menu

Opleiding Verkeersveiligheidsauditor


Opleiding Verkeersveiligheidsauditor

Universiteit Hasselt - Knowledge in action

INHOUD

De opleiding tot verkeersveiligheidsauditor bestaat uit drie delen:

  1. Het eerste onderdeel omvat basiselementen van verkeersveiligheidsbeheer. Het betreft enerzijds kenmerken, aanbevelingen en richtlijnen van infrastructuurontwerp. Hierbij zal de nadruk liggen op het TEN-wegennet, met relevante aanvullingen over de overige types wegvakken en kruispunten. Daarnaast zal er ook dieper worden ingegaan op overige concepten, theorieën en trends op vlak van verkeersveiligheid die noodzakelijke achtergrondkennis opleveren en specifiek van belang zijn bij het opstellen en/of beoordelen van een verkeersveiligheidsaudit.

  2. Het tweede onderdeel handelt over bestaande procedures omtrent verkeersveiligheidsbeheer. Hierbij komen ondermeer het juridisch kader van verkeersveiligheidsprocedures, gedetailleerde ontwerprichtlijnen en reeds bestaande procedures van verkeersveiligheidsauditing en verkeersveiligheidsinspectie aan bod.

  3. Het derde deel is een praktisch onderdeel, waarbij er op een interactieve manier wordt ingegaan op een aantal specifieke case studies, en waarbij ook werfbezoeken in Vlaanderen en Nederland op het programma staan.


Belangrijk!

  • Er wordt van de cursist een regelmatige aanwezigheid bij elk onderdeel van het lesprogramma verwacht.
  • De verschillende delen kunnen niet afzonderlijk gevolgd worden.
  • Kandidaten kunnen een vrijstelling krijgen voor deel 1 (Basiselementen van verkeersveiligheidsbeheer) indien zij over aantoonbaar verworven competenties of kwalificaties beschikken.


Basiselementen van verkeersveiligheidsbeheer

In het eerste onderdeel worden de basiselementen van verkeersveiligheid aangeleerd. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen twee leerlijnen, enerzijds infrastructuurontwerp, en anderzijds onderliggende relevante concepten van verkeersveiligheid.


LESBLOK A: INFRASTRUCTUURONTWERP

In dit eerste lesblok wordt uitgebreid ingegaan op de essentiële kenmerken en richtlijnen met betrekking tot infrastructuurontwerp in het algemeen, en het ontwerp van veilige TEN-wegen in het bijzonder. Dit omvat zowel de weginrichting zelf (dimensies, materialen, maatvoering,…) als de wegomgeving (veilige en vergevingsgezinde wegbermen, afschermingsconstructies,…). Er is ook specifieke aandacht voor permanente en tijdelijke wegsignalisatie en inrichting van wegenwerken.

Deze lessen worden onderbouwd aan de hand van de richtlijnen die geformuleerd worden in nationale en internationale referentiedocumenten, zoals het Vademecum Veilige Wegen en Kruispunten, Vademecum Fietsvoorzieningen, Vademecum Voetgangersvoorzieningen en het Handboek Afschermende Constructies van het Vlaams Gewest, tekstmateriaal en voorbeelden van goede praktijken uit het Waalse en Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de NOA (Nieuwe Ontwerprichtlijnen Autosnelwegen) in Nederland, de Highway Safety Manual en de Roadside Design Manual uit de Verenigde Staten.

Les 1-3: ontwerpstandaarden voor weginrichting
In deze lessen wordt in detail ingegaan op ontwerpstandaarden en –richtlijnen voor autosnelwegen. Er wordt een overzicht gemaakt van aanbevelingen en best practices. 

