menu

UHasselt


Nieuws

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Ideale inclusieve school zoekt evenwicht tussen noden allochtonen en sterk kwaliteitsimago    23 apr 2012

23 apr 2012

Inclusieve scholen hebben vaak een zwak imago en daardoor verliezen ze hun aantrekkingskracht bij autochtone leerlingen en ouders. Zo evolueren ze makkelijk naar concentratiescholen. Maar hoe kunnen inclusieve scholen hun aantrekkingskracht bij autochtone leerlingen behouden? Hoe kunnen ze de evolutie in de richting van een concentratieschool tegengaan? UHasselt-student Jelle Mampaey behandelde dit onderwerp in zijn doctoraat, dat hij op 19 april 2012 verdedigde. Eén van zijn conclusies? Een succesvolle inclusieve school streeft naar een evenwicht tussen ‘nieuwe’ praktijken die de noden van allochtonen tegemoet komen en ‘klassieke’ praktijken die voor kwaliteit staan in de ogen van autochtone leerlingen en ouders. Zo behoudt de school een ideale mix.

Evenwicht tussen noden autochtonen en allochtonen
Jelle Mampaey, student aan de Universiteit Hasselt, voerde voor zijn doctoraat een studie uit bij vier Vlaamse scholen met een relatief groot aantal allochtone leerlingen in ASO. Dit zijn uitzonderlijke ‘best cases’ in Vlaanderen waar allochtone leerlingen vaak in lagere richtingen geconcentreerd zijn. Hij vond een aantal interessante patronen. Zo verloor één van de scholen haar aantrekkingskracht voor autochtone leerlingen omdat ze resoluut koos voor praktijken die duidelijk anders waren dan ‘klassieke’ Vlaamse schoolpraktijken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het toelaten van de hoofddoek, lesgeven in de moedertaal van allochtone leerlingen, alternatieve evaluatiesystemen enzovoort. De scholen die autochtone leerlingen bleven aantrekken toonden een evenwicht tussen praktijken die zowel de noden van de autochtone leerlingen en die van de allochtone leerlingen tegemoet kwamen. Ze implementeerden een aantal praktijken die hun kwaliteit naar ouders toonden (bv. innovatieve didactische methodes, strikte gedragsnormen en samenwerkingen).  Daarnaast integreerden ze andere culturen en talen op een informele manier in hun dagdagelijkse activiteiten.  

Etnisch diverse school weerspiegelt maatschappij
Jelle ontdekte daarnaast ook dat inclusieve scholen die hun aantrekkingskracht voor autochtone leerlingen en ouders behouden sterk investeren in ‘impressiemanagement’. Ze bestrijden dominante stereotiepen rond etnische diversiteit en behouden daardoor het kwaliteitsimago van hun onderwijs. Ze stellen bijvoorbeeld etnische diversiteit voor als een troef omdat dit de maatschappij van de toekomst weerspiegelt. Zo bereidt de school haar leerlingen dus beter voor op die maatschappij. Jelle formuleert van daaruit ook een aanbeveling voor etnisch diverse scholen: het is belangrijk dat ze aan hun imago blijven werken. Een inclusief beleid hoeft niet noodzakelijk te leiden tot een zwak imago en de evolutie naar een concentratieschool. Het is nochtans die vrees die veel scholen ervan weerhoudt een inclusief beleid te voeren.

Aangepast aan lokale etnische mix? Meer subsidies!
Jelle geeft in zijn doctoraatsthesis ook enkele beleidsaanbevelingen mee. De spanning tussen imagobehoud en inclusie kan bijvoorbeeld verkleind worden door scholen middelen te geven in functie van hun verwezenlijking van een etnische mix. Er moet daarbij wel rekening gehouden worden met de buurt van de school. Scholen zouden dus meer subsidies krijgen als ze de etnische mix van de buurt waarin ze liggen, weerspiegelen. We moeten maatregelen vermijden die een stempel drukken op een school, zoals het huidige GOK-beleid, omdat ze feitelijke segregatie in de hand werken. Verder blijkt een mix van ondersteuning en individuele leerplannen een bijzonder doeltreffende manier om de waterval van (allochtone) leerlingen tegen te gaan. Leerlingen stromen dan per vak en niet per jaar door. Ze volgen de vakken waar ze goed in zijn één of twee jaar hoger dan vakken waarin ze zwakker zijn. Dit laat toe om talenten maximaal te ontwikkelen en zwaktes adequaat te remediëren. Zo kunnen scholen voorkomen dat leerlingen uitgesloten worden uit ASO als ze in slechts een beperkt aantal vakken een achterstand hebben.