Logo UHasselt

menu

CORe - Centrum voor Overheid en Recht


Actueel

CORe - Centrum voor Overheid en Recht

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Een wettelijk statuut voor plusouders    23 apr 2021

Een wettelijk statuut voor plusouders
23 apr 2021

Eén op vijf Vlaamse kinderen heeft gescheiden ouders. Veel minderjarigen worden mee opgevoed door één of meerdere plusouders. En toch hebben die plusouders in het Belgische recht tot nu toe geen enkel wettelijk statuut. “Dat zorgt niet alleen voor praktische problemen. In crisissituaties kan het belang van het kind hierdoor soms zelfs in het gedrang komen”, legt prof. dr. Tim Wuyts uit. Dr. Ulrike Cerulus tekende – onder promotorschap van prof. dr. Charlotte Declerck – een wettelijk statuut voor zorgouders uit. Het UHasselt Magazine nodigde hen uit voor een gesprek: “Als onze maatschappij verandert, moet het recht volgen.”

“Vroeger was ouderschap een eenvoudig concept rond een gehuwde man en vrouw die een kind verwekt hadden binnen hun huwelijk. Het ging dan om biologische ouders die een directe afstammingslijn met het kind hadden – en hierdoor ook juridisch gezien de ouder waren – en het kind samen opvoeden en dus ook feitelijk ouder waren. Al die verschillende rollen vielen mooi samen en daardoor hadden zij – en alleen zij – samen het ouderlijk gezag”, legt dr. Ulrike Cerulus uit. “Vandaag strookt dat klassieke beeld van een gezin niet meer met de realiteit. Nieuwe gezinsvormen zijn een stuk gevarieerder, waardoor die verschillende rollen in de praktijk vaak gesplitst zijn. Maar het wettelijk kader is die fragmentatie niet gevolgd. Mannen en vrouwen die mee het kind van hun partner opvoeden, blijven daardoor in de kou staan. Zij hebben juridisch gezien geen rechten noch plichten ten opzichte van die kinderen. Dat zorgt voor heel wat frustraties en problemen.”

OUDERCONTACTEN EN TANDARTSCONTROLES

“Wettelijk gezien kan een plusouder vandaag geen toestemming geven aan de tandarts om een controle uit te voeren. Een plusouder die een kind elke dag bij zijn huiswerk begeleidt, kan het rapport van dat kind ook niet geldig ondertekenen. Hij of zij kan niet met juf of meester in gesprek gaan op een oudercontact, of beslissen om het kind naar de bijles te sturen. En dat allemaal omdat hij of zij geen ouderlijk gezag heeft. Eigenlijk zijn dat hallucinante situaties die het leven van plusouders nodeloos complex maken”, onderstreept dr. Ulrike Cerulus.

“Het zijn dezelfde praktische problemen waar ook pleegzorgers lange tijd tegenaan liepen”, vult prof. dr. Tim Wuyts aan. “Maar zij hebben vandaag wél een juridisch statuut. Zo'n statuut is ook voor plusouders wenselijk. Daarmee kunnen we niet alleen een heleboel praktische problemen vermijden. Het zou er ook voor kunnen zorgen dat we in crisissituaties het belang van het kind op elk moment kunnen laten primeren. Wanneer vandaag een ouder-partner plots overlijdt, kan het zijn dat het kind plots alle contact verliest met een plusouder die misschien jarenlang de dagelijkse zorg van dat kind op zich genomen heeft. Dat zijn bijzonder pijnlijke situaties voor de plusouders, maar ook voor het kind zelf. En het is uiteindelijk dat belang van het kind dat we te allen tijde moeten vooropstellen.”

BELGIË HINKT ACHTEROP

“In Nederland, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk heeft men al lang zo´n statuut. Daar is de discussie jaren geleden al gevoerd. België hinkt op Europees vlak helemaal achterop in dit verhaal. Dat is best gek, want lange tijd was België de koploper wat betreft het uitoefenen van ouderlijk gezag. In 1995 voerden we als allereerste in Europa het beginsel in van de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag door niet-samenlevende ouders. En in 2006 promootten we de gelijkmatig verdeelde verblijfsregeling. Daar werd in Europa met grote ogen naar gekeken”, onderstreept prof. dr. Tim Wuyts.

Met 12 jaar beleidservaring – als adviseur in de kamerfractie Justitie en adjunct-kabinetschef van de vorige minister voor Justitie – begrijpt hij als geen ander waarom dit dossier op politiek en juridisch vlak zo'n grote uitdaging vormt. “Vijftien jaar geleden werden de eerste wetsvoorstellen rond plusouderschap al geformuleerd, maar toch is het nooit verder gekomen dan hoorzittingen en een advies bij de Raad van State. In die periode hebben we in het familierecht wel mooie stappen vooruitgezet in andere dossiers zoals de adoptie voor paren van hetzelfde geslacht. Het dossier van de plusouders kreeg tot nu toe nooit diezelfde politieke prioriteit. Plusouders hebben geen belangenorganisatie die het topic continu op de politieke agenda zet en die in de media-aandacht vraagt voor de problematiek. Bovendien is het veranderen van zo'n wettelijk statuut op juridisch vlak een heel kluwen. En tot voor kort was het doctoraatsonderzoek van Ulrike er nog niet, waarin al dat voorbereidende werk was gebeurd”, lacht prof. dr. Tim Wuyts.

