Logo UHasselt

menu

Olyfran-32


OLVL: Olyfran-Vlaanderen

Olyfran-32

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

VLAAMSE IM- EN EXPORT CIJFERS

W. Clijsters
Limburgs Universitair Centrum, Diepenbeek

In het kader van de discussie rond het nut van het onderwijs Frans en het aantal uren dat in de lessentabellen aan die taal moet toegekend worden, kunnen onderstaande cijfers en vaststellingen wellicht een interessante aanvulling vormen in het debat.

Uit “Landeninformatie Frankrijk” van Export Vlaanderen 15.10.2002 en de site van de BDBH okt. 2002.

Frankrijk: Vlaanderens 2de exportland

Sinds 1995 is Frankrijk bezig aan een inhaalbeweging om Duitsland naar de kroon te steken als exportmarkt nr 1 voor Vlaanderen.  Tot nu toe is dat niet gelukt: het land blijft voorlopig onze tweede exportmarkt, maar onze export erheen neemt gemiddeld sneller toe dan naar Duitsland.  In 2000 dan stak Frankrijk Duitsland voorbij als belangrijkste Vlaamse exportmarkt met 17,6 % tegenover 16,7 % van de Belgische export.  Nederland, op de 3de plaats, neemt 12, % van de Vlaamse export af.

In 2000 verkochten wij, Vlamingen, in Frankrijk voor 915,3 miljard BEF.  Dat is een kleine 15 % van de totale Vlaamse export.

Evolutie van de Vlaamse export naar Frankrijk

Jaar

In mia BEF

% in Belgische export

1996

601.123

61.26

1997

643.188

60.48

1998

752.346

64.88

1999

774.303

63.91

2000

915.270

64.35

 

Top vijf van de Belgische exportproducten naar Frankrijk:

1. Machines en mechanische werktuigen 10.486%
2. Voertuigen 8.497%
3. Gietijzer, staal en ijzer 7.555%
4. Kunststof en toepassingen 6.765%
5. Elektrische machines 6.031%

De Vlaamse export vertegenwoordigde in 2000 77 % van de totale Belgische export (14 % voor Wallonië en 9 % voor het Brussels Gewest).  86% van het Vlaams bruto regionaal product (het geheel van alle goederen en diensten in Vlaanderen geproduceerd) werd uitgevoerd (in Wallonië 37%).

top  

Als belangrijkste redenen van dit Vlaams exportsucces wordt telkens de uitstekende vreemde-talenkennis van de Vlamingen aangegeven.  Men beweert dan vaak dat Vlaamse afgestudeerde universitairen Nederlands, Engels, Frans en Duits of een andere vreemde taal spreken en schrijven…  Als men de Vlaming echter vraagt of hij echt meertalig is, dan geeft hij zichzelf slechte punten en doen de Nederlanders het in hun eigen ogen beter (Bron: Eurobarometer 54 “Europeans and Languages”, februari 2001).

De hiervoor aangehaalde gegevens hebben enkel betrekking op verrichtingen met het buitenland.  Transacties met anderstalige binnenlandse partners (Wallonië, Brussel, Oostkantons) zijn hierin niet begrepen.

Het is duidelijk dat de verrichtingen met anderstalige binnen- en buitenlandse partners voor onze Vlaamse bedrijven van levensbelang zijn.  Ze maken, in een tijd van toenemende concurrentie, vaak het verschil uit tussen overleven en verdrongen worden.  Dit geldt zeker voor taalgrensregio’s, zoals Limburg, zo dicht gelegen bij Franstalig en Duitstalig gebied, en West-Vlaanderen, naaste buur van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.  Maar laten we niet de specifieke situatie van Vlaams-Brabant vergeten met de Europese meertalige hoofdstad vlakbij en de provincies Antwerpen en Gent met hun internationale havens.  Het is voor iedereen eveneens duidelijk dat gebrek aan vreemde-talencompetentie in een bedrijf of de huiver om de eerste stap te zetten in het buitenland (in een andere taal, in een andere cultuur) vaak juist de hinderpaal vormen om met anderstaligen zaken te doen.  Anderzijds leidt een eerste anderstalige handelstransactie aangebracht door een handige meertalige verkoper of inkoper snel tot de noodzaak ook voor andere personeelsleden (boekhouding, technische dienst, algemene directeur…) om de taal van de nieuwe handelsrelatie te beheersen, eerst in beperkte mate, maar later steeds beter.

Tenslotte zijn er nog andere goede redenen waarom wij Vlamingen graag Frans zouden moeten leren.  Is Frankrijk met zijn vele gevarieerde landschappen, zijn zonnige stranden, zijn “kaas en wijn” niet de geliefkoosde vakantiebestemming van de Vlamingen (en van vele andere buitenlanders)?  Is het niet zoveel aangenamer op vakantie de taal van het gastland te kunnen spreken om zo meer te kunnen genieten van zijn verblijf in het buitenland?

Velen van ons komen ook in hun beroep of in hun vrije tijd in aanraking met Franstaligen.  Vergeten we niet dat er bijna 250 miljoen Franstaligen op de wereld leven, waarvan 70 miljoen onze naaste zuiderburen zijn.

En niet in het minst van al, nog dit.  Verschenen in Job@ van 13 april 2001: “Vive la France! 1 op 2 Belgische bedrijfsleiders verkiest oude dag in Frankrijk” en dan volgt een artikel waaruit blijkt dat in een enquête 51 % van de Belgische bedrijfsleiders Frankrijk verkiezen voor hun pensioen, gevolgd door Spanje (16 %) en de VS (6 %).

top