menu

Studenten en doctorandi


Studeren aan de UHasselt

Studenten en doctorandi

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

3. EXAMENCOMMISSIE: SAMENSTELLING, WERKING EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 3.1 Samenstelling van examencommissie

Artikel 3.2 Beraadslaging en verslag van de examencommissie

Artikel 3.3 Bevoegdheden van de examencommissie


Artikel 3.1  Samenstelling van examencommissie

  1. Per opleiding/postgraduaat wordt één examencommissie samengesteld. De examencommissie van een schakel- en voorbereidingsprogramma is deze van de aansluitende masteropleiding.

  2. Op voorstel van het desbetreffende OMT en de betrokken decaan geeft de faculteitsraad gemotiveerd advies aan het College van Decanen/de Raad van Bestuur van SEE omtrent de samenstelling van examencommissies, inclusief over de aanduiding van voorzitter, ondervoorzitter en secretaris, voor de opleidingen die onder haar bevoegdheid ressorteren. Het College van Decanen/De Raad van Bestuur van SEE beslist.

  3. Een examencommissie voor een opleiding bestaat uit minstens vijf leden. Als richtlijn wordt een maximum van tien leden vooropgesteld. Alleen coördinerende verantwoordelijken met een onderwijsopdracht in de opleiding kunnen als lid van een examencommissie worden aangesteld. Aangewezen is dat minstens één lid van de examencommissie ook lid is van het OMT van de betreffende opleiding. De voorzitter is een vastbenoemd ZAP-lid met een academische opdracht van minimaal 80 %. In uitzonderlijke gevallen kan het College van Decanen afwijkingen toestaan.

    Een examencommissie voor een postgraduaat bestaat uit minstens drie leden. De voorzitter is coördinerend verantwoordelijke van minstens één opleidingsonderdeel in het postgraduaat. De secretaris en de ondervoorzitter hebben minstens een onderwijsopdracht in het postgraduaat. In uitzonderlijke gevallen kan de Raad van Bestuur van SEE afwijkingen toestaan.

  4. Een ombudspersoon neemt met raadgevende stem deel aan de vergaderingen van de examencommissie. Als er meerdere ombudspersonen zijn, duidt de faculteitsraad in overleg met de ombudspersonen één van hen aan als deelnemer aan de vergaderingen van de examencommissie.

  5. De examencommissie wordt bijgestaan door de studieloopbaanbegeleider van de opleiding/het postgraduaat.

  6. Voor het gemeenschappelijk 1ste deliberatiepakket van de opleidingen bachelor in de toegepaste economische wetenschappen: handelsingenieur en bachelor in de toegepaste economische wetenschappen: handelsingenieur in de beleidsinformatica wordt een aparte examencommissie ingericht, bestaande uit de examencommissie bachelor in de toegepaste economische wetenschappen: handelsingenieur (HI) en de examencommissie bachelor in de toegepaste economsche wetenschappen: handelsingenieur in de beleidsinformatica (BI).

    De voorzitter van de examencommissie voor het gemeenschappelijk 1ste deliberatiepakket HI/BI is de voorzitter van de examencommissie bachelor in de toegepaste economische wetenschappen: handelsingenieur. De ondervoorzitter van de examencommissie voor het gemeenschappelijk 1ste deliberatiepakket HI/BI is de voorzitter van de examencommissie bachelor in de toegepaste economische wetenschappen: handelsingenieur in de beleidsinformatica.

Artikel 3.2 Beraadslaging en verslag van de examencommissie

  1. Per academiejaar worden er minimum twee vergadermomenten van de examencommissie voorzien: in juni/juli en in september.

  2. Ieder lid van de examencommissie beschikt over één stem. De ombudspersoon is geen lid van de examencommissie, maar neemt met raadgevende stem deel aan de vergaderingen.

  3. Een examencommissie kan in een vergadering slechts bindende beslissingen nemen ten aanzien van een student zo ten minste de helft van de leden van de examencommissie aanwezig is.

