menu

Studenten en doctorandi


Studeren aan de UHasselt

Studenten en doctorandi

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

3 BIS. BUREAU VAN DE EXAMENCOMMISSIE: SAMENSTELLING, WERKING EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 3 bis 1 Samenstelling van het bureau van de examencommissie

Artikel 3 bis 2 Vergadering en verslag van het bureau van de examencommissie

Artikel 3 bis 3 Bevoegdheden van het bureau van de examencommissie


Artikel 3 bis 1 Samenstelling van het bureau van de examencommissie

  1. Per examencommissie wordt een bureau van de examencommissie ingesteld.

  2. De voorzitter en ondervoorzitter van de examencommissie vormen het bureau. De voorzitter kan tevens een ombudspersoon en/of een andere deskundige uitnodigen.

  3. Het bureau wordt bijgestaan door de studieloopbaanbegeleider van de opleiding.

  4. Het bureau kan zich eveneens laten bijstaan door de coördinerend verantwoordelijken van de betrokken opleidingsonderdelen of andere leden van de examencommissie.

Artikel 3 bis 2 Vergadering en verslag van het bureau van de examencommissie

  1. Het bureau van de examencommissie vergadert minimaal na iedere examenperiode.

  2. De voorzitter en de ondervoorzitter dienen aanwezig te zijn om rechtsgeldig te vergaderen. Slechts één van beide kan zich laten vervangen door een ander lid van de examencommissie.

  3. De voorzitter en de ondervoorzitter, desgevallend hun plaatsvervanger, beslissen bij consensus. Zo niet wordt de beslissingsbevoegdheid overgedragen aan de examencommissie.

  4. Leden van het bureau van de examencommissie nemen geen deel aan de besprekingen en beslissingen ten aanzien van bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad of ten aanzien van personen met wie ze samenwonen of diens bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad.

  5. Het bureau van de examencommissie maakt een verslag op van haar werkzaamheden. Dit verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de ondervoorzitter en ter kennisgeving voorgelegd aan de examencommissie. Het verslag wordt gearchiveerd samen met de verslagen van de examencommissie.

  6. Een vergadering van het bureau van de examencommissie kan worden vervangen door een email-raadpleging van de leden van het bureau van de examencommissie. Een email-raadpleging is niet mogelijk voor beslissingen m.b.t. de bevoegdheden omschreven in art. 3 bis 3, 3 van de examenregeling en in geval van een interne beroepsprocedure.

Artikel 3 bis 3 Bevoegdheden van het bureau van de examencommissie

  1. Na elke examenperiode neemt het bureau van de examencommissie kennis van de examenresultaten zoals meegedeeld door de coördinerend verantwoordelijken en voert het bureau van de examencommissie een controle uit op:
    • het correct toepassen van de tolerantieregels;
    • het correct toepassen van de regels met betrekking tot de graad van verdienste.
  2. Op grond van de examenresultaten kan het bureau van de examencommissie een niet-bindend studieadvies uitbrengen, in het bijzonder voor studenten die voor de eerste keer zijn ingeschreven voor een bacheloropleiding.

  3. Het bureau van de examencommissie neemt beslissingen in geval van onregelmatigheden conform art. 9.3.

  4. Het bureau van de examencommissie kan toestaan dat een student meer dan 68 studiepunten per academiejaar opneemt. Ze is bevoegd voor het toekennen van (extra) faciliteiten zoals bepaald in art. 8.1 lid 4 van de onderwijsregeling en neemt beslissingen in geval van overmacht zoals bepaald in art. 1.2 lid 5 en art. 1.3 lid 9. Ze neemt tevens beslissingen m.b.t. examens aan een andere instelling conform art. 8 (en art. 9 van de onderwijsregeling).

  5. Het bureau van de examencommissie kan een toelatingsonderzoek uitvoeren zoals bepaald in art. 3.6, 3.6 bis en 3.7 van de onderwijsregeling. Ze beslist tevens over het toekennen van vrijstellingen conform art. 7 van de onderwijsregeling.

  6. Het bureau kan beslissen om de stage of een praktisch opleidingsonderdeel vroegtijdig te beëindigen, als een student door zijn gedragingen blijk heeft gegeven van ongeschiktheid voor de uitoefening van een beroep waartoe de opleiding die hij volgt, hem opleidt.

    In dit geval heeft de student geen recht op een tweede examenkans conform art. 1.3 lid 3 en 7 van de examenregeling tenzij aan de in dit verband opgelegde verplichtingen voldaan is. Deze beslissing dient omstandig gemotiveerd te worden.

  7. In geval van onbeslistheid of indien wenselijk, kan het bureau de beslissingsbevoegdheid overdragen aan de examencommissie.

  8. Waar nodig, beslist het bureau van de examencommissie voor het gemeenschappelijk 1ste deliberatiepakket HI/BI in consensus met het bureau van de examencommissie bachelor in de toegepaste economische wetenschappen: handelsingenieur of het bureau van de examencommissie bachelor in de toegepaste economische wetenschappen: handelsingenieur in de beleidsinformatica.