Logo UHasselt

menu

CORe - Centrum voor Overheid en Recht


Eenheid staatsrecht

CORe - Centrum voor Overheid en Recht

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

ONDERZOEKERS



Daan Bijnens

Daan Bijnens behaalde in 2014 zijn masterdiploma Rechten, afstudeerrichting Overheid & Recht, aan de Universiteit Hasselt. Sinds september 2014 is hij aangesteld als assistent publiekrecht en als doctorandus in het staatsrecht aan de faculteit Rechten van de Universiteit Hasselt. Hij is lid van de eenheid staatsrecht binnen het Centrum voor Overheid en Recht (CORe). Zijn onderzoeksveld strekt zich uit over het brede publiekrecht, in het bijzonder het staatsrecht. Hij werkt aan een proefschrift over de impact van de supranationale rechtsorde op de uitwisseling van grondwettelijke bevoegdheden tussen de wetgevende en uitvoerende macht. Zijn onderwijsopdrachten aan de UHasselt situeren zich eveneens binnen het publiekrecht. Zo staat hij in voor de vakken Staatsrecht en Rechtsbescherming tegen de Overheid en begeleidt hij de deelnemers van de Moot Court Grondwettelijk Recht.

Doctoraatsonderzoek:
'Het legaliteitsbeginsel in de gelaagde rechtsorde: een onderzoek naar de hedendaagse inhoud van het recht op een democratisch verkozen orgaan in de Grondwet’

Dit onderzoek heeft als centrale vraagstelling: “Op welke wijze heeft de gelaagdheid van de rechtsorde de invulling van het ‘recht op de wetgever’ uit de Belgische Grondwet gewijzigd en kan de nieuwe invulling op ieder vlak een evenwaardig beschermingsniveau bieden aan de rechtsonderhorige?” Van oudsher waarborgen diverse grondwettelijke bepalingen een wetgevend optreden. Ze trachten verschillende fundamenteel geachte waarden in een democratische rechtstaat te beschermen. De wetgever heeft evenwel gedurende de tijd zijn positie als vooraanstaande macht zien afbrokkelen. Op welke manier wordt het ‘recht op de wetgever’ momenteel vormgegeven en in hoeverre verschilt deze invulling van de oorspronkelijk in de Grondwet vervatte opvatting? Het blijft een fundament van de democratische staat dat de burgers betrokken zijn bij de totstandkoming van publieke besluitvorming waaraan ze worden onderworpen. Ondanks het feit dat de machten op grondwettelijke wijze moeten worden uitgeoefend, zien we dat flexibel wordt omgesprongen met de taakverdeling tussen wetgevende en uitvoerende macht niet alleen via delegaties van bevoegdheden aan de uitvoerende macht maar langs de andere kant ook via validerende acties door de wetgever van uitvoerend optreden. De supranationale rechtsorde werkt ook door op deze grondwettelijke taakverdeling. Zo rijst onder meer de vraag of de actuele (supra)nationale rechtsorde de uitholling van de formele democratische waarborgen op nationaal niveau kan opvangen door in een gelijkwaardige bescherming te voorzien.

Promotor: prof. dr. Jan Theunis, Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 september 2014


Marie DeCock
Marie DeCock behaalde in 2017 haar masterdiploma in de rechten aan de UGent. Sinds januari 2018 is zij doctoraatsbursaal aan de faculteit Rechten en werkt zij aan een proefschrift over intergemeentelijke samenwerking en de juridische kwalificatie van intercommunales. Daarnaast begeleidt zij onder meer de deelnemers van de Moot Court Grondwettelijk Recht. Marie is tevens verbonden als wetenschappelijk medewerker aan de vakgroep Europees, Publiek- en Internationaal recht van de Universiteit Gent.

Doctoraatsonderzoek:
‘Het janushoofd van intergemeentelijke samenwerking: geklemd tussen publiek en privaat, tussen overheid en onderneming’

De jongste decennia is er een tendens tot het overdragen van taken aan lokale overheden. Terzelfdertijd is er de neiging naar meer samenwerking in de publieke sector tussen, enerzijds, publieke partners en, anderzijds, tussen publieke en private partners. Om hun taken efficiënter uit te oefenen, om te kunnen omgaan met gemeentegrensoverschrijdende problemen en om schaalvergroting tot stand te brengen, grijpen gemeenten vaak terug naar intergemeentelijke samenwerking als oplossing om de doeltreffendheid van hun lokale openbare dienstverlening te verbeteren. Hierbij is er vaak sprake van een conflict tussen privaatrechtelijke aspecten – bijvoorbeeld de deelname van marktdeelnemers en dus ‘privaatrechtelijk’ georiënteerde entiteiten aan de intercommunales – en publiekrechtelijke elementen – zoals onder meer de noodzaak van lokale democratie in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Dit onderzoek focust op die onderliggende spanningen tussen publiek- en privaatrecht. Is een intercommunale nu een overheid of een onderneming? In het zoeken naar een antwoord op de vraag hoe intergemeentelijke samenwerkingsverbanden juridisch kunnen worden gekwalificeerd en welke rechtsvorm zij het best aannemen, wordt gepoogd om publiek en privaat op een zo goed mogelijke manier met elkaar te verzoenen. Hierbij wordt er ingegaan op de Europese regelgeving inzake mededinging en aanbesteding, op de impact van de Europese Unie op de beslissing om een intergemeentelijk samenwerkingsverband op te richten, te gebruiken en te reguleren en wordt er rechtsvergelijkend onderzoek gevoerd met verschillende lidstaten van de Europese Unie.

