Logo UHasselt

menu

CORe - Centrum voor Overheid en Recht


Actueel

CORe - Centrum voor Overheid en Recht

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Professor Stijn Smet: “Ik ben oprecht bezorgd over de mensenrechten”    7 mei 2019

Professor Stijn Smet: “Ik ben oprecht bezorgd over de mensenrechten”
7 mei 2019

Tijdens zijn ManaMa Mensenrechten trok hij naar Sierra Leone om onderzoek te doen naar vrouwelijke kindsoldaten. Nadien werkte hij rond mensenrechten in België, Soedan en Brazilië, maar uiteindelijk koos professor Stijn Smet voor een academische carrière in dit boeiende domein. “Ik denk dat ik vanuit deze rol de grootste bijdrage kan leveren”, zegt de professor staatsrecht in een interview in de jongste uitgave van het UHasselt Magazine.

In 2018 werd de 70ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens gevierd. Een aanleiding voor heel wat feestelijkheden en bevragingen rond mensenrechten. Maar wat bleek: 42% van onze noorderburen bleek niet in staat om ook maar één mensenrecht te benoemen.

Verbaast het jou dat de modale burger maar weinig weet over mensenrechten?

Stijn Smet: “Ik schrok daar wel van, maar eigenlijk kan je dat ook positief interpreteren. Het betekent immers dat een groot deel  van de bevolking de luxe heeft om niet stil te staan bij hun mensenrechten. Voor hen zijn die rechten een evidentie. Ik ben ervan overtuigd dat je heel andere resultaten krijgt als je dezelfde bevraging zou doen in Jemen, bij de Rohingya-vluchtelingen in Myanmar of bij migranten, vluchtelingen of moslims in ons land. Die minderheden zijn er zich immers meer van bewust dat een aantal van hun basisrechten ingeperkt wordt.”

Kapitale denkfout

Hoe erg is het dat wij zo weinig weten over mensenrechten?

Stijn Smet: “Daarin ligt volgens mij een centrale bedreiging van de mensenrechten vandaag. De meerderheid van de westerse bevolking staat er niet bij stil dat mensenrechten voor iedereen gelden – dus ook voor hen - en niet alleen voor minderheden. Dat is een kapitale denkfout die makkelijk kan uitgebuit worden door autoritaire populisten die minderheden willen targetten om daar politiek gewin uit te halen. Mensenrechten beschermen niet alleen de ander. Ze beschermen iedereen. Het gaat trouwens niet alleen om het recht om vrije meningsuiting en godsdienstbeleving, maar ook om sociaaleconomische mensenrechten zoals het recht op gezondheid en werk. Die rechten zijn voor iedereen van belang.”

Was jij als kind al gefascineerd door die mensenrechten?

Stijn Smet: “Neen, ik ben geen geboren wereldverbeteraar. (lacht) Eigenlijk is die interesse pas ontstaan in de laatste fase van mijn rechtenopleiding. Ik vond niet alle aspecten van mijn opleiding even boeiend en twijfelde zelfs of ik wel de juiste studierichting gekozen had. Tot ik het vak mensenrechten kreeg van professor Eva Brems. Dat maakte bijzonder veel indruk. Toen wist ik: ik kan jurist worden en toch iets boeiends doen.” (lacht)

Waarop focus jij in je onderzoek?

Stijn Smet: “Sinds mijn doctoraat focus ik vooral op situaties waarbij twee mensenrechten met elkaar in conflict kunnen treden. Situaties waarbij het mensenrecht van de ene een bedreiging kan zijn voor het mensenrecht van de ander. Dat spanningsveld intrigeert mij. Zo kan de vrijheid van meningsuiting bijvoorbeeld een potentieel gevaar betekenen voor het recht op bescherming tegen discriminatie. Neem nu het hele verhaal van Schild en Vrienden. Haat zaaien online: daar zijn duidelijke wetten over. De antiracismewetgeving verbiedt uitdrukkelijk om aan te zetten tot haat tegen personen en groepen van personen op grond van hun huidskleur of etnische afstamming. Maar waar ligt de grens? Het blijft moeilijk om daar juridisch sluitende antwoorden op te formuleren. Vaak hangt het ook af van de concrete context en van het land waarin men zich bevindt. In de Verenigde Staten leeft bijvoorbeeld een sterke grondwettelijke traditie waarin men enorm wantrouwig staat ten opzichte van de inperking van de inhoud van een mening. Tegen de inhoud van een boodschap kan je in de VS juridisch maar weinig inbrengen, ook al is die sterk discriminerend. Neonazi-marsen mogen er bijvoorbeeld niet verboden worden omwille van de fascistische en racistische inhoud van de boodschap.”

