menu

IMOB


Onderzoek

Mobiliteit

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

MOBILITEIT

Dagelijks nemen we tal van beslissingen – ook wanneer we ons verplaatsen. Wanneer vertrekken we? Welke route volgen we? Nemen we de bus, de trein of de auto? Gewoontes en attitudes bepalen vaak de keuzes die we maken. Mobiliteitsonderzoek concentreert zich op die verplaatsingskeuzes en heeft twee pijlers. In de eerste pijler doorgronden we het verplaatsingsgedrag van mensen, zodat we overheden en beleidsmakers kunnen ondersteunen bij het nemen van beslissingen. Wie de verplaatsingskeuzes wil beïnvloeden, moet ze namelijk eerst begrijpen. In de tweede pijler werken we op vlak van mobiliteitsmanagement innovatieve oplossingen uit, die bijdragen tot een meer duurzame mobiliteit.

Pijler 1: Beleidsondersteuning aan de hand van transportmodellen

Al verschillende jaren zet IMOB actief in op de ontwikkeling van activiteitengebaseerde transportmodellen. Die modellen simuleren niet enkel (aantallen) verplaatsingen, maar brengen ook een volledig dag- en activiteitenpatroon van een individu in kaart. Met die modellen kunnen we beleidsopties aan de (gesimuleerde) realiteit toetsen. Welk effect heeft een bepaalde maatregel? Hoe zal mobiliteit in de toekomst evolueren? Op die manier kunnen we overheden en beleidsmakers helpen in het nemen van beslissingen.

IMOB ontwikkelde FEATHERS, een activiteitengebaseerd transportmodel dat volledig operationeel is voor Vlaanderen. FEATHERS wordt ook al ingezet in andere regio’s (bv. UK, Seoul en Slovenië) en in verschillende toepassingen (bv. kwantificering van emissies en gezondheid, elektrische voertuigen, enz.).

Pijler 2: Managen en beheersen van de mobiliteitsvraag

In deze pijler buigen we ons over manieren om de mobiliteitsvraag te managen en te beheersen, waarbij we steeds een meer duurzame mobiliteit nastreven. Zo brengen we de exacte grootte van de mobiliteitsvraag in kaart, geven we advies over parkeermaatregelen en –tarifering, stimuleren we multimodale verplaatsingen, enz.

Projecten binnen Mobiliteit

Enkele interessante referentieprojecten zijn:


Data Science voor het simuleren van het tijdperk van elektrische voertuigen

De technologie achter het ontwerp van elektrische auto's wordt voortdurend verbeterd en de EU verwacht dat deze auto's in 2020 in massaproductie gemaakt kunnen worden. Door informatie van gps en locatiegegevens van mobiele telefoons op een compleet nieuwe manier toe te passen heeft het DATA SIM-project van de EU een simulatie gemaakt van de gevolgen van een massale overstap op elektrische auto's en onderzoek gedaan naar het effect ervan op de mobiliteit en elektriciteitdistributienetwerken. De verwachte grootschalige ingebruikname van elektrische auto's (EA) zal invloed hebben op hoe we reizen en waar en wanneer we een beroep doen op het elektriciteitsnet. Weten wat het algemene gebruik van EA's voor reactie teweeg brengt, is de sleutel tot de voorbereiding op deze uitbreiding.

"Omvangrijke gegevensbestanden” geven een gedetailleerd beeld van het vervoersgebruik in de EU

Tot nu toe hebben onderzoekers gebruik gemaakt van algemene criteria, zoals ontwikkeling van de werkgelegenheid in een regio, om verkeersstromen in kaart te brengen. Weggebruikers hebben een dagboek bijgehouden, hun trajecten genoteerd en vragenlijsten beantwoord. Deze informatie was nuttig maar niet helemaal betrouwbaar, omdat mensen onjuist of onnauwkeurig kunnen zijn. DATA SIM heeft een volledig nieuwe en zeer gedetailleerde tijd-ruimte-aanpak ontwikkeld die gebaseerd is op het gebruik van grote hoeveelheden data van mobiele telefoons en gps. Dit nieuwe gedragsmodel kan voorspellen wat er zou gebeuren als we morgen allemaal elektrisch gaan rijden.

