menu

Faculteit Rechten


Onderzoek

Faculteit Rechten

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

OVERZICHT LOPEND DOCTORAATSONDERZOEK CENTRUM VOOR OVERHEID EN RECHT (CORE)

Elisabeth Aerts
'Eenzijdige wijziging van arbeidsovereenkomsten in de publieke sector: de moeilijke wisselwerking tussen bestuursrecht en arbeidsrecht'

De overheid werft tegenwoordig, ondanks het principe van de statutaire tewerkstelling, een aanzienlijk aantal personeelsleden aan op basis van een arbeidsovereenkomst. De verhouding tussen het bestuursrecht en het arbeidsrecht in de publieke sector roept bijgevolg steeds meer vragen op. De vraag die centraal staat in dit doctoraatsonderzoek is die naar de mogelijkheid van de eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden van contractueel overheidspersoneel. Te dien einde wordt de impact van het beginsel van de veranderlijkheid van de openbare dienst en het ius variandi van het arbeidsrecht onderzocht, zowel op de individuele als op de collectieve verhoudingen tussen de overheid en haar contractueel en statutair personeel. Een belangrijk onderdeel van het onderzoek betreft bovendien een rechtsvergelijkende studie met Denemarken en Frankrijk, in het bijzonder om na te gaan hoe deze landen omgaan met het moeilijke evenwicht tussen enerzijds de rol die collectieve onderhandelingen spelen en anderzijds de mogelijkheid om eenzijdig de arbeidsvoorwaarden van contractueel overheidspersoneel te wijzigen.

Promotor: prof. dr. Alexander De Becker, Universiteit Hasselt
Copromotor: prof. dr. Ria Janvier, Universiteit Antwerpen
Startdatum: 16 januari 2014


Niels Appermont
'Eigendomsrecht op de grens: een juridisch kader voor de mogelijkheden en gevolgen van eigendomssplitsing in België'

Hoewel er in de praktijk vaak een nood bestaat om de controle over goederen te scheiden van de economische gerechtigdheid op de goederen en hun voortbrengsels, kan het Belgische recht maar moeilijk omgaan met een dergelijke “opsplitsing van eigendom”. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Angelsaksische landen waar men via de trust relatief eenvoudig kan voorzien in een opsplitsing van controle en economische gerechtigdheid kan men dit in ons land enkel bewerkstelligen via een aantal uiteenlopende rechtsfiguren, zoals de burgerlijke maatschap, de private stichting of door het certificeren van effecten. Afhankelijk van de manier waarop ze worden aangewend worden deze rechtsfiguren dan ook “trust-achtige figuren” genoemd. Echter, naast een groot aantal burgerrechtelijke onduidelijkheden blijkt ook de fiscale behandeling van dergelijke rechtsfiguren vaak erg problematisch. Dit onderzoek tracht dan ook klaarheid te scheppen op burgerrechtelijk gebied en vanuit de voortvloeiende conclusies een gepast fiscaal kader aan te bieden, teneinde meer rechtszekerheid te scheppen voor de betrokken actoren.

Promotor: prof. dr. Elly Van de Velde, Universiteit Hasselt
Copromotor: prof. dr. Nicolas Carette, Universiteit Antwerpen
Startdatum: 1 oktober 2013


Daan Bijnens
‘Het legaliteitsbeginsel in de meerlagige rechtsorde: een onderzoek naar de hedendaagse inhoud van het recht op een democratisch verkozen orgaan in de Grondwet’

