menu

UHasselt


Nieuws

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Slechts 1 op 4 vroedvrouwen op de hoogte van WHO-richtlijn griepvaccinatie zwangere vrouwen    29 mrt 2017

Slechts 1 op 4 vroedvrouwen op de hoogte van WHO-richtlijn griepvaccinatie zwangere vrouwen
29 mrt 2017

Slechts 1 op 4 vroedvrouwen is op de hoogte van de WHO-aanbeveling aan zwangere vrouwen om zich preventief te laten vaccineren tegen griep. Dat – en meer – blijkt uit een studie bij 370 Belgische vroedvrouwen, uitgevoerd door de UHasselt en de Vlaamse Beroepsorganisatie van Vroedvrouwen (VBOV).

De griep treft elke winter 1 op 10 mensen. Vooral voor ouderen, mensen met chronische aandoeningen en zwangere vrouwen kan die seizoensgriep ernstige gevolgen hebben. “Preventieve vaccinatie is het beste antwoord, maar ligt moeilijk – zeker bij deze laatste risicogroep. Nochtans blijkt uit onderzoek dat er bij kinderen van niet-gevaccineerde moeders een hogere kans is op vroeggeboorte, te laag geboortegewicht, aangeboren afwijkingen en zelfs doodgeboorte”, zegt prof. dr. Dominique Vandijck (onderzoeksgroep Patiëntveiligheid, Gezondheidseconomie & Zorginnovatie). De UHasselt-professor coördineerde de enquête.

Het griepvaccin op zich houdt bovendien geen schadelijke gevolgen of risico’s in voor moeder en kind, aldus wetenschappers wereldwijd. “De Wereldgezondheidsorganisatie raadt zwangere vrouwen dan ook aan om zich preventief te laten inenten tegen griep. Desondanks blijft de vaccinatiegraad in deze groep eerder laag. Voor België ligt die op 42,8%”, aldus professor Vandijck. Zwangere vrouwen blijken doorgaans bezorgd over de veiligheid van het vaccin of twijfelen aan de effectiviteit ervan. Ook geven studies aan dat het merendeel niet op de hoogte is van de risico’s van niet-vaccinatie.

Risico’s niet-vaccinatie
Eerder onderzoek wees uit dat de sleutel voor het verhogen van de vaccinatiegraad bij zwangere vrouwen ligt bij de zorgverleners. Om de toestand in ons land in kaart te brengen, lanceerden de UHasselt en VBOV een enquête bij 610 vroedvrouwen – van wie er uiteindelijk 370 de vragenlijst invulden. Inge Tency (VBOV): "Gezondheidsvoorlichting geven, is een belangrijke taak van vroedvrouwen. Zij komen steeds vaker rechtstreeks in contact met zwangere vrouwen. Zij vormen dus de aangewezen personen om hen en hun partner correct te informeren over het belang van griepvaccinatie.”

Uit de studie bleek om te beginnen dat slechts een vierde (28,5%) van de respondenten op de hoogte is van de WHO-aanbeveling aan zwangere vrouwen om zich in te enten tegen de seizoensgriep (en dat tijdens alle trimesters van de zwangerschap). 78,5% is zich bewust van het feit dat mogelijke complicaties verbonden aan vaccinatie minder ernstig zijn dan de complicaties na een griepinfectie tijdens de zwangerschap.

Twee op drie deelnemers (66,6%) zeiden in de enquête te weten dat zwangere vrouwen, in vergelijking met andere vrouwen, een verhoogde kans hebben op hospitalisatie als gevolg van een griepinfectie. Een vijfde van de ondervraagde vroedvrouwen is niet op de hoogte van het feit dat een griepinfectie leidt tot een groter risico op vroeggeboorte, laag geboortegewicht, miskraam of neonataal overlijden.

63,6% weet dat een baby van een niet-gevaccineerde moeder minder goed beschermd is in zijn/haar eerste levensmaanden dan een baby van een vrouw die wél een inenting kreeg tijdens de zwangerschap. Tot slot weet 7,1% dat het griepvaccin gedeeltelijk wordt terugbetaald.

Professor Vandijck: “De 370 respondenten behaalden op de kennisvragen een gemiddeld resultaat van 53,4%. Ook bleek dat vroedvrouwen met meer werkervaring beter scoorden dan hun jongere collega’s.”

Veiligheid en doeltreffendheid
De vragenlijst peilde niet alleen naar kennis, maar ook naar attitude en praktijkvoering. Zo gaf 17,4% van de deelnemende vroedvrouwen aan géén voorstander te zijn van griepvaccinatie bij een selectie zwangere vrouwen – 27,2% was dat wél. Meer dan de helft (56,8%) is géén voorstander van vaccinatie in alle trimesters van de zwangerschap.

Slechts één op vijf (19,6%) vroedvrouwen laat zich jaarlijks zélf vaccineren. Maar liefst 76,4% van deze groep is ook voorstander van vaccinatie tijdens de zwangerschap. Gevraagd of vroedvrouwen het belang van griepvaccinatie zélf ter sprake brengen tijdens een raadpleging, antwoordt 22% dat “nooit” te doen, 59,9% “enkel wanneer ernaar gevraagd wordt” en 17,1% “systematisch, met elke zwangere vrouw”.

Bijna de helft van de ondervraagde vroedvrouwen geeft aan “op regelmatige basis” vragen te krijgen van zwangere vrouwen over griepvaccinatie. Vragen over veiligheid, doeltreffendheid en het aangewezen tijdstip voor toediening komen het vaakst voor. Vragen rond kostprijs passeren het minst de revue.

De WHO-aanbevelingen vormen voor 22,6% de leidraad voor het informeren van zwangere vrouwen. Meer dan een kwart (27,2%) geeft aan zichzelf niet te informeren over het onderwerp, de rest baseert zich op eigen kennis.

Op de vraag of respondenten de griepvaccinatie aanraden tijdens hun praktijkvoering geeft 39% aan dat te doen bij alle zwangere vrouwen “vanaf het tweede trimester van de zwangerschap”. 20,7% doet het ongeacht de fase van de zwangerschap, 8,5% geeft het advies om zich “niet te laten vaccineren”.

Opleiding
De resultaten tonen volgens de onderzoekers aan dat de kennis rond preventieve vaccinatie tegen griep opgekrikt moet worden – en niet alleen bij zwangere vrouwen zelf, zeker ook bij de prenatale zorgverleners. “Dat kan, bijvoorbeeld, door dergelijke thema’s structureel op te nemen in het curriculum van de opleiding vroedkunde en in de permanente bijscholing”, zo besluit prof. dr. Dominique Vandijck.