EEN STATUUT VOOR ZORGOUDERS

“Voor mijn onderzoek heb ik eerst een heel uitgebreide rechtsvergelijkende analyse gemaakt. Hoe gaan andere landen hiermee om? Wie kan daar aanspraak maken op dat statuut? Welke rechten en plichten krijgt die persoon? En hoe krijgt hij of zij die rechten en plichten? Elke stap in dat proces ben ik tot in detail gaan vergelijken”, legt dr. Ulrike Cerulus uit. “In Duitsland krijgen plusouders automatisch medebeslissingsrecht over het kind van zodra de partners huwen of wettelijk gaan samenwonen. Dat vond ik geen gezond principe omdat plusouderschap – met alle rechten en plichten die daarbij komen – een bewuste keuze zou moeten zijn. Ik geloof niet dat het in het belang van het kind is om die rechten zomaar automatisch te verbinden aan de relatie van een ouder met zijn nieuwe partner.”

“In Frankrijk en Nederland worden ouderlijke bevoegdheden dan weer niet exclusief voorbehouden voor ouders of plusouders. Grootouders, tantes, plusouders, vrienden of de buurman: eender wie een belangrijke rol opneemt in de opvoeding van het kind kan in aanmerking komen voor dat statuut. Dat vond ik een inspirerend idee waarbij je het belang van het kind echt vooropstelt. De vraag is dan vooral: wie helpt de ouder in de praktijk bij de opvoeding van het kind? En welke rechten en plichten kunnen we daaraan verbinden om hem of haar in die rol goed te ondersteunen en omkaderen? Door mijn statuut breder uit te werken voor “zorgouders” kunnen we daarmee niet alleen plusouders, maar ook andere mensen die een belangrijke opvoedende rol opnemen beter omkaderen.”

“Op welke manier gaan we dat nieuwe statuut dan toewijzen? Moeten plusouders naar de rechtbank stappen of kan het ook makkelijker en laagdrempeliger? Verschillende landen maken op dat vlak andere keuzes. Ik opteerde er in mijn voorstel voor om de rechtbank – wat toch al een conflictueuze setting is – zo veel mogelijk te vermijden. Een plusouder zou perfect een basisstatuut moeten kunnen aanvragen bij de ambtenaar van burgerlijke stand, wanneer beide ouders daarmee akkoord zijn. Een vader die zijn kind gaat erkennen, volgt vandaag precies diezelfde weg. Kunnen beide ouders toch niet tot een akkoord komen, dan kan de plusouder samen met de andere ouder alsnog beslissen om naar de familierechtbank te stappen, waar ook het kind zal gehoord worden.”

VAN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK TOT WETSVOORSTEL

“Als mijn academisch onderzoek uiteindelijk mag uitmonden in een wetsvoorstel dat een meerderheid kan bekoren in het parlement, dan zou dat absoluut de kers op de taart zijn. Daarmee zou mijn onderzoek écht impact hebben en daarvoor doe je het uiteindelijk toch”, zeg dr. Ulrike Cerulus. “Maar tussen droom en daad staan heel wat hindernissen.”

“Familierechters en advocaten zijn bang dat zo'n nieuw statuut tot nog meer én complexere geschillen zal leiden in de rechtbank. Nochtans zien we dat in het buitenland helemaal niet gebeuren. En ook het nieuwe statuut voor pleegzorgers heeft absoluut niet dat effect gehad”, licht prof. dr. Tim Wuyts toe. “Dit is bovendien een bijzonder emotioneel debat waarin ouders zich soms ook – onterecht - bedreigd voelen voor die nieuwe rechten die een plusouder hierdoor krijgt”, onderstreept dr. Ulrike Cerulus. “Bijzonder jammer, want met dit nieuwe statuut willen we ouders uiteraard geen rechten afnemen. Integendeel, de ouders blijven de allerbelangrijkste positie innemen, en we geven de persoon die de ouder helpt bij de opvoeding van zijn kinderen gewoon de slagkracht om die taak zo goed mogelijk uit te voeren. In dit hele wetsvoorstel stellen we het kind en zijn belangen centraal, en zo hoort het ook.”

ONDERZOEK VS. POLITIEK

“Wat ook op verzet stoot, is het feit dat ik een statuut heb uitgetekend voor de zorgouder. De groep die hierop aanspraak kan maken, is veel ruimer dan plusouders alleen”, legt dr. Ulrike Cerulus uit. “Politiek blijkt dat toch moeilijk te verteren. Dat iemand buiten het gezin wettelijk omkaderd zou worden om ouderlijke taken op zich te nemen: daarvoor zijn de geesten vandaag misschien nog niet voldoende gerijpt. Als ik wil dat mijn ideeën tenminste de plusouders al kunnen vooruithelpen, vrees ik dat ik het concept van zorgouder wellicht nog een paar jaar zal moeten opbergen. Dat soort toegevingen vind ik best lastig.”

“Als je academische onderzoeksresultaten in de juridische praktijk wil brengen, moet je onvermijdelijk wat pragmatiek aan de dag leggen”, vertelt prof. dr. Tim Wuyts. “Dat is een lastige oefening voor elke academicus, maar je moet het grote plaatje – en de stap vooruit – voor ogen blijven houden. En je moet goed beseffen dat iedereen bovendien zijn eigen rol te spelen heeft. Een wetenschapper moet het debat openen, het onderzoek voeren en wetenschappelijk onderbouwd een standpunt innemen. Een politicus moet daar maatschappelijk draagvlak voor zoeken, compromissen sluiten en uiteindelijk een beslissing treffen. Als ieder zijn rol respecteert, kom je tot het beste resultaat. En elke stap vooruit is een stap vooruit. Ook wanneer die soms wat kleiner is dan je aanvankelijk had gehoopt.”