Dit onderzoek heeft als centrale vraagstelling: “Op welke wijze heeft de meerlagigheid van de rechtsorde de invulling van het ‘recht op de wetgever’ uit de Belgische Grondwet gewijzigd en kan de nieuwe invulling op ieder vlak een evenwaardig beschermingsniveau bieden aan de rechtsonderhorige?” Van oudsher waarborgen diverse grondwettelijke bepalingen een wetgevend optreden. Ze trachten verschillende fundamenteel geachte waarden in een democratische rechtstaat te beschermen. De wetgever heeft evenwel gedurende de tijd zijn positie als vooraanstaande macht zien afbrokkelen. Op welke manier wordt het ‘recht op de wetgever’ momenteel vormgegeven en in hoeverre verschilt deze invulling van de oorspronkelijk in de Grondwet vervatte opvatting? Het blijft een fundament van de democratische staat dat de burgers betrokken zijn bij de totstandkoming van publieke besluitvorming waaraan ze worden onderworpen. Ondanks het feit dat de machten op grondwettelijk wijze moeten worden uitgeoefend, zien we dat flexibel wordt omgesprongen met de taakverdeling tussen wetgevende en uitvoerende macht via niet alleen delegaties van bevoegdheden aan de uitvoerende macht maar langs de andere kant ook via validerende acties door de wetgever van uitvoerend optreden. Ook de supranationale rechtsorde oefent invloed uit op deze grondwettelijke taakverdeling. Zo rijst de vraag of de actuele (supra)nationale rechtsorde de uitholling van de formele democratische waarborgen op nationaal niveau kan opvangen door in een gelijkwaardige bescherming te voorzien.

Promotor: prof. dr. Peter Schollen, Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 september 2014


Ulrike Cerulus
'Een juridisch statuut voor de zorgouder in het licht van de grondrechtenbescherming'
 
In de huidige samenleving komen steeds meer nieuw samengestelde gezinnen voor. Binnen deze nieuw samengestelde gezinnen beschikt enkel de juridische ouder van de kinderen over ouderlijk gezag en niet zijn nieuwe partner, die aangeduid wordt met de term zorgouder. Doel van dit onderzoek is aan de hand van een grondrechtenstudie een specifiek juridisch statuut uit te werken voor deze zorgouder.
In het eerste deel van het onderzoek worden twee centrale rechtsvragen beantwoord, met name de vraag of de relatie tussen een zorgouder en een zorgkind als familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8  en 14 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) kan worden beschouwd en de vraag of een zorgouder het recht heeft om een gezin te stichten op grond van artikel 12 en 14 EVRM.
In het tweede deel van het onderzoek wordt een voorstel van juridisch statuut voor de zorgouder uitgewerkt. Om na te gaan in welke mate in deze materie meer partijautonomie dan wel overheidsoptreden is vereist, wordt in eerste instantie rechtsvergelijkend onderzoek verricht. Zowel het Franse, Nederlandse, Duitse als Engelse recht worden betrokken. De typologische, functionele en contrasterende rechtsvergelijkende methode worden aangewend.
In het derde en laatste deel van het onderzoek worden de verschillende rechtsgevolgen van dit juridisch statuut op het vlak van het familie- en familiaal vermogensrecht behandeld.

Promotor: prof. dr. Charlotte Declerck, Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 oktober 2011


Laura De Deyne
'Energieregulatoren: een verstoorde dynamiek tussen politiek en recht?'

De rol die regulatoren spelen in het Belgisch recht is relatief nieuw. Dit betekent meteen ook dat het Belgisch juridisch kader nog niet volledig is aangepast aan de aanwezigheid van deze entiteiten. Vandaar dat het cruciaal is om een globaal onderzoek te voeren naar de - al dan niet gemeenschappelijke - kenmerken van regulatoren, om zo een goed beeld te scheppen welke rol zij spelen in het politieke en juridische landschap. Via onderzoek van de kenmerken kan men trachten te achterhalen welke plaats de regulatoren innemen tussen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Immers stelt zich de vraag in welke mate de uitoefening van overheidstaken, door een van de grondwettelijke organen onafhankelijke instantie, te verzoenen valt met ons grondwettelijk stelsel. Verder kunnen er vragen rijzen naar de verhoudingen tussen het centraal bestuur en de regulatoren enerzijds en tussen het parlement en de regulatoren anderzijds. Bovendien situeren deze vragen zich binnenin een context waarbij de bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende overheden wat het beleidsdomein energie betreft, niet steeds even duidelijk is.

