menu

UHasselt


Nieuws

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Doctoraatsstudent speurt in Ethiopië naar 's werelds meest mysterieuze nachtzwaluw    12 mrt 2015

Doctoraatsstudent speurt in Ethiopië naar 's werelds meest mysterieuze nachtzwaluw
12 mrt 2015

Expedition solala, het zou de titel kunnen zijn van een film gebaseerd op de fantasie van Jules Verne. Maar het is pure wetenschap: de zoektocht naar ‘Camprimulgus solala’, een nachtzwaluwsoort die 25 jaar geleden werd ontdekt maar sindsdien niet meer gezien is. Zowat de heilige graal van de ornithologie. UHasselt-doctoraatsstudent Ruben Evens (CMK) trok naar Nechisar National Park in Ethiopië, in de hoop als eerste wetenschapper de mysterieuze vogel te ontdekken.

In 1990 stootten enkele Britse wetenschappers in het Nechisar National Park op een doodgereden nachtzwaluw. Het enige wat overbleef, was een vleugel – even groot als die van de Europese nachtzwaluw, maar donkerder (en wat rossig) van kleur en met opvallend grote witte vlekken op de pennen. “Haast bij toeval hadden de wetenschappers dus een nieuwe soort ontdekt die vandaag in de boeken staat als de Nechisar nachtzwaluw of Camprimulgus solala (sol betekent één, ala vleugel)”, zegt Ruben Evens. “Sinds die ontdekking is er echter geen spoor meer van deze nachtzwaluwsoort teruggevonden. Zes jaar geleden zou een groepje in hetzelfde gebied eentje gespot hebben, maar hun beschrijving is zó vaag dat ik het erg onwaarschijnlijk acht.”

Hoe kom je erbij om aan die zoektocht naar de, zeg maar, ‘Bigfoot onder de vogels’ te beginnen?
Toen ik vorig jaar aan mijn doctoraatsonderzoek (over de Europese nachtzwaluw in Limburg, red.) begon, leek het ons interessant ooit op zoek te gaan naar een onbekende nachtzwaluwsoort. Ik nam contact op met BirdLife International en binnen letterlijk vijf minuten kreeg ik een mailtje. Of ik geen zin had om in Ethiopië onderzoek te doen naar de Nechisar nachtzwaluw, liefst nog dit jaar? Zo’n buitenkans kon ik niet laten liggen. Vier januari zijn we dan naar Ethiopië gevlogen.

Je bent met een heel onderzoeksteam naar Nechisar National Park getrokken…
Ik en nog zes anderen. Eddy Ulenaers van het Agentschap Natuur en Bos, Frederik Thoelen en Michiel Aerts van het Natuurhulpcentrum, UHasselt-studente Doortje Theunissen, KU Leuven-doctoraatsstudent Matthias De Beenhouwer en een Hongaarse biologe, Zsofia Gallai. Ieder met een eigen specialiteit en achtergrond, want de expeditie draaide niet louter om die nachtzwaluw. We hebben ook insecten, amfibieën en zoogdieren geobserveerd en in kaart gebracht.

Nechisar National Park is 514 vierkante kilometer groot. Hoe begin je in hemelsnaam aan die zoektocht naar de spreekwoordelijke naald in de hooiberg?
We hebben deze expeditie een jaar voorbereid. In november nog ben ik in Tring, 48 kilometer ten noordwesten van Londen, die ene vleugel gaan bestuderen. Ik heb er eveneens gesproken met de ontdekkers. We wisten ook dat één vierde van het Nationaal Park ingepalmd is door de lokale bevolking en zó gedegradeerd is dat er geen wild life meer zit. En dan is er nog ons materiaal en onze uitrusting: we zijn naar Ethiopië vertrokken met zes koffers vol radiozenders, verrekijkers, camera’s, lenzen, maatbekers, voedsel… Een deel hadden we al, een deel hebben we van sponsors gekregen.

