menu

Studenten en doctorandi


Studeren aan de UHasselt

Studenten en doctorandi

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

7. VRIJSTELLINGEN

Artikel 7.1 Begrip vrijstelling

Artikel 7.2 Bevoegde instantie

Artikel 7.3 Procedure

Artikel 7.4 Tweede inschrijving voor eenzelfde opleiding

 

Artikel 7.1 Begrip vrijstelling

(Codex hoger onderwijs art. I.3)

  1. Een vrijstelling is de opheffing van de verplichting om over een opleidingsonderdeel examen af te leggen.

Artikel 7.2 Bevoegde instantie

(Codex hoger onderwijs art. II.241)

  1. Het bevoegde bureau van de examencommissie verleent vrijstelling op basis van geattesteerde competenties. Ze voert daartoe een onderzoek uit op basis van stukken zijnde:
    • een creditbewijs behaald in de eigen of een andere instelling;
    • een EVK die niet via een creditbewijs maar via een ander studiebewijs werd bekrachtigd;
    • een EVC zijnde een bewijs van bekwaamheid uitgereikt door de validerende instantie.
  2. Het bureau van de examencommissie kan in uitzonderlijke gevallen het onderzoek met het oog op het verlenen van vrijstellingen op grond van EVK’s laten verlopen via een bekwaamheidsonderzoek. Zij motiveert de noodzaak van dit bekwaamheidsonderzoek en verwijst de aanvrager door naar de validerende instantie van de associatie.

Artikel 7.3 Procedure

  1. Een student, die meent op basis van geattesteerde competenties aanspraak te kunnen maken op een vrijstelling voor een opleidingsonderdeel, richt zijn aanvraag via de studieloopbaanbegeleider aan de voorzitter van de examencommissie. De aanvraag wordt uiterlijk bij inschrijving ingediend via 'mijn studentendossier'. Voor opleidingsonderdelen die niet starten in de eerste onderwijsperiode, kan bovendien een aanvraag ingediend worden bij de voorzitter van de examencommissie via de studieloopbaanbegeleider tot vóór de start van de onderwijsperiode waarin het opleidingsonderdeel aanvangt. De voorzitter van de examencommissie kan mits motivatie positief afwijken van deze aanvraagtermijnen.

    In zijn aanvraag geeft de student aan voor welk opleidingsonderdeel hij vrijstelling beoogt en voegt ter verantwoording een dossier toe met de stukken conform art. 7.2 lid 1.

  2. De voorzitter van de examencommissie wint het gemotiveerd advies in van de coördinerende verantwoordelijken van de opleidingsonderdelen waarvoor vrijstelling wordt gevraagd.

  3. De coördinerende verantwoordelijke beoordeelt aan de hand van het dossier de overeenstemming tussen de competenties verbonden aan het opleidingsonderdeel waarvoor vrijstelling wordt gevraagd en de geattesteerde competenties. Hij kan de student verzoeken bijkomend studiemateriaal aan zijn dossier toe te voegen. Factoren zoals eindcompetenties en inhoud van opleidingsonderdelen kunnen hierbij onder meer doorslaggevend zijn.

    Bij voldoende overeenstemming formuleert hij het advies vrijstelling te verlenen voor het gehele opleidingsonderdeel. Hij kan ook adviseren dat een bekwaamheidsonderzoek conform art. 7.2 lid 2 noodzakelijk is. Bij onvoldoende overeenstemming kan hij adviseren om geen vrijstelling te verlenen.

  4. Het bureau van de examencommissie beslist na kennisname van het advies van de coördinerende verantwoordelijken aangaande het toekennen van vrijstellingen. Zij maakt haar gemotiveerde beslissing over aan de betrokken student en brengt de studentenadministratie op de hoogte van de beslissing.

    In geval zij een bekwaamheidsonderzoek noodzakelijk acht, informeert zij de aanvrager aangaande de EVC procedure van de associatie.
    Het bureau van de examencommissie houdt een lijst bij van de genomen beslissingen en van de bijbehorende adviezen.

Artikel 7.4  Tweede inschrijving voor eenzelfde opleiding

  1. Ten aanzien van een tweede inschrijving voor een bachelor- of masteropleiding waarvan de student reeds het diploma bezit, geldt de voorwaarde dat de student nog opleidingsonderdelen voor een studieomvang van minstens 30 studiepunten moet volgen (Codex hoger onderwijs art. II.244).