Logo UHasselt

menu

Studie- en Studentenbegeleiding


Studiebegeleiding

Studie- en Studentenbegeleiding

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

STUDIEMETHODE

Maak kennis met het studieproces!

De overgang van het secundair naar het hoger onderwijs brengt heel wat veranderingen met zich mee. In het hoger onderwijs verloopt je studie minder gestructureerd en gecontroleerd, bovendien ben je in het hoger onderwijs vrij om te beslissen hoe en wanneer je studeert. 

Tegenover deze ‘privileges’ staan zware exameneisen. Je moet grote hoeveelheden leerstof verwerken die moeilijker en omvangrijker zijn dan in het secundair onderwijs.

Het is daarom belangrijk om een aangename en effectieve studiemethode te ontwikkelen. Slim studeren kan je namelijk leren! Effectief studeren betekent dat je capabel bent om op een actieve en doelgerichte manier te studeren zodat je alle leerstof tijdig en grondig verwerkt hebt voor de examens.

We willen benadrukken dat ‘dé perfecte studiemethode’ niet bestaat. Iedereen studeert op zijn manier en niet alle vakken vereisen eenzelfde aanpak.

Toch zijn er een aantal algemene richtlijnen die voor de meeste studenten en de meeste vakken bruikbaar kunnen zijn. Het is in ieder geval interessant om je eigen studiemethode onder de loep te nemen en eventueel bij te schaven en/of te optimaliseren.




Stap 0: College volgen en notities nemen

College volgen

Tijdens het eerste hoorcollege van een opleidingsonderdeel wordt er doorgaans een heleboel praktische informatie uit de studieleidraad geconcretiseerd: hoe de contactmomenten ingevuld worden, wat de docent van je verwacht, welke taken of groepsopdrachten er gemaakt moeten worden, welke informatie je op Blackboard vindt, welke examenvorm er gebruikt wordt (bv. schriftelijk, mondeling),… Vooral dit laatste is belangrijke informatie, zo weet je meteen op welke manier je de leerstof weergeven moet worden op het examen en kan je je studiemethode hier aan aanpassen.

Tijdens de hoorcolleges geeft de docent een overzicht van de leerstof, gaat hij/zij dieper in op moeilijke onderdelen, geeft hij/zij extra (achtergrond)informatie, verduidelijkt hij/zij de leerstof aan de hand van voorbeelden, enzoverder.

Door het bijwonen van colleges kom je ook te weten wat de docent belangrijk vindt en wat er van je wordt verwacht op het examen. Soms worden er zelfs al enkele voorbeeldexamenvragen gegeven. Iedere docent heeft een eigen manier van lesgeven en legt eigen accenten. Houd rekening met deze persoonlijke accenten in je notities.

Je onthoudt meer en beter als je actief bij de les betrokken bent.

Enkele tips om actief betrokken te blijven bij het college:

  • Denk kritisch na over wat er wordt verteld.
  • Vraag extra uitleg als er iets onduidelijk is.
  • Domme vragen bestaan niet. Als je een vraag stelt, bewijs je dat je het college actief bijwoont.
  • Is er na het college geen tijd meer, noteer dan je vraag en stel ze bij het begin van het volgende hoorcollege of in een responsiecollege.
  • Formuleer je vraag kort en krachtig. Zo weet de docent onmiddellijk wat het probleem is.
  • Stel open vragen (bv. “Waarom zijn alle bananen krom?”). Dat geeft de docent de kans om de essentie te herhalen. Op een gesloten vraag (bv. “Zijn alle bananen krom?”) krijg je misschien enkel “ja” of “neen” als antwoord.
  • Stel jezelf vragen tijdens het verwerk van de leerstof thuis. 

Noteren

Het is onmogelijk om alles te noteren. Bovendien, als je té veel noteert, zit je nadien opgestapeld met een berg lesnotities, maar je hebt tijdens de blokperiode de tijd niet om al deze uitgeschreven epistels grondig door te nemen. Anderzijds is het belangrijk om iets te noteren, anders vergeet je te veel. Het nemen van notities houdt je aandacht bij de les, je droomt minder snel weg als je niet enkel luistert. De essentiële informatie, die anders verloren gaat, blijft dus bewaard. Noteren geeft je verder de kans om je eigen inzichten vast te leggen.

Je manier van noteren hangt af van een aantal factoren.

De docent: Elke docent geeft les op zijn/haar manier. De ene geeft les op een gestructureerde manier. De andere springt van de hak op de tak. Sommige docenten vertellen letterlijk na wat er in je handboek staat. Anderen wijden graag uit of illustreren de leerstof. In het ene geval is het zinloos om alles te noteren. Voorbeelden noteer je best wel. Ze kunnen de leerstof heel wat verduidelijken. 

Het opleidingsonderdeel: In een wiskundige stelling of chemische formule is elk element belangrijk, je bent dan bijna verplicht om alles te noteren. Bij een uitwijding over de religieuze achtergrond van de kruistochten, volstaat het meestal om de grote lijnen op papier te zetten. 

De verwachtingen: Iedere docent heeft zo zijn/haar verwachtingen en manier van examineren. Als je weet dat de docent veel belang hecht aan details of illustraties, dan kan je die maar best noteren. Andere docenten hechten dan weer veel belang aan het leggen van verbanden, …

Noteren tijdens het college: op zoek naar de essentie

Noteren is geen papegaaienwerk. Het is niet de bedoeling dat je lesnotities een exacte kopie zijn van wat de docent vertelt. Ga zelf op zoek naar de essentie. Schrijf ze in je eigen woorden en op een gestructureerde manier neer.

