Logo UHasselt

menu

CORe - Centrum voor Overheid en Recht


Actueel

CORe - Centrum voor Overheid en Recht

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

14 oktober 2018: de cijfers en de vaststellingen    18 okt 2018

14 oktober 2018: de cijfers en de vaststellingen
18 okt 2018

De lokale verkiezingen van 14 oktober liggen intussen vier dagen achter ons en op heel wat plaatsen is al een nieuw bestuur gevormd. UHasselt-politicologen Sofie Hennau en Johan Ackaert hebben de stembusgang geanalyseerd.

SP.A verliest positie als stadspartij

De socialisten zijn de verliezers van de afgelopen verkiezingen, ook wat betreft de grote steden (meer dan 37.500 inwoners). Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen scoorde de SP.A daar nog gemiddeld 25,2 procent, nu is dat gezakt naar 17,3 procent.

“In 2012 deed de SP.A het vooral nog goed in die steden. Nu zien we dat die partij ook daar achteruitgaat. We kunnen de SP. A bezwaarlijk nog echt een stadspartij noemen”, zegt Sofie Hennau.

Ook de CD&V zakt in de grote steden van gemiddeld 21,2 procent in 2012 naar 18,1 procent na 14 oktober 2018. Enkel de N-VA zit wat de grote steden betreft boven de 20 procent (22,7 procent om precies te zijn). “De positie van stadspartij is anno 2018 ingenomen door de N-VA”, aldus Hennau.

In kleinere gemeenten en op het platteland heeft de N-VA het dan weer moeilijker. Daar behoudt de CD&V als nationale partij zijn sterke positie met een gemiddelde score van 35,5 procent. Ook Open VLD doet het er goed met gemiddeld bijna 26 procent. Maar dé grote winnaar in de kleinere gemeenten, dat zijn de lokale lijsten. “De nabijheid van sterke lokale figuren speelt daar mee”, verklaart onderzoekster Sofie Hennau.

Besturen wordt beloond, maar minder voor Groen

Een andere vaststelling van de afgelopen verkiezingen: de meeste partijen die in het gemeentebestuur zitten worden daar gemiddeld gesproken vaker voor beloond dan wanneer ze in de oppositie zitten. Dat geldt ook voor de N-VA. In bijna 47 procent van de gemeenten waar de Vlaams nationalisten in het bestuur zaten, gaan ze er op vooruit. Trokken ze vanuit de oppositie naar de kiezer, dan halen ze slechts in 22,1 procent van de gevallen meer stemmen.

"In het geval van de N-VA was het afwachten of het inderdaad het geval ging zijn dat besturen loont", stelt Sofie Hennau. "In 2012 hebben we gezien dat die partij heel wat wantrouwige kiezers aantrok, net als het Vlaams Belang. Nu was de vraag of de partij die kiezers -  die wat wantrouwig zijn tegenover politiek en instellingen - nog zou kunnen bekoren. In een groot deel van de gemeenten lijkt dat dus gelukt te zijn."

Enkel Groen is daar de uitzondering: in 80 procent van de gemeenten waar de partij in het bestuur zit, gaat ze erop vooruit. In gemeenten waar de partij vanuit de oppositie naar de kiezer trok is dat bijna 96 procent.

Drie stijgers

De winnaars van de voorbije lokale verkiezingen zijn cijfermatig in de eerste plaats Vlaams Belang en Groen. Het gemiddelde percentage van Vlaams Belang steeg van 7,4 procent in 2012 naar 10,5 procent. Groen ging van 8,8 procent naar 13,3 procent.

De groenen konden groene cijfers voorleggen in ruim 9 op de 10 gemeenten waar ze opkwamen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen waren daar de uitschieters. Ook Vlaams Belang ging in ruim 90 procent van de steden waar ze opkwam vooruit, vooral in Oost- en West-Vlaanderen kon de partij vooruitgang boeken. Ter vergelijking: N-VA en CD&V boekten een winst in 3 op de 10 gemeenten waar ze een lijst hadden.

Een enigszins onopgemerkte winnaar is de Open VLD. De liberalen stegen in ruim de helft van de steden en gemeenten waar ze opkwamen. "Dat is de voorbije dagen misschien wat minder in de media aan bod gekomen. Vooral in de provincies West-Vlaanderen en Limburg heeft die partij het heel goed gedaan", zegt Sofie Hennau.