Logo UHasselt

menu

Studie- en Studentenbegeleiding


Studietips

Studie- en Studentenbegeleiding

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

HOE WERKT HET GEHEUGEN?


Een voorwaarde om iets te kunnen onthouden, is het waarnemen van de betreffende informatie. Je moet de informatie op de één of andere manier zien, horen, voelen, proeven of ruiken.
Hiertoe is een zekere aandacht of concentratie vereist. Het is je misschien al eens overkomen dat je probeert te studeren, maar aan het einde van een bladzijde niet meer weet wat je eigenlijk gelezen hebt. Het richten van de aandacht en concentreren op de informatie is noodzakelijk om informatie op te nemen en te onthouden (informatie en tips om je concentratie te verbeteren vind je onder de topic Concentratie).

Het opnemen van of concentreren op bepaalde informatie lukt het best bij een optimaal niveau van stress (zie figuur).
Als je te weinig stress ervaart, zal je aandacht niet sterk genoeg gefocust zijn. Je zal dan te weinig geconcentreerd werken en snel afgeleid zijn, waardoor je niet optimaal presteert. Als je daarentegen te veel stress ervaart wordt je aandacht te sterk gefocust, waardoor je niet optimaal kan presteren omdat je bijvoorbeeld bepaalde zaken over het hoofd ziet, niet meer breed kan denken, …


Voor meer informatie over stress en hoe hiermee om te gaan, verwijzen we naar het thema Stress.
Soms heb je zoveel stress, dat je plots helemaal niets meer kan herinneren (hoewel je het wel gestudeerd hebt). Dit noemt men een geheugenblokkade of blackout. Meer hierover vind je in de topic Blackout.

Het opnemen van informatie gebeurt dus via de zintuigen. Informatie wordt doorgaans beter opgenomen als dit via verschillende zintuigen tegelijk gebeurt. Een experiment zal je bijvoorbeeld veel beter onthouden als je niet enkel de beschrijving ervan leest, maar het ook ziet of zelf uitvoert (en eventueel ook ruikt, smaakt of voelt). Hoe meer zintuigen je combineert, hoe beter je dingen onthoudt.

Belangrijk om weten is ook dat je niet àlles kan onthouden. Weet dus wàt je precies moet kennen (wat verwacht de docent, wat zijn de hoofdzaken in deze tekst, …) en concentreer je daarop. Later kan je eventueel details of extra literatuur doornemen en dit toevoegen aan de hoofdzaken.

De opgenomen informatie moet vervolgens vastgehouden en verwerkt worden opdat ze doorgesluisd zou worden naar het lange termijn geheugen.

Informatie overbrengen naar het lange termijn geheugen lukt het best als je deze informatie begrijpt (er inzicht in hebt), structureert en regelmatig herhaalt. Leerstof die je niet begrijpt, waar je geen inzicht in hebt, is zeer moeilijk op te slaan in het geheugen. Ook ongestructureerde informatie is moeilijker te onthouden. Tracht de informatie die je wil onthouden dus te structureren, of bestudeer de bestaande structuren.
Als je informatie slechts één keer verwerkt en ze daarna nooit meer herhaalt, vervaagt ze. Regelmatig herhalen is de boodschap als je informatie in je lange termijn geheugen wil krijgen én ze beschikbaar wil houden.

Het vermelden waard is het feit dat informatie die je aan het begin van een studieblok én informatie die je aan het einde van een studieblok verwerkt het best onthouden blijft. Dit noemt men het primacy- en recency-effect (zie onderstaande figuur).


Hier wordt ook het voordeel van meerdere korte studeerperiodes boven één lange studieperiode duidelijk: bij meerdere korte studieperiodes (met tussenin een korte pauze waarin je zowel mentaal als fysiek iets anders doet dan studeren) profiteer je optimaal van het primacy en recency effect.