In de studieleidraad wordt doorgaans aangegeven welke leerstof er in het hoorcollege behandeld zal worden en wat je dient voor te bereiden. Als je de leerstof voor het college al een keer doorneemt, kan je makkelijker volgen en merk je vlugger wat belangrijk is en wat niet. Wat in je handboek volledig staat beschreven, hoef je niet te noteren. Verwijs er gewoon naar. Wil je er iets aan toevoegen, schrijf dan niet tussen de regels. Gebruik de blanco achterzijde van de vorige pagina of een afzonderlijk blad.

Tips bij het nemen van notities:

  • Dateer en nummer elk notitieblad
  • Laat ruimte voor eventuele aanvullingen achteraf
  • Neem de structuur van de slides over
  • Noteer liefst in eigen woorden
  • Vermeng je eigen mening niet met die van de docent
  • Indien oefeningen worden gemaakt tijdens een contactmoment, noteer dan niet louter de oplossingen. Breng ook zoveel mogelijk tussenstappen in rekening en noteer waar de moeilijkheden zich situeren.
  • Luister zeker tijdens het begin van het college aandachtig naar de docent. Vaak begint hij/zij met een korte uiteenzetting van wat hij/zij tijdens het contactmoment wil behandelen of met een korte samenvatting van wat je het vorige college hebt gezien.
  • Net voor het college is afgelopen, zet de docent de essentie vaak nog eens kort op een rij. Wacht dus met je spullen in te pakken totdat de les helemaal is afgelopen.
  • Tijdens het college schrijft de docent soms informatie op het bord. Ook wanneer hij/zij je niet expliciet vraagt om die informatie of schema’s te noteren, ga je er best van uit dat de informatie belangrijk genoeg is om te noteren.
  • Let ook op impliciete hints. Belangrijke informatie wordt meestal trager verteld of sterker beklemtoond. Randinformatie wordt vaak terloops verteld. Zinnen zoals 'ik herhaal…' of 'ik beklemtoon …' geven duidelijk aan dat het om belangrijke informatie gaat.
  • Als je noteert, heeft het weinig zin om prachtige volzinnen te maken. Net zoals bij een advertentie kan je informatie in een aantal sleutelwoorden vatten. Dat vraagt minder tijd om neer te pennen waardoor je de les beter kan volgen. Achteraf stellen de sleutelwoorden je in staat om het volledige verhaal te reconstrueren. Woorden die vaak terugkomen, kan je afkorten of vervangen door een symbool. Niets verbiedt je om je eigen hersenspinsels te gebruiken. Zolang jij ze maar begrijpt, is alles mogelijk. Zorg er wel voor dat je achteraf geen uren nodig hebt om alles te ontcijferen.
  • Breek tijdens het hoorcollege je hoofd niet over de spelling van een moeilijk woord. Als je er te lang over nadenkt, raak je achterop. Schrijf het gewoon op zoals het klinkt en plaats er een vraagteken bij. De juiste schrijfwijze zoek je na het college op. Als je voortdurend moet corrigeren, raak je snel achterop. Je kan je fouten beter doorstrepen en de verbetering ernaast schrijven. Zo verlies je minder tijd en het geeft je de kans om iets te leren uit je fouten.
  • Verlies geen tijd door overvloedig aandacht te besteden aan perfecte notities. Het belangrijkste is dat je notities inhoudelijk zo duidelijk en volledig mogelijk zijn.

Structuur

Goede lesnotities bevatten niet alleen essentiële informatie, ze geven die ook op een goede gestructureerde manier weer. Een goede structuur vergemakkelijkt het verwerken van de leerstof, het verbetert je inzicht. Je merkt onmiddellijk wat het verband is tussen de verschillende onderdelen. 

De colleges zijn vaak opgebouwd volgens een vast stramien. Elk hoorcollege behandelt meestal één hoofdthema dat verder wordt uitgewerkt in een aantal subthema’s. Wanneer de docent bij aanvang van het college die structuur en doelstelling expliciet aangeeft, kan je ze gewoon overnemen. Ook de slides die gebruikt worden, kunnen de structuur van het college verduidelijken. Als er geen slides gebruikt worden en ook de docent je niet meteen vertelt hoe de structuur van het college eruit ziet, moet je op zoek naar impliciete hints.

Let op signaalwoorden zoals ‘ten eerste’, ‘vervolgens’, ‘daarom’, ‘tenslotte’, enzovoort. Zij geven het verband tussen de verschillende onderwerpen aan. Als de docent geen structuur lijkt te volgen, maar voortdurend van onderwerp verandert, maak er dan gewoon het beste van. 

Probeer alle essentiële informatie te noteren en zoveel mogelijk verbanden te ontdekken. Een definitieve structuur kan je thuis aanbrengen als je de lesnotities verwerkt.

Lesnotities verwerken

Wacht niet tot het laatste moment om je lesnotities te bekijken. Maak er een gewoonte van om ze vrij kort na het college te herlezen. Zo kan je onduidelijkheden wegwerken en leemtes opvullen terwijl alle informatie nog fris in je hoofd zit. Bovendien vergroot je op die manier je vertrouwdheid met de leerstof.

