Logo UHasselt

menu

CORe - Centrum voor Overheid en Recht


Actueel

CORe - Centrum voor Overheid en Recht

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

"Verplichte doorverwijzing naar bemiddeling door rechter geen goed idee"    22 sep 2017

22 sep 2017

De huidige Belgische wetgeving rond bemiddeling legt niet de juiste klemtonen en mist een algemene visie. Dat is een van de vaststellingen in het doctoraat van Wendy Hensen. De onderzoekster schuift onder meer een systeem naar voren waarin éérst met partijen gekeken wordt naar het béste traject om een conflict op te lossen. "We moeten afstappen van de automatische reflex van gerechtelijke geschillenbeslechting."

Bemiddeling is een hot issue, getuige daarvan het recente voorstel van minister van Justitie Koen Geens waarin rechters procespartijen mogen verplichten tot bemiddeling. "Ook in het buitenland werden al dwingende maatregelen uitgeprobeerd om bemiddeling aan te moedigen", zegt Wendy Hensen, verbonden aan de faculteit Rechten. "Op die manier hoopt de wetgever de 'bemiddelingsparadox' op te lossen: ondanks de vele baten van bemiddeling als oplossingsmethode (sneller, goedkoper, grotere tevredenheid bij alle partijen…) blijft het gebruik ervan beperkt."

Dr. Hensen wilde een beter zicht krijgen op de Belgische bemiddelingspraktijk én op de noden en wensen in het veld. Ze zette interviews, focusgroepen en een grootschalige enquête op, waaraan in totaal 1.600 advocaten, magistraten, notarissen en erkende bemiddelaars deelnamen. Daarnaast bestudeerde ze ook buitenlandse best practices.

Humanere justitie
Op basis van die studie formuleerde de doctor in de rechten enkele concrete voorstellen. Zo bepleit Wendy Hensen dat justitie méér inzet op casemanagement." Je zou een systeem moeten uitbouwen waarin dossiers die bij rechtbanken en hoven binnenkomen, éérst naar een trajectbegeleidingsdienst gaan. Zo’n dienst gaat dan, samen met de partijen, op zoek naar het voor hun conflict meest geschikte traject", zegt ze.

In plaats van een automatische reflex naar gerechtelijke geschillenbeslechting – of, zoals nu steeds meer het geval is, naar bemiddeling – zou er éérst goed nagedacht moeten worden over de béste manier om een conflict op te lossen. "Je zorgt er dus voor dat de juiste zaken hetzij via de bemiddelaar, hetzij via rechtspraak, verzoening, arbitrage… behandeld worden." Dat veronderstelt wel dat je élk conflict in al haar facetten benadert en alle partijen intensief betrekt. "Maar zo kom je ook tot én een humanere justitie – waarbij het verhaal van de partijen en hun beleving van het conflict een plek krijgen – én een efficiëntere dienstverlening."

Autonomie
Volgens Wendy Hensen zou de trajectbegeleiding ook moeten uitbesteed worden aan daarvoor specifiek opgeleide rechtbankmedewerkers. Vandaag treedt veelal de rechter op als 'professionele doorverwijzer' naar gerechtelijke bemiddeling. "Magistraten zijn nu al overbelast en voor een doorverwijzingsgesprek is er tijd en expertise nodig – want dan moet je met de partijen onder meer gaan praten over de wenselijkheid van bemiddeling en moet je de eventuele bemiddeling ook organiseren", zegt ze. De onderzoekster wijst daarbij ook op de risico’s van inadequate doorverwijzing naar bemiddeling – zoals het bemoeilijken van de toegang tot de rechter, de langere en kostelijkere weg naar de oplossing van het conflict én het groeiende wantrouwen in justitie.

Eerder dan een verplichte doorverwijzing door de rechter breekt de doctoranda in haar proefschrift bovenal een lans voor de autonomie van partijen. "Conflictpartijen moeten in principe zélf kunnen beslissen of er gezocht wordt naar een oplossing en, zo ja, hoe dan." Je geeft hen, aldus de onderzoekster, meer controle en verantwoordelijkheid – in de hoop dat dit uiteindelijk ook zal leiden tot houdbare oplossingen. "Maar in de éérste plaats moet de overheid voldoende inzetten op informatie en sensibilisering. Want weinig mensen weten en begrijpen hoe de rechtspraak nu precies verloopt, weinig mensen hebben zicht op alternatieve trajecten zoals bemiddeling, arbitrage en verzoening."

Volgens de onderzoekster zijn ook financiële stimuli – een tegemoetkoming in de kosten bijvoorbeeld – een betere manier om bemiddeling te promoten dan een verplichte doorverwijzing. "Zulke, minder ingrijpende, maatregelen genieten de voorkeur." Bovendien is het, aldus Wendy Hensen, erg belangrijk om voldoende waarborgen te bieden voor het eerlijke verloop van zo’n bemiddeling die vanuit justitie aangevat wordt.