Slimmere elektriciteitsnetten

Doorgronden wat mensen doen als ze achter het stuur gaan zitten, en hoe ver ze waarschijnlijk zullen gaan, betekent ook dat onderzoekers kunnen bepalen waar en wanneer er waarschijnlijk behoefte aan energie is. Zo kan je nagaan of er een risico op energietekort is in bepaalde zones wanneer er een bepaald aantal auto's opgeladen wordt. Als er bijvoorbeeld teveel EA's tegelijkertijd worden opgeladen, bestaat er dan een risico dat de straatverlichting uitvalt?

Antwoorden op deze vragen verschaffen beleidsmakers nuttige informatie om het netwerk in die specifieke gebieden te versterken of om oplaadpunten opnieuw te ontwerpen. Een van de belangrijkste uitdagingen voor hernieuwbare energie is de fluctuatie, met de pieken en dalen in de productie ervan. DATA SIM heeft ook de mogelijkheid onderzocht of EA's gebruikt kunnen worden om energieoverschotten die in een piekperiode opgewekt worden op te slaan en of de extra energie in de auto-accu's teruggevoerd kan worden naar het netwerk wanneer dit nodig is (wanneer de auto's geparkeerd staan).

Slimme coördinatie tussen mens en machine

Autodelen, carpoolen, opladen en rijden: coördineren hoe we met onze auto's omgaan, staat centraal bij het groener maken van ons vervoer. In DATA SIM komen voor het eerst datamining, databasebeheer, complexe systemen, vervoer, energie en computerwetenschappen bij elkaar om praktische oplossingen i.v.m. mobiliteit te vinden. Het project, dat drie jaar heeft gelopen en in augustus 2014 is afgerond, zal op zijn resultaten voortbouwen om nieuwe oplossingen voor de mobiliteitsmarkt te vinden door middel van een efficiënt gebruik van grote hoeveelheden gegevens.

Meer informatie: www.datasim-fp7.eu

Project ID

  • Periode: 01/09/2011 - 31/08/2014
  • Opdrachtgever: Europese Unie, 7de kaderprogramma
  • Projectpartners: CNR – Consiglio Nazionale delle Ricerche, BME - Budapesti Muszaki es gazdasagtudomanyi Egyetem, Fraunhofer - Gesellschaft zur Foerderung der Angewandten Forschung E.V., UPM - Universidad Politecnica de Madrid, VITO - Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, IIT - Technion, Israel Institute of Technology, UPRC - University of Piraeus Research Center, HU - University of Haifa
  • Projectcoördinator: UHasselt-IMOB

ICOMflex: Innovatieve Concepten voor Organisaties en Mobiliteit: flexwerkplekken en het organiseren van het nieuwe werken

Vlaanderen loopt achter op andere Europese landen en regio’s wat betreft het ‘nieuwe werken’. Nog te weinig mensen maken gebruik van de steeds uitgebreider wordende mogelijkheden om tijd- en plaatsonafhankelijk (TPOW) te werken. Doel van het project is Vlaanderen te helpen met het inlopen van die achterstand. Daartoe ontbreekt vandaag nog enig bewustzijn, maar ook zien veel organisaties vandaag nog niet de mogelijkheden voor TPOW. Ook aan de aanbodzijde is er twijfel. Het inplanten van flexwerkcentra vergt aanzienlijke investeringen, en inschatten waar en volgens welk businessmodel je die centra inricht is een moeilijke oefening. Dit project is bedoeld om zowel de vraag naar als het aanbod van telewerkmogelijkheden te ondersteunen.

Dit project draagt daartoe bij door de weg te wijzen naar de talrijke mogelijkheden die telewerken biedt o.a. op het vlak van mobiliteit, maar ook door de methodes en kennis op te leveren die noodzakelijk zijn om die kennis in de praktijk om te zetten.

Het Vlaams Instituut voor Mobiliteit (VIM) en Flanders Synergy (FS) slaan hiervoor de handen in elkaar in het kader van het IWT - O&O project 'ICOMflex - Innovatieve Concepten voor Organisaties en Mobiliteit: flexwerkplekken en het organiseren van het nieuwe werken'. IMOB zal concreet instaan voor de volgende deeltaak: 'Onderzoek verplaatsingsgedrag bij collectieve implementaties'.

Meer informatie: download hier de projectfiche.

