Logo UHasselt

menu

UHasselt


Nieuws

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Waarom we COVID-19 ernstig moeten nemen    31 jul 2020

Waarom we COVID-19 ernstig moeten nemen
31 jul 2020

Je kwam ze wellicht al eens tegen in de (sociale) media: nadrukkelijke berichten en posts vanuit de overtuiging dat COVID-19, veroorzaakt door een besmetting met het SARS-CoV-2 virus, overroepen zou zijn en tot een wereldwijde hysterie heeft geleid. De gekste argumenten worden erbij gehaald om deze opvatting te ondersteunen. Zo haalt men bijvoorbeeld aan dat er tot nu toe in België ‘slechts’ 40 mensen onder de leeftijd van 45 jaar gestorven zijn aan COVID-19. Als we de leeftijdsgroep van 45 tot 65 jaar erbij nemen, zien we 500 bijkomende sterfgevallen. Dus, zo stelt men, is de mortaliteit van de -65-jarigen niet toegenomen ten opzichte van wat we normaal gezien waarnemen. Daarom werd vaak voorgesteld om de jongere generatie van de oudere af te sluiten om de ouderen te beschermen en de jongeren een normaal leven te laten leiden en de economie draaiende te houden.

Ja, het klinkt u wellicht bekend…

Het klopt dat velen die besmet zijn, geen of milde symptomen vertonen. Helaas ontwikkelt één op de vijf patiënten ernstige symptomen waardoor een ziekenhuisopname nodig is. Een aanzienlijk deel hiervan wordt opgenomen op intensieve zorgen. Afhankelijk van land tot land, overlijdt 0,5% tot 1,5% van de patiënten. 

De eerste golf (maart – juni 2020) veroorzaakte in België ongeveer 10.000 doden. De oudere bevolking werd het hardst getroffen waardoor de infectie fataliteitsratio een sterk stijgende curve toonde. Mannen ouder dan 85 jaar hadden een infectie fataliteitsratio van 13%, bij vrouwen lag dit op 11%. Met andere woorden: één op zes mannen ouder dan 85 jaar die besmet geraakte en één op negen vrouwen, overleed. 

Het klopt dat kinderen relatief gezien wat gespaard blijven: hun besmettingsgraad is laag en sterfgevallen blijven zeer uitzonderlijk. Jongeren die de puberteit gepasseerd zijn geraken gemakkelijker besmet maar de meesten doorstaan het goed. Ook bij deze groep is er echter een aanzienlijk deel dat ernstig (kritisch) ziek wordt en soms weken op de intensieve zorgafdeling verzorgd moet worden, in coma, met beademing en een lange revalidatie nadien. 

Het wordt steeds duidelijker dat ook mensen met milde of gematigde besmettingen ernstige letsels aan de longen en het hart vertonen. Cardiovasculaire problemen worden nu zichtbaar: littekenweefsel in het hart dat hartritmestoornissen veroorzaakt met, behalve een oncomfortabel gevoel, een verhoogd risico op een hartaanval als gevolg. Deze letsels zien we bij jonge mensen met milde besmettingen. Dus, wie zegt: “Laat ons COVID-19 gewoon oplopen, let’s get it over with, en ons leven terug oppikken”, speelt evengoed Russische roulette. Er is een klein risico op sterven maar een behoorlijk risico om schade aan het hart of de longen op te lopen. Bovendien zijn er meer en meer aanwijzingen dat ook schade aan de hersenen kan optreden. Deze gevolgen verslechteren bij toenemende leeftijd. 

De incubatieperiode is relatief lang, ongeveer een week. Eén van de moeilijkheden bij deze ziekte is dat sommige mensen die besmettelijk zijn, vaak zéér besmettelijk zijn 4 dagen voor ze symptomen ontwikkelen. Ook de zogenaamde superverspreiders en superverspreidende events, maken het moeilijk. Deze fenomenen waren in de periode februari-maart 2020 nog niet goed gekend, maar worden nu duidelijker en duidelijker. Er zijn aanwijzingen dat het aantal superverspreiders toeneemt, al vergt dit verder nauwkeurig onderzoek. 

Een ander belangrijk aspect dat we op dit moment niet goed begrijpen is hoe de immuniteit werkt. Het duurt even voor antilichamen detecteerbaar worden en daarna nemen de antilichamen terug af. Mogelijks werkt de immuniteit op een andere manier, bijvoorbeeld via T-cellen. Hoe lang duurt de bescherming? Is deze bescherming volledig of gedeeltelijk? We weten het niet. Het is nog te vroeg.  

Om een voorzichtig aangepast ‘normaal’ leven te leiden, moeten we op verschillende niveaus werken:

  • We moeten de belangrijke sociale afstand en hygiënische maatregelen nakomen.
  • We moeten voorzichtig zijn bij elk sociaal contact.
  • Overheden moeten een efficiënt en operationeel systeem voor contact tracing en het opvolgen van clusters hebben. 
  • We hebben antivirale middelen nodig. Hoe meer we er hebben en hoe beter ze werken, hoe meer mensen we kunnen beschermen tegen zeer ernstige symptomen en gevolgen. 
  • Uiteraard hebben we een vaccin nodig, en dit zal nog even duren. Hoewel de snelheid waarmee nu vaccins ontwikkeld worden ongezien is, kost het tijd om de veiligheid en effectiviteit van vaccins nauwkeurig te evalueren. Op langere termijn kan het virus milder en milder worden maar daar moeten we niet te snel op hopen. We hopen op een vaccin.
  • De maand april 2020 was de meest dodelijke maand april sinds de Tweede Wereldoorlog. Een aantal januari- en februarimaanden in de Jaren ‘50 en ’60 waren ongeveer even dodelijk door de grieppandemie. In deze periode werden echter geen sociale afstandsmaatregelen opgelegd. Als we de social distancing en hygiënische maatregelen niet hadden ingevoerd in de strijd tegen COVID-19, keken we mogelijks tegen 50.000 tot een kwart miljoen slachtoffers aan, een scenario dat aan de Spaanse Griep doet denken.  Een pandemie waar niet tegen gestreden wordt, zorgt er immers voor dat het gezondheidssysteem volledig overbelast geraakt. We zien dergelijke taferelen over de hele wereld, met de massagraven in grootsteden als New York City als schrijnend bewijs. 
  • Een tweede golf is mogelijk nog gevaarlijker omdat er dan al behoorlijk veel virus circuleert terwijl de bevolking nog steeds grotendeels vatbaar is. We moeten er daarom voor zorgen dat we de curve afvlakken en naar beneden halen tot we een zeer laag niveau van viruscirculatie bereiken. In Nieuw-Zeeland en Finland werd dit toegepast en kan de bevolking een redelijk normaal leven leiden.

We moeten COVID-19 ernstig (blijven) nemen. Wie COVID-19 ernstig neemt, volgt de maatregelen op en beschermt zichzelf en zijn omgeving in afwachting van een vaccin. We kunnen en moeten verder bouwen op de kracht van ons eigen gedrag en van het voortschrijdend wetenschappelijk inzicht om de epidemie te bestrijden. 

Geert Molenberghs (UHasselt/KU Leuven), Pierre Van Damme (UAntwerpen), Sarah Vercruysse (UHasselt), Niel Hens (UHasselt/UAntwerpen)

Meer weten over het COVID-19-onderzoek aan UHasselt? Je leest er alles over op de website van het Data Science Institute.