Om te slagen voor een examen, volstaat het normaliter niet om enkel je lesnotities in te studeren. Je dient de informatie uit het handboek, cursustekst, lesnota’s, werkzittingen, enzoverder te integreren. Voor opleidingsonderdelen waar een uitgeschreven cursustekst beschikbaar is die quasi volledig is, kan je deze tekst als uitgangspunt nemen bij het studeren. Je vult je cursus dan aan met extra voorbeelden, uitweidingen,… die tijdens de colleges werden gegeven. Je nota’s of de slides kunnen ook als samenvatting dienen.

Voor vakken waarbij geen uitgeschreven cursustekst beschikbaar is, kan je je nota’s of de slides gebruiken als leidraad bij het studeren.

Tips bij het verwerken van lesnotities:

  • Je lesnotities gewoon herlezen is niet voldoende. Denk na over de leerstof. Stel jezelf vragen terwijl je leest. Bv. Wat betekent dit? Klopt het wat hier staat? Komt dit overeen met wat ik al wist over het onderwerp? Wat is het verband tussen twee termen? Ga op zoek naar verbanden. Je kent het volledige verhaal en weet welke informatie belangrijk is. Je kan de verschillende delen van de puzzel al beter in elkaar passen.
  • Duid de passages aan die nog steeds niet helemaal duidelijk zijn en ga op zoek naar een antwoord. Voordat je bij de docent aanklopt, kan je zelf op zoek in je handboek, de bib of op het internet.
  • Om er zeker van te zijn dat je alle essentiële informatie hebt, kan je de notities vergelijken met die van een medestudent.

Printversie van alle info en tips rond college volgen en noteren.


top

Stap 1: oriënteren

Naast je notities, is er natuurlijk ook de cursustekst of het handboek dat je grondig moet verwerken.

Voordat je begint met de cursustekst te lezen, is het belangrijk een globaal beeld te vormen van de inhoud en structuur van de cursus. Het verkennen van de leerstof noemen we ‘oriënteren’. Dit is de eerste stap in het uitzoeken en toepassen van je studiemethode.

Een nieuwe cursus verken je door bijvoorbeeld de achterflap en eventueel de inleiding te lezen, de inhoudsopgave door te nemen, eens te kijken hoeveel bladzijden de cursus telt, hoe de bladspiegel eruit ziet (klein of groot lettertype?, veel afbeeldingen?, …).

Neem ook de studieleidraad of het blokboek dat bij het vak hoort eens ter hande. Via de studieleidraad kom je te weten wat de doelstellingen van het opleidingsonderdeel zijn, welke hoofdstukken al dan niet gekend moeten zijn, hoe het examen eruit gaat zien, enzoverder.

Eens je een overzicht hebt wat er van je verwacht wordt en hoe het cursusmateriaal van een vak in elkaar zit, doe je hetzelfde voor een inhoudelijk afgerond geheel (bv. per hoofdstuk) of (stuk) tekst. Oriënteren doe je in dit geval bijvoorbeeld door de inhoudsopgave te raadplegen (of er zelf een op te stellen), titels en anders gedrukte woorden, signaalwoorden te lezen, grafieken te bekijken, inleidingen, conclusies en samenvattingen te lezen, je notities uit de hoorcolleges na te kijken, … 

Je kan ook al eens diagonaal doorheen de tekst gaan (‘skimmend lezen’) om een idee te krijgen van de inhoud en opbouw van de tekst en redeneringen.

Door te oriënteren vorm je een eerste indruk van de inhoud en de opbouw van de tekst. Zo activeer je jouw voorkennis over het onderwerp en krijg je een idee van wat je mag verwachten van de nieuwe leerstof. Dit heeft tot gevolg dat je de leerstof sneller en grondiger zal kunnen verwerken, je weet immers waar je je aan kan verwachten en studeert met een bepaalde focus. Verder zal je de leerstof ook beter kunnen onthouden doordat je nieuwe leerstof meteen koppelt aan je voorkennis over het onderwerp.

Oriënteren hoeft echt niet veel tijd te kosten. Reken op 15 à 30 minuten bij de eerste kennismaking met het handboek. Naderhand, telkens je de cursus opnieuw raadpleegt of aan een nieuw hoofdstuk begint, zal het soms al volstaan om aan de hand van de inhoudsopgave enkele minuten te oriënteren.


top

Stap 2: Leerstof verwerken

Leerstof grondig verwerken doe je door ze in de eerste plaats grondig te lezen en er vervolgens structuur in aan te brengen.

1. Lezen

In deze tweede fase van het studieproces tracht je de leerstof voor het eerst te begrijpen door de tekst intensief te lezen en inhoudelijk uit te diepen. Formules en bewijzen overloop je en analyseer je stap voor stap.

Om te controleren of je een bepaalde redenering, alinea of tekst echt begrijpt, kan je proberen om deze in je eigen woorden te herformuleren of herhalen. Indien dit niet lukt, kan dit wijzen op een gebrek aan inzicht.

Wanneer je een zin of een alinea niet begrijpt, kan je de volgende inspanningen leveren om inzicht te verwerven:

  • probeer exact te lokaliseren wat je niet begrijpt
  • ga na of de grammaticale structuur van de zin duidelijk is en ontleed de verschillende zinsdelen
  • lees de voorgaande zin(nen) opnieuw (misschien heb je iets over het hoofd gezien)
  • lees verder, mogelijk wordt de betekenis in het vervolg van de tekst verduidelijkt
  • zoek moeilijke woorden op in een (online) woordenboek of encyclopedie
  • als je er alleen niet uit komt, vraag dan uitleg aan medestudenten, aan ouderejaars of aan één van de docenten.

