menu

Studenten en doctorandi


Studeren aan de UHasselt

Studenten en doctorandi

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

4. BEOORDELINGEN: 'SLAGEN' EN GRAAD

Artikel 4.1 Berekening percentage

Artikel 4.2 Slagen voor een deliberatiepakket van een bacheloropleiding

Artikel 4.3 Slagen voor een bacheloropleiding

Artikel 4.4 Slagen voor een masteropleiding

Artikel 4.5 Graad van verdienste

Artikel 4.6 Slagen voor een schakelprogramma of een voorbereidingsprogramma

Artikel 4.7 Algemene bepalingen m.b.t. 'slagen'

Artikels 4.2, 4.3, 4.4, 4.5, 4.6 en 4.7 lid 1 hebben betrekking op studenten die ingeschreven zijn onder diplomacontract of onder examencontract met het oog op het behalen van een diploma of een getuigschrift.
Voor de integrerende opleidingen zijn overgangsmaatregelen van kracht (zie bijlage).

Artikel 4.1 Berekening percentage

  1. Voor het vaststellen van het behaald gewogen percentage over de gehele opleiding/postgraduaat of een deel ervan (zoals in art. 4.2, 4.4, 4.5 en 4.6) geldt:
    • als formule wordt gehanteerd:
      gewogen percentage = Σ van alle producten van (examenresultaat x SP) x 100;
                                                              20 x opgenomen SP
    • de examenresultaten behaald voor elk opleidingsonderdeel worden gewogen volgens het aantal studiepunten dat er mee verbonden is;
    • het gewogen percentage wordt uitgedrukt als een geheel getal; hiertoe wordt naar boven afgerond indien het eerste cijfer na de komma minstens 5 is, in de andere gevallen wordt naar beneden afgerond;
    • vrijstellingen, alsook niet numerieke examenresultaten, worden bij de berekening van het percentage niet meegerekend.

Artikel 4.2 Slagen voor een deliberatiepakket van een bacheloropleiding

 0.   In een bacheloropleiding geeft het studietraject van een student (ingeschreven onder diplomacontract of
       onder examencontract met het oog op het behalen van een diploma) aanleiding tot twee deliberatiepakketten:

  • een eerste deliberatiepakket bestaande uit de betrokken opleidingsonderdelen uit het eerste bachelorjaar van het voltijds modeltraject van de betreffende opleiding;
  • een tweede deliberatiepakket bestaande uit de betrokken opleidingsonderdelen uit het tweede en derde bachelorjaar van het voltijds modeltraject van de betreffende opleiding.

    De twee deliberatiepakketten samen bestrijken het volledige opleidingsprogramma (ten minste 180 SP).
  1. Een student is geslaagd voor het eerste deliberatiepakket van een bacheloropleiding (omschreven in lid 0) indien hij een examenresultaat behaald heeft voor elk opleidingsonderdeel behorend tot het deliberatiepakket, behoudens vrijstellingen, en aan één van de volgende voorwaarden voldoet:
    • alle examenresultaten leiden tot creditbewijzen;
    • hij behaalt hoogstens 2 onvoldoendes 8 of 9 en de som van de studiepunten behorend bij deze tolereerbare onvoldoendes is maximaal 12 SP(*); bovendien behaalt hij minimaal 54% (gewogen) in geval van één onvoldoende en minimaal 58% (gewogen) in geval van twee onvoldoendes (tolerantieregel).

      (*) Berekend op een deliberatiepakket van 60 SP. In geval van vrijstellingen of een deliberatiepakket van meer of minder dan 60 SP worden de toegelaten studiepunten voor tolereerbare onvoldoendes verhoudingsgewijs berekend op de feitelijk opgenomen studiepunten (afronding naar boven vanaf 0,5, anders naar beneden).
      Het gewogen percentage wordt berekend zoals in art. 4.1.
  2. Een student is geslaagd voor het tweede deliberatiepakket van een bacheloropleiding (omschreven in lid 0) indien hij een examenresultaat behaald heeft voor elk opleidingsonderdeel behorend tot het deliberatiepakket, behoudens vrijstellingen, en aan één van de volgende voorwaarden voldoet:
    • alle examenresultaten leiden tot een creditbewijs;
    • hij behaalt enkel onvoldoendes 8 of 9 en de som van de studiepunten behorend bij deze tolereerbare onvoldoendes is maximaal 12 SP(*); bovendien behaalt hij minimaal 50% als gewogen percentage (tolerantieregel).

      (*) Berekend op een deliberatiepakket van 120 SP. In geval van vrijstellingen of een deliberatiepakket van meer of minder dan 120 SP, worden de toegelaten studiepunten voor tolereerbare onvoldoendes verhoudingsgewijs berekend op de feitelijk opgenomen studiepunten, begrensd door 12 SP (afronding naar boven vanaf 0,5, anders naar beneden).
      Het gewogen percentage wordt berekend zoals in art. 4.1.

Artikel 4.3 Slagen voor een bacheloropleiding

  1. Een student is geslaagd voor de betreffende bacheloropleiding indien hij geslaagd is voor het eerste en tweede deliberatiepakket m.b.t. de bacheloropleiding zoals aangegeven in art. 4.2.

