Logo UHasselt

menu

UHasselt


Nieuws

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Nieuwe techniek realiseert doorbraak bij vroegtijdig opsporen zuurstoftekort in hartspier    8 nov 2017

Nieuwe techniek realiseert doorbraak bij vroegtijdig opsporen zuurstoftekort in hartspier
8 nov 2017

Onderzoekers van het Jessa Ziekenhuis en de UHasselt hebben een nieuwe, niét-invasieve methode met MRI-scanners ontwikkeld om het zuurstoftekort in de hartspier vroegtijdig en accuraat op te sporen bij patiënten zónder acute hartklachten.

Vandaag wordt de weerslag van een vernauwing op de kransslagaders steevast ‘invasief’ bepaald: artsen brengen via de lies een katheter binnen in het lichaam van de patiënt en schuiven die op tot in de kransslagaders. “Zo’n katheter spoort het zuurstoftekort in de hartspier op. Als een vernauwing van de kransslagader zuurstoftekort veroorzaakt, moet de patiënt behandeld worden met een stent. Die houdt dan weer het bloedvat open en moet een hartinfarct in de toekomst vermijden”, aldus Dr. Olivier Ghekiere.
Indien er geen zuurstoftekort is, krijgt de patiënt medicatie toegediend.

27.000 stents
In 2016 werden in België meer dan 27.000 stents geplaatst om een vernauwing op de kransslagaders te behandelen. “In minder dan 1.800 gevallen werd het zuurstoftekort via een katheter opgespoord – omdat zo’n onderzoek méér tijd vergt en bepaalde risico’s met zich meebrengt voor de patiënt.”

“Slechts één derde van de minder ernstige vernauwingen (een vernauwing van de diameter van het bloedvat tussen 40% en 70%, red.) op de kransslagaders veroorzaakt een zuurstoftekort in de hartspier. Twee derde van die vernauwingen hebben dus eigenlijk géén invasief onderzoek nodig – er moet immers geen stent geplaatst worden.”

Scanners
Dr. Olivier Ghekiere onderzocht voor zijn doctoraat of je ook met de recentste high-performance scanners – CT- en MRI-scanners – de behandeling (stent of medicatie) kan bepalen van patiënten met een minder ernstige vernauwing op de kransslagaders. Het onderzoeksteam voerde onderzoek bij 50 patiënten. “We vergeleken de resultaten van die twee nieuwe technieken met de actuele standaardbehandeling (met katheter).”

De onderzoekers ontdekten dat je bij deze vernauwingen het zuurstoftekort in de hartspier wel degelijk accuraat kunt nagaan met een MRI-scan. “Ook via een andere nieuwere niet-invasieve techniek, met een CT-scanner, konden we bij patiënten het zuurstoftekort in de hartspier – veroorzaakt door een minder ernstige vernauwing – opsporen.”

De resultaten van deze wetenschappelijke studies werden voorgesteld op het jaarlijkse congres van de European Society of Cardiac Radiology (ESCR) in Milaan. De studie werd er zelfs bekroond tot beste wetenschappelijk onderzoek. Dr. Olivier Ghekiere zal de resultaten later deze maand ook nog presenteren op het RSNA-congres (Radiological Society of North America) in Chicago.

Meer veiligheid, minder kosten
De studie maakt deel uit van het Limburg Clinical Research Program – waarin Limburgse artsen en academici werken aan de ontwikkeling van betere opsporing, behandeling en zorg van medische aandoeningen.

“De resultaten van dit onderzoek zijn een nieuwe stap in het verhogen van het comfort en de veiligheid van (hart)patiënten”, zegt promotor prof. Dr. Paul Dendale (UHasselt/Jessa). “Voor deze onderzoeken moet de patiënt niet opgenomen worden in het ziekenhuis, wat op zich al een enorme kostenreductie betekent. Het eigenlijke onderzoek duurt slechts 30 minuten en is niet-invasief – wat de risico’s sterk vermindert.”

Wél is verder onderzoek nodig om de bevindingen te bevestigen. “Daarom zullen we de nieuwe methoden gaan testen op een grotere groep patiënten”, aldus nog Dr. Ghekiere.


_________________

Over de partners
De studies werden mede gefinancierd door Bracco en GE Healthcare. Het Limburg Clinical Research (LCRP) is de onderzoekssamenwerking tussen UHasselt, Jessa Ziekenhuis (Hasselt) en Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL Genk) en wordt mede gefinancierd vanuit de Stichting Limburg Sterk Merk (LSM), Provincie Limburg en de Vlaamse Overheid in het kader van SALK.