Vaak zal je een (wetenschappelijke) tekst niet volledig begrijpen na één keer lezen. Je zal moeten lezen, herlezen, analyseren, nadenken, vragen formuleren enzovoort. Deze fase vraagt daarom veel tijd maar dit is noodzakelijk om vat te krijgen op de leerstof.

2. Structureren

Een volgende stap in het studieproces is het structureren van de tekst, of het accentueren en verduidelijken van de reeds bestaande structuur in de tekst. Een tekst of een cursus vertoont immers een zekere logica, het te bestuderen materiaal is gestructureerd rond één of meer hoofdgedachten. 

Het structureren van teksten is noodzakelijk omdat je hierdoor inzicht verwerft in de verbanden tussen grote hoeveelheden leerstof.

Je kan je leerstof op verschillende manieren structureren:

  • Met behulp van de inhoudstafel

Je kan structuur aanbrengen door gebruik te maken van de inhoudstafel en deze verder aan te vullen. 

De meeste cursussen en handboeken bevatten reeds een inhoudstafel. Soms is het echter aan te raden om deze aan te vullen met bestaande of zelf ontwikkelde titels of kernwoorden van paragrafen en alinea’s. Als er geen inhoudstafel is opgenomen in de cursus, is het aangewezen er zelf een te maken. Een inhoudstafel biedt een mooi overzicht van de opbouw of structuur van een cursus of hoofdstuk.

  • Via het bewerken van de studietekst

Een tekst bewerken doe je door bepaalde stukken te onderlijnen, markeren, gebruik te maken van pijlen, symbolen, woorden in de kantlijn, ...

Het bewerken van de studietekst is vooral nuttig wanneer de tekst op zich al een degelijke structuur heeft. Belangrijk hierbij is dat je niet te veel onderlijnt en dat je kleuren en tekens consequent gebruikt (vb. geel voor hoofdzaken, potlood voor bijzaken, …). Markeer niet enkel de inhoud, maar haal met behulp van pijlen, woorden in de kantlijn, extra titeltjes boven alinea’s, … ook de structuur van de tekst naar boven.

Onderlijnen doe je niet terwijl je een tekst voor de eerste keer leest maar in een tweede (of derde) leesronde. Als je meteen zou onderlijnen tijdens de eerste leesronde, duid je waarschijnlijk heel wat overbodige informatie aan, omdat je nog niet gericht en gefocust de tekst hebt doorgenomen en de structuur nog niet hebt ontleed.

Structureren enkel via het bewerken van de tekst volstaat meestal niet. Je vult daarom best aan met andere structureermethoden die je een meer globaal beeld geven van de structuur van een tekst.

  • Door het maken van een samenvatting

Een samenvatting wordt veelal opgebouwd rond de inhoudstafel, waarbij aan elke titel een verkorte weergave van de inhoud wordt toegevoegd. 

Bij het maken van een samenvatting ga je op zoek naar de kerngedachten en hun samenhang. Details, voorbeelden en verduidelijkingen die je na het bestuderen van de tekst niet meer nodig hebt, laat je achterwege. 

Je maakt best je eigen samenvattingen. Terwijl je samenvat, steek je immers heel wat op. 

Mocht je toch een samenvatting van iemand anders willen gebruiken, vertrouw deze dan niet blindelings. Samenvattingen kunnen fouten bevatten of jij kan dingen anders interpreteren dan de maker van de samenvatting ze bedoelde. Leg gekregen samenvattingen naast de cursus en controleer ze op fouten en onvolledigheden. Breng wijzigingen of aanvullingen aan waar nodig.

Aan de hand van een samenvatting kan je de omvang van het studiemateriaal beperken en krijg je een beter zicht op het geheel van de leerstof. Een samenvatting kan ook nuttig zijn bij het maken van oefeningen, bij het memoriseren en bij verschillende herhalingsmomenten. Ten slotte ben je door het maken of controleren van een samenvatting heel concreet bezig met de leerstof , hetgeen de concentratie verhoogt.

Een belangrijk nadeel van een samenvatting, in vergelijking met andere structureermethoden, is dat het een tijdrovend instrument is, zowel bij de opbouw als bij het gebruik ervan. Voor degelijk voorgestructureerde en minder moeilijke studieteksten is deze methode daarom niet efficiënt. 

Hoed je ook voor het louter overpennen van de leerstof: daar kruipt massa’s tijd in terwijl je er niet meteen veel voordeel uit haalt. Het maken van een samenvatting kan ten onrechte de indruk wekken dat je een bepaald opleidingsonderdeel reeds heel grondig verwerkt hebt. Na het samenvatten is het studieproces echter nog niet afgelopen.

  • Door te schematiseren

Je kan een tekst ook structureren door er één of meerdere schema’s van te maken.

In een schematisch overzicht tracht je een (stuk) studietekst te vatten in trefwoorden waartussen verbanden worden gelegd.

