Logo UHasselt

menu

CORe - Centrum voor Overheid en Recht


Actueel

CORe - Centrum voor Overheid en Recht

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Niels Appermont: “Het beste plan is: geen plan hebben”    5 jun 2018

Niels Appermont: “Het beste plan is: geen plan hebben”
5 jun 2018

Niels Appermont maakte een blitzcarrière aan UHasselt. Op zijn 28ste mag hij zich de jongste prof van de universiteit noemen. Wat maakt een academische carrière zo boeiend? Waar liggen de uitdagingen? En kijkt een ervaren UHasselt-professor op dezelfde manier naar die academische loopbaan? Of verandert de manier van kijken, ergens onderweg? Ivo Lambrichts gaat in het pas verschenen UHasselt-Jaarverslag 2017 in gesprek met Niels Appermont.

Droomden jullie altijd al van een academische carrière?
Ivo Lambrichts: “Helemaal niet. Dat ging – zoals veel dingen in het leven – heel toevallig. Eigenlijk wilde ik graag burgerlijk ingenieur worden, maar door omstandigheden kon ik alleen in Diepenbeek studeren. Dus werd het tandheelkunde. In die opleiding kreeg ik les van professor Julia Creemers, de allereerste vrouwelijke prof van de universiteit én een ongelooflijk inspirerende docente. Haar passie voor de pathologie en microscopie werkte aanstekelijk. En die heeft mij nooit losgelaten. Al tijdens mijn opleiding mocht ik wat onderzoek doen. Dat was mijn ding. Toen de kans zich aandiende om te doctoreren, heb ik die dan ook met beide handen gegrepen.”

Niels Appermont: “Ook voor mij was die academische carrière geen jongensdroom. Eigenlijk had ik die piste niet eens overwogen, tot ik een infobrochure – Doctoreren aan UHasselt – toegestuurd kreeg. Dat wekte mijn interesse. Ik was toen als laatstejaarsstudent op uitwisseling in New York en kon de infosessie niet bijwonen. Dus skypte ik met Elly Van de Velde over wat zo’n doctoraat inhield. Na dat gesprek – ze sprak zó gepassioneerd – was m’n keuze gemaakt. Op 23 december keerde ik terug uit New York en op 1 februari hebben we mijn FWO-aanvraag ingediend. (Lacht) Het was ook mede door haar voorbeeld als academica dat ik later besliste om te kandideren voor de vacature van professor.”

VRIJHEID

Kunnen jullie de vinger leggen op wát jullie zo aantrok in onderzoek?
Niels Appermont: “Zonder twijfel de vrijheid en zelfstandigheid die daarmee gepaard gaat. Als advocaat of bedrijfsjurist worden dingen op je bord gelegd. Hier heb ik zélf de kans om mijn eigen onderzoeksthema´s uit te kiezen en daar dan mee aan de slag te gaan. Mijn vader is ondernemer, ik zie veel parallellen met dat ondernemerschap. Als je niet ontzettend gedreven én ondernemend bent, dan gebeurt er niets. Maar als passie jouw drijfveer is, bestaat er geen meer stimulerende setting dan de universiteit.”

Ivo Lambrichts: “Een academische carrière is inderdaad een pad vol passie. En als je eraan begint, weet je nog niet waar die passie jou gaat brengen. Dat maakt je carrière boeiend, inspirerend en veelzijdig. In de eerste fase van mijn onderzoek was ik gebeten door alles wat met bezenuwing te maken had. In een andere fase stortte ik mij op de harde botweefsels en dan weer op de bloedvaten. Nog later bracht mijn liefde voor technologie m’n onderzoek bij het 3D-printen. En nu valt die puzzel plots op miraculeuze wijze in elkaar: vandaag bestuderen we de zenuwen, samen met de bloedvaten en botten in een 3D-printcultuur. En proberen we kankers te bestrijden met stamcellen die we tien jaar geleden ontwikkelden.”

Niels Appermont: (Lacht) “Het beste plan is om geen plan te hebben. Gewoon kijken naar waar je passie je brengt.”

BETONMIXER

Is elke goede onderzoeker automatisch een goede prof?
Ivo Lambrichts: “Jammer genoeg niet. Je moet ook veel andere skills hebben: goed en graag lesgeven, met mensen kunnen samenwerken, een team aansturen, jonge onderzoekers motiveren en coachen, financieringskanalen kunnen aanboren... Op dit moment begeleid ik vijf doctorandi, vijf postdoctorale onderzoekers en nog eens vijf andere doctorandi samen met universiteiten in Brazilië en China. Tussendoor ben ik ook vicedecaan, voorzitter van de ethische commissie...”