Promotor: prof. dr. Steven Van Garsse, Universiteit Hasselt
Startdatum: 16 januari 2018


Dennis Fransen
Dennis Fransen is doctoraatsbursaal aan de faculteit Rechten en specialiseert zich met name in het staats- en bestuursrecht. In zijn proefschrift doet hij onderzoek naar perspectieven voor een algemeen wetboek bestuursrecht in België. Hij behaalde in juli 2017 zijn masterdiploma in de rechten aan de UHasselt (afstudeerrichting Overheid & Recht).

Doctoraatsonderzoek:
‘Naar een algemeen wetboek bestuursrecht voor België? Een juridisch onderzoek vanuit de bevoegdheidsverdeling’

In tegenstelling tot onze buurlanden (Nederland, Duitsland, Frankrijk…) kent het Belgisch bestuursrechtelijk landschap geen regelgeving die op algemene wijze de betrekkingen tussen burger en overheid regelt. Dit ondanks pogingen op het federale (2000/2003) en het Vlaamse niveau (2018). Samen met de ad hoc-benadering in het verleden wordt de totstandkoming van een dergelijk wetboek aanzienlijk bemoeilijkt doordat het Belgische bestuursrecht als een lappendeken verspreid ligt over de verschillende bestuursniveaus heen. Een duidelijk afgebakende bevoegdheidsverdeling met betrekking tot het administratief recht ontbreekt op dit moment, hoewel die essentieel is voor de totstandkoming van een algemene bestuursrechtelijke regelgeving. Dennis Fransen focust in zijn onderzoek dan ook op de impact van de bevoegdheidsverdeling op de mogelijkheden om dergelijke regelgeving te creëren in het federale België. Naast een gedetailleerde studie van de bevoegdheidsverdeling binnen het Belgische bestuursrecht bestudeert dit onderzoek het instrument van een algemene regelgeving, onder meer vanuit rechtsvergelijkend perspectief. Met het oog op de totstandkoming van een coherent geheel van administratiefrechtelijke wetgeving zullen ook aanbevelingen met betrekking tot een toekomstige bevoegdheidsverdeling voor het Belgische bestuursrecht gedaan worden. Het hoger doel van dit onderzoek is dan ook het verbeteren van de rechtszekerheid voor burger en bestuur.

Promotor: prof. dr. Steven Van Garsse, Universiteit Hasselt
Copromotor: prof. dr. Jan Theunis, Universiteit Hasselt
Startdatum: 1 oktober 2017


Šejla Imamovic
Šejla Imamovic behaalde in 2011 haar masterdiploma in het Europees recht aan de Universiteit Maastricht (UM). Nadien werkte zij als onderzoeker en docent aan de UM. Sinds september 2013 is zij gestart met een gezamenlijk doctoraat aan de Universiteit Hasselt en de UM. In haar onderzoek analyseert Šejla hoe nationale rechters in geselecteerde lidstaten van de EU worden beïnvloed door de veranderende verhoudingen tussen het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie.

Doctoraatsonderzoek:
'The place of national courts in the new fundamental rights landscape of the EU'

The growing complexity of fundamental rights protection in the European Union (EU) is very problematic for national courts and more importantly, for individuals seeking protection.
In the present system of fundamental rights protection EU Member States have to comply with several sets of norms, among which two European which largely coincide but may diverge, and which are ultimately guarded by a different court, the European Court of Human Rights (ECtHR) and the Court of Justice of the EU (CJEU). Additionally, each of the Member States has its own national system of fundamental rights protection, often with its own ultimate guarantor (the constitutional court), and its own rules governing the relationship between the various sets of fundamental rights norms.
The legal relationships between these component parts of the European fundamental rights landscape and between the actors belonging to each of these systems are contested and are still evolving. Recently, the most important catalyst for change is the entry into force of the Lisbon Treaty. This Treaty gives the EU a binding Charter of Fundamental Rights and obliges the EU to accede to the ECHR – necessitating a new conception of the relationship between the CJEU and the ECtHR. This research aims at investigating the effects this changing relationship between the two European Courts will have on national courts of the Member States, and how they can rise to the challenges they will have to overcome.

Promotor: prof. dr. Petra Foubert, Universiteit Hasselt & prof. dr. Monica Claes, Universiteit Maastricht
Startdatum: 1 september 2013

Heidi Bortels
Legaliteitsbeginsel, Grondwettelijk Hof, rechtspleging

Heidi Bortels studeerde in 2009 af als master in de rechten aan de KU Leuven. Zij startte haar professionele loopbaan aan de balie te Brussel, waar zij zich toelegde op het publiek recht in de ruime zin. Op 1 januari 2015 werd zij benoemd als referendaris bij het Grondwettelijk Hof. Sinds 1 oktober 2015 combineert zij dit mandaat met een mandaat van praktijkassistente aan de Universiteit Hasselt, waar zij tutor is voor het vak ‘Staatsrecht’ en voor het vak ‘Grondige studie staatsrecht’.

Karel-Jan Vandormael
Karel-Jan Vandormael studeerde rechten aan de UGent. Hij behaalde de prijs voor de beste masterproef binnen zijn afstudeerrichting (‘Het Grondwettelijk Hof: rechter of regelgever? Een positieve evolutietheorie’). Karel-Jan Vandormael heeft zes jaar ervaring in de advocatuur, en is momenteel actief bij het kantoor 'Arts-Cleeren en vennoten’ te Genk. Karel-Jan is daarnaast ook praktijkassistent aan de Universiteit Hasselt (tutor staatsrecht) en doctoraatsonderzoeker aan de KU Leuven. Hij is ook lid van de redactieraad van het Limburgs Rechtsleven.