menu

Studenten en doctorandi


Studeren aan de UHasselt

Studenten en doctorandi

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

1. INTERN BEROEP

Artikel 1.1 Interne beroepscommissie

Artikel 1.2 Studievoortgangsbeslissingen

Artikel 1.3 Aantekenen van intern beroep

Artikel 1.4 Behandeling van intern beroep

Artikel 1.1 Interne beroepscommissie

  1. Het College van Decanen stelt, op advies van de faculteitsraden, een interne beroepscommissie samen. De duur van de mandaten bedraagt vier jaren; het mandaat kan worden hernieuwd.

  2. De interne beroepscommissie bestaat uit 8 stemgerechtigde leden: één vastbenoemd ZAP-lid per faculteit en interfacultaire school, met een academische opdracht van minstens 50%, en één externe jurist die voorzitter is. Tevens wordt voor elk ZAP-lid en de voorzitter een plaatsvervanger aangeduid. Een stafmedewerker van de centrale administratieve diensten treedt op als secretaris (zonder stemrecht). 
    In de faculteit in oprichting IIW en ARK en in de opleiding ReKi kunnen ook vastbenoemde assistenten, lectoren, docenten of hoofddocenten op het integratiekader als lid worden afgevaardigd.
    In geval van betrokkenheid, kan de voorzitter leden/plaatsvervangers uitsluiten voor de behandeling van een beroep. De beroepscommissie kan enkel geldig beraadslagen en beslissen indien ten minste de helft van de (stemgerechtigde) leden aanwezig is.

  3. De interne beroepscommissie stelt een intern reglement op.

Artikel 1.2 Studievoortgangsbeslissingen 

(Codex hoger onderwijs art. I.3)

  1. Een studievoortgangsbeslissing is één van de volgende beslissingen:
    a. een examenbeslissing, zijnde elke beslissing die, al dan niet op grond van een deliberatie, een eindoordeel inhoudt over het voldoen voor een opleidingsonderdeel, meerdere opleidingsonderdelen van een opleiding/postgraduaat, of een opleiding/postgraduaat als geheel;
    b. een examentuchtbeslissing, zijnde een sanctie opgelegd naar aanleiding van examenfeiten;
    c. de toekenning van een bewijs van bekwaamheid, dat aangeeft dat een student op grond van eerder verworven competenties of eerder verworven kwalificaties bepaalde competenties heeft verworven;
    d. de toekenning van een vrijstelling, zijnde de opheffing van de verplichting om over een opleidingsonderdeel examen af te leggen;
    e. een beslissing waarbij het volgen van een schakel- en/of voorbereidingsprogramma wordt opgelegd en waarbij de studieomvang van dergelijk programma wordt vastgesteld;
    f. het opleggen van een maatregel van studievoortgangsbewaking;
    g. het weigeren van het opnemen van een bepaald opleidingsonderdeel in het diplomacontract waarvoor de student die een geïndividualiseerd traject volgt, zich nog niet eerder heeft ingeschreven;
    h. een beslissing inzake gelijkwaardigheid van een buitenlands diploma van hoger onderwijs met een Vlaams diploma van hoger onderwijs genomen krachtens artikel II.256 van de Codex hoger onderwijs;

Artikel 1.3 Aantekenen van intern beroep

  1. Een student die oordeelt dat een ongunstige studievoortgangsbeslissing (omschreven in art. 1.2) aangetast is door een schending van het recht, kan intern beroep aantekenen, voor zover dit geen voorwerp was van een eerder beroep (Codex hoger onderwijs art.II.283).

  2. Elk formeel intern beroep wordt ingediend binnen een vervaltermijn van 7 kalenderdagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving aan de student van de genomen studievoortgangsbeslissing.
    Indien de zevende dag van deze termijn een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag waarop de postdiensten open zijn.

  3. De student tekent beroep aan bij de voorzitter van de beroepscommissie. Dit beroep wordt formeel ingediend bij de secretaris van de beroepscommissie conform art. 1.3 lid 4. Om administratieve redenen wordt de student verzocht om het beroep ook te melden op het emailadres intern.beroep@uhasselt.be.