Bij het maken van een schema komen de volgende tips wellicht van pas:

  • bouw het schema op van links naar rechts, van boven naar beneden of vanuit een centraal punt
  • gebruik verschillende kleuren om zaken van meer of minder belang aan te geven
  • verduidelijk onderlinge relaties met pijlen, lijnen en symbolen
  • wees consequent in het gebruik van verschillende kleuren, pijlen, lijnen en symbolen
  • voorkom zoveel mogelijk kruisende lijnen of pijlen en vermijd lange pijlen en lijnen, vooral buiten het schema om
  • formuleer kernbegrippen zo concreet mogelijk (schrijf geen volzinnen) maar vermijd ook het gebruik van nieuwe vervangende termen

Een schema is op een aantal vlakken efficiënter dan een samenvatting. Het visualiseren van de verbanden tussen de trefwoorden maakt dat een schema echt overzichtelijk en dus bruikbaar wordt. Schema’s kan je gebruiken om bepaalde moeilijke redeneringen of de tekstopbouw te visualiseren, om bepaalde thema’s met elkaar te vergelijken of de verbanden tussen bepaalde concepten te verduidelijken, …

Er bestaan verschillende vormen van schema’s waartussen je kan afwisselen afhankelijk van de te verwerken leerstof:

  • Mindmaps: handig om structuur/opbouw te visualiseren
  • Grafieken: handig voor verbanden tussen twee variabelen
  • Conceptkaarten: om verbanden tussen begrippen te verduidelijken
  • Vergelijkingsschema’s: om verschillende concepten of thema’s met elkaar te vergelijken
  • Tijdslijn: om de chronologische structuur te verduidelijken
  • ...

top

Stap 3: Analyseren, integreren, reflecteren en toepassen

Nadat je de leerstof hebt gelezen, begrepen en gestructureerd, is het tijd om de leerstof te integreren en toe te passen.

De leerstof integreren doe je door de rode draad te zoeken doorheen je leerstof en verbanden te leggen. Leg al je cursusmateriaal (notities, slides, cursus, …) naast elkaar en zoek naar gelijkenissen en verschillen. Zoek verbanden tussen het huidige hoofdstuk of tekst en de andere hoofdstukken/teksten, tussen dit vak en de andere vakken of deelvakken, tussen de theorie en de realiteit, … Op deze manier zal je dieper doordringen tot de kern van de leerstof.

Het toepassen van de leerstof gebeurt doorgaans door het maken van oefeningen of het oplossen van problemen aan de hand van de theorie. Maar ook het zoeken naar eigen voorbeelden, het toepassen van de theorie in andere domeinen, … zijn prima denkoefeningen. Tracht bij het maken van oefeningen zelfstandig tot een oplossing te komen, op het examen sta je er immers ook alleen voor!


top

Stap 4: Memoriseren

Memoriseren of het geheugenwerk is pas de voorlaatste stap in het studieproces.

Het strikte geheugenwerk wordt sterk verlicht als je tijdens opeenvolgende verwerkingsronden steeds meer tot de kern van de leerstof bent gekomen, waardoor je alles reeds zeer grondig begrijpt - ook de grotere samenhang in de cursus of tekst. Met andere woorden, probeer in niveaus te memoriseren: eerst de basis, en dan steeds dieper tot de kern.

In heel wat gevallen is het nuttig om ook in de vorige fasen van het studieproces al een aantal zaken in te prenten. 

Bij wiskunde memoriseer je bijvoorbeeld een nieuwe definitie, stelling of formule best onmiddellijk, zodat je er in de werkzittingen ook meteen mee aan de slag kan.

Voorzie in de blok- en examenperiode voldoende tijd om de leerstof actief in te prenten. Het begrijpen en kunnen toepassen van de leerstof is immers niet voldoende om te kunnen slagen op een examen. Je moet de hoofdlijnen, hoofdgedachten, redeneringen, definities, stellingen enz. met gesloten boek kunnen reproduceren.


top

Stap 5: Herhalen

Herhalen is onontbeerlijk wil je hetgeen je geleerd hebt, opslaan in je geheugen voor een langere periode. Vaak volstaat één keer blokken niet om de leerstof ook op het examen nog te kunnen reproduceren. Probeer daarom om de leerstof die je memoriseerde regelmatig en meer dan één keer te herhalen in het leerproces. Je kan bijvoorbeeld aan het einde van een studieblok of een studiedag herhalen. Korte herhalingen hebben een veel hoger rendement dan grote hoeveelheden leerstof in één geheel te herhalen.

Met ‘herhalen’ bedoelen we niet dat je steeds opnieuw de cursus moet doorlezen, maar dat je actief test of je de leerstof werkelijk beheerst. Je kan herhalen door de tekst te lezen en nadien in eigen woorden, al dan niet luidop, na te vertellen wat je net geleerd hebt. Je kan op andere momenten gebruik maken van de inhoudstabel en aan de hand van kernwoorden een bepaalde redenering/hoofdstuk opbouwen. Je kan gebruik maken van een mindmap, je notities grondig bekijken, zelf vragen bedenken bij de leerstof en deze proberen te beantwoorden,…

Samengevat: Probeer variatie in te brengen in herhaling en herhaal actief.

Herhalen kost niet veel tijd en vormt de beste remedie tegen vergeten!

Het geheugen

In het hoger onderwijs komt je geheugen voor nieuwe uitdagingen te staan. Je moet plots erg grote hoeveelheden leerstof zelfstandig verwerken én onthouden. Sommige studenten hebben het gevoel dat hun geheugen niet mee wil, dat ze alle formules, definities, theorieën die ze instuderen de volgende dag meteen weer vergeten zijn. Andere studenten zeggen dan weer zeer goed te zijn in het ‘van buiten leren’ van leerstof.

Er bestaan inderdaad interindividuele verschillen in de werking van het geheugen: sommige mensen kunnen veel informatie schijnbaar moeiteloos opslaan en lijken die ook nooit te vergeten, terwijl anderen al moeite hebben om hun eigen gsm-nummer te onthouden. 

