Logo UHasselt

menu

Universiteitsfonds


Onze verhalen

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

ONDERZOEKERS METEN DE EFFECTEN VAN EEN KLIMAAT IN VERANDERING

Sinds september 2014 al beschikt de UHasselt met het Field Research Centre (FRC) over een fraai veldstudielabo in het Nationaal Park, op een steenworp van de Ecotron Hasselt University. Maar wat gebeurt daar nu allemaal in die stille Limburgse heide?

Het Field Research Centre (dat een beetje op een schoenendoos uit hout lijkt) staat in de schaduw van de oude schachtbok, aan toegangspoort Connecterra (in Terhills). Vanop de eerste verdieping heb je een frontaal zicht op de Ecotron die – letterlijk – staat de blinken in het zonlicht. A room with a view, heet dat.

En dan te denken dat het niet veel scheelde of het FRC had op een heel andere plek gestaan. “In eerste instantie lag Molenberg als serieuze optie op tafel, maar uiteindelijk werd het dus het voormalige mijnterrein van Eisden”, zegt professor Jaco Vangronsveld. “Die samenwerking is overigens goud waard: wij hebben hier de ruimte om ons ding te doen, Ignace Schops en zijn team van het Regionaal Landschap Kempen en Maasland zorgen voor de vertaalslag van wat er hier allemaal gebeurt naar het grote publiek. Een win-winsituatie.”

HERSENSPINSEL

De droom van een veldstudielabo is oud. “Een hersenspinsel uit de tijd dat ik zélf nog assistent was”, glimlacht Jaco Vangronsveld. “Toen al trokken we met onze studenten naar het Nationaal Park, waar ze meteen aan de slag konden met de theorie. Een permanent labo in de natuur voor onderzoek en stages, dat is steeds blijven sluimeren.” En in mei 2011 is hij die droom daadwerkelijk gaan pitchen aan de beleidstop. “Intussen was ook het idee voor de Ecotron gegroeid. Een attractiepool om wetenschappers uit binnen- en buitenland aan te trekken én een katalysator voor ons eigen onderzoek bij het Centrum voor Milieukunde (CMK). Want er is één rode draad doorheen alle studies die we vandaag binnen het FRC verrichten: de natuur in Limburg – met het veranderende klimaat als globale stressfactor.”

SMODDEREN

We zitten intussen op het gelijkvloers, in het ‘natte labo’ – de plek waar stalen uit het veld binnenkomen. “Hier mogen de wetenschappers en studenten smodderen”, klinkt het. Tijdens ons bezoek is het hier kraaknet en rustig. Meer bedrijvigheid is er een verdieping hoger. “Er werken hier heel wat disciplines samen: biologen, economen, juristen, chemici, statistici, informatici, wiskundigen…”, somt Natalie Beenaerts (coördinator van het FRC) op. Dat het Field Research Centre schotten tussen disciplines weghaalt, merk je ook meteen dáár. Onder de horde (vooral jonge) onderzoekers die we spreken, zijn er vier biologen, één bioloog-van-opleiding/statisticus-van-job en één milieu-econome. Zij pendelen tussen Diepenbeek en Maasmechelen.

Eén van hen is Thomas Neyens (CenStat), die mee de Limburgse natuur in kaart helpt brengen en analyseren. “Voor mijn onderzoek rond die biodiversiteit  gebruik ik data van de Limburgse Koepel voor Natuurstudie (LIKONA). Die werden ooit verzameld door vrijwilligers. Wat je dan ziet, is dat ze bijvoorbeeld zijn gaan zoeken naar een bepaalde vogel op plekken waar ze dénken dat die vogel voorkomt of ooit neergestreken is – wat kan leiden tot ‘overschatting’. Als je als wetenschapper écht wilde achterhalen wat de verspreiding van zo’n dier was, had je tot voor kort een random sample nodig. Steekproeven op willekeurig gekozen plaatsen. Zonder zo’n sample kreeg je problemen met je statistische analyse. Ik probeer nu technieken te ontwikkelen waarmee je preferentiële samples tóch kunt analyseren.”

NACHTZWALUWEN EN EVERZWIJNEN

Even verderop zit Ruben Evens, die zijn onderzoek over de nachtzwaluw bekroond moet zien met een doctoraatstitel. “Het interessante is dat je in het Nationaal Park met een grote proefopstelling zit. Het bestaat voor twintig procent uit heide, het is dan ook een van de kerngebieden van de nachtzwaluw. Voor een onderzoeker is dat een speeltuin”, zegt hij. Vooral in de zomermaanden trekt Ruben (letterlijk) het veld in. “Het is eigenlijk vrij uitzonderlijk dat ik hier in het Field Research Centre aan het werk ben."

Voor doctoraatsstudente Jolien Wevers is de doctoraatsverdediging nog veraf. Zij begon in oktober 2016 aan haar onderzoek rond everzwijnen. Naast haar liggen camera’s die ze verspreid over het Nationaal Park zal neerpoten. “Ik wil te weten komen hoe menselijke factoren het ruimtelijke gebruik van everzwijnen beïnvloeden. Denk aan jacht of recreatie”, legt ze uit. “Ik ben al vooral in de weer geweest met onder meer literatuurstudie en het uitschrijven van de protocollen. Da’s belangrijk voor goed veldwerk.” Wat heeft ze trouwens met everzwijnen? “Tja, ik heb er ook al een bachelorproef over geschreven – aan UHasselt. Dit doctoraat bouwt daar een beetje op voort.”

