menu

Onderzoek


Onderzoek UHasselt

Onderzoek

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

COMMISSIE WETENSCHAPPELIJKE INTEGRITEIT

De UHasselt onderschrijft de Ethische Code voor Wetenschappelijk Onderzoek in België en het Europese Handvest voor Onderzoekers. Beide gedragscodes hechten grote waarde aan de integriteit van wetenschappelijk onderzoek.
De Ethische Code van het Wetenschappelijk Onderzoek in België geldt als basis en als referentie voor het beoordelen van meldingen. De Code gaat uit van onderstaande principes, die in de Code verder worden uitgediept:

Zorgvuldigheid en voorzichtigheid:
1. zorgvuldigheid: wetenschapsbeoefenaars handelen zorgvuldig als zij de algemeen erkende regels van hun discipline nauwgezet toepassen;
2. voorzichtigheid: het handelen van onderzoekers is voorzichtig als het gebeurt met vooruitziendheid en wordt geleid door het verlangen schade aan anderen te voorkomen.
Betrouwbaarheid en controleerbaarheid:
1. betrouwbaarheid: onderzoekers zijn betrouwbaar als zij zodanig te werk gaan dat derden erop kunnen vertrouwen dat zij volgens de regels van hun vak tewerk gaan, zowel in het wetenschappelijke werk zelf als in het rapporteren ervan;
2. verifieerbaarheid: het werk van onderzoekers is verifieerbaar als zij ervoor zorgen dat hun collega’s het volledige verloop van hun onderzoek kunnen nagaan en desgevallend overdoen.
Onafhankelijkheid en onpartijdigheid:
1. onafhankelijkheid: in hun wetenschappelijke werk laten onderzoekers zich leiden door regels van wetenschappelijke aard, die de voorwaarde van hun onafhankelijkheid zijn;
2. onpartijdigheid: onderzoekers zijn onpartijdig als zij zich bij het uitvoeren van onderzoek niet laten beïnvloeden door hun persoonlijke voorkeur, sympathie, belang of vooringenomenheid.

Bevoegdheden
De procedure is van toepassing op inbreuken die ontstaan zijn of gepleegd werden door onderzoekers tijdens de periode dat ze verbonden waren of zijn aan de UHasselt of aan een academische opleiding van een partnerhogeschool.
De opdrachten voor de commissie wetenschappelijke integriteit kunnen als volgt omschreven worden:

  • het onderzoeken van meldingen van problemen en het formuleren van adviezen inzake te ondernemen acties;
  • het desgevallend voorstellen van aanpassingen aan de procedures indien nodig;
  • het bestuderen van vragen m.b.t. wetenschappelijke integriteit, op eigen initiatief of op vraag van de Onderzoeksraad, het CvD, de RvB of de RvB van de Associatie;
  • het voorstellen van opleidingen en bewustwordingsinitiatieven i.v.m. wetenschappelijke integriteit (bijvoorbeeld seminaries, opleiding, eventueel onderzoek over de integriteitsproblematiek).

Volgende aangelegenheden vallen buiten de context van Wetenschappelijke Integriteit:

  • vragen m.b.t. de ethiek van de wetenschap, die bijvoorbeeld aan bod komen in de verschillende ethische commissies en/of veiligheidscommissies:
    1. Sociaal-Maatschappelijke ethische commissie;
    2. Commissie voor Medische ethiek;
    3. Ethische Commissie Dierproeven;
    4. Bioveiligheidscommissie;
    5. Commissie Informatieveiligheidsbeleid.
  • vragen in verband met vermogensrechtelijke aspecten van wetenschappelijke vindingen en het gebruik ervan, zoals problemen in verband met octrooien en belangenconflicten in spin off-dossiers. Daarvoor bestaat er een afzonderlijk reglement en/of is er een procedure via de Tech Transfer Office;
  • problemen tussen student en lesgever, ook in het kader van de masterthesis (dergelijke problemen horen tot het domein van de ombuds- en de examencommissie);
  • problemen tussen de doctorandus en de promotor van doctoraatsonderzoek en die verband houden met de taak van de promotor als begeleider (dergelijke problemen moeten onderzocht worden in het kader van het doctoraatsreglement en kunnen gemeld worden bij de ombudspersoon voor doctorandi).

Contact
Voorzitter Commissie Wetenschappelijke Integriteit: Geert Molenberghs (geert.molenberghs@uhasselt.be)
Secretaris Commissie Wetenschappelijke Integriteit: Ann Peters (ann.peters@uhasselt.be)