Voorbeeld: stel dat je twee uur ononderbroken studeert. De informatie die je aan het begin van dit blok verwerkt, zal je goed onthouden (primacy-effect). Ook de informatie die je aan het einde van dit studieblok verwerkt, onthoud je doorgaans goed (recency-effect). De informatie die je in het middenstuk van dit studieblok verwerkt, zal sneller vervagen.
Als je het studieblok opsplitst in twee studieblokken van telkens één uur, met tussenin een korte pauze (10 minuten), profiteer je twee maal van het primacy-effect (bij het begin van elke studieblok) en twee maal van het recency-effect (aan het einde van elk studieblok).

Je kan handig gebruik maken van het recency-effect door aan het einde van elk studieblok eens kort de geziene leerstof te herhalen. Die herhaling blijft dan immers goed in je geheugen hangen.

Om nieuwe kennis goed vast te zetten in je lange termijn geheugen, is voldoende nachtrust onontbeerlijk. Ook een middagdutje vormt de ideale gelegenheid om nieuw verworven leerstof op te slaan in je geheugen.

Eenmaal informatie in je lange termijn geheugen opgeslagen ligt, gaat ze er niet meer uit. Het lange termijn geheugen heeft immers een onbeperkte capaciteit en een onbeperkte duur.
Toch kan je soms bepaalde informatie niet terugvinden (hetgeen we ‘vergeten’ noemen).

Hiervoor kunnen verschillende redenen zijn:

Onvoldoende herhaling

Als je nieuwe informatie opslaat in het lange termijn geheugen, worden er bepaalde nieuwe verbindingen tussen cellen in de hersenen gemaakt. Nieuwe informatie wordt gekoppeld aan reeds opgeslagen informatie (voorkennis) en zo ontstaat er een netwerk van informatie. Dit informatienetwerk zal in principe nooit verdwijnen, maar kan wel vervagen als de informatie lange tijd niet gebruikt wordt. Dit kan je vergelijken met een tractor die door een grasland rijdt: als hij er éénmaal door rijdt, zal het gras zich snel herstellen en de gereden weg zal vervagen. Als de tractor daarentegen elke dag via dezelfde weg door dit veld rijdt, zal het spoor goed zichtbaar blijven. Zo ook in je hersenen: informatie die je vaak oproept, zal beter beschikbaar blijven dan informatie die je er ooit een keer hebt ingestopt en daarna nooit meer ophaalde.
Herhaling is dus noodzakelijk om (nieuwe) kennis vlot beschikbaar te houden. Om parate kennis te bekomen, zou je 4 repetities nodig hebben: 1 uur, 1 dag, 1 week én 1 maand na het studeren.

Overbelasting

Je hersenen hebben rust nodig om nieuwe informatie op te slaan. Daarom zijn rustpauzes tussen de studie-momenten cruciaal: tijdens de pauzes krijgen je hersenen de tijd om alles op te slaan. Ook tijdens je slaap consolideert je brein kennis in je geheugen.

Onvoldoende koppeling met voorkennis

Als je tijdens het studeren van nieuwe informatie onvoldoende linken legt met je voorkennis, is het achteraf moeilijker om deze informatie op te roepen. De nieuwe informatie ligt dan ergens in je geheugen opgeslagen, maar je vindt ze niet terug (je bent de weg er naartoe kwijt). Je krijgt dan het gevoel ‘ik wéét het wel, maar kan er nu niet opkomen’ of ‘het ligt op het puntje van mijn tong’.
Op die manier kan je jouw hersenen vergelijken met een archiefkast. Als je een nieuw document in een rommelige archiefkast stopt zonder label of structuur, zal het erg moeilijk zijn om dit document later weer terug te vinden. Als je het document daarentegen in een duidelijk gestructureerde archiefkast stopt, met labels en tabbladen, zal het veel makkelijker zijn om het nadien terug te vinden. Boodschap is dus om nieuwe informatie of leerstof goed te structureren en in verband te brengen met, te koppelen en te associëren aan reeds gekende informatie. Zo zal je de nieuwe leerstof later ook weer makkelijk kunnen oproepen.