menu

CORe - Centrum voor Overheid en Recht


Actueel

CORe - Centrum voor Overheid en Recht

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Mogen politici u zomaar blokkeren op Twitter?    2 aug 2017

Mogen politici u zomaar blokkeren op Twitter?
2 aug 2017

De afstand tussen burger en politicus was dankzij Twitter nooit zo kort. De apenstaart '@' opent de weg naar rechtstreekse discussies met ministers en burgemeesters. Soms hebben politici genoeg van die vervelende luizen in de pels en blokkeren ze Twitteraccounts. Mag dat wel? De Morgen zocht het uit en kwam daarvoor ook aankloppen bij Stef Keunen, assistent bestuursrecht aan onze faculteit.

De Amerikaanse president Trump heeft al regelmatig laten verstaan dat zijn Twitter-account betrouwbaarder is dan gelijk welk traditioneel medium. Hij durft tegelijkertijd mensen met wie hij het niet eens is te blokkeren.

Een aantal Amerikaanse twitteraars zien in dat blokkeren een schending van het Eerste Amendement, dat onder andere de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid beschermt. “Dat een Amerikaanse president burgers blokkeert op Twitter is een gevaar voor de democratie, onze vrijheid en de toekomst”, klinkt het bij Eugene Gu, die Trump voor de rechter daagt.

Officieel communicatiekanaal
Uit een kleine rondvraag van Matthias Dobbelaere (De Juristen) op Twitter blijkt dat ook hier bestuurders het blokkeerknopje weten te vinden. “Zo passeerden Theo Francken, Siegfried Bracke, Peter Mertens, Ivo Belet, Anke Vandermeersch, Hendrik Vuye, Veli Yüksel, Renaat Landuyt, Vincent Van Quickenborne, Pol Van Den Driessche, Sven Gatz, Geert Bourgeois, Liesbeth Homans en Wouter Beke passeerden meermaals de revue”, schrijft hij in een opiniestuk.

Dobbelaere beweert dat dit volgens Belgische en Vlaamse regelgeving niet zomaar kan. “Politici gebruiken Twitter steeds vaker als een officieel communicatiekanaal, waar ze in dialoog gaan met burgers en instanties. Wanneer iemand niet meer in staat is hiervan kennis te nemen, ontneemt men aan die persoon het recht op een actieve openbaarheid van bestuur.”

“Onzin”, zegt professor bestuursrecht Frankie Schram (KU Leuven), “Het is niet omdat politici communicatie van de overheid doorgeven, dat ze daarom in naam van de overheid tweeten.” Hij wijst erop dat de accounts van de politici niet in naam van de overheid, maar ten persoonlijke titel zijn opgestart.

“Je moet je in de eerste plaats de vraag stellen waarom een bepaald Twitter-account is aangemaakt", gaat Stef Keunen (UHasselt), die zich verdiept in bestuursrecht, verder, “Het gaat hier om een politiek doel, niet om te communiceren over overheidsbeslissingen.”

Duidelijk contract
Maar dat doen politici toch? “Alleen communiceren politici en bij uitbreiding ministers vooral graag over welke overwinningen zij hebben binnengehaald.” Keunen vergelijkt een tweet van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken met een e-mail die hij naar NV-A-leden stuurt. “Hij zal in die mail en de tweet vooral hameren op wat de partij wil communiceren, wat voor hem belangrijk is.” Daar schendt hij met andere woorden de wetgeving rond openbaarheid van bestuur niet mee.

Het zou helemaal anders zijn, mocht het Twitteraccount van de Vlaamse regering mensen blokkeren. “Op dat moment is het doel wel heel duidelijk, namelijk burgers informeren over besluiten”, zegt Keunen.

Tot slot is er nog een heel technische reden die twitteraars met publieke functies vrijstelt van de wetgeving op openbaar bestuur. “De wetgeving bepaalt dat er altijd een relatie moet zijn met de overheid”, stelt Schram, “Het moet om digitale informatie gaan die duidelijk van de overheid uitgaat en op officiële servers staat.” Schram geeft het voorbeeld van de servers van Siemens waar alle informatie van de Vlaamse overheid opstaat. “Daar is een duidelijk contract.” Bij een twitterende burgemeester is dat veel minder duidelijk.

Of we dan moeten nadenken over nieuwe, digitale communicatieregels? Schram en Keunen pleiten voor gezond verstand. “Hoe meer regeltjes, hoe meer je fundamentele rechten ondergraaft, dus laat het ons op een interessante denkoefening houden.”