Het goede nieuws is dat het hebben van een goed of minder goed geheugen geen onveranderbaar aangeboren feit is. In tegenstelling, als je goed begrijpt hoe je geheugen werkt en je leerstof op een manier verwerkt die hierbij aansluit, kan je versteld staan van de capaciteiten van je geheugen!

Het is dus van belang dat je weet hoe het geheugen werkt (hoe onthoud je iets en hoe vergeet je iets?) om daar uit af te kunnen leiden hoe je op een goede manier met je geheugen kan omgaan en hoe je op een adequate manier kan studeren opdat je meer en beter kan onthouden.

Hoe werkt het geheugen?

Om te kunnen afleiden hoe je op een goede manier met je geheugen kan omgaan en hoe je op een adequate manier kan studeren is het van belang dat je weet hoe het geheugen werkt (hoe onthoud je iets en hoe vergeet je iets?).

Hoe krijg je kennis in je geheugen? En hoe zorg je ervoor dat die kennis ook niet onmiddellijk verdwijnt nadat je ze gestudeerd hebt?

Om op deze vragen een antwoord te geven, is het goed om inzicht te hebben in op de verschillende fasen die bij het proces van kennisverwerving komen kijken:

  • informatie opnemen

Een voorwaarde om iets te kunnen onthouden, is het waarnemen van de betreffende informatie. Je moet de informatie op de één of andere manier zien, horen, voelen, proeven of ruiken. 

Hiertoe is een zekere aandacht of concentratie vereist. Het is je misschien al eens overkomen dat je probeert te studeren, maar aan het einde van een bladzijde niet meer weet wat je eigenlijk gelezen hebt. Het richten van de aandacht en concentreren op de informatie is noodzakelijk om informatie op te nemen en te onthouden (informatie en tips om je concentratie te verbeteren vind je onder de topic Concentratie).

Het opnemen van of concentreren op bepaalde informatie lukt het best bij een optimaal niveau van stress (zie figuur). 

Als je te weinig stress ervaart, zal je aandacht niet sterk genoeg gefocust zijn. Je zal dan te weinig geconcentreerd werken en snel afgeleid zijn, waardoor je niet optimaal presteert. Als je daarentegen te veel stress ervaart wordt je aandacht te sterk gefocust, waardoor je niet optimaal kan presteren omdat je bijvoorbeeld bepaalde zaken over het hoofd ziet, niet meer breed kan denken, …

Voor meer informatie over stress en hoe hiermee om te gaan, verwijzen we naar het thema Stress.

Soms heb je zoveel stress, dat je plots helemaal niets meer kan herinneren (hoewel je het wel gestudeerd hebt). Dit noemt men een geheugenblokkade of blackout. Meer hierover vind je in de topic Blackout.

Het opnemen van informatie gebeurt dus via de zintuigen. Informatie wordt doorgaans beter opgenomen als dit via verschillende zintuigen tegelijk gebeurt. Een experiment zal je bijvoorbeeld veel beter onthouden als je niet enkel de beschrijving ervan leest, maar het ook ziet of zelf uitvoert (en eventueel ook ruikt, smaakt of voelt). Hoe meer zintuigen je combineert, hoe beter je dingen onthoudt.

Belangrijk om weten is ook dat je niet àlles kan onthouden. Weet dus wàt je precies moet kennen (wat verwacht de docent, wat zijn de hoofdzaken in deze tekst, …) en concentreer je daarop. Later kan je eventueel details of extra literatuur doornemen en dit toevoegen aan de hoofdzaken.

  • informatie vasthouden en verwerken

De opgenomen informatie moet vervolgens vastgehouden en verwerkt worden opdat ze doorgesluisd zou worden naar het lange termijn geheugen.

Informatie overbrengen naar het lange termijn geheugen lukt het best als je deze informatie begrijpt (er inzicht in hebt), structureert en regelmatig herhaalt. Leerstof die je niet begrijpt, waar je geen inzicht in hebt, is zeer moeilijk op te slaan in het geheugen. Ook ongestructureerde informatie is moeilijker te onthouden. Tracht de informatie die je wil onthouden dus te structureren, of bestudeer de bestaande structuren. 

Als je informatie slechts één keer verwerkt en ze daarna nooit meer herhaalt, vervaagt ze. Regelmatig herhalen is de boodschap als je informatie in je lange termijn geheugen wil krijgen én ze beschikbaar wil houden.

Het vermelden waard is het feit dat informatie die je aan het begin van een studieblok én informatie die je aan het einde van een studieblok verwerkt het best onthouden blijft. Dit noemt men het primacy- en recency-effect (zie onderstaande figuur).

 

Hier wordt ook het voordeel van meerdere korte studeerperiodes boven één lange studieperiode duidelijk: bij meerdere korte studieperiodes (met tussenin een korte pauze waarin je zowel mentaal als fysiek iets anders doet dan studeren) profiteer je optimaal van het primacy en recency effect.

Voorbeeld: stel dat je twee uur ononderbroken studeert. De informatie die je aan het begin van dit blok verwerkt, zal je goed onthouden (primacy-effect). Ook de informatie die je aan het einde van dit studieblok verwerkt, onthoud je doorgaans goed (recency-effect). De informatie die je in het middenstuk van dit studieblok verwerkt, zal sneller vervagen. 

