Logo UHasselt

menu

UHasselt SEE


Universiteit Hasselt School of Expert Education

UHasselt SEE

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

De Groeipijn van het bedrijf te lijf    6 jun 2019

De Groeipijn van het bedrijf te lijf
6 jun 2019

Groeipijn. Pubers worden er mee geconfronteerd. Maar bedrijven hebben er ook last van. Het belemmert ze in hun groei. De Vlaamse bedrijfsadviseur Matty Paquay helpt ondernemers bij het overwinnen van de groeipijnen. „Maar eerst moet erover worden gepraat. Groeipijn van een onderneming is net zo’n taboe als seks in 1950."

Tegen Fieneke was gezegd dat ze maar moest doen wat Sjeng haar zou vertellen tijdens de huwelijksnacht. Maar Sjeng was helaas ook niets verteld. Gevolg: een zeer ongemakkelijk samenzijn. Adviseur Matty Paquay gebruikt dit voorbeeld van een huwelijksnacht van voor 1950 om uit te leggen wat de gevolgen zijn als er een taboe rust op een onderwerp. Velen hebben ermee te maken en staan voor hetzelfde probleem, maar niemand bespreekt het. En laat dat nu net ook het geval zijn bij bedrijven die een snelle groei doormaken. Zijn doel met het bedrijf Paquay & Associates is ondernemers te laten inzien dat problemen die zich voordoen als gevolg van de groei die het bedrijf doormaakt, juist een teken van succes zijn. „Als je er zo tegenaan kijkt, praat je er ook makkelijker over.” Als consultant begeleidt
hij bedrijven, maar hij verzorgt ook lezingen op congressen en geeft les op de aan de Universiteit Hasselt gekoppelde Growth-academy. Zo stond hij recent ook bij het Limburgse ondernemerscongres Limburg Leads in het MECC. „Het begint bij het creëren van bewustzijn. Als dat er eenmaal is, kun je gaan analyseren en oplossingen bedenken.” 

Zelf schreef hij met Bart Lodewyckx, bestuurder van Unizo Limburg, in feite het Vlaamse equivalent van MKB-Limburg, het boek De Groeiparadox. Daarin staat beschreven wat de tien meest voorkomende groeipijnen zijn bij bedrijven. „Ik hoor van veel ondernemers terug dat het heel herkenbare verhalen zijn. Ze herkennen zich in de cyclus die we uiteen hebben gezet van hoe een bedrijf groeit.” Paquay loopt vervolgens naar een whiteboard in zijn kantoor. „De groei van een bedrijf gaat in golven.Het is een cyclus van groeien en vastlopen. In die laatste fase gaat de efficiency van het bedrijf verloren”, zegt hij wijzend met een blauwe stift. De organisate is dan niet meer goed afgestemd op de omvang van het bedrijf. „Het is dan juist de kunst om dat te onderkennen als ondernemer en vervolgens na te denken over hoe je het bedrijf moet inrichten om op een hoger level te komen.”

Limiet
Een van de valkuilen van ondernemers is dat ze ergens in hun hoofd een limiet hebben over de potentiële omvang van hun bedrijf. „Bijna elke ondernemer die ik vraag hoe groot zijn bedrijf kan worden, antwoordt redelijk snel met een getal. De een telt in het aantal werknemers, de ander telt in euro’s. Maar allemaal komen ze met een antwoord. En dat is slecht. Want waarom zou je het bedrijf een limiet opleggen? Zo kan het gebeuren dat de ene kruidenier kan uitgroeien tot een internationaal supermarktconcern en de andere na jaren nog altijd maar een dorpswinkel heeft. Ondernemers moeten inzien dat je zelf bepaalt hoe groot je bedrijf kan worden.” 

De moeilijkste fase voor een bedrijf is volgens Paquay de periode dat een onderneming net het niveau van start-up ontgroeit. Je genereert omzet, er is personeel aangenomen, maar hoe krijg je de onderneming naar een hoger plan getild? „Het leuke aan de start-upfase van een bedrijf is dat je kunt experimenteren. En als je op een gegeven moment iets gevonden hebt waarmee je omzet genereert, ga je verder. Maar in de fase die daarop volgt, moet je ervoor zorgen dat je blijft innoverenen tegelijk ook de omzet die je al genereert met het bestaande product blijft behouden. Je moet als het ware repeteren en innoveren tegelijk. Juist dan zie je veel ondernemers vastlopen.”

Focussen

Dat klem komen te zitten, heeft er deels mee te maken dat de eigen rol verandert. In het begin ben je als ondernemer heel erg operationeel met de productontwikkeling bezig. „In de fase daarna moet je vooral focussen op het ondernemen. Je moet vooruit kijken. Kansen zien en pakken. Wanneer je nog heel veel tijd stopt in operationele zaken word je daarin belemmerd.” Dat geldt overigens ook voor medewerkers die van het begin af aan het bedrijf mee opbouwen. Paquay gebruikt vaak het voorbeeld van Jan. Medewerker van het eerste uur en zelfs familie van de eigenaar. Jan leidde een  deel van de onderneming toen er nog vijf man in dienst waren op een goede manier. Nu het bedrijf is doorgegroeid en
het een personeelsbestand heeft van 75 personen, loopt Jan vast. Hij haalt zijn targets niet meer en het bedrijf zet te weinig stappen vooruit.

Paquay: „Je moet dan het gesprek aan gaan. Jan doet nog altijd zijn werk zoals hij dat jaren eerder deed. Maar zijn rol is inmiddels veranderd. Hoewel hij waarschijnlijk zijn werk veel beter doet dan eerst, is hij de verkeerde man op de verkeerde plek. Doordat het bedrijf nu eenmaal sterk is gegroeid, is de rol die Jan moet pakken anders geworden. En daar moet je hem als ondernemer bewust van maken en samen kijken naar een goede oplossing.” Dat er een taboe rust op het praten over groeipijnen van een bedrijf ligt niet alleen aan de ondernemers zelf. Banken, personeel en investeerders werken dit ook in de hand. „Als een ondernemer vertelt aan de bank over de problemen waar hij tegenaan loopt, loopt hij het risico dat enkele maanden later zijn krediet wordt verlaagd. Want ook de bankier wordt onzeker. Of neem het personeel. Dat wil eveneens zekerheid. De werknemers willen dat de directeur niet zijn twijfels of problemen met hen deelt, maar eigenlijk hen de zekerheid geeft dat ze aan het eind van de maand keurig hun salaris krijgen en hun hypotheek kunnen betalen. Je staat als ondernemer vaak alleen bij het nemen van moeilijke beslissingen. Dat kan eenzaam voelen.”

Potentie
Paquay is van mening dat beide Limburgen heel veel economische potentie in zich hebben, maar dat bij lange na nog niet alle kansen worden benut. „Hier zitten veel bedrijven die moeite hebben met het maken van de volgende stap. Misschien nog wel meer dan in nationale economische centra zoals Brussel en Amsterdam. Voor een deel komt dat door onze bescheidenheid.”

Het gegeven dat beide Limburgen relatief ver van de landelijke economische centra liggen heeft er wel voor gezorgd dat er behoorlijk wat creativiteit in de lokale economie zit. „En ik denk dat als we in staat zijn om 10 procent van onze bedrijven snel kunnen laten groeien, dat we beide Limburgen in een keer economisch veel sterker op de kaart zetten. Dat is ook de reden waarom ik op diverse congressen lezingen geef. Ik geloof daarin. We moeten als regio ook durven groeien. Samen met de bedrijven.”

Bron: Dagblad DeLimburger, auteur Bram Vanderheijden, 29/05/2019 (www.limburger.nl)