezet opgevolgd worden zonder de patiënt te belasten met vele ziekenhuisbezoeken of opnames op de afdeling.