menu

SeniorenUniversiteit


SeniorenUniversiteit

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

De graangodin: de overgang van jager-verzamelaar-visser naar voedingsproducent

PRAKTISCH

10 okt 2016 14.00 uur - 17.00 uur


Universiteit Hasselt

campus Diepenbeek

Agoralaan Gebouw D

3590 Diepenbeek

Lokaal Auditorium H6


CONTACTPERSOON

Mevrouw Claire PRENTEN

32-11-268046

claire.prenten@uhasselt.be


Sinds zijn ontstaan meer dan twee miljoen jaar geleden was de mens een jager-verzamelaar-visser. Rond 9500 v.C. begon hij voor het eerst “wilde” planten aan zijn domus te binden. Dit domesticatieproces, de neolithische (r)evolutie, is één van de weinige keerpunten in de evolutie van het mens-zijn.

We verkennen de leefwereld van de jager-verzamelaar-visser op het laatst van de ijstijd en schetsen een beeld van zijn visie op de kosmos. Hiervoor bestuderen we de beroemde rotsschilde- ringen uit de Dordogne. Het einde van de ijstijd veranderde de milieu-omstandigheden. In hoeverre was dit een aanzet tot de ontwikkeling van de landbouw? De overgang van jager-verzamelaar naar landbouwer-veeteler was niet enkel een verandering in materiële levenswijze: de gevolgen waren diepgaand op alle vlakken. Het ontluiken van de landbouwersgemeenschap gaat gepaard met een toenemende ongelijkheid, het ontstaan van erf en erfenis, de ontwikkeling van een sociale gelaagdheid, de geboorte van de steden en van de goden. Om dit alles te illustreren neemt de voordrachtgever u mee naar een aantal bekende en minder bekende prehistorische sites in het Nabije Oosten en Europa.

Spreker

Prof. dr. Louis Beyens studeerde Biologie aan de Universiteit van Leuven. Hij begon zijn academische carrière aan de toenmalige Rijksuniversiteit Antwerpen en behaalde zijn doctoraat aan de eveneens toenmalige Universitaire Instelling Antwerpen. Hij bestudeerde de milieu-evolutie gedurende de laatste 10 000 jaar in Antwerpse Kempen (Bijdrage tot de Holocene Paleoecologie van het stroomgebied van de Mark in België, gebaseerd op de studie van diatomeeën, pollen en thecamoeba’s). Als emeritus hoogleraar is hij verbonden aan het departement Biologie van de Universiteit Antwerpen. Zijn wetenschappelijk onderzoek heeft als hoofdthema de biogeografie, ecologie en paleo-ecologie van ééncelligen (diatomeeën, thecamoeben) in de polaire gebieden. Voor zijn onderzoeksactiviteiten verblijft hij regelmatig in de poolgebieden: tot op heden 49 maal (41 keer in het Noordpoolgebied en 8 in het Zuidpoolgebied). De duur van deze verblijven varieert van een 14 dagen tot 3 maanden. Hij nam deel aan verschillende winterexpedities in Spitsbergen, het Canadese Poolgebied en op de ijskap van Groenland.