Promotor: prof. dr. Bernard Vanheusden, Universiteit Hasselt
Copromotor: prof. dr. Peter Schollen,
Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 oktober 2012

Thomas de Römph
'Opportunities and pitfalls for Sustainable Materials Management in European Union law – EU materials law examined'

On the one hand, materials underpin our quality of life and are driving forces for the economy of the European Union. On the other hand, the use of materials also causes threats to the environment and human health. Sustainable Materials Management is an approach that could realise the Union’s goal to enhance its ecological resilience, as it does not only preserves resources, it also reduces waste and minimizes the environmental impacts of the materials in many different ways. The current legal framework has not (yet) been fully adapted to this new approach; we are facing a transition. In the light of that transition towards a more sustainable management of materials, the purpose of my research is to identify and elaborate upon the legal opportunities and inhibitions for Sustainable Materials Management in EU materials law, which covers the entire life-cycle of a material, i.e. a material’s resource stage, production and consumer stage, and waste stage. Also, the transboundary movement of materials will be discussed. In addition, solutions will be sought to address any such inhibition.

Promotor: prof. dr. Bernard Vanheusden, Universiteit Hasselt & prof. dr. Geert Van Calster, KU Leuven
Startdatum: 1 oktober 2012

Niels Diepvens
'De internationale rechtshulp in het fiscaal strafrecht en de rechtsbescherming van de verdachte'

In welke mate biedt de wederzijdse internationale rechtshulp in het fiscaal strafrecht bescherming aan de rechten van een verdachte? Dat is de centrale onderzoeksvraag in dit doctoraatsproefschrift. De internationale rechtshulp in het fiscaal strafrecht beperkt zich niet tot het strafrechtelijk luik (rogatoire commissie, gebruik van in buitenland verkregen bewijs, enzovoort), maar kent eveneens een administratiefrechtelijk luik. Het is deze laatste mogelijkheid tot uitwisseling van fiscale gegevens die de voorbije jaren grote veranderingen kende. De rechtsbescherming van de verdachte, met de nadruk op het recht op privacy, dient hierbij steeds centraal te staan. Het proefschrift zal de krachtlijnen van de bestaande systemen in kaart brengen, waarbij de wisselwerking tussen beide vormen van internationale rechtshulp als een rode draad doorheen het werk zal lopen.

Promotor: prof. dr. Caroline Vanderkerken, Universiteit Hasselt
Copromotor: prof. dr. Elly Van de Velde,
Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 oktober 2011

Yelena Gordeeva
'Forests under International Climate Change Law'

The main objective of this research project is to analyse the interrelation between the climate change international regime and the international regime on forests. For the research purposes we define ‘Regime’ as a special set of rules and principles on the administration of a determined problem. Each of the above mentioned international regimes was designed to address a particular environmental problem, respectively, climate change and global deforestation. Both environmental problems have been prominent concerns in international law for more than two decades. However, they have been largely regulated as separate and distinct with limited attention paid to deforestation role in climate change. This has given rise to overlapping and at times conflicting norms between the regimes. The research argues, because of the complexity of the issues and the diversity of the interests at stake, the environmental problems, such as climate change and global deforestation, do not fit neatly within a single international regime. In order to be effective, laws, designed to address the environmental problems, should take into account the interrelation between climate change and global deforestation. 

Promotor: prof. dr. Bernard Vanheusden, Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 oktober 2012

Amoury Groenen
The 1995 Unidroit Convention on Stolen or Illegally Exported Cultural Property - A Critical Analysis

Amoury Groenen onderzoekt de juridische impact van het UNIDROIT Verdrag inzake gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen, aangenomen te Rome op 24 juni 1995. Het Verdrag hanteert regels betreffende het kopen ter goeder trouw van roerende culturele voorwerpen die voortvloeien uit illegale kunst- en antiekhandel in vredestijden. Deze handel heeft drie luiken: diefstal, onrechtmatige uitvoer en ongeoorloofde opgravingen. In verband met gestolen culturele voorwerpen, vergelijkt zijn onderzoek het regime van het UNIDROIT Verdrag met de regimes van drie Europese en drie Amerikaanse rechtstelsels, namelijk: België, Frankrijk, Nederland, New Jersey, California en New York. Het UNIDROIT Verdrag was vooruitstrevend toen het aangenomen werd in 1995 en de bepalingen van het Verdrag zijn tot op vandaag nog zeer actueel en onmisbaar, zoals onder meer beklemtoond door de recente herschikking van de EU Richtlijn 2014/60/EU betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012. Door deze herschikking komt de Europese regelgeving overigens in synergie met het regime van het UNIDROIT Verdrag, en consolideert het de belangrijk rol van het Verdrag in het tegengaan van de illegale handel in cultuurgoederen.