DATA, LAPTOP, INTERNET

Nele Witters is al een aantal jaren betrokken bij het onderzoek dat vandaag binnen het FRC gevoerd wordt. “In m’n eerste FWO-postdocmandaat focuste ik op het Nationaal Park Hoge Kempen. Zo wilde ik onder meer een beter inzicht in de relatie tussen natuur en economie krijgen en de gevolgen – en de grenzen aan – het menselijk handelen op ecosystemen analyseren. Daarover moest ik trouwens intens samenwerken met onder meer de biologen.”

In de aanloop naar de effectieve ‘inwerkingstelling’ van de Ecotron is Nele druk bezig geweest met de aanvraag van een aantal (Europese) projecten. “Dan gaat het onder meer om onderzoek rond de economische waarde van diensten geleverd door de natuur – denk aan koolstofopslag en waterfiltratie. Maar ook rond de impact van klimaatverandering op de levering van die diensten – en dus op een wijziging in waarde.” Belangrijk, want het biedt beleidsmakers wetenschappelijk gefundeerde handvaten bij de ontwikkeling van, bijvoorbeeld, efficiënt heidebeheer onder gewijzigde klimaatomstandigheden. “Je merkt: wij hebben voldoende aan data, laptop en internet. En als het even kan een makkelijke stoel met een tafel”, lacht Nele. “Ik kom met andere woorden niet vaak in het FRC, maar wel zo vaak als past. Het is goed om de link met je case niet te verliezen.”

DROOGTE

François Rineau zit aandachtig te turen naar zijn laptopscherm – het zicht op de Ecotron Hasselt University kan hem blijkbaar niet uit z’n concentratie halen. De bodemecoloog heeft de taak om het Ecotron-onderzoek op te bouwen, samen met zijn team. “De verwachtingen zijn hooggespannen, maar je werkt hier met een topinfrastructuur én met onderzoekers uit zeer uiteenlopende disciplines en verschillende landen… Daar kun je mee vooruit”, zegt hij. Al is het momenteel wel wat stressy. “Dit is allemaal betaald met publiek geld, dus we vinden het enorm belangrijk dat we de samenleving ook nuttige info kunnen teruggeven. We moeten er nu dan ook zéker van zijn dat, wat we gaan doen ook op de beste manier gebeurt. Maar ik ben er gerust op.”

Twee doctoraatsstudenten onder zijn vleugels, zijn Wouter Reyns en Natascha Arnauts. Zij bestuderen de gevolgen van klimaatverandering – droogte, maar ook veranderende concentraties aan zgn. nutriënten – op het ecosysteem van het heidegebied. Wanneer mogen we de eerste onderzoeksresultaten verwachten? François Rineau: “In de bodem zullen we op zéér korte termijn wellicht al wat zien veranderen. Maar om te zien hoe het ecosysteem als geheel reageert, heb je toch drie, vier jaar geduld nodig.” Frustrerend, dat lange wachten? “Niet echt. Want om te begrijpen wat er op de lange termijn gebeurt, moeten we ontzettend veel onderzoeken. Wat gebeurt er precies met het bodemleven als periodes van droogte elkaar snel opvolgen? Welk effect heeft klimaatverandering op de koolstofcyclus, fauna, flora en watercyclus?”

TECHNIEK

De hoogste tijd dan om eens in de Ecotron Hasselt University te duiken. Ingenieur Jan Clerinx noemt zichzelf “de link tussen wetenschap en techniek”. “Ik moet er vooral voor zorgen dat de onderzoekers hun werk kunnen doen, zodat ze hun wetenschappelijke doelstellingen halen. Dat betekent onder meer: machines en sensoren zó plaatsen en afstellen dat die correct meten. Want het onderzoek zal vooral bestaan uit de analyse van de computerdata die de sensoren genereren.”

Daarvoor is ook veel overleg met de betrokken onderzoekers nodig. “Voor zo’n experiment moet je toch wel wat dingen uitklaren. Wat is hier technisch mogelijk? Wat meten die sensoren exact? Hoe doen ze dat? Het is belangrijk dat we dat samen bespreken en bekijken wat we kunnen doen.” Onderzoekers teleurstellen, daar wil Jan niet van weten. “We zullen altijd proberen om het onderzoek te laten plaatsvinden. Ik ben er tenslotte ook om mee na te denken over oplossingen.”

OP SLOT

De compartimenten – ecosysteemkamers – zijn intussen gasdicht gemaakt. “Daarna gaan die ruimtes slechts één keer per maand open – voor het nemen van stalen of voor onderhoudswerken. Anders ga je er de atmosfeer te zeer verstoren”, zegt Jan. De machinekamer gaat natuurlijk nooit op slot. “Gelukkig, want in deze kamer zie je fysiek dingen gebeuren die je via je computer enkel kunt interpreteren. Je ziet hier méér.”

___________

Meer weten over het Ecotronfonds?
Lees hier wat het Ecotronfonds precies doet!