Logo UHasselt

menu

CORe - Centrum voor Overheid en Recht


Actueel

CORe - Centrum voor Overheid en Recht

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

“Juristen zijn de ingenieurs van de samenleving”    17 aug 2020

“Juristen zijn de ingenieurs van de samenleving”
17 aug 2020

Vorig jaar vierde de faculteit Rechten haar 10de verjaardag. Dat zijn 10 jaar vol onderwijs en onderzoek met een grote maatschappelijke relevantie. “De civic gedachte is eigen aan onderzoek in de rechten”, vertellen professor Charlotte Declerck en professor Stijn Smet in het Jaarverslag 2019. “Juristen bouwen mee de samenleving. Wij vertalen afspraken tussen burgers in een wetgevend kader dat samenleven mogelijk maakt.”

Onderzoek in de rechten is dus per definitie maatschappelijk relevant?

Stijn Smet: “Met de uitzondering van rechtshistorisch onderzoek misschien, en dan nog, heeft het academisch onderzoek in de rechten altijd de bedoeling om naast heel fundamentele vragen ook maatschappelijke vragen op te lossen. Met ons onderzoek willen we impact hebben op de maatschappij: door efficiëntieverbeteringen voor te stellen, pijnpunten en tegenstrijdigheden in de bestaande wetgeving bloot te leggen, of adviezen te formuleren. In mijn geval wil ik met mijn onderzoek bijdragen tot een betere bescherming van de mensenrechten voor bepaalde groepen in onze samenleving.”

Charlotte Declerck: “Op zich is dat logisch natuurlijk. Juristen zijn de ingenieurs van onze samenleving. Wij proberen normatief de maatschappij te sturen en een wetgevend kader aan te reiken dat samenleven mogelijk maakt. Als academisch onderzoeker in de rechten probeer je via je onderzoek dat kader te versterken. De vragen waarop je focust, zijn geënt op reële uitdagingen in de samenleving. Daar put ik als onderzoeker ook mijn voldoening uit. Papers schrijven is één ding, maar ik wil toch vooral voelen dat ik het goede aan het doen ben, en dat ik met mijn onderzoek het leven van burgers kan verbeteren.”

Rechtsvergelijkend perspectief 

In hoeverre drukt de maatschappelijke actualiteit mee haar stempel op het academische onderzoek?

Charlotte Declerck: “De hoofdfocus in mijn onderzoek is familierecht en familievermogensrecht, maar wat er vandaag gebeurt in onze samenleving heeft een weerslag op het voorwerp van mijn onderzoek. Als ik in het jaarrapport van het kinderrechtencommissariaat bijvoorbeeld lees dat kinderen in scheidingssituaties zich onvoldoende gehoord voelen, dan wil ik daar vanuit mijn onderzoeksexpertise mee over nadenken. Waar loopt het vandaag mis? Hoe gaat men hier in andere landen mee om? En hoe kunnen we daar iets aan veranderen? Die vragen heb ik in mijn onderzoektopic de komende jaren naar voren geschoven. Samen met (inter)nationale collega’s werken we aan een internationaal boek waarin de rechtspositie en het hoorrecht van de minderjarige van een rechtsvergelijkend perspectief wordt benaderd. Die vergelijking zal ongetwijfeld inspiratie brengen. En intussen schuif ik – als deel van het advies- en overlegorgaan van het Vlaamse kinderrechtencommissariaat – ook mee aan tafel om voeling te blijven hebben met de reële uitdagingen op het terrein.”

Stijn Smet: “De 'vluchtelingencrisis', de opmars van autoritair populisme, de achteruitgang van de democratie in Europa, … Veel van wat er rondom ons gebeurt heeft impact op het academisch onderzoek dat we voeren. Zelf focus ik al sinds mijn doctoraat vooral op situaties waarbij twee mensenrechten met elkaar in conflict kunnen treden. Situaties waarbij het mensenrecht van de ene een bedreiging kan zijn voor het mensenrecht van de ander. Dat spanningsveld intrigeert mij. Daar ligt mijn expertise. Vanuit die blik kan je bijvoorbeeld kijken naar het verhaal van Schild en Vrienden, of de hate speech in het kader van het Christchurch-drama in Nieuw-Zeeland. Haat zaaien online: daar zijn duidelijke wetten over. De antiracismewetgeving verbiedt uitdrukkelijk om aan te zetten tot haat tegen personen en groepen van personen op grond van hun huidskleur of etnische afstamming. Maar waar ligt de grens tussen wat toegelaten is en wat niet? Het blijft moeilijk om daar juridisch sluitende antwoorden op te formuleren. Vaak hangt het ook af van de concrete context en van het land waarin men zich bevindt. Eén van mijn doctoraatsstudenten focust daar nu op in haar onderzoek. Die focus is volledig ingegeven door dingen die vandaag gebeuren in onze samenleving.”

Pijnpunten blootleggen

Moet dat onderzoek uitmonden in juridische aanbevelingen?

