Logo UHasselt

menu

CORe - Centrum voor Overheid en Recht


Actueel

CORe - Centrum voor Overheid en Recht

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Hervormde rijopleiding is bevoegdheidskluwen    24 nov 2017

Hervormde rijopleiding is bevoegdheidskluwen
24 nov 2017

De hervormde Vlaamse rijopleiding is sinds 1 oktober 2017 van kracht en doet heel wat stof opwaaien. Federaal minister voor mobiliteit Bellot zag in de nieuwe regels een bevoegdheidsoverschrijding en trok naar de Raad van State. Intussen regent het bij de Vlaamse gemeenten tegenstrijdige instructies van zowel de FOD Mobiliteit als van de Vlaamse administratie. Lokale overheden én jongeren dreigen de dupe te worden van communautair getouwtrek. Dennis Fransen, doctoraatsbursaal bestuursrecht, analyseerde de problematiek in de Juristenkrant van 8 november 2017.

Sinds de zesde staatshervorming zijn de gewesten bevoegd voor de regels over de rijscholen, de examencentra en het toezicht op de rijgeschiktheid. Zo zijn zij in staat een autonoom verkeersveiligheidsbeleid te voeren. Het bepalen van de vereiste kennis en vaardigheden voor het behalen van een rijbewijs is echter federale materie. Ook het afleveren van de rijbewijzen blijft federaal geregeld en gebeurt via de gemeenten.

In het kader van die nieuwe gewestbevoegdheden hervormde de Vlaamse regering de rijopleiding. Die trad in werking op 1 oktober 2017. Een kandidaat-bestuurder moet nu minimum negen maanden in het bezit zijn van een voorlopig rijbewijs om deel te nemen aan het praktisch rijexamen. Voorheen volstonden drie maanden rijervaring. Voorts moet iedere begeleider van de bestuurder een verplichte vorming van drie uur volgen.

Versnippering heerst
Puur inhoudelijk lijkt niets de Vlaamse regering te verhinderen voorwaarden aan de scholing te stellen. Zoals gezegd blijft het afleveren van rijbewijzen niettemin een federale bevoegdheid, uitgeoefend via de gemeenten. Het Vlaams besluit wijst uitdrukkelijk de gemeenten aan voor het toezicht op de naleving van de twee nieuwe voorwaarden, waardoor de nieuwe Vlaamse regelgeving de federale bevoegdheidssfeer dreigt te betreden.

De bevoegdheidsverdeling voor rijbewijzen is allerminst een homogeen geheel. Integendeel: versnippering heerst. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Afdeling Wetgeving van de Raad van State in zijn advies op verschillende bevoegdheidsproblemen wees. Daarop heeft de Vlaamse regering het besluit gedeeltelijk aangepast. In afwachting van een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State adviseerde de auditeur om de vordering tot schorsing te verwerpen wegens gebrek aan spoedeisendheid. Het is overigens niet de eerste keer dat de twee bevoegde ministers in de clinch liggen over mobiliteitsdossiers. Te denken valt aan de dossiers over de nachtvluchten en de investeringsplannen voor het spoor.

Ter waarborging van een ruime deelstatelijke autonomie, met name voor het toegewezen bevoegdheidsdomein verkeersveiligheid, kon Vlaanderen bevoegd geacht worden om de aangenomen maatregelen te treffen. Evenwel wees de Afdeling Wetgeving erop dat Vlaanderen bij die bevoegdheidsuitoefening rekening moet houden met de aan de federale overheid voorbehouden bevoegdheid voor het rijbewijs. Het Vlaamse gewest zou echter ook kunnen denken aan de theorie van de impliciete bevoegdheden.

Vormt de Vlaamse bevoegdheidsuitoefening dan geen inbreuk op het evenredigheidsbeginsel en de federale loyauteit doordat zij een dusdanig negatieve invloed heeft op het federale beleid voor het afleveren van de rijbewijzen? De praktische onuitvoerbaarheid van de Vlaamse bevoegdheden kan onmogelijk de bedoeling geweest zijn van de bijzondere wetgever. Regels over de rijopleiding zullen immers altijd één of andere impact hebben op het rijbewijs zelf. In dit geval lijkt die impact veeleer beperkt. Hoe dan ook blijft de grens dun en zal de Raad van State finaal beslissen.

Onduidelijkheid heerst
Kon het toezicht op de naleving van de nieuwe maatregelen niet gebeuren bij het praktisch rijexamen, waarvoor Vlaanderen geheel bevoegd is? De Vlaamse regering vreesde dat kandidaat-bestuurders door de mazen van het net zouden glippen door gebruik te maken van hun recht om in een gewest naar keuze opleiding en examens te doorlopen. Doordat Vlaanderen niet over bevoegdheden beschikt ten aanzien van Waalse of Brusselse examencentra, biedt een toezicht door de gemeenten volgens de Vlaamse regering de enige garantie op een gelijke toepassing van de regels voor iedere inwoner van het Vlaamse gewest. Bovendien zou een controle op de vorming van de begeleider bij het praktisch examen geen enkele garantie bieden op een veiligere verkeersomgeving.

Dit bevoegdheidsconflict brengt ook praktische vragen met zich mee. Lokale overheden kregen intussen zowel federale als Vlaamse instructies over het al dan niet toepassen van de nieuwe Vlaamse regels. Onduidelijkheid heerst. Gemeenten hebben drie opties: de nieuwe regels toepassen, teruggrijpen naar de oude regels en de nieuwe voorwaarden achterwege laten; ofwel weigeren rijbewijzen af te leveren totdat er duidelijkheid is.

Nu lijkt het aangewezen dat de gemeenten de vigerende - Vlaamse - regelgeving toepassen. Als de Raad van State nadien alsnog schorst of vernietigt, zou de geldigheid van de afgeleverde rijbewijzen niet in het gedrang komen. De nieuwe regels maken de voorwaarden enkel strenger. Ieder afgeleverd rijbewijs voldoet dus a fortiori nog steeds aan de - oude - federale eisen. Om latere problemen te vermijden, stellen de Vlaamse gemeenten zich dus best zorgvuldig op en passen ze de nieuwe Vlaamse regels toe totdat de Raad van State zich uitgesproken heeft. Op die manier voldoen ze aan hun decretale plicht. Of is een politieke oplossing in de maak? Wordt ongetwijfeld vervolgd…

Lees hier het volledige artikel in de Juristenkrant van 8 november 2017.