menu

Faculteit Rechten


Actueel

Faculteit Rechten

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

De Vlaamse Ombudsman houdt gasttoespraak tijdens proclamatie    7 jul 2016

De Vlaamse Ombudsman houdt gasttoespraak tijdens proclamatie
7 jul 2016

Tijdens de proclamatie van de masters in de rechten hield de Vlaamse Ombudsman, Bart Weekers, de gasttoespraak. Hij verzekerde de 36 jonge masters dat een diploma in de rechten een entreebiljet “tot heel veel moois” is. Tegelijk riep de Vlaamse Ombudsman de pas afgestudeerden op om zich niet op te sluiten in de juridische wereld: “wees een +jurist”. Wat hij daar precies mee bedoelde, kun je hierna lezen.

Als Limburgs jurist is het een groot plezier gastspreker te zijn bij jullie afstuderen als jurist van de Hasseltse Universiteit. Weliswaar ben ik “in mijn tijd” (1991) mijn diploma nog moeten gaan behalen in Namur en Leuven (van Rechten in Hasselt was er toen geen sprake), maar de belangrijkste vaststelling bij dat jaartal 1991 is uiteraard het besef dat al degenen onder jullie, die vandaag ongeveer hetzelfde doen als ik indertijd (namelijk rond hun 23ste hun universitair diploma rechten behalen) in 1991 niet eens geboren waren.

Overigens, was ikzelf dan wel op mijn 23ste jurist; een onderscheiden student was ik niet. Menig grijze haren bezorgde ik mijn vader en moeder door mijn grondige studie van mijn hoogstpersoonlijk keuzevak “tweede zit”. En oh ja, beste ouders, er is nog iets anders u misschien zal herkennen: als 23-jarige wilde ik dan wel op eigen benen staan, echt goesting in de arbeidsmarkt had ik nog niet. Na dat juristendiploma mochten mijn ouders ook nog een jaartje Luik en een Licentie Communicatiewetenschappen financieren, wat me toelaat om de sprong te maken naar het onderwerp van mijn toespraak: 

Want ja, wellicht waren die communicatiewetenschappen wel mijn eerste stapjes richting ‘+jurist’?, wat me brengt bij mijn dubbele boodschap vandaag:
1.   Van harte gefeliciteerd met jullie juristen-diploma. Dit diploma is namelijk een entreebiljet tot heel veel moois;
2.   Maar sluit je alsjeblieft wel niet op in het juridische; wees ‘+juristen’.

Entreebiljet tot heel veel moois

Laten we starten bij dat entreebiljet. Toen uw decaan me vroeg om u informeel te onderhouden over mijn eigen loopbaan, bedacht ik eerst dat mijn eigen juristendiploma inderdaad het entreebiljet is gebleken tot heel veel dat daarna in mijn loopbaan op mijn pad is gekomen.

Inderdaad, vandaag ben ik Vlaams ombudsman en beluister en behandel ik klachten over de Vlaamse overheid. Een juridisch diploma is daarbij geen must, maar neem het van me aan. Bij het behandelen van het grotere en het kleinere leed in de Vlaamse klachtenstroom, ben ik mijn juridische leermeesters nog elke dag dankbaar voor het inzicht dat ze me hebben bijgebracht in de basis juridische principes en redeneringen, die me helpen om het kaf van het koren te scheiden. 

In mijn geval waren die leermeesters niet enkel proffen van de rechtsfaculteiten van Namen, Leuven en Luik; ze zaten vooral toch ook in de Raad van State, waar ik een heel groot stuk van mijn eigen loopbaan, zo’n tien jaar, heb gewerkt. De Raad van State is een huis bevolkt met vele tientallen bestuursjuristen, die de wetgever adviseren bij het maken van nieuwe regelgeving en die als rechters oordelen over onbehoorlijk overheidsoptreden. 

En al wie dezer dagen nog wat andere binnenlandse actualiteit volgde dan het wedervaren van de Rode Duivels, die weet misschien dat de Raad van State deze week in een advies nog eens fijntjes herinnert heeft aan de principes rond godsdienstvrijheid, die ervoor zorgen dat het vanuit juridisch oogpunt niet meteen voor de hand ligt om een verbod op het onverdoofd slachten uit te vaardigen. 

Er waren heel wat luide roepers met een afwijzende reactie op dat advies dat wereldvreemd zou zijn, maar liever dan de reacties te blijven lezen, ging ik op zoek naar het advies zelf (een typische juristen-reflex). 

En bij lezing herkende ik toch vooral de hand van enkele toegewijde collega’s, die blijven in herinnering brengen dat we wel ooit in onze Grondwet en in Internationale Verdragen een aantal dingen geschreven hebben over godsdienstvrijheid en scheiding van Kerk en Staat.

