Logo UHasselt

menu

Studie- en Studentenbegeleiding


Studietips

Studie- en Studentenbegeleiding

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

GEHEUGEN

In het hoger onderwijs komt je geheugen voor nieuwe uitdagingen te staan. Je moet plots erg grote hoeveelheden leerstof zelfstandig verwerken én onthouden. Sommige studenten hebben het gevoel dat hun geheugen niet mee wil, dat ze alle formules, definities, theorieën die ze instuderen de volgende dag meteen weer vergeten zijn. Andere studenten zeggen dan weer zeer goed te zijn in het ‘van buiten leren’ van leerstof.

Er bestaan inderdaad interindividuele verschillen in de werking van het geheugen: sommige mensen kunnen veel informatie schijnbaar moeiteloos opslaan en lijken die ook nooit te vergeten, terwijl anderen al moeite hebben om hun eigen gsm-nummer te onthouden.
Het goede nieuws is dat het hebben van een goed of minder goed geheugen geen onveranderbaar aangeboren feit is. In tegenstelling, als je goed begrijpt hoe je geheugen werkt en je leerstof op een manier verwerkt die hierbij aansluit, kan je versteld staan van de capaciteiten van je geheugen!

Het is dus van belang dat je weet hoe het geheugen werkt (hoe onthoud je iets en hoe vergeet je iets?) om daar uit af te kunnen leiden hoe je op een goede manier met je geheugen kan omgaan en hoe je op een adequate manier kan studeren opdat je meer en beter kan onthouden.

Printversie van alle info en tips rond het geheugen

Heb je na het lezen van deze informatie nog vragen of nood aan begeleiding?
Aarzel dan niet om contact op te nemen met een studiebegeleider.


Om te kunnen afleiden hoe je op een goede manier met je geheugen kan omgaan en hoe je op een adequate manier kan studeren is het van belang dat je weet hoe het geheugen werkt (hoe onthoud je iets en hoe vergeet je iets?).

Hoe krijg je kennis in je geheugen? En hoe zorg je ervoor dat die kennis ook niet onmiddellijk verdwijnt nadat je ze gestudeerd hebt?

Om op deze vragen een antwoord te geven, is het goed om inzicht te hebben in op de verschillende fasen die bij het proces van kennisverwerving komen kijken:

  1. informatie opnemen
  2. informatie vasthouden en verwerken
  3. informatie oproepen

Het succesvol doorlopen van deze drie fasen is belangrijk als je informatie wil onthouden, maar bij elk van de drie fasen kan het ook mislopen, waardoor de informatie niet wordt opgeslagen of wordt vergeten.

Je hebt niet zonder meer een ‘goed’ of een ‘slecht’ geheugen, maar je kan jouw geheugen wel goed of slecht gebruiken. Het is dus een kwestie om op een ‘geheugenvriendelijke’ manier te studeren.

Hieronder enkele praktische tips over hoe je dat kan doen:

Verbeter je concentratie

Concentratie is het richten van je aandacht op hetgeen je wil weten en vormt daarom een noodzakelijke voorwaarde om iets te kunnen onthouden. Heb je soms moeite om je te concenteren? Raadpleeg dan het thema Concentratie.

Studeer gericht

Tracht je leerstof bewust en gericht waar te nemen en te verwerken. Stel jezelf bijvoorbeeld vragen voor je begint met studeren (vb. wat verwacht de docent van je?, wat hoop je bij te leren in dit hoofdstuk?, op welke vragen zou je graag een antwoord vinden?, …). Ga tijdens het studeren op zoek naar de antwoorden op je vragen. Dit bevordert de concentratie en zorgt ervoor dat de leerstof ook meteen beter opgeslagen wordt.

Gebruik je zintuigen

Informatie waarnemen lukt beter als je jouw zintuigen combineert. Beperk je niet tot het lezen van je leerstof, maar hoor ze ook (herhaal hardop, ga naar hoorcolleges, discussieer met jaargenoten), beweeg (studeer bepaalde zaken al wandelend, schrijvend, tekenend, …), ... Probeer tijdens het studeren je leerstof levendig voor te stellen (met geuren, kleuren, smaak, geluiden, …).