LEEUWEN

Dan maar de belangrijkste vraag: en?
Geen Nechisar nachtzwaluw gevonden. We hebben 95 procent van nachtzwaluwen in Nechisar kunnen vangen, ringen, fotograferen en opmeten, maar er zat géén Nechisar nachtzwaluw tussen.

Ben je zeker dat je ‘m niet over het hoofd gezien hebt?
Wetenschappers kunnen zich natuurlijk vergissen, maar we zijn honderd procent zeker van onze zaak. We hebben drie vierde van het park uitgekamd. Als de Nechisar nachtzwaluw er was, dan hadden we ‘m gezien. Van alle vleugels die we hebben gemeten, kwam er geen enkele in de buurt van die ene grote vleugel uit 1990.

Beschouw je de expeditie dan als geslaagd of niet?
Absoluut. Onze expeditie toont namelijk aan dat de Nechisar nachtzwaluw ofwel uitgestorven is ofwel een trekvogel is – en dus geen vogel die uitsluitend in Nechisar voorkomt, zoals verondersteld werd. Ook verschilden de nachtzwaluwsoorten die we vingen van die in voorgaande expedities. Maar ook op andere vlakken boekten we succes. De meeste grote zoogdieren die in het park voorkomen, hebben we op camera kunnen vastleggen. Dat is cruciaal voor de bescherming van het gebied. Zo hebben we beelden kunnen maken van een leeuwin. Opmerkelijk, want volgens een rapport uit 2009 was de laatste leeuwin in het park doodgeschoten. We hebben ook bewijs voor de aanwezigheid van een mannetjesleeuw: luid gebrul én pootafdrukken.

Gaan jullie nu concrete aanbevelingen op vlak van natuurbeheer en bescherming formuleren?
Dat is de bedoeling. Het Nechisar National Park staat erg onder druk door overbegrazing, houtkap en illegale jacht. De wegen zijn ook zeer slecht onderhouden. Eigenlijk zou het beter zijn om het deel van het park dat al gedegradeerd is, terug te geven aan de lokale bevolking. Maar de rest – het grootste gedeelte – zou hermetisch afgesloten en beschermd moeten worden. De bevolking hoort dat natuurlijk niet graag, want zo verliezen ze een bron van inkomsten. In Ethiopië is eten dé prioriteit, niet natuurbehoud.

Hoe viel het contact met de lokale bevolking overigens mee?
Dat contact verliep heel vlot, met dank aan de zes scouts die ons overal begeleidden. In sommige dorpjes hadden ze nog nooit een blanke gezien, dus we waren een grote curiositeit. Een vader heeft me zijn dochter zelfs aangeboden als vrouw, voor 1,5 euro. Ik kreeg er ook vijftig koeien bovenop. Een ongemakkelijk momentje…

KALASJNIKOV

Hoe zag een gemiddelde expeditiedag er eigenlijk uit?
Gewoonlijk stonden we ’s morgens tegen zessen op en trokken naar de rivier om er insecten te vangen en vogels te ringen. We speurden dan naar nestplaatsen, plaatsten camera’s en inventariseerden zoogdieren, insecten en amfibieën. Tegen 10 uur werd het meestal bloedheet en zochten we de schaduw van ons kamp op. Daar bekeken en verwerkten we alle data, aten of rustten wat. Rond 18 uur vertrokken we richting de vlakten, om er nachtzwaluwen te onderzoeken. Om een uur of 2, 3 kropen we in bed. Dat zijn lange, intense dagen, ja. Maar op zulke expedities leef je nu eenmaal op het bioritme van de dieren.

