Logo UHasselt

menu

Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie


Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

OPLEIDINGSONDERDELEN 1 BACHELOR IN DE REVALIDATIEWETENSCHAPPEN EN KINESITHERAPIE


KERNBLOKKEN


1.1 Inleiding in de kinesiologie

Basisdisciplines: fysiologie, functionele anatomie, biomechanica
In dit opleidingsonderdeel bestudeer je voornamelijk de basiskennis met betrekking tot 1 stelsel, elementair voor de kinesitherapeut, het skeletspierstelstel. Hieraan wordt het grootste gedeelte van het eerste kernblok gewijd. Binnen dit onderdeel bespreek je de structuur en de opbouw van skeletspieren en besteed je veel aandacht aan de basisbegrippen uit de biomechanica, die zowel theoretisch als praktisch benaderd worden.

1.2 en 1.3 Kinesiologie en evaluatie van het onderste en het bovenste lidmaat

Basisdisciplines: kinesiologie, fysiologie, anatomie en biomechanica
Kinesiologie, de wetenschap van het bewegen, is een discipline waarin functionele morfologie, fysiologie, biomechanica (kinetica, kinematica) en techniek samenkomen. Het zou de biologie van het bewegen genoemd kunnen worden.
Functionele morfologie geeft ons kennis over de bouw of vorm van de mens, de fysiologie leert ons dan weer hoe wij ons lichaam van energie voorzien. Samen met biomechanica (het analyseren van bewegingsmechanismen) en techniek kunnen wij alle biologische aspecten van het bewegen van de mens in hun onderlinge samenhang begrijpen. Kernblok 1.3 richt zich op basiskennis en inzichten in de anatomie en kinesiologie van het onderste lidmaat terwijl kernblok 1.4 hierop verdergaat met kennis van het bovenste lidmaat.

1.4 Psychologie

Basisdisciplines: psychologie, sociologie, antropologie
Wanneer een patiënt hulp zoekt bij een kinesitherapeut, dan doet hij dat omwille van gezondheidsklachten. Maar of iemand al dan niet hulp vraagt, hoe hij zijn hulpvraag formuleert en hoe hij verder met de geboden hulp omgaat, hangt uiteraard ook in belangrijke mate af van psychologische en sociale factoren. In kernblok 1.2 bestudeer je basisbegrippen uit de humane wetenschappen (psychologie, sociologie, antropologie…) met een bijzondere focus op de beïnvloeding van gezondheid en ziekte door emotionele, cognitieve, motivationele en culturele processen en aandacht voor ontwikkelingspsychologie.

1.5 Basisneurowetenschappen

Basisdisciplines: neuroanatomie- en fysiologie, klinisch neurologisch onderzoek

In ons dagelijks leven worden onnoemelijk veel bewegingen gemaakt en motorische ervaringen opgedaan waar we vaak niet eens meer bij stilstaan. Nochtans is het geen makkelijke taak om in onze omgeving met alle inwerkende krachten, onvoorspelbare gebeurtenissen, bewegende objecten en wijzigingen in doelen te reageren met de meest optimale beweging. Kernblok 1.5 richt zich op basiskennis en inzichten van het centrale en perifere zenuwstelsel om zo de uitvoering en de complexe voorbereidingsprocessen van beweging te bestuderen. Hiertoe besteed je aandacht aan zowel anatomie, elektrofysiologische communicatie, reflexen en sensomotoriek. Daarnaast is er ook ruimte voor aspecten van bewustzijn, aandacht, geheugen en leren (plasticiteit van het zenuwstelsel), emotie en cognitie.

1.6 Trainingsleer

Basisdisciplines: kinesiologie
Bewegingsactiviteiten vormen vaak een integraal onderdeel van de behandeling/revalidatie die een kinesitherapeut uitvoert. Ze worden bovendien steeds belangrijker als het gaat om de preventie van bijvoorbeeld obesitas en diabetes. Alvorens dit toe te passen bij patiënten is het daarom belangrijk om trainingsleer (bewegingswetenschappen) bij gezonde personen onder de knie te krijgen – en met het accent op preventie. In kernblok 1.6 komen daarom achtereenvolgens cardiorespiratoire fitheid en training, spierkrachttraining, coördinatie en lenigheid aan bod met aandacht voor het energiemetabolisme in een sportcontext.

Systeemfysiologie

In dit doorstroomopleidingsonderdeel – dat theoretisch van aard is, met praktische toepassingen – wordt jou de basiskennis van de functionele stelsels van het menselijke lichaam aangebracht. Deze zijn van onontbeerlijk belang voor het goed begrijpen van de pathologieën en revalidatietechnieken die je in je latere loopbaan bestudeert. Omdat deze kennis zo fundamenteel is, wordt deze als een doorstroomopleidingsonderdeel aangeboden, zodat je je hierin geleidelijk kan verdiepen.


STROOMBLOKKEN


1.1 Didactiek en lichamelijke vorming

Binnen de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie wordt veelvuldig gebruikgemaakt van bewegings- en sportactiviteiten. Alvorens je zelf bewegingsprogramma’s voor patiënten kunt/mag opstellen, is het echter vanzelfsprekend dat je deze eerst zelf ervaart. In dit stroomblok, dat je voorbereidt op het kernblok 1.6. ‘Trainingsleer’, leer je zowel de uitvoering van tal van bewegingsactiviteiten alsook het methodologisch aanbrengen van die activiteiten bij je medestudenten. Zo komen onder meer zwemmen, lopen en diverse andere sportactiviteiten aan bod.

1.2 Communicatie

Via e-mails, sms’jes, chatten of twitteren… zijn we vandaag toch erg bedreven in communicatie, zou je denken? Of is een gesprek van mens tot mens toch iets anders? Deze vragen neem je in dit stroomblok aan de hand van voorbeelden en filmfragmenten onder de loep. In kleine groepen zoek je antwoorden op volgende vragen:

  • ‘Wat is mijn eerste indruk en hoe beïnvloedt deze mijn manier van communiceren bij een eerste contact?’ 
  • ‘Hoe reageer ik non-verbaal en hoe sluit dit aan bij mijn verbale communicatie?’ 
  • ‘Hoe werkt feedback en ben ik me bewust van de signalen die ik geef?’ 
  • ‘Wat doe ik met de signalen die de patiënt geeft?’ 
  • ‘Luister ik wel écht?’

Kortom, dit blok traint je communicatievaardigheden als toekomstig kinesitherapeut.

1.3 Wetenschappelijke vorming

Tijdens je studie en in je professionele loopbaan kom je regelmatig in contact met wetenschappelijke literatuur die de basis vormt voor je evidence based handelen. In dit stroomblok leer je de spelregels van onderzoeksmethodologie. Het systematisch en kritisch lezen van wetenschappelijke literatuur met een integrale beoordeling van een wetenschappelijk artikel is hier het einddoel. Dit doe je in de practica door met 3 tot 4 studenten samen te werken in een journal club.