Als je het studieblok opsplitst in twee studieblokken van telkens één uur, met tussenin een korte pauze (10 minuten), profiteer je twee maal van het primacy-effect (bij het begin van elke studieblok) en twee maal van het recency-effect (aan het einde van elk studieblok).

Je kan handig gebruik maken van het recency-effect door aan het einde van elk studieblok eens kort de geziene leerstof te herhalen. Die herhaling blijft dan immers goed in je geheugen hangen.

Om nieuwe kennis goed vast te zetten in je lange termijn geheugen, is voldoende nachtrust onontbeerlijk. Ook een middagdutje vormt de ideale gelegenheid om nieuw verworven leerstof op te slaan in je geheugen.

Eenmaal informatie in je lange termijn geheugen opgeslagen ligt, gaat ze er niet meer uit. Het lange termijn geheugen heeft immers een onbeperkte capaciteit en een onbeperkte duur. 

Toch kan je soms bepaalde informatie niet terugvinden (hetgeen we ‘vergeten’ noemen).

Hiervoor kunnen verschillende redenen zijn:

Onvoldoende herhaling

Als je nieuwe informatie opslaat in het lange termijn geheugen, worden er bepaalde nieuwe verbindingen tussen cellen in de hersenen gemaakt. Nieuwe informatie wordt gekoppeld aan reeds opgeslagen informatie (voorkennis) en zo ontstaat er een netwerk van informatie. Dit informatienetwerk zal in principe nooit verdwijnen, maar kan wel vervagen als de informatie lange tijd niet gebruikt wordt. Dit kan je vergelijken met een tractor die door een grasland rijdt: als hij er éénmaal door rijdt, zal het gras zich snel herstellen en de gereden weg zal vervagen. Als de tractor daarentegen elke dag via dezelfde weg door dit veld rijdt, zal het spoor goed zichtbaar blijven. Zo ook in je hersenen: informatie die je vaak oproept, zal beter beschikbaar blijven dan informatie die je er ooit een keer hebt ingestopt en daarna nooit meer ophaalde. 

Herhaling is dus noodzakelijk om (nieuwe) kennis vlot beschikbaar te houden. Om parate kennis te bekomen, zou je 4 repetities nodig hebben: 1 uur, 1 dag, 1 week én 1 maand na het studeren.

Overbelasting

Je hersenen hebben rust nodig om nieuwe informatie op te slaan. Daarom zijn rustpauzes tussen de studie-momenten cruciaal: tijdens de pauzes krijgen je hersenen de tijd om alles op te slaan. Ook tijdens je slaap consolideert je brein kennis in je geheugen.

Onvoldoende koppeling met voorkennis

Als je tijdens het studeren van nieuwe informatie onvoldoende linken legt met je voorkennis, is het achteraf moeilijker om deze informatie op te roepen. De nieuwe informatie ligt dan ergens in je geheugen opgeslagen, maar je vindt ze niet terug (je bent de weg er naartoe kwijt). Je krijgt dan het gevoel ‘ik wéét het wel, maar kan er nu niet opkomen’ of ‘het ligt op het puntje van mijn tong’. 

Op die manier kan je jouw hersenen vergelijken met een archiefkast. Als je een nieuw document in een rommelige archiefkast stopt zonder label of structuur, zal het erg moeilijk zijn om dit document later weer terug te vinden. Als je het document daarentegen in een duidelijk gestructureerde archiefkast stopt, met labels en tabbladen, zal het veel makkelijker zijn om het nadien terug te vinden. Boodschap is dus om nieuwe informatie of leerstof goed te structureren en in verband te brengen met, te koppelen en te associëren aan reeds gekende informatie. Zo zal je de nieuwe leerstof later ook weer makkelijk kunnen oproepen.

Het succesvol doorlopen van deze drie fasen is belangrijk als je informatie wil onthouden, maar bij elk van de drie fasen kan het ook mislopen, waardoor de informatie niet wordt opgeslagen of wordt vergeten.

Tips om je geheugen te verbeteren

Je hebt niet zonder meer een ‘goed’ of een ‘slecht’ geheugen, maar je kan jouw geheugen wel goed of slecht gebruiken. Het is dus een kwestie om op een ‘geheugenvriendelijke’ manier te studeren.

Hieronder enkele praktische tips over hoe je dat kan doen:

  • Verbeter je concentratie

Concentratie is het richten van je aandacht op hetgeen je wil weten en vormt daarom een noodzakelijke voorwaarde om iets te kunnen onthouden. Heb je soms moeite om je te concentreren? Raadpleeg dan het thema Concentratie.

  • Studeer gericht

Tracht je leerstof bewust en gericht waar te nemen en te verwerken. Stel jezelf bijvoorbeeld vragen voor je begint met studeren (vb. wat verwacht de docent van je?, wat hoop je bij te leren in dit hoofdstuk?, op welke vragen zou je graag een antwoord vinden?, …). Ga tijdens het studeren op zoek naar de antwoorden op je vragen. Dit bevordert de concentratie en zorgt ervoor dat de leerstof ook meteen beter opgeslagen wordt.

  • Gebruik je zintuigen

Informatie waarnemen lukt beter als je jouw zintuigen combineert. Beperk je niet tot het lezen van je leerstof, maar hoor ze ook (herhaal hardop, ga naar hoorcolleges, discussieer met jaargenoten), beweeg (studeer bepaalde zaken al wandelend, schrijvend, tekenend, …), ... Probeer tijdens het studeren je leerstof levendig voor te stellen (met geuren, kleuren, smaak, geluiden, …).