Conflicten in de rechtspraak

Wat heb jij precies onderzocht?

Stijn Smet: “Ik onderzocht en vergeleek allerlei conflicten in de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Welke uitspraken deden rechters van Straatsburg wanneer mensenrechten met elkaar in conflict treden? Hoe coherent was hun uitspraak in die gevallen? Ik formuleerde daarbij ook aanbevelingen over hoe we dat proces transparanter kunnen maken.”

Je hebt ook heel veel gepubliceerd rond godsdienstvrijheid en het verbod op discriminatie.

Stijn Smet: "Ook in die publicaties focuste ik op dat spanningsveld. Herinner je je de rechtszaak over de HEMA-kassierster die ontslagen werd omdat ze een hoofddoek droeg? Zowel het Hof van Justitie als het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hebben sindsdien aangegeven dat de neutraliteitsgedachte een aanvaardbare reden kan zijn om de godsdienstvrijheid in allerlei situaties te beperken."

"Persoonlijk verontrustten die uitspraken mij omdat in mijn overtuiging neutraliteit nooit een doel op zich is maar een middel om gelijkheid te bereiken. De neutraliteit brengt bovendien in de eerste plaats verplichtingen met zich mee voor de overheid. Maar je merkt wel aan dit soort arresten dat ook rechters met dat spanningsveld worstelen. Zo zijn er heel wat voorbeelden voorhanden. Onlangs waren er zelfs bakkers in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk die weigerden om, respectievelijk, een huwelijkstaart te bakken voor een homokoppel en een taart te maken met daarop een boodschap in steun van het homohuwelijk. Is dat discriminatie? Of hebben die bakkers het recht om hun geloof vrij te beleven? In beide landen heeft het Hooggerechtshof overigens in het voordeel van die bakkers beslist."

Globaal verhaal

Kijk je in je onderzoek bewust verder dan België en Europa?

Stijn Smet: “Mensenrechten zijn per definitie een globaal verhaal. Ik vind het fascinerend om te zien hoe die universele mensenrechten overal ter wereld op andere manieren met elkaar in conflict kunnen treden. Hoe ga je om met Zuid-Afrikaanse dokters die – opnieuw uit geloofsovertuiging – weigeren om abortus toe te passen? Waar houdt hun persoonlijke recht op geloofsbeleving op en waar moet je vrouwen beschermen? En wat doe je met pacifisten en Jehova-getuigen die weigeren om hun verplichte militaire dienstplicht te vervullen in landen als Zuid-Korea en Singapore? Dat is ongelooflijk boeiend, en bovendien ook continu in beweging. In Zuid-Korea werden die dienstweigeraars tot voor kort nog tot een gevangenisstraf veroordeeld terwijl ze vandaag – dankzij een oordeel van hun Grondwettelijk Hof – voor een alternatieve burgerdienst kunnen kiezen.”

Waarom koos je voor een academisch carrière in mensenrechten?