Promotor: prof. dr. Anne Mie Draye, Universiteit Hasselt
Copromotor: prof. dr. Hildegard Schneider, Universiteit Maastricht

Startdatum: 1 januari 2015

Caroline Habets
'Vrijheid van onderwijs: eigenheid van inrichters en onderwijsgebruikers in het licht van gelijke kansen'

De actieve onderwijsvrijheid werd in de Belgische grondwet opgenomen in 1831. Hierna volgde een onrustige periode in de onderwijspolitiek, die na jaren van schoolstrijd door het schoolpact van 1958 tot rust werd gebracht. In 1988 werd de Belgische grondwet herzien: de tekst van het nieuwe artikel 24 weerspiegelt de gedachtes uit het schoolpact van 1958 en bouwt hierop verder. Met deze tekst worden de twee onderwijsvrijheden bevestigd: de actieve onderwijsvrijheid (de vrijheid van de onderwijsverstrekker) en de passieve onderwijsvrijheid (de vrijheid van de onderwijsgebruiker). Het bestaan van deze twee onderwijsvrijheden heeft geleid tot botsingen. Op 28 juni 2002 werd het ‘Gelijke onderwijskansendecreet’ (GOK) ingevoerd waardoor het gelijke onderwijskansenbeleid verder werd uitgebouwd en men gelijke kansen voor leerlingen creëerde. De invoering van het GOK-decreet betekende een principieel recht op inschrijving voor iedere leerling in een gefinancierde of gesubsidieerde school naar keuze. Het doctoraatsonderzoek focust zich op de actuele betekenis van de actieve en de passieve onderwijsvrijheid. Daarbij wordt ingegaan op de vraag of het gelijke onderwijskansenbeleid de actieve onderwijsvrijheid heeft geërodeerd. Hierbij is het van belang om de gesignaleerde problemen te situeren als een conflict tussen twee vrijheden die hun oorsprong vinden in dezelfde grondwettelijke bron.

Promotor: prof. dr. Alexander De Becker, Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 oktober 2012

Sofie Hennau
'Gemeentelijke politiek-ambtelijke verhoudingen v2.0? De invloed van het Gemeentedecreet op de politiek-ambtelijke verhoudingen in de Vlaamse gemeenten'

Hoe effectief zijn top-down-hervormingen in het lokaal bestuur? Dat is de centrale onderzoeksvraag die Sofie Hennau in haar doctoraatsproefschrift zal beantwoorden. Meer concreet focust het onderzoek op de vernieuwingen die het gemeentedecreet aanbracht aan de lokale politieke instellingen. De studie brengt niet alleen de implementatie van de veranderingen in kaart, maar meet ook hoe lokale politici en ambtenaren de vernieuwingen percipiëren en gaat na in welke mate de beoogde doelstellingen bereikt worden. Aan de hand van opeenvolgende metingen bij lokale politici en ambtenaren worden eventuele evoluties in de mate van implementatie en aanvaarding in kaart gebracht en verklaard. 

