menu

Studenten en doctorandi


Studeren aan de UHasselt

Studenten en doctorandi

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

3. OMBUDSPERSONEN

Artikel 3.1 Aanstelling ombudspersonen

Artikel 3.2 Opdracht ombudspersonen

Artikel 3.1 Aanstelling ombudspersonen

  1. Op advies van het betreffende OMT, duidt de faculteitsraad bij aanvang van het academiejaar per opleiding/postgraduaat minstens één ombudspersoon aan (éénzelfde ombudspersoon voor meerdere opleidingen is mogelijk). Leden van het academisch personeel of personeelsleden met relevante ervaring in onderwijsmateries kunnen als ombudspersoon optreden. Tevens wordt voor elke ombudspersoon een plaatsvervanger aangeduid.

  2. De rector duidt een centrale ombudspersoon aan.

Artikel 3.2 Opdracht ombudspersonen

  1. De ombudspersonen treden bemiddelend op bij geschillen tussen studenten en één of meerdere personeelsleden. Deze geschillen kunnen verband houden met de toepassing van de onderwijs- en examenregeling en/of de rechtspositieregeling van de student of met als onbillijk ervaren handelingen en toestanden (Codex hoger onderwijs art. II.279).

  2. De ombudspersoon is ertoe gehouden het vertrouwelijk karakter van besprekingen en gesprekken te vrijwaren.

  3. De ombudspersoon van de opleiding/het postgraduaat treedt op als contactpersoon en bemiddelaar m.b.t. onderwijs- en examenproblemen.

    De specifieke opdrachten van de (opleidings)ombudspersoon m.b.t. examens en studievoortgangsbeslissingen worden geregeld in de examenregeling, zie art. 1.6, art 3.1, art. 3.2 en art. 9.2, art. 9.3 en art. 11.1.

    Het evalueren van de onderwijsverzorging en het oplossen van acute knelpunten m.b.t. het onderwijs gebeurt in eerste instantie door de evaluatievergadering (zie art. 1.5 van de onderwijsregeling). De ombudspersoon kan deelnemen aan de vergaderingen van de evaluatievergadering.

  4. De (opleidings)ombudspersoon treedt niet op als bemiddelaar bij geschillen omtrent opleidingsonderdelen waarbij hij betrokken is of indien hij verwant is met één van de betrokken partijen (bloed- en aanverwanten t.e.m. 3de graad of samenwonenden en diens bloed- en aanverwanten t.e.m. 3de graad). In dit geval zal zijn plaatsvervanger bemiddelen of desgevallend een persoon aangeduid door de decaan.

  5. Voor mogelijke andere geschillen in het kader van lid 1 of voor bijkomend advies, kunnen studenten zich wenden tot de centrale ombudspersoon.
    Eveneens kunnen studentenvertegenwoordigers die van oordeel zijn dat hun rechten niet gerespecteerd worden, terecht bij de centrale ombudspersoon.