Blijft er dan eigenlijk nog veel tijd over voor onderzoek?
Ivo Lambrichts: “Voor mijn onderzoek niet altijd. En dat vind ik soms wel jammer. Maar mijn eerste taak is nu om ervoor te zorgen dat jonge onderzoekers – die in een veel competitievere context moeten werken dan ik destijds – dezelfde mogelijkheden krijgen als ik. En daar is nu eenmaal geld voor nodig.”

Niels Appermont: “Heel herkenbaar. Hoewel ik nog maar in het prille begin van mijn loopbaan sta, voel ik nu al de grote verantwoordelijkheid die met dat ZAP-mandaat gepaard gaat. Zelf tot je eigen onderzoek komen, is geen sinecure. Jonge onderzoekers hebben vertrouwen, groeikansen en feedback nodig. En dat vraagt tijd én geld. Veel geld.”

Ivo Lambrichts: “Het geld waarmee wij onderzoek voeren, is bovendien belastinggeld. Daar moet je dus heel voorzichtig mee omspringen. Elke euro kan je maar één keer spenderen. In de keuzes die ik daarrond moet maken, ga ik soms heel ver. Zo heb ik hier ooit eigenhandig – en met m’n eigen betonmixer – sokkels beton gegoten in de kruipkelder van de UHasselt. (Lacht) Daarmee hebben mijn technicus en ik toch 200.000 frank uitgespaard.”

TEAMSPORT

Geven jullie, tussen die constante zoektocht naar geld door, ook veel les?
Ivo Lambrichts: “Ik geef les in 26 blokken en doe dat met enorm veel plezier. Ik praat enorm graag over mijn domein en vind het heerlijk om mijn passie en kennis daarover te delen. Of dat nu met studenten geneeskunde is of met de deelnemers aan de Seniorenuniversiteit: lesgeven gaat mij nóóit vervelen.”

Niels Appermont: “Ik geef ook ontzettend graag les. Al heb ik – voor een tenure tracker – een vrij zwaar onderwijspakket. Lesgeven is voor mij altijd de lakmoesproef: kan ik vlot en helder verwoorden waar mijn onderzoek écht over gaat? Dan ben ik klaar voor de volgende horde.”

Waar liggen de ambities nog?
Ivo Lambrichts: “Het enige wat ik wil, is sporen nalaten. Iets van mezelf meegeven aan anderen. En dat gaat voor mij veel minder om het realiseren van een nieuw stuk weefsel of de eerste 3D-geprinte kaak. Voor mij draait dat om mensen. Ik doe er alles aan om een stimulerende cultuur te creëren waarin mensen samenwerken en samen groeien. Want onderzoek is teamsport. Je hebt input van andere onderzoekers – in en buiten de eigen universiteit – nodig én heel goede technici. Mijn grootste verdienste vind ik dat ik zo´n fijn team heb kunnen samenbrengen. Daar ben ik erg trots op.”

Niels Appermont: “Ik zou graag ooit kunnen terugblikken op een carrière waarin ik impact heb gehad. Impact op mijn vakgebied, omdat er met mijn onderzoeksresultaten echt iets gebeurd is in de wereld hierbuiten. Impact op mijn studenten, omdat ik hen heb kunnen enthousiasmeren en hun kritisch denkvermogen heb kunnen aanscherpen. Impact op collega´s en jonge onderzoekers die ik mag begeleiden. En impact voor mijn universiteit. Want ik wil ook de UHasselt, die mij veel kansen heeft gegeven, helpen groeien.”

----------------

NIELS APPERMONT studeerde rechten aan UHasselt, KU Leuven en NYU School of Law. Hij doctoreerde als aspirant van het FWO Vlaanderen aan UHasselt. In 2017 werd hij professor economisch recht. Als onderzoeker is hij verbonden aan de Law, Tax & Business Unit van UHasselt.

IVO LAMBRICHTS studeerde tandheelkunde aan UHasselt en KU Leuven. Na zijn doctoraat en postdoctoraal mandaat aan UHasselt werd hij in 1996 benoemd tot professor. In zijn onderzoek focust hij op regeneratieve geneeskunde. Acht jaar geleden zorgde hij voor een wereldprimeur met de allereerste 3D-geprinte kaak. Vandaag is hij ook vicedecaan van de faculteit Geneeskunde en levenswetenschappen.