menu

Studenten en doctorandi


Studeren aan de UHasselt

Studenten en doctorandi

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

3. TOELATINGSVOORWAARDEN

Artikel 3.1 Toelatingsvoorwaarden m.b.t. kennis van het Nederlands

Artikel 3.2 Toelatingsvoorwaarden m.b.t. kennis van een andere taal dan het Nederlands

Artikel 3.3 Algemene toelatingsvoorwaarden voor een bacheloropleiding

Artikel 3.4 Afwijkende toelatingsvoorwaarden voor een bacheloropleiding

Artikel 3.5 Bijzondere toelatingsvoorwaarden voor de bachelor in de geneeskunde

Artikel 3.6 Toelatingsvoorwaarden voor een masteropleiding

Artikel 3.6 bis Toelating op basis van diploma's hoger onderwijs behaald buiten de Vlaamse Gemeenschap

Artikel 3.7 Toelating m.b.t. afzonderlijke opleidingsonderdelen

Artikel 3.8 Leerkrediet

 

Artikel 3.1 Toelatingsvoorwaarden m.b.t. kennis van het Nederlands

(Codex hoger onderwijs art. II.193)

  1. Alleen studenten die voldoende kennis hebben van het Nederlands worden toegelaten tot de eerste inschrijving voor een opleiding/postgraduaat met het Nederlands als onderwijstaal. De kennis van het Nederlands wordt getoetst; de toets kan worden afgenomen door de universiteit zelf of door een instelling of organisatie die door de universiteit hiervoor wordt erkend.

  2. Volgende studenten zijn vrijgesteld van het onderzoek naar een voldoende kennis van het Nederlands:
    • zij die ten minste één leerjaar in het Nederlandstalig secundair onderwijs met vrucht hebben voltooid;
    • zij die geslaagd zijn verklaard voor een opleiding of voor één of meerdere opleidingsonderdelen met een totale studieomvang van ten minste 60 studiepunten in het Nederlandstalig hoger onderwijs;
    • zij die beschikken over een certificaat waaruit blijkt dat zij tenminste het ERK-niveau B2 (of hiermee gelijkgesteld) bezitten;
    • zij die beschikken over een certificaat van kennis van het Nederlands afgeleverd door één van de partners van de AUHL.
  3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2, wordt voor de specifieke lerarenopleiding TEW de toets m.b.t. kennis van het Nederlands georganiseerd door het OMT van de betreffende specifieke lerarenopleiding, die zich hiervoor kan laten bijstaan. 

    Volgende studenten zijn vrijgesteld van het onderzoek naar een voldoende kennis van het Nederlands:
    • zij die geslaagd zijn verklaard voor een opleiding of voor één of meerdere opleidingsonderdelen met een totale studieomvang van ten minste 60 studiepunten in het Nederlandstalig hoger onderwijs;
    • zij die beschikken over een attest van beheersing van het Nederlands op niveau 6 (gelijkgesteld aan C1 van het Europees referentiekader) behaald aan een universitair talencentrum;
    • zij die beschikken over een certificaat van de Nederlandse Taalunie: Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT) van het examentype Educatief Professioneel (voorheen PAT).

Artikel 3.2 Toelatingsvoorwaarden m.b.t. kennis van een andere taal dan het Nederlands

  1. Indien een opleiding/postgraduaat wordt aangeboden in een andere taal dan het Nederlands, wordt de toelating tot de eerste inschrijving voor deze opleiding/postgraduaat afhankelijk gesteld van een toets over de voldoende kennis van de gebruikte onderwijstaal (Codex hoger onderwijs art. II.194)

Artikel 3.3 Algemene toelatingsvoorwaarden voor een bacheloropleiding

(Codex hoger onderwijs art. II.178)

  1. Voor de inschrijving voor een bacheloropleiding geldt als algemene toelatingsvoorwaarde het  bezit van één van volgende diploma’s/studiebewijzen:
    a. een diploma van het secundair onderwijs;
    b. een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
    c. een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie, met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid;
    d. een diploma of certificaat, uitgereikt in het kader van het hoger beroepsonderwijs;
    e. een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst als gelijkwaardig met één van de voorgaande diploma’s wordt erkend.