En een breder en ander voorbeeld. Hoe vaak heb ik de overheid er al niet aan herinnerd dat het voorgangers-juristen uit de Raad van State waren, die – midden de vorige eeuw - de beginselen van behoorlijk bestuur afleidden als antwoord op ongenoegen over deze of gene overheidsdienstverlening.

Zonder hier dat verhaal in het lang en breed uit de doeken willen te doen, waren het indertijd wel degelijk de bestuursjuristen en bestuursrechters (en niet de administratie of de politiek) die principes als de hoorplicht, de motiveringsplicht of het onpartijdigheidsbeginsel ontwikkelden, als antwoord op aan hén voorgelegde aberraties.

De leidende en inspirerende rol van de juristen bij dat kwaliteitsdenken staat buiten kijf en ik wens het u allen van harte toe dat u zal kunnen werken aan het formuleren van zulke antwoorden binnen of liever nog buiten de overheid.

Wees een +jurist
 
Maar tegelijk vraag ik u ook om u niet op te sluiten in de juridische wereld die u vandaag betreedt met uw entreebiljet.

En ik kom daarbij nog heel even terug op die bestuursjuristen uit de Raad van State die kwaliteits-standaarden opbouwen op basis van juridische reacties op dingen die niet goed liepen. Vandaag vinden we dat een te schrale vorm van kwaliteitsdenken en de maatschappij verlangt van ons dat we andersom denken; sneller en pro-actiever. Ja, ook wij de juristen.

Kwaliteit drijft boven in succesverhalen en voorbeelden van hoe het wel moet en die voorbeelden komen haast altijd multidisciplinair tot stand: met een vleugje van de ene benadering, gekruid met wat andere invalshoek. Neem bijvoorbeeld het aansprakelijkheidsrecht, dat helemaal kapot geanalyseerd is vanuit het denken rond 1382 BW, u weet wel het artikel van de fout, de schade, en het oorzakelijk verband.

Zo is het toch gemakkelijk te begrijpen is dat die 10.000 reizigers, die jaarlijks aan De Lijn laten weten dat ze boos zijn omdat hun bus niet of te laat reed, geen boodschap hebben aan een door een jurist pur sang geleide klantendienst, die meteen schadeclaims en artikel 1382 van het burgerlijk wetboek op zijn netvlies heeft bij elke klacht? Wat we in zo’n geval nodig hebben, is uiteraard een vleugje psychologie, een beetje communicatie, een porie gezond verstand. Dan blijkt dat klagers vaak enkel op zoek zijn naar een simpele schouderklop, een oprechte sorry of een ingetogen “ik heb u gehoord”. Of een goeie uitleg en af en toe een commerciële geste.

Mijn punt daarbij is dus uiteraard dat wij juristen – nét zoals andere beroepsgroepen – horen te beseffen dat we maar best deel kunnen zijn van de oplossing. En het is op dit punt dat ik kritischer ben voor de jurist, ook voor de jurist in mezelf. Hoe vaak zie ik niet dat we mooie, kwalitatieve zaken als privacy, bemiddeling, verzoening, empathie, … laten verdrinken in onze juridische context en dat het goed is om oog te blijven hebben voor heel wat dingen, die andere disciplines ons kunnen bijbrengen.

En het is daar dat de grote uitdaging ligt, zeker voor ons juristen, opgeleid als we zijn om de werkelijkheid reactief te vatten in geschreven regels en procedures. Zo probeer ik, als ombudsman, ”+jurist” te zijn door me los te maken die typisch juridiserende benadering van onderzoeken en beoordelingen, die focussen of wat er aangeklaagd wordt en fout liep, om pas vervolgens van daaruit standpunten te gaan verzoenen. Het probleem bij die aanpak, is namelijk vaak dat zo’n focus op de gemaakte fout vaak van aard is om elke kans op verzoening de wind uit de zeilen halen.

En ja, ik besef. Als +jurist op zoek gaan naar concrete punten van verzoening houdt risico’s in. Risico’s dat we een bepaalde lijn verlaten. In het geval van de Vlaamse Ombudsdienst en de Vlaamse klachtenbehandeling is er gelukkig tegelijk wel de link met de ontwikkelingen en resultaten bij grote Vlaamse klachten- en klantendiensten, die de omgang met blijken van onvrede, meer-en-meer koppelen aan de monitoring van de dienstverlening tout court. Maar dat verhaal vertel ik een andere keer.

Het is tijd om af te ronden en te besluiten. Ik had het voorrecht het afgelopen jaar om een aantal keer te mogen deelnemen en aanwezig te zijn op de Hasseltse Rechtsfaculteit. Ik zag een jonge faculteit, die vol overtuiging meezoekt naar het recht van morgen. Ik was bij een bemiddelingswedstrijd en bij een conferentie van doctoraats-studenten die nadacht over de thema’s van morgen. Ik ben er dan ook van overtuigd dat u een heel actueel entreebiljet op zak heeft dat u kan doen uitgroeien tot de +juristen van morgen.