Promotor: prof. dr. Johan Ackaert, Universiteit Hasselt
Copromotor: prof. dr. Alexander De Becker,
Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 oktober 2011
Openbare verdediging: 27 september 2016

Wendy Hensen
'Bemiddeling en de gerechtelijke organisatie'

De voorbije decennia is de belangstelling voor alternatieve vormen van geschillenoplossing (Alternative Dispute Resolution of ADR) alsmaar toegenomen. In 2005 introduceerde de wetgever de bemiddeling in het Gerechtelijk Wetboek en werd er voor het eerst voorzien in een uitgebreid wettelijk kader dat onder meer toeziet op de vrijwilligheid en de vertrouwelijkheid van het bemiddelingstraject. Deze wettelijke regeling beoogde het gebruik van bemiddeling te promoten en geleidelijk aan een mentaliteitswijziging tot stand te brengen in de juridische wereld. Vandaag is er echter een perceptie dat het aantal bemiddelingen in België gering blijft. Er blijken bepaalde fundamentele ‘obstakels’ te bestaan die de veralgemening van bemiddeling als alternatief voor de gerechtelijke geschillenbeslechting verhinderen. Het is dan ook de hoogste tijd voor een grondige wetsevaluatie. Via een beroep op de sociaalwetenschappelijke methoden zal bijvoorbeeld worden nagegaan of het wetgevend ingrijpen van 2005 daadwerkelijk van aard is om van bemiddeling in de ogen van potentiële gebruikers een volwaardig alternatief te maken voor de klassieke geschillenbeslechting. Het sluitstuk van de analyse zal bestaan uit het uitwerken van (voorstellen tot) juridische oplossingen voor de geïdentificeerde obstakels. Hiertoe zal mede een beroep worden gedaan op de functioneel rechtsvergelijkende methode.

Promotor: prof. dr. Eric Lancksweerdt, Universiteit Hasselt
Copromotor: prof. dr. Ken Andries,
Universiteit Hasselt
Startdatum: 16 februari 2014

Šejla Imamović
'The place of national courts in the new fundamental rights landscape of the EU'

The growing complexity of fundamental rights protection in the European Union (EU) is very problematic for national courts and more importantly, for individuals seeking protection.
In the present system of fundamental rights protection EU Member States have to comply with several sets of norms, among which two European which largely coincide but may diverge, and which are ultimately guarded by a different court, the European Court of Human Rights (ECtHR) and the Court of Justice of the EU (CJEU). Additionally, each of the Member States has its own national system of fundamental rights protection, often with its own ultimate guarantor (the constitutional court), and its own rules governing the relationship between the various sets of fundamental rights norms.
The legal relationships between these component parts of the European fundamental rights landscape and between the actors belonging to each of these systems are contested and are still evolving. Recently, the most important catalyst for change is the entry into force of the Lisbon Treaty. This Treaty gives the EU a binding Charter of Fundamental Rights and obliges the EU to accede to the ECHR – necessitating a new conception of the relationship between the CJEU and the ECtHR. This research aims at investigating the effects this changing relationship between the two European Courts will have on national courts of the Member States, and how they can rise to the challenges they will have to overcome.

Promotor: prof. dr. Petra Foubert, Universiteit Hasselt & prof. dr. Monica Claes, Universiteit Maastricht
Startdatum: 1 september 2013

Stef Keunen
‘Het 'gemeentelijk belang' als kern van de lokale autonomie’

De gemeenten zijn de laatste decennia geconfronteerd met maatschappelijke en bestuursrechtelijke hervormingen en uitdagingen, waaronder de Europeanisering, de opeenvolgende staatshervormingen en de decentralisatiegolf. Deze hervormingen hebben een impact op het bevoegdheidspakket van de lokale besturen. Van oudsher bepaalt de Grondwet dat gemeenten bevoegd zijn om de uitsluitend gemeentelijke belangen te regelen. Er is evenwel geen definitie opgenomen wat concreet onder ‘het gemeentelijk belang’ valt of kan vallen. Het onderzoek benadrukt het belang van lokale autonomie in een democratische staat. Het opzet van het onderzoek is om de notie ‘gemeentelijk belang’ juridisch en bestuurskundig te analyseren en te koppelen aan het beginsel van lokale autonomie in de huidige veranderende bestuurlijke context. Vertrekkend vanuit de historische invulling van het begrip wordt toegewerkt naar een hedendaagse omschrijving van ‘gemeentelijk belang’ als het bevoegdheidsverdelend criterium tussen centrale en lokale overheid. Er wordt een concreet toetsingskader ontwikkeld om wetgeving te controleren op haar conformiteit met het beginsel van de lokale autonomie. Het Europees Handvest inzake lokale autonomie vereist immers dat als de bevoegdheid op lokaal niveau kan worden uitgeoefend, dit ook effectief gebeurt.

