Logo UHasselt

menu

Studie- en Studentenbegeleiding


Studiebegeleiding

Studie- en Studentenbegeleiding

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

STAP 2: LEERSTOF VERWERKEN

Leerstof grondig verwerken doe je door ze in de eerste plaats grondig te lezen en er vervolgens structuur in aan te brengen.

1. Lezen

In deze tweede fase van het studieproces tracht je de leerstof voor het eerst te begrijpen door de tekst intensief te lezen en inhoudelijk uit te diepen. Formules en bewijzen overloop je en analyseer je stap voor stap.

Om te controleren of je een bepaalde redenering, alinea of tekst echt begrijpt, kan je proberen om deze in je eigen woorden te herformuleren of herhalen. Indien dit niet lukt, kan dit wijzen op een gebrek aan inzicht.

Wanneer je een zin of een alinea niet begrijpt, kan je de volgende inspanningen leveren om inzicht te verwerven:

  • probeer exact te lokaliseren wat je niet begrijpt
  • ga na of de grammaticale structuur van de zin duidelijk is en ontleed de verschillende zinsdelen
  • lees de voorgaande zin(nen) opnieuw (misschien heb je iets over het hoofd gezien)
  • lees verder, mogelijk wordt de betekenis in het vervolg van de tekst verduidelijkt
  • zoek moeilijke woorden op in een (online) woordenboek of encyclopedie
  • als je er alleen niet uit komt, vraag dan uitleg aan medestudenten, aan ouderejaars of aan één van de docenten.

Vaak zal je een (wetenschappelijke) tekst niet volledig begrijpen na één keer lezen. Je zal moeten lezen, herlezen, analyseren, nadenken, vragen formuleren enzovoort. Deze fase vraagt daarom veel tijd maar dit is noodzakelijk om vat te krijgen op de leerstof.

2. Structureren

Een volgende stap in het studieproces is het structureren van de tekst, of het accentueren en verduidelijken van de reeds bestaande structuur in de tekst. Een tekst of een cursus vertoont immers een zekere logica, het te bestuderen materiaal is gestructureerd rond één of meer hoofdgedachten. 

Het structureren van teksten is noodzakelijk omdat je hierdoor inzicht verwerft in de verbanden tussen grote hoeveelheden leerstof.

Je kan je leerstof op verschillende manieren structureren:

  • Met behulp van de inhoudstafel

Je kan structuur aanbrengen door gebruik te maken van de inhoudstafel en deze verder aan te vullen. 

De meeste cursussen en handboeken bevatten reeds een inhoudstafel. Soms is het echter aan te raden om deze aan te vullen met bestaande of zelf ontwikkelde titels of kernwoorden van paragrafen en alinea’s. Als er geen inhoudstafel is opgenomen in de cursus, is het aangewezen er zelf een te maken. Een inhoudstafel biedt een mooi overzicht van de opbouw of structuur van een cursus of hoofdstuk.

  • Via het bewerken van de studietekst

Een tekst bewerken doe je door bepaalde stukken te onderlijnen, markeren, gebruik te maken van pijlen, symbolen, woorden in de kantlijn, ...

Het bewerken van de studietekst is vooral nuttig wanneer de tekst op zich al een degelijke structuur heeft. Belangrijk hierbij is dat je niet te veel onderlijnt en dat je kleuren en tekens consequent gebruikt (vb. geel voor hoofdzaken, potlood voor bijzaken, …). Markeer niet enkel de inhoud, maar haal met behulp van pijlen, woorden in de kantlijn, extra titeltjes boven alinea’s, … ook de structuur van de tekst naar boven.

Onderlijnen doe je niet terwijl je een tekst voor de eerste keer leest maar in een tweede (of derde) leesronde. Als je meteen zou onderlijnen tijdens de eerste leesronde, duid je waarschijnlijk heel wat overbodige informatie aan, omdat je nog niet gericht en gefocust de tekst hebt doorgenomen en de structuur nog niet hebt ontleed.