  4. Het verzoekschrift wordt op straffe van niet-ontvankelijkheid ingediend per aangetekend schrijven. Als datum van het beroep geldt de datum van postmerk van de aangetekende zending. Het omvat op straffe van niet-ontvankelijkheid tenminste:
    • Naam, correspondentieadres en handtekening van de student of zijn advocaat;
    • een vermelding van de beslissing waartegen het beroep gericht is met desgevallend toevoeging van relevante stukken;
    • een omschrijving van de ingeroepen bezwaren.

Artikel 1.4  Behandeling van intern beroep

  1. De secretaris van de beroepscommissie legt een dossier aan van elk ontvangen beroep.

  2. De voorzitter van de interne beroepscommissie oordeelt over het al dan niet ontvankelijk zijn van het ingediende beroep. Indien het beroep onontvankelijk is, wordt de student hiervan formeel op de hoogte gesteld via zijn studentendossier binnen een termijn van 20 kalenderdagen, die ingaat de dag nadat het beroep is ingesteld.

  3. In geval van een ontvankelijk verklaard beroep, roept de voorzitter de beroepscommissie onmiddellijk samen. De beroepscommissie nodigt de student uit om gehoord te worden. Indien de student behoorlijk werd opgeroepen maar niet opdaagt voor de hoorzitting, kan de commissie geldig beraadslagen in afwezigheid van de student. De student kan zich laten bijstaan of laten vervangen door een persoon naar keuze. Indien de student zelf niet aanwezig is op de hoorzitting en vervangen wordt door een vertegenwoordiger, dient deze vertegenwoordiger schriftelijk gevolmachtigd te zijn door de student, behalve indien de vertegenwoordiger een advocaat is. Daarnaast kan de commissie andere betrokkenen horen.

  4. De beroepscommissie beslist ofwel om het intern beroep gemotiveerd af te wijzen, ofwel om de studievoortgangsbeslissing gemotiveerd te vernietigen. Wanneer de beroepscommissie een studievoortgangsbeslissing vernietigt, legt ze het orgaan dat de beslissing genomen heeft op een nieuwe beslissing te nemen die rekening moet houden met de door de beroepscommissie gestelde voorwaarden. De beroepscommissie brengt de student formeel op de hoogte van haar beslissing via het studentendossier.

    Het orgaan dat de beslissing genomen heeft, brengt de student via het studentendossier op de hoogte van haar beslissing, met vermelding van de beroepsmogelijkheden, binnen een termijn van 20 kalenderdagen, die ingaat de dag nadat het beroep is ingesteld. Zij bezorgt tevens een afschrift van deze beslissing aan de voorzitter van de beroepscommissie.

  5. Na uitputting van de interne beroepsmogelijkheid kan de student beroep aantekenen bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen. Dit beroep dient bij aangetekende brief verzonden te worden, uiterlijk de zevende dag na de dag van de kennisgeving van de interne beslissing. De beroepen tegen een beslissing bedoeld in artikel 1.2 lid 1 h worden bij de Raad ingesteld binnen een vervaltermijn van 30 dagen die ingaat de dag na kennisgeving van de definitieve beslissing van het bij of krachtens het decreet bevoegd orgaan en uiterlijk de eenendertigste dag na de dag van een kennisgeving van de betrokken beslissing. Een kopie van dit schrijven moet terzelfder tijd bij aangetekend schrijven worden bezorgd aan de secretaris van de interne beroepscommissie.

  6. Bij het uitblijven van een tijdige beslissing van de interne beroepsinstantie binnen de termijn zoals bepaald in lid 2 en 4, dient in voorkomend geval het beroep bij de Raad binnen de vervaltermijn van zeven kalenderdagen na het verstrijken van deze termijn te worden ingesteld, tenzij vóór het verstrijken van de termijn waarover de interne beroepscommissie beschikt, deze aan de student meedeelt op welke latere datum zij uitspraak zal doen. In dat geval gaat de vervaltermijn van zeven kalenderdagen voor het beroep bij de Raad in de dag na die datum.

  7. Indien de zevende respectievelijk dertigste dag van de in het vijfde lid bedoelde termijn een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag waarop de postdiensten open zijn.