  • Ontwerpsnelheid, ontwerpvoertuig en vrijheidsgraden
  • Netwerkopbouw
  • Verschillende wegonderdelen en maatvoering
  • Lengteprofiel en –inrichting (horizontale en verticale bogen, knooppunten en aansluitingen,…) 
  • Dwarsprofiel (rijstrookfuncties en maatvoering, lengtemarkeringen, ontwerpelementen in wegberm,…)
  • Bewegwijzering 
  • Dwarshellingen
  • Afwatering
  • Vereiste zichtafstanden
  • Discontinuïteiten
  • Verkeersveiligheidsbehoeften van verschillende soorten weggebruikers
  • Ontwerpeisen voor uitzonderlijk vervoer
  • Leesbaarheid van de weg: het concept “self explaining roads”, identificatie van fouten in het wegbeeld
  • Afweging tussen optimale veiligheidskenmerken en andere relevante wegkenmerken (capaciteit, ruimtebeslag, verkeersleefbaarheid,…)
  • Overzicht en toelichting van toepassing zijnde dienstorders, omzendbrieven en regelgeving binnen de Vlaamse context

Les 4-5: veilige en vergevingsgezinde wegbermen
De wegberm heeft een vaak onderschat en onderbenut potentieel in het helpen voorkomen van ongevallen en het verminderen van letselernst. In deze lessen wordt uitgelegd hoe wegbermen kunnen ontworpen worden om een maximale bijdrage te leveren aan de veiligheid van de weg in zijn geheel.

  • Vlaamse dienstorders en richtlijnen m.b.t. wegbermen en afschermende constructies
  • Veiligheidsconstructies voor wegen (geleideconstructies en obstakelconstructies): categorieën, doel, gebruik, wettelijk vastgestelde normen (kerend vermogen, werkingsbreedte, schokindex,…)
  • Obstakelvrije zones
  • Identificeren van potentieel gevaarlijke voorwerpen in de wegberm
  • Richtlijnen voor plaatsing en keuze van voorwerpen in de wegberm

Les 6-9: verschillende weggebruikers en hun behoeften
In deze lessen wordt een overzicht gegeven van de behoeften van (brom)fietsers, voetgangers en automobilisten op het onderliggende wegennet. Er wordt ingegaan op ondermeer: 

  • Kenmerken van verschillende wegcategorieën
  • Verschillende kruispunttypes en hun kenmerken
  • Oversteekvoorzieningen 
  • Ontwerprichtlijnen voorzieningen voor zwakke weggebruikers
  • Signalisatie en reglementering
  • Snelheidsmanagement

Les 10: fysische kenmerken van de weg
In dit onderdeel wordt dieper ingegaan op de oppervlaktekenmerken van het wegdek. Deze hebben een belangrijke invloed op de rijdynamica van voertuigen (zeker in kritieke situaties), waardoor ze een belangrijke invloed kunnen hebben op de veiligheidsprestatie van de betreffende weg.

  • Wegdekwrijving en –stroefheid; micro- en macrotextuur van het wegdek
  • Spoorvorming
  • Remafstand i.f.v. voertuigtype, wegdekontwerp en wegdekgesteldheid
  • Aquaplaning

 

LESBLOK B: CONCEPTEN VAN VERKEERSVEILIGHEID

Les 1: inleiding verkeersveiligheid
In dit eerste onderdeel wordt het concept “verkeersveiligheid” geïntroduceerd: wat is “verkeersveiligheid”, hoe meet men verkeersveiligheid en wat is de huidige stand van zaken. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van verschillende databronnen rond het thema “verkeersveiligheid”:

  • Ongevalsregistratie 
  • Aanvullende databronnen
  • Betrouwbaarheid, beperkingen en relevantie van diverse databronnen
  • Ongevalsanalyse: AVOC-methode

Les 2: trends, gemiddeldes en risicofactoren bij ongevallen
In dit onderdeel wordt een overzicht geschetst van waargenomen tendenzen in verkeersveiligheid binnen Vlaanderen en internationaal. Karakteristieken van verkeersslachtoffers worden eveneens aangegeven.

  • Trends en gemiddeldes in dodelijke en andere verkeersongevallen 
  • Internationale context en vergelijking
  • Factoren mens, voertuig en omgeving
  • Invloed van rijgedrag op ongevallen
  • Ongevalspatronen op verschillende soorten wegen (met specifieke aandacht voor ongevallen op TEN-wegen)

Les 3: invloed van voertuigmassa en -afmetingen
Voertuigmassa, -afmeting en andere kenmerken hebben een belangrijke impact op ongevalsrisico en letselernst. Daarom zijn dit belangrijke randvoorwaarden bij het ontwerp van weginfrastructuur.