Structureren enkel via het bewerken van de tekst volstaat meestal niet. Je vult daarom best aan met andere structureermethoden die je een meer globaal beeld geven van de structuur van een tekst.

  • Door het maken van een samenvatting

Een samenvatting wordt veelal opgebouwd rond de inhoudstafel, waarbij aan elke titel een verkorte weergave van de inhoud wordt toegevoegd. 

Bij het maken van een samenvatting ga je op zoek naar de kerngedachten en hun samenhang. Details, voorbeelden en verduidelijkingen die je na het bestuderen van de tekst niet meer nodig hebt, laat je achterwege. 

Je maakt best je eigen samenvattingen. Terwijl je samenvat, steek je immers heel wat op. 

Mocht je toch een samenvatting van iemand anders willen gebruiken, vertrouw deze dan niet blindelings. Samenvattingen kunnen fouten bevatten of jij kan dingen anders interpreteren dan de maker van de samenvatting ze bedoelde. Leg gekregen samenvattingen naast de cursus en controleer ze op fouten en onvolledigheden. Breng wijzigingen of aanvullingen aan waar nodig.

Aan de hand van een samenvatting kan je de omvang van het studiemateriaal beperken en krijg je een beter zicht op het geheel van de leerstof. Een samenvatting kan ook nuttig zijn bij het maken van oefeningen, bij het memoriseren en bij verschillende herhalingsmomenten. Ten slotte ben je door het maken of controleren van een samenvatting heel concreet bezig met de leerstof , hetgeen de concentratie verhoogt.

Een belangrijk nadeel van een samenvatting, in vergelijking met andere structureermethoden, is dat het een tijdrovend instrument is, zowel bij de opbouw als bij het gebruik ervan. Voor degelijk voorgestructureerde en minder moeilijke studieteksten is deze methode daarom niet efficiënt. 

Hoed je ook voor het louter overpennen van de leerstof: daar kruipt massa’s tijd in terwijl je er niet meteen veel voordeel uit haalt. Het maken van een samenvatting kan ten onrechte de indruk wekken dat je een bepaald opleidingsonderdeel reeds heel grondig verwerkt hebt. Na het samenvatten is het studieproces echter nog niet afgelopen.

  • Door te schematiseren

Je kan een tekst ook structureren door er één of meerdere schema’s van te maken.

In een schematisch overzicht tracht je een (stuk) studietekst te vatten in trefwoorden waartussen verbanden worden gelegd.

Bij het maken van een schema komen de volgende tips wellicht van pas:

  • bouw het schema op van links naar rechts, van boven naar beneden of vanuit een centraal punt
  • gebruik verschillende kleuren om zaken van meer of minder belang aan te geven
  • verduidelijk onderlinge relaties met pijlen, lijnen en symbolen
  • wees consequent in het gebruik van verschillende kleuren, pijlen, lijnen en symbolen
  • voorkom zoveel mogelijk kruisende lijnen of pijlen en vermijd lange pijlen en lijnen, vooral buiten het schema om
  • formuleer kernbegrippen zo concreet mogelijk (schrijf geen volzinnen) maar vermijd ook het gebruik van nieuwe vervangende termen

Een schema is op een aantal vlakken efficiënter dan een samenvatting. Het visualiseren van de verbanden tussen de trefwoorden maakt dat een schema echt overzichtelijk en dus bruikbaar wordt. Schema’s kan je gebruiken om bepaalde moeilijke redeneringen of de tekstopbouw te visualiseren, om bepaalde thema’s met elkaar te vergelijken of de verbanden tussen bepaalde concepten te verduidelijken, …

Er bestaan verschillende vormen van schema’s waartussen je kan afwisselen afhankelijk van de te verwerken leerstof:

  • Mindmaps: handig om structuur/opbouw te visualiseren
  • Grafieken: handig voor verbanden tussen twee variabelen
  • Conceptkaarten: om verbanden tussen begrippen te verduidelijken
  • Vergelijkingsschema’s: om verschillende concepten of thema’s met elkaar te vergelijken
  • Tijdslijn: om de chronologische structuur te verduidelijken
  • ...