  • Structureer

Gestructureerde informatie onthoud je beter. Breng dus structuur in je leerstof, bijvoorbeeld aan de hand van (vergelijkende) schema’s, tabellen, overzichten, slides, inhoudstafel, …

  • Verdiep jezelf

Zorg ervoor dat je de leerstof begrijpt, dat je er inzicht in hebt. Leerstof die je begrijpt onthoud je eens zo makkelijk. Stel jezelf dus vragen bij je leerstof, maak oefeningen, zoek eigen voorbeelden, …

  • Link met je voorkennis

Leg verbanden tussen de nieuwe leerstof en je voorkennis. Voor je begint met studeren: ga eens na wat je al weet over het onderwerp, of waar de titel jou aan doet denken. Op deze manier activeer je jouw voorkennis en kan je de nieuwe leerstof meteen hieraan koppelen. Dit helpt je om de leerstof op te slaan en ze later ook makkelijk weer op te roepen.

  • Studeer actief

Beperk je niet tot het passief en lineair doorlezen van de leerstof, maar studeer actief: ga op zoek naar hoofd- en bijzaken, maak aantekeningen, ontwerp je eigen schema’s, zoek verbanden, eigen voorbeelden, …

  • Onderscheid hoofd- en bijzaken

Je kan niet àlles onthouden. Onderscheid hoofd- van bijzaken en studeer eerst de hoofdzaken en de grote lijnen in. Later kan je aan het netwerk van hoofdzaken de bijzaken en details ophangen. Als je op deze manier studeert, ben je er zeker van dat je de hoofdzaken kent en onthoud je de bijzaken ook beter (omdat er al een netwerk van voorkennis/hoofdzaken is waaraan je de details kan koppelen).

  • Associeer

Het geheugen werkt op basis van associatie, door verbanden te leggen tussen nieuwe informatie en voorkennis. Je merkt dit bijvoorbeeld wanneer je een oud liedje terughoort en meteen terugdenkt aan een moment waarop dit lied voor jou belangrijk was. Je zal je meteen weer de situatie, gevoelens, en misschien zelf geuren, kleuren, smaken enzovoort herinneren.

Associatie is eigenlijk een koppeling van twee zaken (vb. een lied met een gebeurtenis), waardoor je als je één van de twee zaken oproept, ook aan het andere zal denken.

Je kan de techniek van associatie bewust verder uitwerken, om zo nog meer en beter te onthouden. 

Nieuwe informatie associeer je best aan ‘oude’ informatie die je interesseert of opvalt. Associaties werken het best als ze sterk overdreven zijn, als ze humoristisch en/of seksueel getint zijn, als je ze visualiseert (met veel kleur, …), als je al je zintuigen erbij betrekt (stel je ook voor hoe het ruikt, klinkt, voelt, smaakt).

Voorbeeld: Om te onthouden wie Malthus was (diegene die wees op de mogelijke gevaren van een sterke bevolkingsgroei), kan je jezelf een erg pessimistisch man voorstellen (associeer hem eventueel aan zo iemand die je kent), die prijkt op reclame voor voorbehoedsmiddelen en verwacht dat de wereld binnenkort zal vergaan.

  • Herhaal

Je leerstof herhalen kan je doen door eens snel door de inhoudstafel of door je schema’s te ‘wandelen’, door belangrijke formules of definities op te zeggen, bepaalde oefeningen opnieuw te maken, te discussiëren met jaargenoten, …

  • Pauzeer

 Door regelmatig pauzes in te lassen en op die manier het blokwerk te spreiden, herhaal je steeds opnieuw het voorgaande. Bovendien hebben de hersenen rust nodig om nieuwe leerstof op te slaan, je leert dus ook terwijl je pauzeert.

  • Pas toe

Pas je leerstof toe door oefeningen te maken, (voorbeeld)examenvragen op te lossen, links te zoeken met je dagelijks leven en de actualiteit, … Toepassen kan je ook zien als een vorm van herhaling.

  • Voed je rechterhersenhelft

Betrek bewust je rechter hersenhelft bij het studeren (zie ook thema Concentratie): ga op zoek naar verbanden en naar de rode draad doorheen de leerstof. Leg linken met andere cursussen, gebruik je fantasie en humor bij het studeren (vb. door verbeelding, associatie, ...). Werk in je schema’s met verschillende kleuren, tekeningen, … Zo zorg je ervoor dat je rechterhersenhelft betrokken blijft bij de leerstof en minder snel afdwaalt. Bovendien onthoud je leerstof veel beter als je de hersenhelften allebei gebruikt.

  • Eetgewoonten

Alcohol, bepaalde drugs en slaapmiddelen hebben een negatieve invloed op het geheugen. Mijd ze dus, zeker tijdens de blok- en examenperiode.

Noten (de zogenoemde ‘studentenhaver’) daarentegen zouden een positieve invloed hebben op het geheugen en de concentratie.

Het succesvol doorlopen van deze 5 fasen helpt je om je studiemethode te verbeteren. Je studiemethode optimaliseren doe je niet door enkel deze website te lezen! Verandering vraagt tijd en veel oefening.

Printversie van alle info en tips rond het geheugen

Printversie van alle info en tips rond actief studeren

Hier vind je een overzicht van handige apps die je kunnen helpen bij het studeren

Heb je na het lezen van deze informatie nog vragen of nood aan begeleiding? Aarzel dan niet om contact op te nemen met een studiebegeleider.


top

Ik wil begeleiding


top