Logo UHasselt

menu

Dierproefbeleid


Dierproefbeleid

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

3. WELKE ALTERNATIEVEN ZIJN ER? WAT ZIJN ALTERNATIEVEN?

Alternatieve methoden zijn methoden waarbij men géén gebruik maakt van dierproeven.Indien er gevalideerde alternatieve methoden voorhanden zijn om de onderzoeksvraag te beantwoorden, is het verboden om een dierproef uit te voeren. Alternatieve onderzoeksmodellen kunnen ingedeeld worden in verschillende categorieën:

  • In silico: Dit zijn proeven waarbij men gebruikt maakt van een computermodel. Dit model kan biologische reacties voorspellen. Uiteraard is het model beperkt tot de kennis die men in het model stopt.
  • In chemico: Dit is onderzoek aan de hand van de chemische en fysiologische eigenschappen (bv. toxiciteit) van een stof.
  • In vitro: Dit zijn proeven op cel- en weefselculturen die uitgevoerd worden in proefbuizen. Hierbij kunnen directe interacties op celniveau bestudeerd worden.

Ook aan UHasselt wordt er zoveel mogelijk gebruik gemaakt van alternatieve methoden.

Complexere interacties (bv. de invloed van een stof op het ruimtelijk geheugen bij de ziekte van Alzheimer) kunnen echter enkel bestudeerd worden in in vivo modellen (levende wezens).