menu

UHasselt


Nieuws

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

“Werknemers met beperking botsen tegen ideaal van hyperproductieve werknemer”    5 okt 2016

“Werknemers met beperking botsen tegen ideaal van hyperproductieve werknemer”
5 okt 2016

Werknemers met een beperking worden subtiel maar structureel achtergesteld op de werkvloer. “Organisaties stellen hun beleid en processen af op de ideale, hyperperformante werknemer. Daardoor krijg je ongelijke kansen, zij het in verschillende maten en op verschillende manieren”, zegt Eline Jammaers. Zij doctoreerde onlangs aan de UHasselt op het onderwerp. Het is de eerste keer dat die achterstelling op de werkvloer wordt onderzocht.

De tewerkstelling van mensen met een beperking heeft de laatste jaren grote sprongen voorwaarts gemaakt – onder meer dankzij antidiscriminatiewetgeving. “Tóch zie je op de arbeidsmarkt in Vlaanderen nog geen gelijkheid tussen mensen met en zonder beperking”, zegt Eline Jammaers. Voor haar doctoraatsonderzoek bekeek zij hoe de achterstelling op de werkvloer van deze specifieke groep tot stand komt.

De UHasselt-doctoranda nam diepte-interviews af met in totaal 65 werknemers met een beperking, vakbondsafgevaardigden, personeelsmanagers en lijnmanagers binnen verschillende (publieke, semipublieke en private) organisaties die een proactief beleid voeren rond handicap.

Minder capabel, flexibel, rendabel
Uit dat onderzoek blijkt dat zelfs binnen zulke organisaties werkkrachten met een beperking vaak beschouwd worden als minder capabel, minder flexibel en minder rendabel. Eline Jammaers: “Je merkt dat organisaties hun beleid en processen – ondanks hun inspanningen op het vlak van inclusie – afstemmen op de ideale, hyperperformante werknemer.” De kenmerken die aan mensen met een handicap worden toegeschreven, staan echter haaks op die van de ideale werknemer die wél capabel, flexibel en rendabel is. “Daardoor worden ze subtiel, maar structureel achtergesteld.”

Omdat de ideale werknemer er in elke organisatie wel anders uitziet, gebeurt die achterstelling in verschillende maten en op verschillende manieren. “Zo merkten we dat in één van de bedrijven een werknemer die regelmatig van functie wisselde en veel overuren maakte, als ideaal werd gezien. Zo’n ideaal gaat natuurlijk uit van een gezond lichaam en gezonde geest en houdt geen rekening met structurele barrières. Het is onhaalbaar voor personen met een beperking die, bijvoorbeeld, vaak met vermoeidheid kampen of die volledig afhankelijk zijn van de strikte tijdsschema’s van het openbaar vervoer”, aldus de UHasselt-onderzoekster.

Desondanks slagen werknemers met een beperking er – soms – in om die achterstellingsmechanismen te doorbreken. “Ze zijn geen passieve slachtoffers, maar gaan er op creatieve wijze mee om. De meeste werknemers met een handicap weten ook een positieve, professionele identiteit voor zichzelf op te bouwen én uit te stralen: door naar hun successen te verwijzen, hun unieke competenties en bijdrage te benadrukken of door de maatschappij en organisatie op hun verantwoordelijkheid te wijzen.”

Inclusie bevorderen
Volgens de UHasselt-doctoranda zouden organisaties hun beleid méér moeten richten op het bevorderen van inclusie. “Men zou de norm van de ideale werknemer zodanig moeten verruimen dat een bredere waaier van competenties gewaardeerd wordt”, zegt ze. “Dat doe je door structuren en processen aan te passen aan de menselijke diversiteit in het algemeen, naast individuele aanpassingen.” Concreet verwijst Eline Jammaers dan onder andere naar het introduceren van ‘inclusie’ als criterium in de evaluatie van managers. Of: jobs inrichten vanuit de vaardigheden van het individu. “Alleen zo kun je de tewerkstellingskansen van mensen met een beperking verhogen en kwalitatief verbeteren”, aldus de onderzoekster.