Project ID

  • Periode: 01/09/2013 - 31/08/2016
  • Opdrachtgever: IWT, O&O project - UHasselt-IMOB werkt in onderaanneming en voert een specifieke deeltaak uit.
  • Projectpartners: Vlaams Instituut voor Mobiliteit (VIM) en Flanders Synergy (FS)
  • Projectcoördinator: VIM & FS

SMART-PT: Slim Adaptief Openbaar Vervoer

Het SMART-PT project is een uitbreiding van het lopende SBO project "ORDERin'F - Organizing Rhizomic DEvelopment along a Regional pilot network in Flanders". Het beoogde doel van ORDERin'F is het verkennen van een implementatie van een regionaal openbaar vervoerssysteem in een post stedelijke context en nagaan hoe dit netwerk zou kunnen bijdragen tot een efficiëntere ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling in Vlaanderen. Tijdens de uitvoering van dit SBO-project werd het duidelijk dat aan de vermelde hypothese (namelijk dat een OV-systeem een grote invloed kan hebben op duurzame stedelijke ontwikkeling in Vlaanderen) alleen kan voldaan worden als de ontwikkeling van een dergelijk systeem economisch levensvatbaar zou kunnen worden gemaakt. Dit betekent dat het resulterende OV-systeem zowel zeer efficiënt als effectief moet zijn (d.w.z. dat het zeer goed moet passen bij de mobiliteitsbehoeften van de reizigers). Om dit doel te bereiken moet het resulterende OV-systeem zeer flexibel zijn.

Daarom is het doel van dit SMART-PT project om een zelf-adaptief openbaar vervoersysteem te ontwikkelen afgestemd op de behoeften en de geleidelijk en natuurlijk veranderende verplaatsingspatronen van de gebruikers. Om een dergelijk vervoerssysteem te realiseren, moet het potentieel van de tussenliggende modi (bv. paratransit , autodelen, enz.) efficiënter benut worden. Via ICT zal een zelfbewust Smart-PT opkomende passagiersstromen herkennen, hun variatie in tijd en ruimte inschatten, en hiermee rekening houdend, beslissen  over welk het geschikte operationele model is om aan deze stroom tegemoet te komen. Waar nodig zal Smart-PT routes en frequenties aanpassen ter aanvulling van de diensten waar hoge vraag naar is, terwijl diensten die minder frequent gebruikt worden gradueel  vervangen worden door meer flexibele diensten (bv. van een vaste busroute naar een flexibele paratransit dienstverlening).  Gemakkelijk aan te passen modi (bv. paratransit) zullen eerst reageren en dan zullen moeilijker aan te passen componenten (bussen, trams, LRT) gradueel aangepakt worden.

Meer informatie: https://smart-pt.tau.ac.il/

Project ID

  • Periode: 01/07/2014 - 30/06/2016
  • Opdrachtgever: IWT-SBO (in het kader van ERA-NET Transport III)
  • Projectpartners: TAU: Tel Aviv University (Israel), AIT: Austrian Institute of Technology (Duitsland), IMOB: Hasselt University (België), KTH: Royal Institute of Technology Stockhom (Zweden), PUT: Poznan University of Technology (Polen), SNZN: Senozon Deutschland GmbH (Duitsland), BUUR: Bureau voor Urbanisme cvba (België), GVS: GEVAS software - Systementwicklung und Verkehrsinformatik GmbH (Duitsland)
  • Projectcoördinator: TAU: Tel Aviv University (Israel) 

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen: controle en analyse

Het voorwerp van de opdracht is de uitvoering van de controle en de analyse van de gegevens van de enquêtering die binnen het kader van het onderzoek verplaatsingsgedrag Vlaanderen (OVG 5) gebeurt. Deze enquêtering gebeurt jaarlijks gedurende 5 opeenvolgende jaren. Hierbij dient jaarlijks een analyserapport opgemaakt te worden dat een weergave is van de analyse van de gegevens van het voorbije waarnemingsjaar.

Meer informatie: www.mobielvlaanderen.be/ovg/

Project ID

  • Periode: 15/01/2015 - 14/10/2020
  • Opdrachtgever: Vlaamse Overheid - Departement Mobiliteit en Openbare Werken - Afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid
  • Projectpartners: -
  • Projectcoördinator: UHasselt-IMOB