menu

Studenten en doctorandi


Studeren aan de UHasselt

Studenten en doctorandi

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

1. EVALUATIEVORMEN EN ORGANISATIE VAN EXAMENS

Artikel 1.1 Examenperiodes

Artikel 1.2 Evaluatie: vormen en afspraken

Artikel 1.3 Deelname aan examens en examenkansen

Artikel 1.4 Examenroosters tijdens examenperiodes

Artikel 1.5 Plaats en duur van examens

Artikel 1.6 Openbaarheid van mondelinge examens

 

Artikel 1.1 Examenperiodes

  1. De UHasselt organiseert gedurende het academiejaar examenperiodes aansluitend bij elke onderwijsperiode en een examenperiode in augustus/september, voorafgaand aan de aanvang van het nieuwe academiejaar. Deze examenperiodes staan expliciet vermeld in de (facultaire) academische kalenders.

Artikel 1.2 Evaluatie: vormen en afspraken 

  1. Een examen is elke evaluatie van de mate waarin een student op grond van zijn studie de competenties, verbonden aan een opleidingsonderdeel, heeft verworven. Tenzij de in art. 1.2 lid 3 en 5 omschreven toegelaten afwijkingen, moet deze evaluatie plaatsvinden tijdens de daartoe voorziene examenperiodes.

    De evaluatievorm wordt bepaald op grond van de te beoordelen competenties en wordt via de studiegids bekend gemaakt. Indien nodig kan de tweede examenkans van het academiejaar plaatsvinden onder een andere evaluatievorm; dit wordt vermeld in de studiegids. Het betreffende OMT en de faculteit bewaken de evaluatievormen.

  2. Een opleidingsonderdeel dat over meerdere onderwijsperiodes wordt georganiseerd, wordt in zijn geheel geëxamineerd. De faculteitsraad kan echter, op advies van het OMT en de coördinerende verantwoordelijke, beslissen dat voor dergelijk opleidingsonderdeel na meerdere onderwijsperiodes een deelexamen kan worden afgenomen.

    Deelname aan alle deelexamens is een voorwaarde om een examenresultaat voor het gehele opleidingsonderdeel te bekomen. Het relatieve aandeel van elk deelexamen wordt vooraf vastgelegd. Tevens wordt hier aangegeven of en onder welke voorwaarden resultaten van deelexamens kunnen worden behouden bij een tweede (en eventueel een volgende) examenkans.

  3. De faculteitsraad kan, op advies van het OMT en de coördinerende verantwoordelijke, beslissen dat opleidingsonderdelen of delen ervan worden geëvalueerd buiten de voorziene examenperiodes.

    In dit geval wordt aangegeven:
    • de omschrijving van de onderwijs- en leeractiviteiten;
    • de evaluatievormen en de evaluatiemomenten;
    • het relatieve aandeel van afzonderlijke evaluaties in het definitieve examenresultaat;
    • eventuele mededeling van resultaten van afzonderlijke evaluaties;
    • of en onder welke voorwaarden resultaten van afzonderlijke evaluaties kunnen behouden worden bij een tweede (en eventueel een volgende) examenkans;
    • dat desgevallend een tweede examenkans onder een andere evaluatievorm plaatsvindt, of niet mogelijk is (zie ook art. 1.3, lid 4).

      Deelname aan alle deelevaluaties is een voorwaarde om een examenresultaat voor het gehele opleidingsonderdeel te bekomen.
      Bovenstaande gegevens worden in de studiegids vermeld. Het betreffende OMT en de faculteit waken over een evenwichtige spreiding van deze evaluaties buiten de examenperiodes.
  4. Op vraag van de coördinerende verantwoordelijke kan de evaluatievorm vermeld in de studiegids gewijzigd worden op basis van gegronde redenen, te beoordelen door de voorzitter van het OMT, en uiterlijk voor de aanvang van de onderwijsperiode van het betreffende opleidingsonderdeel. In geval van overmacht kan de evaluatievorm ook gewijzigd worden tijdens de onderwijsperiode.

  5. Aan studenten die in aanmerking komen voor faciliteiten (zie onderwijsregeling, art. 8) of in geval van overmacht of aantoonbare structurele problemen kan het bureau van de examencommissie, op verzoek van de student of desgevallend de coördinerend verantwoordelijke, afwijkingen op een evaluatievorm toestaan en/of een evaluatie/examen buiten de voorziene examenperiodes toelaten. Het voorgaande geldt ook in geval van een bijzonder traject voor werkstudenten.

