Logo UHasselt

menu

Olyfran-31


JUNIOR & MAX (2e en 3e graad)

JUNIOR & MAX (2e en 3e graad)

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

LEERSTOFOMSCHRIJVING MAX-ASO

De wedstrijdcategorie MAX-ASO omvat alle afdelingen van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs  (zie reglement).

 

1       DE STARTRONDE MET 100 MEERKEUZEVRAGEN (M.C.)

 

1.1  Omschrijving van de leerstof

De "Vlaamse Olympi@de van het Frans" (OLVL) peilt naar kennis van woordenschat, spraakkunst, spelling en naar tekstbegrip en communicatieve vaardigheden. Het is niet gemakkelijk de elementen te formuleren die als basis dienen voor onze test. De leraars van de betrokken afdelingen weten best wel welke materie de leerlingen gezien hebben. De vragen beantwoorden aan het niveau A2-B1-B2 van het ERK.

Als basis dient inderdaad het normale programma (leerplannen). Bedoeling is te peilen naar de talenkennis van de kandidaten en niet naar hun encyclopedische kennis.


1.2 Vorm van de M.C.-proef

De test gebeurt onder vorm van schriftelijke meerkeuzevragen (op papier), waarbij de deelnemer telkens moet kiezen tussen vijf mogelijke antwoorden. Deze vraagvorm is de enig mogelijke omdat in een kort tijdsbestek veel deelnemers op een zo objectief mogelijke wijze moeten getoetst worden en de resultaten met hun statistische verwerking snel moeten beschikbaar zijn. Er worden 100 vragen gesteld.

De vragen behandelen volgende rubrieken:

  1. Communicatieve vaardigheden
  2. Grammatica (emploi de l’auxiliaire et accord du participe passé, interrogation directe et indirecte, les pronoms, l’article, accord de l’adjectif, négation, conjugaison des verbes, l’emploi des modes, l’expression du but, de la cause, de la condition, etc.)
  3. Tekstbegrip
  4. Algemene kennis van de francofonie
  5. Woordenschat
  6. Uitspraak

De antwoorden worden gequoteerd als volgt:

  • foutief antwoord: 0
  • geen antwoord: 0
  • goed antwoord: 1

De vraagstelling gebeurt in het Frans. Er wordt getracht slechts een beperkt aantal vraagtypes te gebruiken.

Vraagtypes:

  • Quel élément convient le moins dans la série suivante?
  • Quel couple donne deux synonymes?
  • Quel couple donne deux contraires?
  • Où la suggestion ne convient-elle pas?
  • Quelle traduction convient le mieux ?
  • Cochez la bonne réponse.
  • Quelle réplique convient le mieux ?
  • Quelle interprétation convient le mieux ?
  • Quelle combinaison est impossible?
  • Où la prononciation est-elle identique?

Vragen om tekstbegrip te testen: meestal luidt de opdracht Commencez par lire le texte… om de inhoud globaal te begrijpen. Vervolgens duid de deelnemer voor elke letter (A, B, C …) het woord/zinsdeel aan dat volgens hem in de zin past en aansluit bij de betekenis van de tekst.  De letters verwijzen naar de antwoordmogelijkheden vermeld onder dezelfde letter. Wat de tekstsoort betreft, gaat het meestal om een informatieve tekst.

Met het vraagtype «Quelle interprétation convient le mieux ? » wordt naar globaal tekstbegrip gepeild aan de hand van een tweede, korte tekst (enkele regels). De deelnemer dient aan te duiden welke samenvatting het best de inhoud van de tekst weergeeft. Wat de tekstsoort betreft, gaat het hier om informatieve, narratieve of prescriptieve teksten.

 

2       DE MONDELINGE FINALERONDE

 

De tweetalige deelnemers hebben geen Finaleronde. Zij worden definitief geklasseerd op basis van de schriftelijke M.C.-proef tijdens de Startronde. Zie reglement.

De Finaleronde vindt plaats in de Universiteit Hasselt. Ze staat volledig onder de verantwoordelijkheid van de jury en bestaat uit een interview in het Nederlands en een tweede in het Frans. Zie reglement.

De proef gebeurt aan de hand van een gesprek over mogelijke belangstellingsdomeinen van een leerling derde graad ASO (zakgeld, leefmilieu, hoger onderwijs, vrijetijdsbesteding, belang van vreemde talenkennis, rol en invloed van de media, de digitale wereld,…). Het ligt niet in de bedoeling enige encyclopedische kennis te toetsen, maar wel de talige paraatheid van de kandidaat te evalueren. Vooraf krijgt de kandidaat de nodige voorbereidingstijd. De rangschikking van de kandidaten wordt bepaald door een jury die zich baseert op de globale prestatie, waarbij wordt rekening gehouden met de diverse aspecten van taalproductie, zoals vlotheid, gevatheid, correcte zinsbouw, uitgebreidheid van de woordenschat, goede uitspraak, enz. In tweede instantie wordt eventueel gekeken naar het vermogen van de kandidaten om hun antwoorden te structureren en om een redenering/argumentatie op te bouwen.