Promotor: prof. dr. Steven Van Garsse, Universiteit Hasselt
Startdatum: 16 september 2015

Els Langhendries
'Sociaalrechtelijke aspecten van de beëindiging van een grensoverschrijdende arbeidsrelatie'

In het kader van de flexibilisering en mondialisering van de arbeidsmarkt, neemt de grensoverschrijdende tewerkstelling een steeds prominentere plaats in. Bovendien maakt de klassieke vorm van grensarbeid gaandeweg plaats voor meer 'atypische grensarbeid' (detachering, transfer, simultane tewerkstelling). De toenemende diversiteit binnen het grensoverschrijdend verkeer gaat tevens gepaard met een groeiende juridische complexiteit van de geldende (transnationale) regelgeving ter zake. 
Huidig onderzoek beoogt een kritische (in hoofdzaak, sociaalrechtelijke) analyse van de Europese en nationale regelgeving inzake de beëindiging van een grensoverschrijdende arbeidsrelatie, met de tewerkstelling tussen België en Nederland als uitgangsbasis. 
In eerste instantie zal het concept (de definiëring) van 'grensoverschrijdende tewerkstelling' onder de loep genomen worden. Vervolgens zal binnen de verschillende onderzoeksdomeinen (sociaal-, fiscaal- en familiaalrechtelijk vlak) worden nagegaan in welke mate de centrale idee van de Europese (coördinatie-) regelgeving, met name de bescherming van de zwakkere contractspartij, wel degelijk haar doel bereikt, dan wel dat deze eerder de veiligstelling van bepaalde grondrechten / aanspraken van de werknemers in de weg staat.

Promotor: prof. dr. Johan Peeters, Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 oktober 2012

Julie Leroy
“Recovery of illegal fiscal State aid in Belgium: legal consequences and legal protection”

In principle, EU Member States act sovereignly in the field of direct taxation. However, they should respect European law, such as the prohibition of State aid. On 11 January 2016, the European Commission decided that the Belgian ‘excess profit ruling’ scheme is illegal fiscal State aid benefitting multinationals. Tax rulings grant taxpayers legal certainty in advance on how tax law will be applied by the tax administration while respecting international, European or national legal provisions. An immediate consequence of the European Commission’s decision is that Belgium is obliged to recover the tax advantage the multinationals received during several years within a non-suspensive time period of 4 months.
This recovery obligation raises many questions on which no fundamental research has been done yet in Belgium. Therefore, the proposed analysis starts from the legal consequences of the decision of the European Commission. What are the legal consequences of the unlawfulness of the tax ruling? How should recovery be executed? Etc.  After this, full attention goes to the legal protection of the taxpayer who has to pay back the tax advantage to the same authority that previously granted him this benefit. The research analyses these and other questions in the specific context of the division of powers in Belgium.

Promotor: prof. dr. Elly Van de Velde, Universiteit Hasselt
Copromotor: prof. dr. Raymond Luja, Maastricht University
Startdatum: 1 september 2016


Elsbeth Loncke
'Het recht op toegang tot de Raad van State als cassatierechter'

Welke waarborgen biedt de cassatierechter qua rechtsbescherming tegen de overheid? Dat is de centrale vraag in dit doctoraatsonderzoek. Met ‘de’ cassatierechter bedoelen we zowel het Hof van Cassatie als de Raad van State. Vervolgens vergelijken we beide procedures met elkaar en toetsen we de resultaten aan de vereisten van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). We focussen ons daarbij vooral op de effectieve toegang van de burger tot de twee cassatierechters en onderzoeken of deze rechters afdoende middelen hebben om een effectieve rechtsbescherming te garanderen.