Zijn jullie ooit in gevaar geweest?
Onze scouts, gewapend met kalasjnikovs, gingen elke dag met ons mee op pad. Die kalasjnikovs waren wel behoorlijk oud en de scouts hadden elk slechts twee kogels op zak. Honderd procent veilig voel je je dan toch niet (lacht). We hebben enkele spannende momenten beleefd, maar vaak waren we ons daar pas achteraf van bewust. Zo is een luipaard tot twee meter van ons gepasseerd. Wij waren vogels aan het kijken en hadden dat niet in de gaten, tot we de verse afdrukken zagen. En de luid brullende leeuw waarover ik het eerder had? Die bleek op minder dan één meter van onze camouflagetent geweest te zijn.

Ook frustraties en teleurstellingen gekend?
Onze reptielen-expert Michiel moest na enkele dagen weer naar België omdat hij was gebeten door een vleermuis. Het was de verstandigste optie – hij had vaccinaties nodig – maar allesbehalve leuk. En dat de Ketnet-reportage in het water viel door een misverstand, vonden we ook jammer. De parkautoriteiten dachten dat de crewleden onderzoekers waren en als je onderzoek wil doen in het park, moet je je registreren. Ik heb u-ren-lang proberen duidelijk te maken dat de Ketnet-crew niet aan onderzoek kwam doen. Tevergeefs. Opmerkelijk genoeg was de cameraman drie dagen eerder wél binnengeraakt.

Zo’n expeditie lijkt me ook behoorlijk back to basics. Was dat moeilijk?
Wel, de dames uit het team waren erg teleurgesteld door de hot springs. Ze hadden zich daarbij toch iets lichtjes anders voorgesteld dan een betonnen bak waardoor een centimeter stinkend water stroomde…

Maar elke dag douchen bijvoorbeeld…
Neen, dat was er niet bij. En die voedselzakjes word je na verloop van tijd ook beu. Eén keer hebben we trouwens een geit gekocht en bereid. Ik heb ondervonden dat je van twee dagen geit eten erg ziek kan worden. Ach, alles voor de wetenschap.

WEG VAN DE WERELD

Je schreef al je masterthesis over de nachtzwaluw, nu is er dus je doctoraatsonderzoek en deze vrijwillige expeditie… Waar komt die fascinatie voor nachtzwaluwen eigenlijk vandaan?
Vanaf mijn twaalfde staat mijn leven in het teken van deze vogels. Nachtzwaluwen zie je bijna nooit, ze zijn nogal schuw. Waar slapen ze? Waar broeden ze? Je moet echt op zoek... Ook als het gaat om beheermaatregelen zijn de nachtzwaluwen trouwens ondervertegenwoordigd. Er is op dat vlak nog wel wat werk te verrichten. Al die aspecten spreken me enorm aan.

Maar kom jij uit een familie van ornithologen?
Neen hoor. Toen ik klein was, ging ik zondags wel eens met mijn ouders wandelen. Zo herinner ik me nog dat ik een pluim van een Vlaamse gaai vond, ik heb ‘m bijgehouden. En hoe gaat dat dan? Je leest vogelboeken, komt de verkeerde vrienden tegen en, hup, je bent vertrokken (lacht).

Intussen ben je weer een tijdje in België. Hoe viel die sprong van de natuur naar de campus mee?
De expeditie was een life changing experience: we waren constant bezig met de natuur en ons onderzoek, ver weg van Facebook en andere sociale media. Zo afstand kunnen nemen, was fantastisch. En het is een cliché, maar door al die contacten met de lokale bevolking besef je hoe goed wij het wel hebben. Dat zijn toch heel wat goede dingen om mee naar huis te nemen. En hier ligt er genoeg werk op de plank, zoals mijn doctoraat en veldonderzoek in Limburg. Bovendien gaan we met de Ethiopische autoriteiten verder praten over hoe we Nechisar National Park kunnen redden.

Ga je nog terug?
Ik zou ooit in het broedseizoen willen terugkeren naar Nechisar National Park. De bedoeling is dan om nóg intenser te gaan zoeken en het mysterie van de Nechisar nachtzwaluw te ontrafelen.