Stijn Smet: “Ik heb voor de Europese Commissie gewerkt in Soedan en voor een ngo in Brazilië. Die ervaringen maakten indruk en inspireerden. Maar ze frustreerden af en toe ook. In het academische onderzoek is de impact die je hebt niet altijd even zichtbaar of direct, maar ook op het terrein voel je vaak onmacht. Daar spelen ook diplomatie en strategie, en dat ligt mij persoonlijk minder goed. In Soedan wisten we zo bijvoorbeeld dat vluchtelingen uit Eritrea en Ethiopië die teruggestuurd werden vaak in gevangenissen terechtkwamen waar ze gefolterd werden. Maar dat is slechts één verhaal in een groter diplomatiek plaatje, dus wordt er – na heel wat overleg – uiteindelijk enkel een brief geschreven waarin de EU haar bezorgdheid uitspreekt en die acties veroordeelt, In de praktijk verander je daarmee weinig aan het lot van die vluchtelingen natuurlijk. Dat vond ik persoonlijk hard.”

“Ik heb er best lang over gedaan om te ontdekken waar ik goed in was, wat ik graag deed en op welk terrein ik de grootste bijdrage kon leveren. Mijn grootste sterkte ligt volgens mij in de juridische analyse. Als jurist vind ik het vooral interessant om op meta-niveau kritische kanttekeningen te maken en door vergelijkend onderzoek te tonen dat er verschillende oplossingen voorhanden zijn. Ik denk dat ik vanuit deze rol de meest nuttige bijdrage kan leveren en het sterkst mijn individuele stem kan laten horen. Ik ben ook verheugd dat ik onderzoek kan doen aan een civic universiteit die haar verantwoordelijkheid in de samenleving opneemt. Daar hoort het promoten van de mensenrechten ongetwijfeld bij.”

Wij tegen Zij

In de media lees je dat onze mensenrechten in gevaar zijn. Hoeveel zorgen moeten we ons maken?

Stijn Smet: "Zowel in academische middens als in de mensenrechtenwereld weerklinkt vandaag een grote ongerustheid. Ook ik ben oprecht bezorgd. Je ziet dat het aantal landen waar het misloopt vandaag almaar toeneemt. En dan heb ik het niet alleen over de nieuwe Braziliaanse president of het Europese typevoorbeeld Hongarije. Het verontrust mij ook hoe hier in België omgegaan wordt met de rechten van minderheden, migranten en vluchtelingen."

"Zelf ben ik net terug uit Australië waar ik 18 maanden aan de Universiteit van Melbourne gewerkt heb. Als je dan merkt hoe enthousiast er hier gepleit wordt om het ergste onderdeel van het Australische migratiemodel in Europa toe te passen, dan verontrust mij dat. Australië gaat op een ronduit schandalige manier om met mensen die geweld ontvluchten en Australië via zee trachten te bereiken. In mensonterende omstandigheden worden vluchtelingen op eilandjes gedropt. Dat is – dat zeggen ook de VN – een van de meest dramatische mensenrechtensituaties in de westerse wereld. En dat model wordt hier dan als hét grote voorbeeld geponeerd."

Kan je die bedreiging verklaren?

Stijn Smet: “Mensenrechten komen altijd onder druk op momenten dat ook de democratie en de rechtsstaat achteruitgaan. Op momenten van economische stagnatie – dat weten we uit de geschiedenis – hebben mensen de neiging om terug te plooien op zichzelf en bescherming te zoeken in hun nationale identiteit. Mensen die daar niet toe behoren, worden als de Ander gepercipieerd. Daar zetten we ons dan tegenaf. Autoritaire populisten spelen graag op die angst in en creëren een polariserend verhaal van Wij tegen Zij. Die idee is opnieuw enorm in opmars de laatste jaren. Ook in Europa. En het verspreidt zich ook razendsnel. Wat me nog het meest verontrust is dat ik niet durf zeggen waar die beweging zal stoppen en of ze wel zal stoppen.”

Hoe kan jij daar vanuit jouw academische rol een bijdrage in leveren?

Stijn Smet: “Ik probeer op dit moment een Europese workshop te organiseren waarin juridische experten staatsrecht en vluchtelingenrecht van Hongarije tot België, uit alle delen van Europa, elkaar vinden. Samen kunnen we hopelijk de problematische link verder in kaart brengen tussen autoritair populisme, beperkingen van rechten van minderheden en de achteruitgang van de democratie in Europa.”