menu

Faculteit Rechten


Actueel

Faculteit Rechten

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Centrum voor Overheid en Recht (CORe) staat centraal in jongste UHasselt-tijdschrift    1 jun 2016

CORe
1 jun 2016

Een labo, dat is: onderzoekers in witte jassen, turend door de microscoop, nauwkeurig in de weer met maatbekers en pipetjes. Maar hoe ziet het ‘labo’ van de rechtsonderzoeker er eigenlijk uit? Torens van papier? Kasten vol vuistdikke boeken? Nu weet je het! zocht het uit en kwam langs bij onze onderzoeksgroep CORe (Centrum Overheid en Recht).

Het is vicedecaan Alexander De Becker die ons opwacht in zijn kantoor – op de derde verdieping van het ‘gele gebouw’ op campus Hasselt. Hij is de enige rechtsonderzoeker in Vlaanderen die zich toespitst op de rechtspositie van mensen die voor de overheid werken. Een drukbezet man die zijn tijd verdeelt tussen onderwijs, onderzoek, begeleiding van doctoraatsstudenten, een mandaat in de Jonge Academie… En tussendoor beantwoordt hij óók nog eens vragen van journalisten. “Tja, de media blijven bellen en ik blijf antwoorden”, glimlacht hij. “Ik zoek dat niet bewust op, ik ben daar een keertje toevallig ingerold. Al vind ik wél dat je als onderzoeker moet communiceren met de wereld buiten de campusmuren.”

Zelf kwam hij in 2011 aan de faculteit Rechten terecht. “Ik heb rechten gestudeerd aan de VUB en wist al in mijn derde jaar dat ik later het recht wilde onderzoeken – in plaats van het te gaan beoefenen. Een vreemde keuze? Misschien. Ik sta ook met een halve voet in de praktijk – ik heb een kleine advocatenpraktijk. Interessant, maar als onderzoeker kan je pas écht in de diepte gaan. Daar houd ik van. Een cliënt wil meestal van punt A naar punt B – het interesseert hem niet hoe. Als academicus wil je dat óók, maar tegelijkertijd ben je erop gebrand om te wéten hoe die weg er dan precies uitziet.”

Het Centrum voor Overheid en Recht is de enige onderzoeksgroep van de faculteit – netjes opgedeeld in zes eenheden (staatsrecht, bestuursrecht en -kunde, omgevingsrecht, sociaal recht, familierecht en fiscaal recht). “Als nieuwe, jonge faculteit koos Rechten er in 2008 bewust voor om zich te positioneren in publiek recht. Destijds had je een leemte in juridisch onderzoek in te vullen – publiek recht was destijds wat onderbelicht”, legt hij uit. Vele onderzoeksgroepen aan de UHasselt werken nauw samen met bedrijven. Hoe zit dat bij CORe? “Wij werken – natuurlijk – vooral nauw samen met de overheid. Zo krijgen we vaak opdrachten of vragen vanuit de Vlaamse of federale overheid. Of van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM).”

STAPELS PAPIEREN
Alexander De Becker troont ons mee naar collega Charlotte Declerck (gespecialiseerd in familiaal vermogensrecht). Haar bureau ziet eruit zoals je dat verwacht van een onderzoeker: stápels papieren, dossiers en boeken. “Kijk er maar naast”, lacht ze een beetje verontschuldigend. Charlotte Declerck werkt één dag per week voor een Brussels advocatenkantoor, de overige vier dagen verdiept ze zich in de rechtspraak en de rechtsleer. “Toen ik afstudeerde, was ik van plan om een aanvullende studie notariaat te volgen. Maar nadat ik het examen familiaal vermogensrecht had afgelegd, vroeg de prof me of ik niet geïnteresseerd was in onderzoek. Ik heb er totaal geen spijt van dat ik daar destijds ‘ja’ op heb gezegd.” Naast dat onderzoek geeft ze ook – “heel erg graag” – les aan studenten in de derde bachelor en tweede master rechten.