  • Voertuigkenmerken en ongevalsrisico (massa, afmetingen, voertuigtype,…) 
  • Twee wetten van ongevallen met twee voertuigen
  • Relatie tussen voertuigmassa en –afmeting
  • Relatie tussen voertuigmassa en verkeersveiligheid

Les 4-5: voertuigtechnologie en bescherming van inzittenden
De door voertuigen geboden bescherming aan bestuurders en inzittenden is een cruciale randvoorwaarde voor verkeersveiligheid, omdat dit samen met de weginfrastructuur sterk bepalend is voor de letselernst indien een ongeval optreedt. Een optimaal ontworpen weginfrastructuur speelt daarom maximaal in op de door de diverse soorten voertuigen geboden bescherming.

  • Voertuigontwerp
  • Relaties tussen ongevalstype (betrokken weggebruikers, aanrijdingshoek,…) en letselernst
  • Basisprincipes van beschermingsmiddelen
  • Effectiviteit van maatregelen
  • Gedragscompensatie/risico-homeostase
  • Actieve (bv. ABS, ESP,…) en passieve  (bv. airbag, gordelaanspanners, hoofdsteun, etc…) veiligheidssystemen 
  • Grenzen aan bescherming van inzittenden

Les 6: vaardigheden en overlevingskans
Aangezien een menselijke fout aan de basis ligt van vele ongevallen, is het cruciaal om het wegontwerp af te stemmen op de vaardigheden van de weggebruiker.

  • Kennis, motorische, perceptuele en cognitieve vaardigheden, met specifieke aandacht voor risicogroepen zoals jonge bestuurders
  • Rijgedrag
  • Invloed van geslacht en leeftijd op overlevingskans 

Les 7: diepteanalyse van verkeersongevallen
Diepteanalyse of ongevalsreconstructie is er op gericht om een gedetailleerd beeld te krijgen van het proces dat heeft geleid tot de aanrijding. Vaak vindt dit onderzoek gedeeltelijk plaats op de locatie van het ongeval. Deze informatie kan van belang zijn om (infrastructurele en andere) problemen op vlak van verkeersveiligheid te identificeren. In deze les worden de fundamenten van diepteanalyse van ongevallen beknopt toegelicht.

Les 8: theorieën i.v.m. ongevallenoorzaken
In dit onderdeel worden verschillende theorieën inzake ongevallenoorzaken toegelicht die een beter inzicht verwerven in de wisselwerking tussen de verschillende causale factoren van een verkeersongeval.

  • Ongevallen als toevallige gebeurtenissen
  • Theorie van de vatbaarheid voor ongevallen
  • Causale ongevalstheorie
  • Systeemtheorieën
  • Theorieën ivm gedragsaanpassing (o.m. risicohomeostase)

Les 9: visies, beleidsplannen en maatregelen
In dit onderdeel worden relevante beleidsplannen toegelicht die rechtstreeks tot doel hebben de verkeersveiligheid te verbeteren. Daarnaast wordt over de grenzen heen gekeken naar best practices in andere landen.

  • Verkeersveiligheidsplan Vlaanderen
  • Duurzaam Veilig (Nederland)
  • Vision Zero (Zweden)


Procedures van verkeersveiligheidsbeheer

In dit onderdeel komen de verschillende bestaande verkeersveiligheidsprocedures aan bod. Hierbij komen zowel het inhoudelijke proces als de juridische bepalingen, randvoorwaarden en beleidscontext aan bod. 

Les 1: kaders voor ontwerp: EU-richtlijn en Vlaams decreet

  • Toelichting EU-richtlijn 2008/96/EG betreffende het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur
  • BVR van 3 februari 2012 betreffende het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur
  • Het proces van verkeersveiligheidsaudits en het gebruik van checklists

Les 2-3: audits op het hoofdwegennet en onderliggende wegennet: bestaande procedures
De verplichting een formele verkeersveiligheidsaudit te laten uitvoeren op TEN-wegen is geen geïsoleerd initiatief, maar sluit aan bij een bestaand kader van toezichts- en inspectieprocedures. Deze les geeft een overzicht van de reeds bestaande procedures en initiatieven voor verkeersveiligheidsbeheer.

