Logo UHasselt

menu

CORe - Centrum voor Overheid en Recht


Actueel

CORe - Centrum voor Overheid en Recht

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

“In rechtsonderzoek is methodologie ontzettend belangrijk”    21 dec 2017

“In rechtsonderzoek is methodologie ontzettend belangrijk”
21 dec 2017

Tien jaar geleden ruilde doctoraatsbursaal Šejla Imamović de Bosnische stad Tuzla in voor het niet-zo- héél-erg-Nederlandse Maastricht. Gedreven door de wil om haar geboorteland mee te veranderen. Vandaag is ze (bijna) doctor in de rechten én doceert ze aan de UHasselt. En haar ambities heeft ze in de tussentijd nóóit uit het oog verloren.

Šejla zit op het moment van het gesprek met de interne nieuwsbrief van de UHasselt, Nu weet je het!, in die typische laatste rush vóór haar doctoraatsverdediging. “Eigenlijk moet er niet zó heel veel meer gebeuren. Ik heb er meer dan vier jaar aan gewerkt, in deze laatste fase komt het erop aan om je verhaal te maken. Om alle hoofdstukken samen te brengen voor het proefschrift. Want alles moet kloppen.”

En wat is je verhaal?
Ik schrijf over mensenrechten in de Europese Unie. In m’n doctoraat focus ik op de verhouding tussen de nationale hoven en de Europese hoven. Dan hebben we het over het Europees Hof van Justitie – van de EU – en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – van de Raad van Europa. Dat zijn de hoogste hoven als het om Europese mensenrechten gaat, maar ze staan los van elkaar. Dat leidt weleens tot moeilijkheden. Bijvoorbeeld wanneer ze niet hetzelfde zeggen. Best moeilijk voor nationale rechters, want die moeten zich schikken naar de uitspraak van beide.

Hoe kom je bij zo’n onderwerp?
In m’n masterproef had ik het er al over. Mensenrechten vind ik een ontzettend leuk onderwerp. Vooral dan de grondwettelijke kant van de zaak: hoe zijn rechten beschermd, door wie… Mijn promotor Monica Claes (Maastricht University) zei me destijds dat het onderwerp wel wat verder onderzoek nodig heeft. Mijn andere promotor, Petra Foubert, was het daarmee eens. En zo is dat doctoraat er dus gekomen.

Je bent ook docent aan de faculteit Rechten. Bevalt je dat?
Absoluut. Ik geef les aan laatstejaarsstudenten, voor het vak Law and State. Die studenten zijn bijna altijd goed voorbereid, ja – wat ik natuurlijk super vind (lacht).

De opleiding is gebouwd op Probleemgestuurd Onderwijs. Is zo’n onderwijssysteem eigenlijk makkelijk als docent?
Ja en nee. Veel werk ligt bij de studenten, maar tegelijkertijd moet je ervoor zorgen dat ze tijdens de discussies steeds de relevante punten aansnijden.

En wat vind jij er als docent zelf zo goéd aan?
Ik heb ook in mijn geboorteland, Bosnië, rechten gestudeerd. Op de traditionele manier: ik ging naar hoorcolleges, luisterde naar de professoren en legde dan examen af. Eenrichtingsverkeer, dus. Toen ik als student naar Maastricht trok, leerde ik het PGO-systeem kennen. Ik vond het meteen geweldig. Je had plots keuzes, je mocht meediscussiëren… Kortom: je had het gevoel dat je iets echt léérde.

Je studeerde af in Maastricht en je verdedigt er ook je doctoraat. Hoe vaak kom je naar de UHasselt?
In het begin van mijn onderzoek toch drie tot vier keer per week, nu is dat ietsje minder. Wat me meteen opviel? (Denkt na) Hasselt is… intiemer. In de zin van: hier zit je met de meeste collega’s op één verdieping. In Maastricht zitten we verspreid over verschillende kantoren. Ik ken de PhD’s uit andere vakgroepen vaak helemaal niet. Als ik in Maastricht sprak over m’n onderzoek, dan was dus dat met de mensen met wie ik het kantoor deelde. Hier, in Hasselt, is er méér interactie. Je praat met iedereen wat, vooral tijdens de lunch.

Zijn dat therapeutische sessies?
(Glimlacht) Uiteraard. Maar we praten ook over ons onderzoek, over methodologie bijvoorbeeld. In rechtsonderzoek is dat ontzettend belangrijk en best moeilijk, want wat moet je doen als je doctoreert in de rechten? Je leest literatuur en – zoals ik – uitspraken. Je analyseert en je denkt na over hoe je dat gaat uitleggen. Praten met andere jonge onderzoekers helpt wel in dat hele proces.

Je woont al tien jaar in Nederland. Waarom ben je destijds eigenlijk uit Bosnië weggetrokken?
Als tiener wist ik: ik zou voor altijd in Bosnië blijven. Ik wilde goede dingen doen voor mijn land – als advocaat of in de politiek. Optimistisch hè. Tijdens m’n rechtenopleiding in Tuzla – met de auto zowat een halfuurtje rijden van het dorp waar ik opgroeide – raakte ik teleurgesteld. Ik merkte dat het helemaal niet goed ging in het land, er was veel corruptie. Het bracht me aan het twijfelen. Ik nam me voor om elders te gaan studeren – en dan later weer naar Bosnië terug te keren.

Hoe kwam je dan in Maastricht terecht?
Ik kwam een Bosnische Nederlander tegen die daar studeerde. Ik heb de universiteit bezocht en met studieadviseurs gesproken. Ik besloot om aan University College Maastricht meerdere vakken te gaan volgen. Mijn studiebegeleider wees me op een duidelijke rode draad in de keuzes die ik maakte: de passie voor rechten. Ik moest in Maastricht helemaal opnieuw beginnen, vanaf de bachelor. Maar ik vond het niet erg. Ik was zelfs enorm enthousiast, want ik had méér tijd gekregen om te studeren én om leuke ervaringen op te doen.

Ga je nog veel terug naar Bosnië?
Een keer per jaar, in de zomer. Om familie en vrienden te zien. Of er veel veranderd is in al die jaren? Elke keer wanneer ik er kom, zie ik de vooruitgang. Het land is nog niet waar het moet zijn, maar is wél op de goede weg.

En heb je die drang nog om je land te veranderen?
Ja hoor. Ik heb, mede omdat ik nu zélf lesgeef, ontdekt dat onderwijs een uitstekende manier is om verandering te brengen. Ik zou misschien ooit naar de faculteit willen teruggaan waar ik destijds studeerde – om er te doceren. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het hier gewéldig, maar ik zou in m’n carrière erg graag de connectie met Bosnië willen maken – en bijdragen aan het welzijn van m’n land.