Structureer

Gestructureerde informatie onthoud je beter. Breng dus structuur in je leerstof, bijvoorbeeld aan de hand van (vergelijkende) schema’s, tabellen, overzichten, slides, inhoudstafel, …

Verdiep jezelf

Zorg ervoor dat je de leerstof begrijpt, dat je er inzicht in hebt. Leerstof die je begrijpt onthoud je eens zo makkelijk. Stel jezelf dus vragen bij je leerstof, maak oefeningen, zoek eigen voorbeelden, …

Link met je voorkennis

Leg verbanden tussen de nieuwe leerstof en je voorkennis. Voor je begint met studeren: ga eens na wat je al weet over het onderwerp, of waar de titel jou aan doet denken. Op deze manier activeer je jouw voorkennis en kan je de nieuwe leerstof meteen hieraan koppelen. Dit helpt je om de leerstof op te slaan en ze later ook makkelijk weer op te roepen.

Studeer actief

Beperk je niet tot het passief en lineair doorlezen van de leerstof, maar studeer actief: ga op zoek naar hoofd- en bijzaken, maak aantekeningen, ontwerp je eigen schema’s, zoek verbanden, eigen voorbeelden, …

Onderscheid hoofd- en bijzaken

Je kan niet àlles onthouden. Onderscheid hoofd- van bijzaken en studeer eerst de hoofdzaken en de grote lijnen in. Later kan je aan het netwerk van hoofdzaken de bijzaken en details ophangen. Als je op deze manier studeert, ben je er zeker van dat je de hoofdzaken kent en onthoud je de bijzaken ook beter (omdat er al een netwerk van voorkennis/hoofdzaken is waaraan je de details kan koppelen).

Associeer

Het geheugen werkt op basis van associatie, door verbanden te leggen tussen nieuwe informatie en voorkennis. Je merkt dit bijvoorbeeld wanneer je een oud liedje terughoort en meteen terugdenkt aan een moment waarop dit lied voor jou belangrijk was. Je zal je meteen weer de situatie, gevoelens, en misschien zelf geuren, kleuren, smaken enzovoort herinneren.

Associatie is eigenlijk een koppeling van twee zaken (vb. een lied met een gebeurtenis), waardoor je als je één van de twee zaken oproept, ook aan het andere zal denken.
Je kan de techniek van associatie bewust verder uitwerken, om zo nog meer en beter te onthouden.
Nieuwe informatie associeer je best aan ‘oude’ informatie die je interesseert of opvalt. Associaties werken het best als ze sterk overdreven zijn, als ze humoristisch en/of seksueel getint zijn, als je ze visualiseert (met veel kleur, …), als je al je zintuigen erbij betrekt (stel je ook voor hoe het ruikt, klinkt, voelt, smaakt).
Voorbeeld: Om te onthouden wie Malthus was (diegene die wees op de mogelijke gevaren van een sterke bevolkingsgroei), kan je jezelf een erg pessimistisch man voorstellen (associeer hem eventueel aan zo iemand die je kent), die prijkt op reclame voor voorbehoedsmiddelen en verwacht dat de wereld binnenkort zal vergaan.

Herhaal

Je leerstof herhalen kan je doen door eens snel door de inhoudstafel of door je schema’s te ‘wandelen’, door belangrijke formules of definities op te zeggen, bepaalde oefeningen opnieuw te maken, te discussiëren met jaargenoten, …

Pauzeer

Door regelmatig pauzes in te lassen en op die manier het blokwerk te spreiden, herhaal je steeds opnieuw het voorgaande. Bovendien hebben de hersenen rust nodig om nieuwe leerstof op te slaan, je leert dus ook terwijl je pauzeert.

Pas toe

Pas je leerstof toe door oefeningen te maken, (voorbeeld)examenvragen op te lossen, links te zoeken met je dagelijks leven en de actualiteit, … Toepassen kan je ook zien als een vorm van herhaling.

Voed je rechterhersenhelft

Betrek bewust je rechter hersenhelft bij het studeren (zie ook thema Concentratie): ga op zoek naar verbanden en naar de rode draad doorheen de leerstof. Leg linken met andere cursussen, gebruik je fantasie en humor bij het studeren (vb. door verbeelding, associatie, ...). Werk in je schema’s met verschillende kleuren, tekeningen, … Zo zorg je ervoor dat je rechterhersenhelft betrokken blijft bij de leerstof en minder snel afdwaalt. Bovendien onthoud je leerstof veel beter als je de hersenhelften allebei gebruikt.

Eetgewoonten

Alcohol, bepaalde drugs en slaapmiddelen hebben een negatieve invloed op het geheugen. Mijd ze dus, zeker tijdens de blok- en examenperiode.
Noten (de zogenoemde ‘studentenhaver’) daarentegen zouden een positieve invloed hebben op het geheugen en de concentratie.