Waar ze op dít moment zoal mee bezig is, zo vragen we haar. “De valorisatie van huishoudelijke arbeid in het relatievermogens- en erfrecht. Dat klinkt moeilijk, ja. Maar het is héél concreet: bij mensen die onder scheiding van goederen huwen of samenwonen, dreigen onrechtvaardige gevolgen als het huwelijk of de relatie wordt verbroken. Je geniet namelijk niet van de beroepsinkomsten van de partner. Dus wat zie je dan? Dat – meestal – de vrouw, die haar beroepsactiviteiten heeft teruggeschroefd om het hele gezin draaiende te houden, het risico loopt om met lege handen achter te blijven. Ik wil nu nagaan hoe de rechtspraak in binnen- en buitenland daarmee omgaat. Hoe wij daar, in het kader van de hervorming van het relatievermogensrecht, rekening mee kunnen houden.”

Ze vertelt het met veel enthousiasme, maar wanneer is haar ‘opdracht volbracht’? Charlotte Declerck: “Wanneer de wetgever rekening houdt met de resultaten van m’n onderzoek en de voorstellen die ik formuleerde. Dát geeft voldoening.”

JONGE WOLVEN
Met Alexander De Becker begeven we ons naar enkele van de – opvallend – vele jonge onderzoekers binnen CORe. Een van die jonge wolven is Wouter Poelmans – recent afgestudeerd aan de UHasselt. “Ik heb nog 5,5 jaar te gaan voor mijn verdediging – als alles goed gaat. Dat is dus toch nog even”, glimlacht hij. Waarom verkoos Wouter rechtsonderzoek boven de balie? “Dat is toeval, want ik wilde eigenlijk verder studeren – ik had zelfs al een kot in Antwerpen. Tot ik een mailtje van Bernard Vanheusden kreeg: of ik nog niet had gedacht aan doctoreren? Ik kreeg die vraag vrijdag binnen, ’s avonds wist ik al: die kans moet ik grijpen. Maandag heb ik mijn kandidatuur ingediend.”

Voor zijn doctoraat onderzoekt Wouter de rechtszekerheid in de beoordeling in de vergunningscommissie van milieuhinder. “Bedrijven en overheden zoeken naar een houvast op dat vlak. Wanneer heb ik milieuhinder voldoende beoordeeld? Wanneer niet? Daar is soms veel nattevingerwerk bij.” Hij bekijkt concrete cases én gaat het terrein op – letterlijk. “Ik heb al in de modder gestaan. Zo ben ik met de milieu-inspectie mee op pad gegaan om te bekijken hoe bijvoorbeeld geurhinder wordt beoordeeld. Het beoordelen en handhaven is héél belangrijk in die hele vergunningsprocedure, maar als jurist heb je vaak geen zicht op hoe dat precies gebeurt. Als je dat dus wil weten, dan moet je in de praktijk gaan kijken.”

Hoe komen al die onderzoeksthema’s eigenlijk aanwaaien? Alexander De Becker: “Er is natuurlijk het maatschappelijk debat of de actualiteit waaruit dan een juridische onderzoeksvraag komt opborrelen. En vaak stoot je ook zélf op juridische problemen – waarvan de samenleving soms niet eens beseft dat het een probleem ís. Zo stelde ik vast dat, door de toename van contractuele werknemers bij de overheid, de pensioenen van lokale ambtenaren wellicht onbetaalbaar worden. Ik ben over die kwestie ook gehoord door de Pensioencommissie.”

BOSSEN
We maken intussen de oversteek naar de andere kant van de werkvloer. Het is er muisstil, je hoort alleen de ritmisch tikkende klavieren. Yelena Gordeeva komt uit het Russische Kirov  – op zo’n 1.000 kilometer van Moskou. “Het lot heeft me naar Hasselt gedreven. Écht waar”, zegt Yelena. “Ik droomde er altijd van om PhD-onderzoek te doen en solliciteerde destijds ook voor een positie aan de UHasselt. Ik eindigde tweede van de 39, maar omdat de eerst geplaatste kandidaat de positie uiteindelijk weigerde, ben ík mogen beginnen.”