  • Gemeentelijke begeleidingscommissie (GBC)
  • Provinciale Commissie Verkeersveiligheid (PCV)
  • Provinciale Auditcommissie (PAC)
  • Streefbeeldstudies 
  • Inspectie van het wegennet
  • Verkeersveiligheidseffectbeoordeling
  • Identificeren en aanpakken van gevaarlijke punten en wegvakken

Les 4: juridische aspecten van autosnelwegontwerp en werfinrichting
In deze lesblokken worden de verantwoordelijkheden en plichten van de wegbeheerder verder toegelicht. De nadruk ligt hierbij op eisen aan signalisatie (wegmarkeringen, verkeersborden, digitale portieken,…) zoals opgelegd door de wegcode. Daarnaast komen ook ontwerprichtlijnen en best practices m.b.t. horizontale en verticale signalisatie uitgebreid aan bod. Naast de permanente wegsignalisatie wordt er eveneens ingegaan op vereisten aan de inrichting van werfzones en tijdelijke signalisatie. Ook eisen en reglementering m.b.t. ADR- en uitzonderlijk vervoer worden toegelicht.

Les 5: VV-audits op het onderliggende wegennet
In dit onderdeel wordt een overzicht geschetst van een verkeersveiligheidsaudit op het onderliggende wegennet. De nadruk ligt hierbij op de rol en verantwoordelijkheden van de auditor en op de inhoudelijke aspecten van zo’n audit. Vervolgens wordt uitgebreid ingegaan op de verschillende aard van veiligheidsproblemen op het onderliggende wegennet: van zeer voor de hand liggend tot zeer subtiel, technisch, psychologisch (waarneming + interpretatie), juridisch (verkeersreglement, signalisatie).

 


Praktisch deel

Het praktische luik van de opleiding tot verkeersveiligheidsauditor bestaat uit vijf sessies waarbij onder begeleiding wordt gewerkt rond een praktische groepsopdracht. Deze begeleide groepswerksessies focussen op het praktisch uitvoeren van verkeersveiligheidsaudits in de vier verschillende fases van het wegontwerp, van het voorontwerp tot na de uitvoering. In de vijfde opdracht wordt een case van het onderliggende wegennet behandeld. Technische elementen van het uitvoeren van een verkeersveiligheidsaudit komen ruim aan bod, maar ook technieken voor een efficiënte schrijfstijl van auditrapporten. Na een uitgebreide toelichting van de docent over het project bereiden de cursisten in kleine groepen en onder begeleiding van de docent een praktische case voor, die vervolgens uitgebreid wordt besproken met medecursisten en docent. De cursisten bundelen hun bevindingen in een auditrapport dat meetelt in de eindbeoordeling van de opleiding.

Verder worden er in dit onderdeel ook twee werfbezoeken voorzien van een volledige namiddag, één in Vlaanderen, één buiten het Vlaams Gewest. Één van deze werfbezoeken wordt gebruikt als input voor de groepsopdracht rond de fase voor ingebruikname. Er wordt daarom gekozen voor werven waarbij de wegenis reeds duidelijk aanwezig is, om op deze manier zo dicht mogelijk aan te leunen bij de fase voor het eerste gebruik. Er wordt jaarlijks bekeken welke werven qua context en qua timing het meest interessant zijn om te bezoeken. Bij deze werfbezoeken wordt uitgebreid ingegaan op de gemaakte ontwerpkeuzes en bepalende randvoorwaarden. Er wordt besproken hoe men de functie en vormgeving van de weg heeft afgestemd op de rest van het wegennetwerk en op omliggende functies. Er wordt aangegeven hoe specifieke veiligheidsbedreigingen of -problemen uit het verleden worden aangepakt binnen of verholpen door het infrastructuurproject. Daarnaast wordt ook besproken waar het infrastructuurontwerp afwijkt van ontwerpstandaarden, waarom deze keuze gemaakt werd, en wat de mogelijke gevolgen zijn voor de verkeersveiligheid. Er wordt eveneens specifieke aandacht geschonken aan elementen die voor een auditor vaak zeer moeilijk te beoordelen zijn op basis van de ontwerpplannen, zoals zichtbaarheid, signalisatie, verlichting en obstakels. Daarnaast wordt er ook kort ingegaan op de genomen “minder hinder” maatregelen om de overlast van de werken voor de omgeving en de weggebruikers te beperken, en op maatregelen die genomen werden om de veiligheid tijdens te werken te beperken. De doelstelling is om op deze manier meer voeling te krijgen met de praktijkprocessen die spelen bij het ontwerp van infrastructuur, en eventuele beslissingen en aanpassingen gedurende de constructiefase die een impact kunnen hebben op de latere verkeersveiligheidsprestatie van de site. Daarnaast geeft het de cursisten een beter praktijkinzicht in het uitvoeren van audits in de fase voor het eerste gebruik. Tenslotte illustreert het werfbezoek aan de cursisten hoe er in de praktijk wordt omgegaan met de opmerkingen van een verkeersveiligheidsaudit. 