  4. Beslissingen van de examencommissie tijdens een vergadering zijn genomen bij unanimiteit wanneer geen van de aanwezige leden om een stemming bij handopsteking of om een geheime stemming verzoekt. Ook de ombudspersoon kan een stemming vragen. In geval van een stemming, beslist de examencommissie met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Onthoudingen, blanco stemmen of ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen beslist de examencommissie conform het verzoek van de student of in het voordeel van de student. 

  5. Leden van de examencommissie nemen geen deel aan beraadslagingen en beslissingen ten aanzien van bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad of ten aanzien van personen met wie ze samenwonen of diens bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad.

  6. De leden van de examencommissie en andere betrokken personen zijn ertoe gehouden het vertrouwelijk karakter van de besprekingen te vrijwaren.

  7. De beslissingen van de examencommissie, met inbegrip van de motiveringen voor afwijkingen op de algemene regels, worden opgenomen in een verslag. Dit verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de examencommissie (bij vergadering wordt ook de aanwezigheidslijst opgenomen). De ondervoorzitter vervangt de voorzitter indien die door overmacht niet aanwezig kan zijn. De afwezigheid van de voorzitter wordt gemotiveerd in het verslag.

Artikel 3.3 Bevoegdheden van de examencommissie

  1. Ten aanzien van studenten ingeschreven onder diplomacontract of examencontract met het oog op het behalen van een diploma heeft de examencommissie de bevoegdheden zoals omschreven in art. 4.5.3 en art. 4.7.1.

  2. Ten aanzien van studenten ingeschreven onder diplomacontract of examencontract met het oog op het behalen van een diploma kan de examencommissie beslissingen nemen voor alle gevallen voorgelegd door het bureau van de examencommissie. 

  3. De examencommissie kan bindende voorwaarden opleggen aan een onder diplomacontract ingeschreven student die na één academiejaar aan een Vlaamse instelling voor hoger onderwijs niet ten minste 60% van de studiepunten heeft verworven die hij/zij in dat academiejaar heeft opgenomen (berekend over alle studiecontracten in dat academiejaar heen). De bindende voorwaarden betreffen in beginsel geen criteria die strenger zijn dan de regels in art. 4. (Codex hoger onderwijs art. II.246)

    3 bis. De examencommissie kan bindende voorwaarden opleggen aan een student die onder diplomacontract (her)inschrijft in het 1ste deliberatiepakket van de bachelor en die in een voorafgaand academiejaar aan om het even welke Vlaamse instelling voor hoger onderwijs minder dan 60% van de opgenomen studiepunten uit het 1ste bachelorjaar van dezelfde opleiding, heeft verworven. Deze bindende voorwaarden kunnen ten vroegste in academiejaar 2016-2017 opgelegd worden en betreffen:
    - De beperking van het studiepakket van de student onverminderd de bepaling in art. 5.1 lid 3:
    De student die minder dan 40% maar minstens 30% van de opgenomen studiepunten uit het 1ste bachelorjaar heeft verworven, mag in een volgend academiejaar maximaal voor 45 studiepunten inschrijven.
    De student die minder dan 60% maar minstens 40% van de opgenomen studiepunten uit het 1ste bachelorjaar heeft verworven, mag in een volgend academiejaar maximaal voor 60 studiepunten inschrijven.
    en
    - De student slaagt voor het 1ste bachelorjaar en behaalt minimaal 60% studierendement voor de overige opleidingsonderdelen uit de betreffende opleiding.

  4. De examencommissie heeft de bevoegdheid om de verdere inschrijving van een student te weigeren conform art. 5.3 lid 1 en 2.

  5. Waar nodig, maar minstens met betrekking tot beslissingen aangaande art. 4.5.3 en art 4.7.1 van het examenreglement, beslist de examencommissie voor het gemeenschappelijk 1ste deliberatiepakket HI/BI in consensus met de examencommissie bachelor in de toegepaste economische wetenschappen: handelsingenieur of de examencommissie bachelor in de toegepaste economische wetenschappen: handelsingenieur in de beleidsinformatica.