Logo UHasselt

menu

Studie- en Studentenbegeleiding


Studietips

Studie- en Studentenbegeleiding

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

FAALANGST

Faalangst kan omschreven worden als de vrees om te mislukken in situaties waarin men beoordeeld wordt (of denkt beoordeeld te worden) en de behoefte om mislukkingen te vermijden. Niemand faalt graag, er is ook niets mis met een gezonde motivatie om mislukkingen uit de weg te gaan.
Angst op zich is bovendien een nuttig en gezond fenomeen. Angst installeert remmingen, het voorkomt dat je domme dingen doet of te grote risico’s neemt. Iedereen heeft wel eens stress of is wel eens angstig, dit heeft vaak betere prestaties tot gevolg.

Faalangst wordt echter problematisch wanneer de angst zo groot wordt dat het een negatieve invloed uitoefent op je prestaties. Bijvoorbeeld wanneer je zo fel vreest om te mislukken, dat je niet meer helder kan nadenken over de opgave, of wanneer je misschien zelfs besluit om niet deel te nemen aan een examen, waarvoor je nochtans gestudeerd hebt, omdat je een mislukking wil vermijden.
Faalangst manifesteert zich niet op een eenvormige manier en kan bovendien voorkomen in heel diverse situaties. Faalangst is bovendien geen statisch gegeven, maar kan veranderen (zowel in positieve als negatieve zin). Dit betekent dat je kan leren omgaan met faalangst.

Studeren en het afleggen van examens vraagt veel energie, zowel op lichamelijk als geestelijk vlak. Als jijzelf of je omgeving (vb. de maatschappij, ouders, vriend/in, …) (té) veel belang hechten aan je studie en (té) hoge verwachtingen koesteren, creëert dit druk en dit kan een gevoel van continue spanning tot gevolg hebben.

We willen je meer inzicht te geven in wat faalangst precies is en waardoor ze beïnvloed wordt. Daarnaast willen we je een aantal bruikbare strategieën aanreiken om faalangst de baas te blijven.

Klik op onderstaande topics voor meer info over Faalangst:

Bovendien kan je ook een Faalangstbundel aanvragen bij de studiebegeleider van je opleiding waarmee je zelf of samen met je studiebegeleider aan de slag kan gaan. Via een aantal gerichte vragen helpen we je in kaart brengen hoe jouw faalangst er precies uitziet. Daarna geven we je inzicht in het ontstaan van faalangst en gaan we op zoek naar wat je faalangst uitlokt. Vervolgens reiken we je allerlei oefeningen en tips aan die faalangst kunnen helpen verminderen en voorkomen.

Stress en faalangst gaan vaak samen. Neem daarom ook een kijkje op onze pagina's rond omgaan met stress

Printversie van alle info en tips rond faalangst
Printversie van alle info en tips rond stress

Naast deze algemene info over faalangst en stress, kan je aan de UHasselt ook terecht voor een faalangsttraining.Deze wordt 2 keer per jaar georganiseerd.

Heb je na het lezen van onderstaande informatie nog vragen of nood aan begeleiding?
Aarzel dan niet om contact op te nemen met een studiebegeleider en studieloopbaanbegeleider.

 


Faalangst bestaat uit een emotionele en een cognitieve component.

De emotionele component uit zich in lichamelijke veranderingen die optreden wanneer je (faal)angstig bent: klamme handen, , transpireren, beven, versnelde hartslag, verhoogde bloeddruk, ...

Deze symptomen zijn heel normaal en treden op in alle bedreigende situaties. Ze stellen je in staat om te vechten of te vluchten als het nodig is (je zweet om je lichaam af te koelen, je hartslag versnelt ter voorbereiding op een fysieke inspanning, …). Natuurlijk moet je in situaties waarin faalangst optreedt (vb. een examen) helemaal niet fysiek vechten of vluchten, maar omdat je deze situatie als bedreigend ervaart (je dreigt te mislukken) maakt je lichaam zich klaar.

Het is belangrijk dat je weet waar deze symptomen vandaan komen, zodat je ze ook juist kan interpreteren: het zijn evolutionaire overblijfselen uit een ver verleden. De bedreigende situaties waar onze verre voorouders in de oertijd mee te maken kregen, veronderstelden wél dat men fysiek moest vechten of vluchten. De lichamelijke veranderingen kunnen dus niet veel kwaad, ze beïnvloeden je prestatie niet en ze verdwijnen ook vanzelf zo gauw de spanning afneemt.

De cognitieve component van faalangst omvat de gedachten die faalangst met zich meebrengt: jezelf zorgen maken over je resultaat, verwachten dat je weer slecht zal presteren, piekeren over de gevolgen van een mislukking en de reacties van de anderen op je mislukken, …

Hoewel de lichamelijke reacties op faalangst op zich geen negatieve invloed op je prestatie hebben (je gaat je examen niet slechter maken omdat je handen klam zijn), kunnen de interpretaties van deze lichamelijke symptomen je prestatie wel negatief beïnvloeden. Sommige studenten hebben immers de neiging de lichamelijke reacties negatief of catastrofaal te interpreteren. Ze denken bijvoorbeeld bij het versnellen van de hartslag ‘oh nee, er is iets met mijn hart, zo meteen ga ik flauwvallen’. Dit soort interpretaties slorpen je aandacht op, waardoor je jouw aandacht niet onverdeeld op de taak kan richten.

Soms zetten deze gedachten zelfs een vicieuze cirkel in gang. Bijvoorbeeld als je denkt: ‘oh nee, ik begin te beven, dat betekent dat ik faalangst krijg en als ik faalangst krijg, presteer ik minder goed’ zal je angst krijgen om faalangst te krijgen. Hierdoor zal je faalangst toenemen, waardoor je nog meer soortgelijke gedachten (en lichamelijke reacties) krijgt.