    Aan de voorwaarden moet voldaan zijn bij inschrijving.

  2. De rector kan personen toelaten die in een land buiten de Europese Unie een diploma of certificaat hebben behaald dat niet als gelijkwaardig is erkend zoals bepaald in lid 1, e. Dit kan enkel op voorwaarde dat dit document toegang verleent tot een bacheloropleiding in het land waar het is uitgereikt die vergelijkbaar is met een Vlaamse bacheloropleiding (een authenticiteitcontrole van de betreffende diploma's of certificaten dient te gebeuren, voor zover door de Vlaamse overheid maatregelen zijn uitgevaardigd).

Artikel 3.4 Afwijkende toelatingsvoorwaarden voor een bacheloropleiding

  1. Wie niet voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden in art. 3.3 en op 31 december van het academiejaar van de beoogde inschrijving de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt of zal bereiken, kan worden toegelaten tot een bacheloropleiding op basis van een toelatingsonderzoek uitgevoerd door de toelatingscommissie op associatieniveau.

  2. Deze kandidaat-studenten richten hun vraag aan de studentenadministratie van de UHasselt. De UHasselt onderzoekt, in naam van de associatie, of de kandidaat kan toegelaten worden tot de Procedure Afwijkende Toelating.

  3. Er zijn jaarlijks minstens 2 periodes voor de behandeling van de aanvraag tot toelating op basis van afwijkende toelatingsvoorwaarden voorzien. De aanmelding van de kandidaat dient te gebeuren volgens de procedure en termijnen zoals beschreven op de website van de AUHL (www.auhl.be). Kandidaten kunnen slechts één maal deelnemen aan een toelatingsonderzoek met het oog op inschrijving in een welbepaald academiejaar.

  4. De toelatingscommissie wordt samengesteld op associatieniveau, voert het toelatingsonderzoek uit en doet een uitspraak.

  5. De kandidaten die slagen voor het toelatingsonderzoek krijgen een toelatingsbewijs. Het bewijs van toelating is in principe onbeperkt geldig. Indien het bewijs van toelating ouder is dan 5 jaar, behoudt de UHasselt zich echter het recht voor om de kandidaat een actualisering op te leggen. De verleende toelating na Procedure Afwijkende Toelating betreft een algemene, niet-opleidingsspecifieke, toelating voor het hoger onderwijs.

  6. Er wordt geen kostprijs aangerekend voor de deelname aan het toelatingsonderzoek.

  7. Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking kunnen komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van humanitaire redenen (vluchteling of kandidaat-vluchteling) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, wordt de kandidaat, ongeacht zijn leeftijd, door de instelling doorverwezen naar de Procedure Afwijkende Toelating.

Artikel 3.5 Bijzondere toelatingsvoorwaarden voor de bachelor in de geneeskunde

Voor de inschrijving in de bacheloropleiding in de geneeskunde geldt decretaal als bijkomende toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn voor het toelatingsexamen arts van de Vlaamse Gemeenschap.

Artikel 3.6 Toelatingsvoorwaarden voor een masteropleiding

  1. De examencommissie van een masteropleiding kan een toelatingsonderzoek uitvoeren.

    Academische bachelors

  2. Tot een bepaalde initiële masteropleiding wordt rechtstreeks toegang verleend aan afgestudeerden van Vlaamse academische bacheloropleidingen met specifieke opleidingskenmerken.
    Voor afgestudeerden van (bepaalde) andere Vlaamse academische bacheloropleidingen kan een voorbereidingsprogramma georganiseerd worden.
    (Codex hoger onderwijs art. II.182)

  3. Per masteropleiding wordt in de studiegids vermeld:
    • de academische bacheloropleidingen die rechtstreeks toegang geven;
    • indien van toepassing, de voorbereidingsprogramma's voor frequent voorkomende overgangen.
  4. Een student kan tegelijk inschrijven voor een voorbereidingsprogramma en voor de erbij aansluitende masteropleiding (onder de voorwaarden bepaald door de examencommissie).
    Het behalen van het diploma van de aansluitende masteropleiding is wel gekoppeld aan de succesvolle voltooiing van het voorbereidingsprogramma.