Promotor: prof. dr. Anne Mie Draye, Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 oktober 2008
Openbare verdediging: 19 september 2016


Alexander Maes
‘De gespleten persoonlijkheid van het sociaal recht: welke juridische gevolgen heeft een (mogelijke) psychische arbeidsongeschiktheid voor een werknemer op het vlak van het arbeidsrecht en binnen het systeem van arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsuitkeringen?’

Het sociale recht heeft vele gezichten, het moet dan ook rekening houden met de uiteenlopende belangen van werknemers, werkgevers en de overheid. Rond een vaak controversieel thema als dat van de psychische ziekten, die zich ondanks een groeiende aandacht nog steeds in de taboesfeer bevinden, komen die verschillende gezichten dan ook gemakkelijk tot uiting. Nu eens worden maatregelen genomen die de gezondheid van de werknemer vooropstellen en de werkgever extra verantwoordelijkheden opleggen. Dan weer wordt meer aandacht geschonken aan de economische noden van de werkgever, waardoor de werknemer in de kou blijft staan. Uiteraard worden ook de begrotingsbelangen van de overheid zelden uit het oog verloren. Doordat er steeds met zo’n tegenstrijdige belangen rekening moet worden gehouden, zou men kunnen zeggen dat het sociaal recht aan een gespleten persoonlijkheid lijdt. Ondanks de aandacht die psychische ziekten binnen het sociaal recht de laatste jaren krijgen, blijven er ook nog situaties bestaan die niet geregeld werden of waar geen aangepaste wetgeving voor bestaat. Het parcours dat een werknemer aflegt vanaf het moment waarop hij psychisch ziek wordt, is dan ook zowel binnen het arbeidsrecht als binnen het socialezekerheidsrecht geplaveid met rechtsonzekerheden. Het doel van dit onderzoek is deze juridische vraagstukken bloot te leggen en mogelijke antwoorden te formuleren.

Promotor: prof. dr. Johan Peeters, Universiteit Hasselt
Copromotor: prof. dr. Petra Foubert,
Universiteit Hasselt
Startdatum: 16 september 2015

Farida Mamad
'Women’s Access to Social Security Schemes in Mozambique: Rethinking the Social Security Legal Framework to Enhance Human Development'

Since the signing of the Peace Agreements in 1992 Mozambique has experienced a period of strong, economic growth. The celebrated per capita income and Gross Domestic Product growth has not been consistent with equitable development which is evident in the continued impoverishment of women in Mozambique. Adding to that reality, UNICEF studies have concluded that Mozambique has stagnated over the past six years in terms of human development.
However, it has been argued that social security can play a fundamental role in creating more inclusive and human development. Ensuring a basic level of social security and thus a decent life for people – many of whom are struggling just to survive – is a necessity and an obligation under the Human Rights Instruments. Although some social security measures are primarily targeting female-headed households, gender is seldom used as a differentiating lens through which one can understand poor people’s exposure to risk and vulnerability. Nevertheless, social security programs are rarely neutral and are a poorly designed policy, and thus they can exacerbate inequalities.
The objectives of this research are to examine women’s access to social security schemes in Mozambique with particular focus on social protection floors and the challenges that women face in accessing social protection floors and finally establish alternative means to ensure women’s access to social protection floors in Mozambique.

Promotor: prof. dr. Petra Foubert, Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 april 2015

Hannelore Niesten
'De verscheidene grensarbeidersproblemen vormen een hinderpaal voor de Internationale en Europese integratie in zijn vele rechtsgebieden'

Grensoverschrijdende economische activiteiten zijn intussen een bekend fenomeen. Niettegestaande het grote pakket van internationale Dubbelbelastingverdragen, Europese vrijheden, Europese en nationale regelgeving, en initiatieven die grensoverschrijdende economische activiteiten moeten faciliteren, wordt vastgesteld dat niet alles feilloos verloopt. Hindernissen die veelal het gevolg zijn van de verschillende regelgeving van de lidstaten inzake fiscaliteit, sociale zekerheid, enzovoort. Voor individuen is het niet altijd eenvoudig of fiscaal aantrekkelijk om te gaan werken in een ander land. Het onderzoek bestudeert het globaal statuut van professioneel actieve personen (werknemers en zelfstandigen) vanuit een oogpunt van fiscale behandeling van grensarbeiders.