Artikel 1.3  Deelname aan examens en examenkansen

Voorwaarden

  1. Een student kan maar deelnemen aan een examen van een opleidingsonderdeel indien hij via zijn studiecontract is ingeschreven voor dat opleidingsonderdeel. Zonder geldige inschrijving wordt het behaalde examenresultaat als niet bestaande beschouwd.

  2. De deelname aan een examen kan onderworpen zijn aan voorwaarden met betrekking tot voldoende aanwezigheid bij bepaalde onderwijs- en leeractiviteiten. De faculteitsraad zal, op advies van het OMT en de coördinerende verantwoordelijke, bepalen voor welke opleidingsonderdelen dergelijke voorwaarden van toepassing zijn. Dit wordt opgenomen in de studiegids.

    Examenkansen per opleidingsonderdeel

  3. Een student heeft in beginsel voor ieder opleidingsonderdeel waarvoor hij ingeschreven is, recht op twee examenkansen in de loop van het academiejaar om een creditbewijs te behalen (Codex hoger onderwijs art. II.223).

  4. Indien de aard van het opleidingsonderdeel niet toelaat dat tijdens hetzelfde academiejaar tweemaal wordt geëxamineerd, kan het in lid 3 bedoelde recht niet tijdens hetzelfde academiejaar worden uitgeoefend. In dat geval moet de student zich voor het betreffende opleidingsonderdeel in een volgend academiejaar opnieuw inschrijven. De faculteitsraad beslist, op advies van het OMT en de coördinerende verantwoordelijke, voor welke opleidingsonderdelen of delen ervan dit van toepassing is. Dit wordt vermeld in de studiegids (Codex hoger onderwijs art.II.223).

    Eerste examenkans in een academiejaar

  5. Een student die is ingeschreven voor een opleidingsonderdeel zal examen afleggen in de examenperiode die onmiddellijk volgt op de periode waarop het onderwijs voor het opleidingsonderdeel wordt afgesloten (of tijdens de onderwijsperiode in geval van art. 1.2 lid 3).

  6. (opgeheven sinds 2013-2014) 

    Tweede examenkans in een academiejaar

  7. Een tweede examenkans kan enkel worden opgenomen in augustus/september (laatste examenperiode). Hierbij dient art. 1.3 lid 4 in acht genomen te worden.

    De tweede examenkans voor postgraduaten kan ook op een ander ogenblik plaatsvinden. Studenten worden hierover tijdig geïnformeerd.

    Wanneer een student na de eerste examenkans voor een deliberatiepakket en/of een opleiding niet geslaagd is, is hij automatisch ingeschreven voor de tweede examenkans voor opleidingsonderdelen waarvoor tijdens de eerste examenkans een onvoldoende werd behaald. Een student kan uitschrijven voor de tweede examenkans van 11 juli tot en met 11 augustus.

    Voor de tweede examenkans van opleidingsonderdelen van postgraduaten moet een student zich ten laatste 10 werkdagen voor de tweede examenkans uitschrijven.

    Indien een student een tweede examenkans wil opnemen voor opleidingsonderdelen waarvoor hij een getolereerde onvoldoende behaalde in de eerste examenkans, dan dient hij dit uiterlijk 10 werkdagen na de bekendmaking van het voldoen aan de tolerantieregels schriftelijk via de studieloopbaanbegeleider mee te delen aan de voorzitter van de examencommissie. De student zal automatisch worden ingeschreven voor de tweede examenkans van de betreffende opleidingsonderdelen. Het bureau van de examencommissie kan gemotiveerd afwijken van de termijn van 10 werkdagen, in het voordeel van de student.

    Studenten die kunnen afstuderen vóór februari door vervroegd examen af te leggen

  8. Studenten die vóór februari hun opleiding kunnen afronden door vervroegd examen af te leggen, richten hiertoe een formeel verzoek aan de voorzitter van de examencommissie via de studieloopbaanbegeleider en dit voor 30 oktober. De beslissing van de voorzitter van de examencommissie wordt uiterlijk 15 november aan de student meegedeeld.

    Desgevallend kunnen, na overleg met de coördinerende verantwoordelijke, examens voorzien worden voor opleidingsonderdelen die in de voorafgaande examenperiode(s) niet regulier worden geëxamineerd. De student zal hiervoor automatisch worden ingeschreven.