Charlotte Declerck: “Dat kan, maar dat hoeft niet. In het geval van de kinderrechten zou het ook kunnen uitmonden in een inventarisatie van de knelpunten. Hoe komt het dat kinderen zich onvoldoende gehoord voelen? Vandaag bestaat er op papier immers al een mooi wettelijk kader waarbinnen kinderen in scheidingssituaties gehoord kunnen worden door de familierechter wanneer ouders niet tot een akkoord kunnen komen, en toch blijkt dat niet te werken. Misschien ligt het niet aan de wetgeving zelf, maar voelen familierechters zich gewoon onvoldoende ervaren om dat soort gesprekken in goede banen te leiden. In dat geval moeten we de wetgeving niet veranderen, maar investeren in studiedagen met workshops om die nieuwe skills aan familierechters over te brengen. Ook in dat verhaal kunnen we als civic universiteit een rol opnemen door bijvoorbeeld dergelijke studiedagen te organiseren.”

Stijn Smet: “Soms bestaat onze rol er gewoon in om pijnpunten bloot te leggen, grijze zones in de wetgeving aan te duiden, of een evolutie te maken in het licht van het internationaal recht.”

Duiden, kaderen en vraagtekens plaatsen

Hoe belangrijk is het dat jullie als academisch onderzoeker een stem opnemen in het maatschappelijk debat?

Stijn Smet: “Als academisch onderzoeker zie ik het als mijn belangrijkste taak om de juiste vragen te stellen, en in alle objectiviteit wetenschappelijk onderbouwde antwoorden te formuleren. Ik wil theoretische kaders en fundamentele inzichten aanreiken. Maar op de barricaden gaan staan om maatschappelijke veranderingen af te dwingen vind ik niet mijn belangrijkste rol. Tenzij ik persoonlijk oprecht verontwaardigd ben over topics waarin ik ook unieke expertise heb. Dan neem ik wel de pen in de hand en schrijf ik bijvoorbeeld een opinieartikel. In de andere gevallen leg ik me liever toe op mijn onderzoek en laat ik die publieke rol persoonlijk liever over aan anderen.”

Charlotte Declerck: “Zo zie ik dat ook. Wij focussen ons in de eerste plaats op ons onderzoek en hopen dat anderen met die resultaten aan de slag kunnen. Tegelijkertijd vind ik het wel onze maatschappelijke taak om complexe, juridische issues te kaderen en te duiden. Juridische regelgeving kan voor burgers soms onbegrijpelijk zijn. Dan is het belangrijk dat wij in alle objectiviteit vanuit onze expertise in eenvoudige woorden uitleggen wat er precies aan de hand is. Wij moeten duiden, kaderen en vraagtekens plaatsen.”

Stijn werkte in 2019 mee aan een juridische analyse van de verkiezingscampagne van Vlaams Belang. Is dat een vorm van duiden en kaderen?

Stijn Smet: “Absoluut. Het initiatief kwam van de UGent, maar ik wou daar graag vanuit mijn expertise aan meewerken. In de media werd de vraag gesteld of het verkiezingsprogramma van Vlaams Belang wel in overeenstemming was met de mensenrechten. Het was onze maatschappelijke rol om daar als academisch onderzoekers mee een antwoord op te formuleren. Voor mijn eigen mening of politieke overtuiging was er in die publicatie geen ruimte. Als onderzoeker hielden we ons strikt aan het juridisch kader en pasten we gewoon de bestaande rechtspraak en juridische kaders toe op het verkiezingsprogramma. We reikten daarmee het brede publiek een objectieve, betrouwbare en genuanceerde analyse aan. Net zoals burgers in coronatijden nood hebben aan betrouwbare inzichten van virologen en epidemiologen, kunnen juridische onderzoekers in dit soort discussies objectieve informatie leveren. Dat is onze maatschappelijke rol.”

In de feestelijkheden voor de tiende verjaardag van de faculteit kregen mensenrechten en kinderrechten een bijzondere plek.

Stijn Smet: “Elke onderzoekseenheid van het Centrum voor Overheid en Recht organiseerde een eigen lustrumactiviteit: collega´s fiscaal recht lanceerden, samen met Universiteit Maastricht, een kenniscentrum over de juridische problemen rond grensarbeid; collega´s milieurecht organiseerden een internationaal academisch congres; vanuit sociaal recht was er een internationale moot court in arbeidsrecht; en staatsrecht en bestuurskunde organiseerden samen de Nacht van de Democratie voor een breed publiek.”

Charlotte Declerck: “Het eredoctoraat reikten we uit aan kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen. Onze tiende verjaardag viel ook samen met de 30ste verjaardag van het kinderrechtenverdrag. Dat was een ideale gelegenheid. Bovendien komen in kinder- en mensenrechten eigenlijk al onze expertisedomeinen samen.”

Stijn Smet: “Het is een gemeenschappelijke noemer waarin iedereen zich herkent.”