Promotor: prof. dr. Elly Van de Velde, Universiteit Hasselt
Copromotor: prof. dr. Caroline Vanderkerken,
Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 april 2013

Wouter Poelmans
‘Rechtszekerheid in de beoordeling van milieuhinder en de instrumenten ter sturing van de beoordeling bij de vergunningsverlening’

Binnen de stedenbouwkundige en milieuvergunningsverlening is rechtszekerheid in de beoordeling van milieuhinder en de instrumenten ter sturing van de beoordeling vaak zoek. Overheden, vergunningsaanvragers en belanghebbenden weten vaak niet hoe milieuhinder moet worden bepaald en in hoeverre de hinder een struikelblok kan vormen voor de vergunningverlening. In welke mate en op welke wijze de rechtszekerheid kan worden verhoogd bij de beoordeling van milieuhinder in een vergunningsprocedure zal worden onderzocht in dit doctoraatsproefschrift. Om de onderzoeksvraag te beantwoorden zal eerst een definitie van milieuhinder worden uitgewerkt. Vervolgens zullen de verschillende instrumenten ter sturing van de beoordeling van hinder worden onderzocht zoals wetgeving, soft law, bijzondere vergunningsvoorwaarden, … Nadien zal de rol van de hinder in de besluitvorming van de vergunningsverlening nader worden bepaald. Alvorens te concluderen en de onderzoeksvraag te beantwoorden, zal ook de reikwijdte van een vergunning worden onderzocht. In dit proefschrift zal eveneens een functioneel rechtsvergelijkend onderzoek worden gevoerd met het Nederlandse en Duitse recht.

Promotor: prof. dr. Bernard Vanheusden, Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 september 2015

Elisa Veronesi
‘De (on)redelijkheid van “redelijke aanpassingen” voor studenten met een handicap in het Vlaamse hoger onderwijs, afgetoetst aan het Europees en internationaal recht’

Dit doctoraat onderzoekt de juridische mogelijkheden en grenzen van het recht op “redelijke aanpassingen” voor studenten met een beperking in het hoger onderwijs. We bevinden ons hiermee op de kruising van het recht op (inclusief) onderwijs, en het gelijkheidsbeginsel en non-discriminatie op grond van handicap. Vooreerst wordt een analyse gemaakt op basis van nationale regelgeving, rechtspraak en rechtsleer. Vervolgens gaan we de Vlaamse en Belgische regelgeving omtrent redelijke aanpassingen aftoetsen aan Europees en Internationaal recht en onderzoeken we welke randvoorwaarden worden gesteld in de schoot van de Raad van Europa, de Europese Unie of de Verenigde Naties.

Promotor: prof. dr. Petra Foubert, Universiteit Hasselt
Startdatum: 17 november 2014

Kristof Wauters
‘Een nieuwe visie op de relatie tussen fiscus en belastingplichtige? Naar een hogere graad van co-operative compliance in de fiscale handhaving’

Sinds het begin van dit millennium wordt er in heel wat landen ingezet op een meer ‘horizontale’ relatie tussen fiscus en belastingplichtige. Belastingadministraties uit alle hoeken van de wereld spreken daarbij van een mentaliteitswijziging: men wil door middel van onderling overleg en samenwerking beide partijen dichter bij elkaar brengen. Enerzijds streeft de fiscus naar een grotere compliance bij de belastingplichtige met meer inkijk in diens verrichtingen. Anderzijds realiseert de belastingplichtige meer fiscale zekerheid en transparantie. Binnen de OESO staat deze ‘versterkte’ relatie tussen beide partijen bekend als co-operative compliance. Het onderzoeksopzet is het aanreiken van instrumenten die de zoektocht van de belastingadministratie naar een hogere graad van tax compliance kunnen verzoenen met de vraag naar meer rechtszekerheid en de ermee gepaard gaande rechtsbescherming voor de belastingplichtige.

Promotor: prof. dr. Elly Van de Velde, Universiteit Hasselt
Startdatum: 16 september 2015