menu

UHasselt


Nieuws

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

UHasselt-onderzoek: “Vrouwenquota in raden van bestuur werken”    5 feb 2015

UHasselt-onderzoek: “Vrouwenquota in raden van bestuur werken”
5 feb 2015

Een grote meerderheid van de bestuurders van Belgische beursgenoteerde bedrijven is principieel gekant tegen vrouwenquota. Tegelijkertijd erkennen de bestuursleden echter dat die quota ook positieve gevolgen kunnen hebben. Dat blijkt uit onderzoek van dr. Hannelore Roos, verbonden aan SEIN (de onderzoeksgroep rond diversiteit van de UHasselt) en aan het Steunpunt Gelijkekansenbeleid. De resultaten van de studie worden vandaag (donderdag 5 februari) bekendgemaakt op een internationaal congres over gelijke kansen in Antwerpen.

Volgens een wet uit 2011 moeten de raden van bestuur van Belgische beursgenoteerde bedrijven tegen 2017 of 2019 minstens één derde (en hoogstens twee derde) vrouwen tellen. Hannelore Roos (faculteit Bedrijfseconomische wetenschappen) wilde nagaan of en hoe die bedrijven nu werk maken van de maatregel. “Ik nam diepte-interviews af van in totaal 40 CEO’s, voorzitters van raden van bestuur, uitvoerende en onafhankelijke leden van raden van bestuur, twintig mannen en twintig vrouwen”, zegt dr. Roos.

Uit die bevraging blijkt om te beginnen dat een grote meerderheid van de ondervraagden zich kant tegen vrouwenquota. “Uit principe. Ze vinden het geen taak van een overheid om zo’n maatregel op te leggen. Driekwart van de bedrijven die ze vertegenwoordigen – 28 in totaal – haalt de quota in de huidige overgangsperiode overigens niet.”
 
Tóch laten de bestuursleden zich niet enkel negatief uit over de gevolgen van de wet. Zo wijzen de ondervraagden erop dat vrouwenquota voor vers bloed in de raden van bestuur zorgen. “Je merkt dat bedrijven niet langer gaan vissen in oude vijvers, maar dat ze ook in andere sectoren, zoals de academische wereld, op zoek gaan naar geschikte vrouwen.” Bedrijven zouden door de quota ook gevoeliger zijn voor de verspilling van vrouwelijk talent. Hannelore Roos: “Op enkele uitzonderingen na, hebben bedrijven méér aandacht voor wat ze moeten doen om te verhinderen dat vrouwen met talent de deur achter zich dichttrekken. Sommige bedrijven gaan nóg een stapje verder: ze monitoren  het aandeel vrouwen op de verschillende niveaus, gaan na waarom vrouwen geen promotie maken en welke steun vrouwen nodig hebben om door te stromen naar de top.”

Geen excuustruus
De UHasselt-onderzoekster vroeg de vrouwelijke bestuursleden ook naar hun eigen ervaringen en indrukken. “De vrouwen die ik gesproken heb, zeggen dat ze inbreng hebben en dat hun competenties erkend worden. Ze voelen zich geen excuustruzen”, aldus dr. Roos. Gesprekken met andere ondervraagde leden van de raden van bestuur bevestigen dat, aldus de studie. “Een meerderheid zegt niet minder belang te hechten aan kwaliteit dan vóór de invoering van de wet op vrouwenquota. De competenties van de kandidaat blijven voorop staan.”

Tot slot ontkracht het onderzoek ook een veel aangehaald argument tegen de invoering van vrouwenquota: door de quota zou een kleine groep vrouwen overbevraagd worden. “Uit mijn interviews bleek dat vrouwen niet méér mandaten cumuleren dan hun mannelijke collega’s in de raad van bestuur”, aldus Hannelore Roos.