Yelena’s plan is om in juni 2017 haar proefschrift te verdedigen. “En daarna? Daarna ga ik terug naar mijn familie in Rusland. Een droomjob, die heb ik niet meteen voor ogen. Dat hangt van zoveel factoren af. Ik zou héél graag willen lesgeven, maar ik wacht af.”

De jonge Russische onderzoekster buigt zich in haar doctoraat op het klimaatrecht en… bossen. “Elke seconde verdwijnt er in de wereld een half voetbalveld aan bos. En toch horen we daar weinig van. Die bossen worden gekapt om allerlei redenen – politieke, economische… Maar er zijn ook tegenstrijdigheden in het recht die ervoor zorgen dat die ontbossingen plaatsvinden. Een simpel voorbeeld: we zetten nu heel erg in op hernieuwbare energie. Hout is de voornaamste bron van die duurzame energie, maar we malen er niet om hoe duurzaam dat hout geoogst wordt of hoe legaal dat hele proces van houthakken is. Met mijn onderzoek wil ik zulke tegenstrijdigheden detecteren en suggesties aanleveren. Niet eenvoudig, neen.” Het onderwerp ligt haar duidelijk na aan het hart. “Rusland is énorm bosrijk. Bossen zijn altijd een persoonlijke passie geweest. Dankzij de steun van mijn promotor, professor Vanheusden, heb ik me op dit thema kunnen gooien.”

VERRIJKING
Héél spannend begint het te worden voor Elsbeth Loncke – enkele bureaus verderop. Zij begon aan haar doctoraat toen de faculteit Rechten nog in Diepenbeek gehuisvest was, volgende maand staat de voorverdediging gepland en in september moet ze verdedigen. Onder meer Ryan Gosling houdt een ironisch oogje in het zeil terwijl ze schrijft en zwoegt. “Mijn onderzoek – over de cassatieprocedure bij de Raad van State – is afgerond, nu moet ik wat sleutelen aan de structuur in de thesis en de bibliografie op punt stellen. En dan is het wachten op de commentaren en feedback van de jury.”

Elsbeths doctoraat bevat onder meer een vergelijking tussen de Raad van State, het Hof van Cassatie én de Raad van State in Frankrijk. “Ik baseer me op rechtspraak, wetgeving en rechtsleer. Dé conclusie mag ik nog niet verklappen, want éérst moet ik nog indienen en voorverdedigen”, lacht Elsbeth.

Wat het leven ná het PhD-onderzoek brengt, dat kan ze nog niet precies zeggen. “Ik werk al jaren deeltijds als advocate aan de balie van Hasselt. Misschien ga ik dat wel voltijds doen, maar ik heb nog geen beslissing genomen. Het feit dat ik met één been in de praktijk sta en met een ander in onderzoek, heb ik altijd een verrijking gevonden. Dankzij je academische achtergrond bekijk je dossiers soms op een andere manier. In de zaken die ik behandel, kan ik het grotere plaatje in mijn achterhoofd houden. En omgekeerd: in de praktijk – ik doe ook veel procedures voor de Raad van State – zie ik pijnpunten die ik kan gebruiken voor m’n onderzoek.”

Overbodige vraag: hoe opgelucht zal ze zijn wanneer die doctoraatsthesis achter de rug is? “Zeer”, lacht ze. “Het duurt me wat té lang nu. Al heb ik het hier in de afgelopen jaren enorm naar m’n zin gehad. Al die jonge onderzoekers samengepakt, het hééft wel iets...”

CREATIVITEIT
Het einde van de tour, Alexander De Becker wandelt even mee naar de uitgang. “Het is erg belangrijk dat onderzoekers mee zijn met wat er in hun vakgebied gebeurt. Tegelijkertijd moeten ze de ogen en oren openhouden, ze moeten openstaan voor de wereld rondom hen. Onze jonge onderzoekers krijgen dat hier allemaal te horen”, zegt hij. “Creativiteit maakt immers óók deel uit van het jurist-zijn. Je bent een beter jurist als je out of the box denkt.”