Als je meer wil weten over het ontstaan en het nut van stress en faalangst, kan je het thema Stress raadplegen.

Het is dus belangrijk om de lichamelijke reacties die faalangst met zich meebrengt juist te kaderen, om te vermijden dat je faalangst verergert.

Enkele tips:

  • Word je bewust van je angstige gedachten: maak een lijstje van de gedachten die je angstig maken.
  • Bekijk je angstige gedachten kritisch en toets ze af:
    • Welke argumenten gebruik je om de uitkomst (=mislukken) te voorspellen?
    • Wat is het ergste dat er kan gebeuren?
    • Wat is het meest realistische dat er kan gebeuren?
    • Hoe zou je deze situatie anders kunnen interpreteren?
    • Hoe zou iemand anders (zus, vriend(in),…) reageren?
    • Hoe zou je iemand anders geruststellen in zulke situatie?
  • Vervang je gedachten door meer rationele en helpende gedachten. Dit doe je door bijvoorbeeld tegen jezelf te zeggen ‘mijn hart klopt sneller, dat is een typisch kenmerk van faalangst maar ik weet dat het geen negatieve invloed heeft op mijn prestatie, ik ga dus gewoon doorgaan met de volgende examenvraag’.
  • Probeer om je angstige gedachten te accepteren. Gedachten zijn geen weergave van de werkelijkheid, maar een verwerking ervan. Ze bevatten dus niet dé waarheid.

We kunnen een onderscheid maken tussen twee typen faalangst. Sommige studenten zijn ‘actief faalangstig’, anderen ‘passief faalangstig’. Het kan echter ook perfect dat faalangst zich bij jou soms actief en op andere momenten passief manifesteert.

Kenmerken actieve of positieve faalangst:

  • Je bent sterk gemotiveerd om te slagen en probeert de situatie zoveel mogelijk onder controle te houden om mislukking te voorkomen (je studeert erg intensief en accuraat, je leert zoveel mogelijk details, je ontspant zelden of niet).
  • Je zet je voor meer dan 100% in, je stelt jezelf hoge eisen en haalt waarschijnlijk goede resultaten. Een goede voorbereiding doet je angst dalen.
  • Studenten met actieve faalangst leggen zichzelf echter zo’n hoge druk op (zeer hoge doelstellingen), dat studeren vaak een onhoudbare situatie wordt (je bent gespannen of emotioneel, je kan niet slapen, je hebt last van lichamelijke kwaaltjes, je piekert zelfs tijdens ontspannende momenten,…).

Kenmerken passieve of negatieve faalangst:

  • Je wil je angst verminderen, dus mijd je de situaties waarin je kan mislukken of waarin de faalangst de kop opsteekt (je studeert minder en/of oppervlakkig voor een examen, je daagt niet op voor een examen, …). Of je mijdt het studeren zelf, waardoor je bij mislukken meteen kan zeggen: ‘ik had er ook niets voor gedaan, dus een echte mislukking is het niet. Als ik ervoor gewerkt had, was het me wel gelukt’.
  • Je stelt zeer lage doelstellingen en haalt waarschijnlijk minder goede resultaten.
  • Je bent een meester in het ontlopen van confrontaties en mislukkingen, waardoor je angst vermeden wordt, maar niet verdwijnt.
  • Voor de buitenwereld is je probleem zelden zichtbaar

Enkele tips om actieve faalangst te bestrijden:

  • Bepaal op voorhand hoeveel tijd je aan je studiemomenten wilt spenderen, bepaal je grenzen. Bv. ‘als ik alles heb gestudeerd wat ik gepland heb, mag ik nog maximum 1 uur herhalen’.
  • Probeer om in ‘lagen’ te studeren. Leer eerst de grote lijnen van een hoofdstuk, en verwerk de leerstof pas daarna op een meer diepgaand niveau. Indien er nog voldoende tijd rest, kan je aandacht besteden aan details.
  • Los inspanning af met actieve ontspanning. Ga bijvoorbeeld joggen, even wandelen, fietsen of speel muziek.

Enkele tips om passieve faalangst te bestrijden:

  • Stel studeren niet uit tot het (aller)laatste moment. Stel deadlines voor jezelf en probeer om je hier aan te houden.
  • Indien je enkel onder druk kan presteren, leg jezelf dan druk op. Bouw bijvoorbeeld een hobby in (je gaat om 20 uur met vrienden naar de fitness, dus je moet vóór 20 uur klaar zijn met studeren). Dit geldt ook voor het maken van een paper. Je kan bijvoorbeeld met een vriend afspreken dat je wekelijks/tweewekelijks de laatste versie van je paper opstuurt, zodat hij/zij jouw voortgang in het oog kan houden.

Enkele algemene tips:

  • Concentreer je op kansen (‘ik maak een kans om mijn examen goed te doen’), niet op mogelijke tegenslagen (‘ik slaag misschien niet voor mijn examen’).
  • Bereid je voor op successen die je kan behalen. Schrijf bv op wat er allemaal goed kan gaan.
  • Leer te kijken naar wat goed gaat.
  • Ga op zoek naar eerdere succeservaringen in je leven, blik tevreden terug op de afgelopen jaren. Welke successen heb je bereikt?
  • Leid de aandacht af van je toekomstperspectief waarin slagen op deze taak noodzakelijk is. Het is beter om elke taak als taak op zich te beschouwen en niet teveel te focussen op de toekomst.
  • Probeer ook om een alternatief toekomstplan (een ‘plan B’) uit te stippelen.