    Professionele bachelors

  5. Voor afgestudeerden van een bacheloropleiding in het Vlaams hoger professioneel onderwijs is het behalen van een diploma van een initiële masteropleiding gekoppeld aan de succesvolle voltooiing van een schakelprogramma met een studieomvang van ten minste 45 en ten hoogste 90 studiepunten (Codex hoger onderwijs art. II.183).

  6. Voorafgaand aan de inschrijving kan de examencommissie van de betreffende masteropleiding een bekwaamheidsonderzoek opleggen. Op grond van EVK’s of de resultaten van het bekwaamheidsonderzoek kan de minimale studieomvang van een schakelprogramma worden gedifferentieerd, kan de minimale studieomvang van een schakelprogramma onder de 45 studiepunten worden vastgesteld of kan de student worden vrijgesteld van de verplichting om een schakelprogramma te volgen (Codex hoger onderwijs art. II.183).

  7. In de studiegids wordt per masteropleiding aangegeven welke schakelprogramma’s worden aangeboden.

  8. Een student kan tegelijk inschrijven voor een schakelprogramma en voor de erbij aansluitende masteropleiding (onder de voorwaarden bepaald door de examencommissie).

    Gelijktijdige inschrijving met de bacheloropleiding

  9. Een student die nog niet in het bezit is van een (Vlaams) bachelordiploma dat al dan niet rechtstreeks toelating verleent tot een masteropleiding, kan onder de voorwaarden bepaald door de examencommissie van de betreffende masteropleiding, inschrijven voor bedoelde masteropleiding en/of het daaraan voorafgaande voorbereidings- of schakelprogramma (Codex hoger onderwijs art. II.198).

  10. Studenten die hun professionele bachelordiploma nog niet hebben behaald, kunnen slechts inschrijven voor opleidingsonderdelen uit een schakelprogramma of bacheloropleiding met vermindering van studieomvang (verkorte bachelor) wanneer ze nog minder dan 30 studiepunten verwijderd zijn van het behalen van hun diploma in deze professionele bacheloropleiding. Deze studenten richten hiertoe een aanvraag aan de studieloopbaanbegeleider van de opleiding. De voorzitter van de examencommissie beslist over de aanvraag.

Artikel 3.6 bis Toelating op basis van diploma’s hoger onderwijs behaald buiten de Vlaamse Gemeenschap

(Codex hoger onderwijs art. II.192)

  1. Wie in het bezit is van een buiten de Vlaamse Gemeenschap afgeleverd diploma van het hoger onderwijs kan na het toelatingsonderzoek, vermeld in lid 3, worden vrijgesteld van de voorgeschreven vooropleidingseisen voor zover het behaalde diploma en het specifieke opleidingsprofiel van de student:
    • van voldoende niveau is;
    • aan de authenticiteitscontrole van de betreffende diploma's of certificaten is voldaan, voor zover door de Vlaamse overheid maatregelen zijn uitgevaardigd; hierbij worden de bepalingen en de principes van het Verdrag van de Raad van Europa en de Unesco betreffende de erkenning van diploma's hoger onderwijs in de Europese Regio, opgemaakt in Lissabon voor zover het land van herkomst het verdrag ook heeft geratificeerd, gerespecteerd (Codex hoger onderwijs art. II.192)
  2. Personen die hun studiebewijs niet meer kunnen voorleggen, kunnen om humanitaire redenen toegelaten worden tot de vervolgopleiding na een toelatingsonderzoek.

  3. Het toelatingsonderzoek bedoeld in lid 1 en 2 is opleidingsspecifiek en gebeurt door het bureau van de examencommissie van de betreffende opleiding, die zich hierbij kan laten bijstaan door interne of externe deskundigen. Via het toelatingsonderzoek wordt nagegaan of de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de kandidaat beantwoorden aan de instroomeisen voor de opleiding. Het toelatingsonderzoek kan leiden tot het organiseren van een toelatingsproef.
    Desgevallend kan de toelating tot inschrijving afhankelijk gemaakt worden van de succesvolle voltooiing van een specifiek daartoe ontworpen voorbereidingsprogramma.

