Logo UHasselt

menu

Olyfran-31


JUNIOR & MAX (2e en 3e graad)

JUNIOR & MAX (2e en 3e graad)

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

LEERSTOFOMSCHRIJVING MAX-HAN

HAN omvat de afdelingen van het technisch secundair onderwijs waarvan het programma "Franse Handelcorrespondentie" of "Zakelijk Frans" voorziet als onderdeel van het vak Frans of als afzonderlijk vak, en met minstens 3u Frans per week. (Zie reglement)

 

1       DE STARTRONDE MET 100 MEERKEUZEVRAGEN (M.C.)

 

1.1  Omschrijving van de leerstof

 

De "Vlaamse Olympi@de van het Frans" (OLVL) peilt naar kennis van woordenschat, spraakkunst, spelling en naar tekstbegrip en communicatieve vaardigheden. Het is niet gemakkelijk de elementen te formuleren die als basis dienen voor onze test. De leraars van de betrokken afdelingen weten best wel welke materie de leerlingen gezien hebben, overeenkomstig de leerplannen. De vragen beantwoorden aan het niveau A1-B2 van het ERK.

Als basis dient inderdaad het normale programma zonder de literaire componenten. Bedoeling is te peilen naar de talenkennis van de kandidaten en niet naar hun encyclopedische kennis.

De kandidaten worden eveneens getest op hun kennis van de meest courante termen en formuleringen van de meest essentiële fases uit de handelstransacties, zowel telefonisch als per brief. (De test handelt dus niet over specifieke onderwerpen als “banken, verzekeringen, transport” net zo min als over de woordenschat in verband met “sollicitatie” die meestal pas in het zesde jaar wordt gezien.)


1.2 Vorm van de M.C.-proef

De test gebeurt onder vorm van schriftelijke meerkeuzevragen, waarbij de deelnemer telkens moet kiezen tussen vijf mogelijke antwoorden. Deze vraagvorm is de enig mogelijke omdat in een kort tijdsbestek veel deelnemers op een zo objectief mogelijke wijze moeten getoetst worden en de resultaten met hun statistische verwerking snel moeten beschikbaar zijn. Er worden 100 vragen gesteld.

De vragen behandelen volgende rubrieken:

  1. Communicatieve vaardigheden
  2. Grammatica (emploi de l’auxiliaire et accord du participe passé, interrogation directe et indirecte, les pronoms, l’article, accord de l’adjectif, négation, conjugaison des verbes, ...)
  3. Algemene en zakelijke woordenschat
  4. Correspondentie en begrijpen van een handelsbrief - Zakelijk telefoongesprek

De antwoorden worden gequoteerd als volgt:

  • foutief antwoord: 0
  • geen antwoord: 0
  • goed antwoord: 1

De vraagstelling gebeurt in het Nederlands. Er wordt getracht slechts een beperkt aantal vraagtypes te gebruiken.

Vraagtypes:

  • Welke zin past in de volgende dialoog (dialogen)?
  • Welke zin past NIET in de volgende dialoog (dialogen)?
  • Welke vertaling is FOUT? (Enkel vertalingen van het Frans naar het Nederlands.)
  • Welke combinatie is juist?
  • Welke combinatie is FOUT?

Vragen om tekstbegrip te testen. Meestal luidt de opdracht als volgt: Overloop eerst de volledige brief (brieven)/mail/nota … om de inhoud globaal te begrijpen. Duid vervolgens voor elke letter (A, B, C …) het woord/zinsdeel aan dat volgens jou in de zin past en aansluit bij de betekenis van de brief (brieven)/mail/nota … De letters verwijzen naar de antwoordmogelijkheden vermeld onder dezelfde letter.

 

2       DE MONDELINGE FINALERONDE

 

De tweetalige deelnemers hebben geen Finaleronde. Zij worden definitief geklasseerd op basis van de schriftelijke M.C.-proef tijdens de Startronde. Zie reglement.

De Finaleronde vindt plaats in de Universiteit Hasselt. Ze staat volledig onder de verantwoordelijkheid van de jury en bestaat uit een interview in het Nederlands en een tweede in het Frans. Zie reglement.

De proef gebeurt aan de hand van de actualiteit van de 3 voorafgaande weken (kranten, radio, TV, tijdschrift) en gezien de specificiteit van deze richting, aan de hand van een handelsdocument. Het ligt niet in de bedoeling enige encyclopedische kennis te toetsen, maar wel de talige paraatheid van de kandidaat te evalueren.
De rangschikking van de deelnemers wordt bepaald door een jury die zich baseert op de globale prestatie, waarbij wordt rekening gehouden met de diverse aspecten van taalproductie, zoals vlotheid, gevatheid, correcte zinsbouw, uitgebreidheid van de woordenschat, goede uitspraak, enz.