    Indien een student uiterlijk februari niet slaagt voor het geheel van de opleiding, kan de voorzitter van de examencommissie toestaan dat hij zijn tweede examenkans opneemt binnen de examenperiodes van juni/juli. De student richt zich hiertoe uiterlijk 15 april een verzoek aan de voorzitter van de examencommissie via de studieloopbaanbegeleider. De student zal hiervoor mits toegestaan automatisch worden ingeschreven.

    Overmacht

  9. Indien een student tijdens de examens of tijdens een onderwijsactiviteit met verplichte aanwezigheid wegens overmacht verhinderd is aan één of meer examens/verplichte onderwijsactiviteiten deel te nemen zoals voorzien in art. 1.3 lid 5, 7 en 8, wordt dit binnen de drie werkdagen na de dag van het eerste gemiste examen/verplichte onderwijsactiviteit aan de studentenadministratie gemeld en gestaafd met een geldig bewijsstuk wanneer de student een inhaalexamen wenst. Een medisch attest wordt als geldig bewijsstuk aanvaard mits het door een arts uiterlijk is uitgeschreven op de dag van de ziekte of het ongeval. Een attest waarin enkel de verklaring van de student wordt gemeld (dixitattest) of een attest dat na de ziekte werd geschreven (post-factumattest) wordt niet als bewijsstuk aanvaard. De voorzitter van de examencommissie gaat na of de student op een andere datum examen kan afleggen.

    Inleveringstermijn werkstukken

  10. De gevolgen van het laattijdig indienen van een werkstuk worden door de coördinerende verantwoordelijke vooraf schriftelijk/elektronisch aan de studenten meegedeeld. Als een student om gegronde redenen voorziet dat hij een werkstuk niet tijdig zal kunnen inleveren, neemt hij voor de aangegeven datum contact op met de coördinerende verantwoordelijke, die desgevallend een nieuwe inleveringstermijn kan bepalen.

Artikel 1.4  Examenroosters tijdens examenperiodes

  1. De examenroosters worden bekend gemaakt ten minste vier onderwijsweken voor het begin van een examenperiode. De examenroosters van de tweede examenkans worden uiterlijk 11 juli bekendgemaakt. 

  2. De examenroosters vermelden minstens de namen van de coördinerende verantwoordelijken, van de voorzitter van de examencommissie en van de ombudspersoon.

  3. Examinatoren en studenten kunnen niet afwijken van de vastgelegde examenroosters. Een examen kan enkel omwille van zwaarwichtige redenen worden verplaatst. De beslissing hierover wordt genomen door de voorzitter van de examencommissie in overleg met de ombudspersoon en met de coördinerende verantwoordelijke die een nieuwe regeling treft.

Artikel 1.5 Plaats en duur van examens

  1. Alle examens worden afgenomen in de gebouwen van de universiteit behoudens:
    • gevallen van overmacht, vast te stellen door de voorzitter van de examencommissie.
    • examens die met toelating van de faculteitsraad, op voorstel van het OMT en de coördinerende verantwoordelijke, op een andere plaats mogen worden afgenomen. In dergelijk geval wordt dit aangegeven in de studiegids.
    • examens voor studenten met toegekende faciliteiten die met toelating van de examencommissie op een andere plaats mogen worden afgenomen.

      Studenten met toegekende faciliteiten kunnen langer dan een have dag (ca. 4 uur) werken aan een examen.
  2. Een examen dat bestaat uit een beoordeling op één bepaald moment mag maximaal een halve dag (ca. 4 uur) in beslag nemen. Hiervan kan alleen worden afgeweken mits goedkeuring door de faculteitsraad, op advies van het OMT en de coördinerende verantwoordelijke.

Artikel 1.6 Openbaarheid van mondelinge examens

  1. Een student kan vragen dat een ombudspersoon een mondeling examen bijwoont (niet noodzakelijk de ombudspersoon van de betrokken opleiding). De ombudspersoon mag op geen enkele manier het verloop van het examen beïnvloeden. Hiertoe richt de student uiterlijk 7 kalenderdagen voorafgaand aan het examen een vraag aan de voorzitter van de examencommissie. Deze contacteert de examinator en de ombudspersoon en ziet er op toe dat er geen betrokkenheid is tussen de student en de ombudspersoon.