Artikel 4.4 Slagen voor een masteropleiding

  1. Een student is geslaagd voor de betreffende masteropleiding indien hij een examenresultaat behaald heeft voor elk opleidingsonderdeel behorend tot de masteropleiding, behoudens vrijstellingen, en aan één van de volgende voorwaarden voldoet:
    • alle examens leiden tot een creditbewijs;
    • hij behaalt enkel onvoldoendes 8 of 9 en de som van de studiepunten behorend bij deze tolereerbare onvoldoendes is maximaal 6 SP(*) (eenjarige master) respectievelijk 12 SP(*) (tweejarige master); bovendien behaalt hij minimaal 50% als gewogen percentage (tolerantieregel).

      (*) Berekend op een deliberatiepakket van 60 SP (eenjarige master) dan wel 120 SP (tweejarige master). In geval van vrijstellingen of een deliberatiepakket van meer dan 60 SP (eenjarige master) of 120 SP (tweejarige master), worden de toegelaten studiepunten voor tolereerbare onvoldoendes verhoudingsgewijs berekend op de feitelijk opgenomen studiepunten, begrensd door 6 SP resp. 12 SP (afronding naar boven vanaf 0,5, anders naar beneden).
      Het gewogen percentage wordt berekend zoals in art. 4.1.
  2. Voor de specifieke lerarenopleiding worden de bovenstaande bepalingen van de masteropleiding gevolgd.

  3. Het masterdiploma kan slechts worden uitgereikt als het vereiste bachelor-, schakel- of voorbereidingsprogramma met succes werd voltooid.

Artikel 4.5 Graad van verdienste

  1. Indien een student geslaagd is voor een opleiding/postgraduaat wordt zijn graad van verdienste als volgt berekend:
    • onderscheiding vanaf een gewogen percentage van 68 %
    • grote onderscheiding vanaf een gewogen percentage van 77 %
    • grootste onderscheiding vanaf een gewogen percentage van 85 %.

      Het gewogen percentage wordt berekend zoals in art. 4.1.
  2. Een student krijgt geen graad van verdienste indien zijn feitelijk opgenomen studieprogramma minder dan de helft van het totaal aantal studiepunten van de opleiding/postgraduaat bedraagt.

  3. De examencommissie is bevoegd om in uitzonderlijke gevallen op gemotiveerde wijze af te wijken van de regeling in art. 4.5 lid 1.
    De afwijking kan geen verstrenging inhouden van de regels bepaald in 4.5.1.

Artikel 4.6 Slagen voor een schakelprogramma of een voorbereidingsprogramma

  1. Een student is geslaagd voor een schakelprogramma of een voorbereidingsprogramma indien hij een examenresultaat behaald heeft voor elk opleidingsonderdeel behorend tot het programma, behoudens vrijstellingen, en aan één van de volgende voorwaarden voldoet:
    • alle examens leiden tot een creditbewijs;
    • hij behaalt enkel onvoldoendes 8 of 9 en de som van de studiepunten behorend bij deze tolereerbare onvoldoendes is maximaal 10% van het totaal aantal feitelijk opgenomen studiepunten; bovendien behaalt hij minimaal 50% als gewogen percentage. Afronding naar boven vanaf 0,5, anders naar beneden.
  2. Er wordt geen graad van verdienste toegekend aan een student die geslaagd is voor een schakel- of een voorbereidingsprogramma.

Artikel 4.6 bis. Slagen voor een postgraduaat

Een student is geslaagd voor het betreffende postgraduaat indien hij geslaagd is voor alle opleidingsonderdelen behorend tot het postgraduaat, behoudens eventuele vrijstellingen. In uitzonderlijke gevallen kan de examencommissie van een postgraduaat positief afwijken van deze nultolerantie.

Artikel 4.7 Algemene bepalingen m.b.t. ‘slagen’

  1. De examencommissie is bevoegd om in bijzondere omstandigheden op gemotiveerde wijze af te wijken van de regelingen in art. 4.2, respectievelijk in art. 4.3, art. 4.4 en art. 4.6, namelijk als de examencommissie van oordeel is dat de doelstellingen van het betrokken deel van de opleiding, respectievelijk van de opleiding, globaal verwezenlijkt zijn (Codex hoger onderwijs, art. II.228 §1 en art. II.231). De afwijking kan geen verstrenging inhouden van de tolerantieregels.

  2. De faculteit kan, op advies van het OMT, een beperkt aantal opleidingsonderdelen uitsluiten van tolerantie; de student dient dus geslaagd te zijn voor dergelijke opleidingsonderdelen. Dit wordt aangegeven in de studiegids.

  3. Het feit dat een student globaal geslaagd is voor een opleiding, betekent niet dat hij een creditbewijs ontvangt voor die opleidingsonderdelen waarvoor hij niet is geslaagd (Codex hoger onderwijs art. II.228 §2 en art. II.231).

  4. Indien een student geslaagd is voor een opleiding behaalt hij het diploma van de opleiding.
    Indien een student geslaagd is voor een postgraduaat behaalt hij het getuigschrift van het postgraduaat.