  4. Het verzoek tot toelating wordt ingediend binnen de termijnen vermeld op de website.

    De toegelaten kandidaat ontvangt een schriftelijk bewijs van de beslissing waarbij hij wordt toegelaten tot een bepaalde masteropleiding. Een kopie van de beslissing wordt bezorgd aan de studentenadministratie en wordt opgenomen in het dossier van de student.

Artikel 3.6 tris Toelatingsvoorwaarden voor een postgraduaat

  1. De toegang tot een postgraduaat kan afhankelijk gesteld worden van specifieke toelatingsvoorwaarden m.b.t. voorkennis, ervaring of motivatie die noodzakelijk zijn om het postgraduaat succesvol te kunnen voltooien. De specifieke voorwaarden worden per postgraduaat gespecifieerd en kenbaar gemaakt via de webpagina's van het postgraduaat.

Artikel 3.7  Toelating m.b.t. afzonderlijke opleidingsonderdelen

  1. Zowel studenten die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 3.3, 3.6, 3.6bis, als studenten die niet voldoen aan deze toelatingsvoorwaarden kunnen inschrijven voor afzonderlijke opleidingsonderdelen onder een creditcontract of een examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs voor één of meerdere opleidingsonderdelen) op voorwaarde dat uit een onderzoek blijkt dat de betrokkene beschikt over de bekwaamheid om het opleidingsonderdeel of de opleidingsonderdelen goed te kunnen volgen waarbij factoren zoals begincompetenties en taal doorslaggevend kunnen zijn. Het verzoek tot toelating m.b.t. afzonderlijke opleidingsonderdelen wordt via de studieloopbaanbegeleider ingediend bij de voorzitter van de examencommissie. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het bureau van de examencommissie (Codex hoger onderwijs art. II.191). Voor opleidingsonderdelen behorende tot meerdere opleidingen/postgraduaten treffen de betrokken voorzitters een regeling.

Artikel 3.8  Leerkrediet

  1. Studenten die een leerkrediet kleiner dan of gelijk aan nul hebben, kunnen niet inschrijven voor een opleiding of opleidingsonderdeel aan de UHasselt/tUL, ongeacht het contracttype waarmee de student zich wenst in te schrijven.

    In uitzonderlijke omstandigheden kan de student toegelaten worden op basis van een dossier.
    Indien de student wegens overmacht leerkrediet verloor omvat het dossier minstens een beslissing van de Raad voor Studievoortgangsbetwisting inzake de terugvordering van zijn leerkrediet.

    De student richt zijn gemotiveerd verzoek aan de studieloopbaanbegeleider. Vervolgens beslist de vice-rector onderwijs over de al dan niet toelating.

  2. Studenten die een positief maar ontoereikend leerkrediet hebben voor het programma waarvoor zij wensen in te schrijven, kunnen ten hoogste inschrijven voor een aantal studiepunten overeenkomstig hun resterende leerkrediet.

    In een aantal gevallen zijn afwijkingen mogelijk:
    • de student heeft onvoldoende leerkrediet om minstens 1 opleidingsonderdeel op te nemen;
    • een student wenst zijn inschrijving met een beperkt aantal studiepunten te verhogen met het oog op behoud van het recht op kinderbijslag;
    • een student in een diplomajaar wenst in te schrijven voor de resterende studiepunten met het oog op het behalen van zijn diploma.

      De student richt hiertoe een gemotiveerd verzoek aan de studieloopbaanbegeleider. Vervolgens beslist de directeur onderwijs voor hoeveel studiepunten de student maximaal kan inschrijven.
  3. Een student met leerkrediet kleiner dan of gelijk aan nul kan niet geweigerd worden voor een initiële masteropleiding als hij voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en nog niet eerder een masterdiploma behaalde.

  4. Studenten die zich in een overmachtssituatie bevonden waardoor ze niet konden deelnemen aan examens/evaluaties over de opleidingsonderdelen waarvoor ze waren ingeschreven, en die geen examenkans meer kunnen benutten in het betreffende academiejaar, kunnen een verzoek tot teruggave van leerkrediet indienen bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen. Meer informatie over de procedure is te vinden op: http://onderwijs.vlaanderen.be/zo-teken-je-beroep-aan-bij-de-raad.