menu

UHasselt


Nieuws

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Helft van de kinderen is bang in het verkeer     9 mrt 2015

Helft van de kinderen is bang in het verkeer
9 mrt 2015

Tachtig procent van de kinderen tussen 6 en 14 jaar vindt het verkeer gevaarlijk, bijna de helft is “bang tot zeer bang” in het verkeer. Zestien procent van de kinderen vindt dan weer dat hun ouders regelmatig te snel rijden. Dit – en meer – blijkt uit een enquête van het Instituut voor Mobiliteit (IMOB) van de UHasselt in samenwerking met vtm. “De ongevallenstatistieken geven een bepaald beeld over de objectieve risico's, maar in deze enquête lieten we jonge kinderen en hun ouders zélf aan het woord over hoe zij het verkeer ervaren”, zegt prof. dr. Tom Brijs (IMOB/UHasselt).

UHasselt-onderzoeksinstituut IMOB en vtm namen tussen november 2014 en januari 2015 een online enquête af bij 5.510 kinderen en 13.482 ouders. Vragen peilden onder meer naar de manier waarop kinderen zich verplaatsen en gedragen in het verkeer, naar hoe zij het verkeer ervaren en hoe ze vinden dat hun ouders zich gedragen in het verkeer (en vice versa). Ook de mate waarin thuis en op school over verkeersveiligheid wordt gesproken, kwam aan bod. De belangrijkste resultaten op een rij:

1. Kinderen gaan vooral met de auto (en fiets) naar school

Uit het onderzoek blijkt dat kinderen vooral met de fiets en de auto naar school gaan –slechts in mindere mate te voet en nauwelijks (80% nooit) met het openbaar vervoer. “Opvallend: wanneer kinderen met de fiets of te voet naar school gaan, worden ze slechts in de helft van de gevallen begeleid door hun ouders”, zegt prof. dr. Tom Brijs (IMOB/UHasselt).

In de enquête geven ruim 8 op 10 ouders aan, hun kind regelmatig met de auto naar school te brengen. “In een kwart van de gevallen doen ze dat omdat ze hun kind nog te jong vinden om naar school te laten wandelen of fietsen. 17% van de ouders vindt het verkeer dan weer te gevaarlijk, maar ook de afstand (20%) en het weer (28%) worden naar voren geschoven als redenen.”

2. 80% van de kinderen en ouders vindt het verkeer gevaarlijk

80% van de kinderen geeft aan het verkeer “gevaarlijk” te vinden. Bijna 1 op 4 kinderen (21%) zegt zich zelfs “meestal of altijd” onveilig te voelen. Vooral de snelheid (82%) en drukte (77%) van het verkeer vormen volgens de kinderen een probleem. Bijna de helft van de kinderen (46%) zegt “bang tot heel bang” te zijn om gewond te raken. Meisjes (49%) zijn ‘banger’ dan jongens (42%).

“Jonge kinderen hebben dus een vrij somber beeld over de veiligheid van het verkeer, hoewel ze toch vaak onbezorgd zijn en minder gemakkelijk gevaren correct kunnen inschatten”, zegt professor Brijs.

Ook een fikse meerderheid van de ouders (83%) vindt het verkeer gevaarlijk voor jonge kinderen. Prof. dr. Tom Brijs: “Uit het onderzoek bleek bovendien dat 75% van de ouders vindt dat hun kind de verkeersregels goed kent. Maar kinderen schatten hun kennis op dat vlak wel hoger in: 85% zegt de regels goed onder de knie te hebben.” Een op twee ouders vindt dat hun kind vaak te snel afgeleid is in het verkeer, 2 op 3 ouders menen dat hun kind de gevaren in het verkeer niet goed kan inschatten. “Die cijfers verklaren dus de grote ongerustheid van ouders.”

3. Hoe ouder, hoe minder vaak kinderen de fietshelm dragen

Een overgrote meerderheid van de kinderen gespt de veiligheidsgordel om in de auto (91% “altijd”), 94% gebruikt “meestal” het zebrapad om over te steken en 97% zet het licht op wanneer ze fietsen in het donker. “Het gebruik van de fietshelm (61% meestal tot altijd) en een fluovestje (70% meestal tot altijd) ligt dan weer een stuk lager”, aldus professor Tom Brijs.

72% van de kinderen geeft aan zich veiliger te voelen met een fietshelm, maar het dragen ervan neemt sterk af met de leeftijd. “Bij de 5- tot 9-jarigen draagt 76% meestal tot altijd de fietshelm, terwijl dit bij de 10- tot 14-jarigen nog maar 54% is. Kinderen geven daarbij ook aan dat hun ouders het dragen van de helm en fluovestje minder belangrijk vinden naargelang ze ouder worden.”

4. Vooral mama en juf/meester geven ‘verkeersopvoeding’

98% van de ouders zegt hun kind te leren hoe het zich moet gedragen in het verkeer. Binnen 91% van de gezinnen wordt er minstens af en toe over verkeersveiligheid gesproken. “Opvallend genoeg is het vooral de mama (39%) en de juf/meester (41%) van wie kinderen ‘verkeersopvoeding’ krijgen. De papa wordt in dat verband slechts in 17% van de gevallen aangeduid als belangrijkste persoon”, aldus professor Brijs.

Zowel ouders (79%) als kinderen (69%) vinden dat er op school nóg meer aandacht mag zijn voor verkeersveiligheid. “Zes op tien kinderen vinden overigens dat de politie gerust wat strenger mag optreden in het verkeer, al neemt de steun voor striktere handhaving af met de leeftijd.”

5. Ouders geven niet altijd het goede voorbeeld

Kinderen vinden dat hun ouders doorgaans het goede voorbeeld geven als het om verkeersveiligheid gaat, onder meer door zelf de gordel te dragen en zich aan de regels te houden, zo leren de resultaten. Er zijn echter twee uitzonderingen: 16% van de kinderen vindt dat mama en papa regelmatig te snel rijden. De helft zegt dat ouders “minstens af en toe” bellen achter het stuur. “Aan de andere kant geeft 38% van de ouders in de enquête toe dat ze inderdaad (soms) zitten te telefoneren of sms-en in de auto. 52% zegt af en toe te snel te rijden wanneer hun kind in de auto zit.”

De overgrote meerderheid (96%) van de ouders stipt aan “nooit” door het rode licht te rijden wanneer hun kind in de wagen zit, 5% zegt “af en toe” te rijden onder invloed in het bijzijn van de kinderen. En 16% zet zélf de fietshelm op wanneer ze met hun kind meefietsen.

“Deze resultaten geven aan dat ouders niet altijd het goede voorbeeld geven. Bellen achter het stuur, te snel rijden, rijden onder invloed… Dat is niet alleen gevaarlijk voor bestuurder en passagier, de kans bestaat bovendien dat kinderen dit slechte gedrag later gaan kopiëren”, zegt professor Brijs.

Zeppe & Zikki
De online enquête maakt deel uit van de campagne van vtm rond verkeersveiligheid – met de figuurtjes Zeppe en Zikki, de zebra en schildpad van vtm KZoom. “Het belang van zo’n onderzoek en campagne valt niet te onderschatten: jonge kinderen zijn immers een kwetsbare groep in het verkeer. Dat is er de afgelopen jaren ook steeds drukker en complexer op geworden, wat de deelname van jonge kinderen aan het verkeer er niet makkelijker op gemaakt heeft”, aldus prof. dr. Tom Brijs.