menu

UHasselt


Nieuws

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Minder doden en zwaargewonden door flitspalen    18 okt 2012

18 okt 2012

Het gebruik van snelheids- en roodlichtcamera’s doet het aantal doden en zwaargewonde verkeersslachtoffers op gewestwegen duidelijk dalen. Die vaststelling wordt nog maar eens bevestigd door een nieuwe wetenschappelijke studie van het Instituut voor Mobiliteit (IMOB) van de UHasselt in opdracht van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits. Het is voor het eerst dat er op zo’n schaal wetenschappelijk onderzoek is gevoerd naar het effect van camera’s op de verkeersveiligheid. De resultaten van de studie ligt in de lijn met soortgelijk onderzoek in het buitenland. Minister Crevits vraagt bijkomend wetenschappelijk onderzoek naar het gedrag van de weggebruiker op kruispunten.

Onderzoek voor en na
Wat is het effect op de verkeersveiligheid van snelheids- en roodlichtcamera’s op gewestwegen? Dat was de opdracht van het Instituut voor Mobiliteit (IMOB) van de UHasselt, uitgevoerd binnen het Steunpunt Verkeersveiligheid. Het is voor het eerst dat er een studie is gemaakt op dergelijke grote schaal.

IMOB heeft die flitspalen onderzocht die door Vlaanderen tot en met 2007 op gewestwegen werden geplaatst. De keuze is zo gemaakt omdat er tot op vandaag enkel officiële gelokaliseerde ongevallengegevens beschikbaar zijn tot en met 2008. 

De studie bestaat uit een analyse van het aantal zware- (ongevallen met doden of zwaar gewonden) en het aantal letselongevallen (alle ongevallen met minstens een gewonde) voor en na de plaatsing van de snelheids- en roodlichtcamera’s. Er werd ook rekening gehouden met andere factoren die een invloed kunnen hebben op de verkeersveiligheid, zoals bijvoorbeeld de aanpassing van infrastructuur en de verlaging van de snelheid. De onderzoeksperiode loopt van 2000 tot 2008. Concreet gaat het om onderzoek van 65 plaatsen waar er snelheidscamera’s staan en 253 kruispunten met roodlicht- en snelheidscamera’s in Vlaanderen.

Snelheidscamera’s
Alle ongevallen van 500 m voor en na de locatie van de flitspaal met snelheidscamera’s werden onderzocht. De analyse van 65 snelheidscamera’s verspreid over Vlaanderen toont aan dat het aantal zware ongevallen met doden of zwaargewonden met 29 procent is gedaald. Alle weggebruikers hebben er baat bij: automobilisten, bromfietsers, motorrijders, fietsers en voetgangers. Het globale aantal ongevallen met lichamelijk letsel daalt met 8 procent.

Op plaatsen waar er ook nog andere maatregelen genomen zijn zoals de aanpassing van de infrastructuur, de verlaging van de toegelaten snelheid daalt het aantal ongevallen met doden of zwaargewonden met 23 procent en het aantal letselongevallen met 10 procent.

Roodlichtcamera’s
Hier is er onderzoek gebeurd in een straal van 50 meter van de camera’s. Er is voor het eerst een analyse gemaakt van 253 kruispunten uitgerust met roodlichtcamera’s. Deze staan aan lichtengeregelde kruispunten en registreren zowel zij die door het rood licht rijden als zij die te snel rijden. Ook hier is er een daling van het aantal ongevallen met doden en zwaar gewonden met 18 procent. Het aantal letselongevallen stijgt met 9 procent.

Op plaatsen waar er nog andere maatregelen genomen zijn, zoals de aanpassing van infrastructuur, is er een daling van 19 procent van het aantal doden en zwaargewonden en een daling van 24 procent van het aantal letselongevallen.
Het zijn vooral de fietsers die baat hebben bij de roodlichtcamera’s. De camera’s zorgen voor een daling van het aantal gewonde fietsers met 22 procent.

Door het gebruik van de roodlichtcamera’s daalt het aantal flankaanrijdingen op kruispunten. Het neveneffect is de stijging van het aantal kop-staartaanrijdingen. De gevolgen van kop-staartaanrijdingen zijn om evidente redenen minder zwaar dan de gevolgen van flankaanrijdingen.


Over het Steunpunt Verkeersveiligheid
Onderzoek in het kader van het Steunpunt Verkeersveiligheid wordt gecoördineerd door het Instituut voor Mobiliteit (IMOB – Universiteit Hasselt). Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met de Katholieke Universiteit Leuven en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO).

De missie van het Steunpunt Verkeersveiligheid bestaat erin om, in opdracht van de Vlaamse overheid, beleidsrelevant wetenschappelijk onderzoek te verrichten over verkeers(on)veiligheid in Vlaanderen.

In verhouding tot het bevolkingsaantal vallen er in Vlaanderen jaarlijks meer verkeersdoden dan gemiddeld elders in Europa. Het risico op een dodelijk verkeersongeval per persoon is in Vlaanderen zelfs dubbel zo hoog dan in de veiligste landen van Europa: Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Het is dan ook duidelijk dat Vlaanderen verder de achterstand moet wegwerken ten opzichte van de buurlanden en er bovendien moet naar streven het aantal doden en gewonden zo klein mogelijk te maken. Daarvoor moeten bijkomende maatregelen ontwikkeld, getest en vooropgesteld worden. Om de juiste maatregelen in te voeren is grondig wetenschappelijk onderzoek onontbeerlijk.