Les 1: audit van het onderliggende wegennet
In deze les werken de cursisten onder begeleiding van de docent rond een infrastructuurproject op het onderliggend wegennet. Hierbij wordt vooral gefocust op verkeersveiligheidsknelpunten m.b.t. maatvoering, zwakke weggebruikers, zichtsbelemmerende of gevaarlijke obstakels en signalisatie. Van deze praktijkoefening wordt geen auditverslag gemaakt door de cursisten.

Les 2: audit in de voorontwerpfase
Vertrekkend vanuit de startnota en referentieontwerpen, evalueren de cursisten de verwachte verkeersveiligheidsprestatie van o.m. de geografische ligging en tracékeuze, functionaliteit binnen het ruimere netwerk, knooppunten en kunstwerken. De cursisten werken hiervan in de vorm van begeleid groepswerk een auditverslag uit i.k.v. de eindbeoordeling.

Les 3: audit in de gedetailleerd ontwerpfase
Vertrekkend vanuit de ontwerpplannen van een project op het hoofdwegennet werken de cursisten een audit in de gedetailleerd ontwerpfase uit. Hierbij wordt specifieke aandacht gespendeerd aan detailontwerp zoals dwarsprofielen, boogstralen, zichtafstanden, verkanting, signalisatie en potentieel gevaarlijke obstakels.  De cursisten werken hiervan in de vorm van begeleid groepswerk een auditverslag uit i.k.v. de eindbeoordeling.

Les 4&5: werfbezoeken i.f.v. audit voor de openstelling
In functie van het aanleren van het uitvoeren van verkeersveiligheidsaudits voor de openstelling worden twee werfbezoeken ingepland, in principe één in Vlaanderen en één buiten Vlaanderen (Nederland, Brussel of Wallonië). Hierbij wordt de nadruk gelegd op het leren identificeren van potentiële veiligheidsrisico’s tijdens de aanleg of grondige renovatie van weginfrastructuur. Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan de verkeersveiligheidssituatie tijdens de wegenwerken, die een belangrijk aandachtspunt is door de tijdelijke gewijzigde situatie. Ook wordt er aandacht besteed aan de genomen minder hinder maatregelen.

Les 5: audit voor de openstelling
In navolging van de werfbezoeken worden de bevindingen van de cursisten in deze les verder besproken met docent en medecursisten.  De cursisten werken hiervan in de vorm van begeleid groepswerk een auditverslag uit i.k.v. de eindbeoordeling.

Les 6: audit na openstelling
In deze laatste oefensessie wordt het gedetailleerd ontwerp van een bestaande primaire of hoofdweg gecontroleerd, waarbij ondermeer speciale aandacht wordt gevraagd voor elementen die vaak moeilijker volledig te controleren zijn op de inrichtingsplannen, zoals zichtbaarheid, signalisatie, verlichting, obstakels,… Daarnaast wordt ook hier de maatvoering van de infrastructuur gecontroleerd aan de hand van de ontwerprichtlijnen. Daarnaast wordt ook het gedrag van de weggebruikers gemonitord om te controleren of dit in lijn is met het gewenste infrastructuurgebruik. De cursisten werken hiervan in de vorm van begeleid groepswerk een auditverslag uit i.k.v. de eindbeoordeling.