Logo UHasselt

menu

Universiteitsfonds


Onze verhalen

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

ZIE WAT DE CHIRURG ZIET

Toen Dr. Johan Van Robays in 1975 als patholoog aan de slag ging in het Ziekenhuis Oost-Limburg, liet zijn voorganger enkele preparaten achter in zijn kantoor. “Ik vond dat mooi en het zou zonde zijn geweest om ze weg te gooien. Daarna ben ik systematisch beginnen verzamelen.” Veertig jaar later telt zijn collectie meer dan 200 normale en aangetaste organen, die een thuis hebben gevonden in het Orgaanmuseum op campus Diepenbeek.

‘De cycloop’. ‘Het monster-teratoom’. ‘De zeemeermin’. Het Orgaanmuseum, een rariteitenkabinet anno 2019? “Dat wordt weleens gezegd ja”, geeft Johan Van Robays wat schoorvoetend toe. “We kozen specifiek voor de naam ‘Orgaanmuseum’ omdat we het didactische aspect van de preparaten willen tonen. Het zijn voorbeelden van pathologieën – ziekten – in een redelijk vergevorderd stadium, die met de huidige medische vooruitgang en diagnostiek veel sneller opgespoord en behandeld worden. Studenten zullen veel van die pathologieën niet meer in die vorm tegenkomen.”

KINDEREN

In de vitrinekasten staan bokalen met organen in alle vormen en maten. Dr. Van Robays: “De collectie is vrij volledig. Van alle organen heb ik zowat alle tumoren verzameld – of kan ik er op zijn minst een representatief beeld van tonen.” De meeste preparaten zijn onherkenbaar voor leken, moeilijk te benoemen zonder medische achtergrond. Enkel de foetussen en een paar geamputeerde voeten laten niets aan de verbeelding over. Onze gids schudt de bijhorende anekdotes zo uit zijn mouw en wordt zowat lyrisch bij elke bokaal die we aanwijzen. Nochtans heeft hij geen favoriet item. “Dat is zoals bij mijn kinderen: ik heb er tien en ik zie ze allemaal even graag.”

EAU DE COLOGNE

Johan Van Robays neemt er een bokaal bij. “Sommige preparaten zijn wat mysterieuzer dan andere. Hier zie je het been van een schedel met een tumor ter grootte van een dikke appel. De tumor groeide zowel naar buiten als naar binnen – in de hersenen. De patiënte heeft de tumor lang verborgen gehouden door er een sjaal rond te wikkelen en een hoed te dragen. Totdat haar huisarts dat ontdekte en haar aanraadde om het te laten onderzoeken. Die vrouw had het niet heel breed, haar man en zoon waren gestorven aan kanker… Dat maakte het er niet dus gemakkelijker op. Uiteindelijk werd ze geopereerd door een neurochirurg, die het schedelbot verving door een plastinaat. Maar een neurochirurg stelt geen definitieve diagnose. Het schedelbot belandde op mijn dissectietafel en na onderzoek bleek het om een uitzaaiing van schildklierkanker te gaan, waarvoor die vrouw dan ook behandeld werd.”

Een confrontatie met de aangetaste organen doet je wel even stilstaan bij de kwetsbaarheid van de mens. Moeten we meer inzetten op preventieve screenings om zulke situaties te voorkomen? Johan Van Robays: “Zelf ga ik pas naar de dokter als ik symptomen heb waar ik me zorgen over maak. Mijn advies is dan ook: voel je iets, ga dan naar de dokter en blijf liefst ook geen weken rondlopen met klachten.” Want het Orgaanmuseum ligt vol voorbeelden van mensen die te lang hebben gewacht met een doktersbezoek. Schrik voor de diagnose, de financiële gevolgen, de vele onderzoeken… Redenen genoeg om een consultatie uit te stellen.

“Ik heb gemerkt dat patiënten die in eerder rurale gebieden wonen – in een afgelegen gehucht bijvoorbeeld – minder snel naar een dokter stappen. De tumoren bij deze patiënten worden vaak later ontdekt en zijn dan ook groter”, aldus Johan Van Robays.

In de dissectiezaal naast het Orgaanmuseum opent Dr. Van Robays intussen een emmer en haalt er een borsttumor uit. “De vrouw bij wie we dit hebben weggehaald, heeft heel lang met klachten rondgelopen. Je moet weten dat dat op den duur een open wonde was die bovendien etterde, maar dat werd dan gecamoufleerd met doekjes gedrenkt in eau de cologne. Terwijl het zo ver niet had moeten komen. Dat noemen wij dan rurale pathologie.”

OPERATIE-SOUVENIR

Een patholoog komt nochtans niet in contact met de patiënten zelf. Een weefselstaal wordt samen met een aanvraagformulier (met daarop de naam van de patiënt, de leeftijd, het geslacht en de RIZIV-gegevens) bij de patholoog afgeleverd. Hoewel de patholoog essentieel is voor de diagnosestelling en het voorstellen van de behandeling van een patiënt, is het sociale aspect van de job verwaarloosbaar. “Dat betekent bijvoorbeeld ook dat een patholoog geen wachtdienst heeft”, glimlacht Johan Van Robays. Hij heeft de mensen wiens weefsel tentoongesteld worden in het Orgaanmuseum dus nooit ontmoet.

APPLAUS

Op enkele vaste vrijdagnamiddagen is het Orgaanmuseum open voor het grote publiek. In het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL) heeft Johan Van Robays acht jaar lang, twee keer per week, groepen rondgeleid. “Dat ging van brandweermannen, seniorenclubs en schoolgaande jeugd tot vroedvrouwen of personeel op teambuildingsactiviteit. Sinds ik met pensioen ben, kan ik mij meer focussen op de rondleidingen. Zo kan ik ook wat voeling met de materie behouden. Het blijft leuk om de verhalen achter de preparaten te vertellen. Bezoekers zijn oprecht geïnteresseerd en ze gaan hier met blij gevoel weer buiten. Soms applaudisseren ze zelfs.”

www.uhasselt.be/orgaanmuseum

 

______________

ORGAANMUSEUM BEZOEKEN?

Op woensdag 27 februari (om 19 uur) kunt u  ‘de cycloop’ en ‘de zeemeermin’ met eigen ogen aanschouwen en het verschil tussen een gezonde long en een rokerslong vóelen (als u dat wil). Inschrijven voor dit gratis bezoek doet u via deze link.